In 2013 publiceerde Vrij Nederland een reeks van vier verhalen over de verwevenheid tussen de tabakslobby en de Nederlandse overheid (de verhalen vind je onderaan dit artikel). Op basis van interne overheidsdocumenten die waren verkregen via een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) reconstrueerden verslaggevers Stella Braam en Ivo van Woerden onder meer hoe lobbyisten erin slaagden bij beleidsambtenaren hun ideeën en opvattingen onder de aandacht te brengen en daarmee ook successen te behalen. Een voormalige manager corporate affairs van tabaksfabrikant Philip Morris zei het zo: ‘Je moet zitten bij diegene die het witte papier voor zich heeft.’
Instellingen met een ander belang dan de volksgezondheid mogen niet meepraten over tabaksontmoediging.
En dat mag niet op grond van het door de Wereldgezondheidsraad opgestelde kaderverdrag inzake tabaksontmoediging. Op grond van dit verdrag mogen instellingen die een ander belang dienen dan de volksgezondheid niet meepraten als hierover regelgeving wordt opgesteld.
Katjes in het donker
Vijf jaar geleden pleitte onder meer toenmalig PvdA-kamerlid Lea Bouwmeester in VN voor duidelijke regels met betrekking tot lobbyen, en als onderdeel daarvan voor een transparantieregister waarin alle lobbyactiviteiten moesten worden geopenbaard. Bouwmeester hoopte dat op die manier zichtbaar zou worden bij welke voorstellen welke argumenten hebben meegeteld en hoe die gewogen zijn. Bouwmeester, in 2013: ‘Zolang dat er niet is, blijft er een zweem over lobbyen heen hangen van katjes die in het donker worden geknepen.’
De overheid mag in de regel geen contacten onderhouden met de tabaksindustrie.
Het feitenmateriaal dat Vrij Nederland destijds presenteerde, was niet voldoende om te zorgen dat er echt iets veranderde. Daar was een rechtszaak voor nodig die werd aangespannen door de Stichting Rookpreventie Jeugd (SRJ). In november 2015 wees de rechter de eisen van de stichting af, maar de overheid kwam wel in actie. De regering stelde een nota op waarin voor eens en voor altijd werd vastgelegd dat de overheid op zowel lokaal als landelijk niveau in de regel geen contacten mag onderhouden met de tabaksindustrie.
In maart 2016 trad het protocol in werking, net als het transparantieregister. De ministeries van Financiën en Volksgezondheid hebben zichzelf ertoe verplicht in dat register alle ‘verslagen van wel toegestane overleggen’ te publiceren en ook ‘andere schriftelijke documenten waaronder correspondentie met de tabaksindustrie’. Het ministerie van EZ deed niet mee aan het register maar zou haar contacten met de tabaksindustrie op de eigen website openbaar maken.
Structureel de fout in
Alles in orde, zou je denken. Maar uit de correspondentie tussen vier ministeries en de tabaksindustrie die door Onderzoeksredactie Tabak – een journalistiek platform dat onderzoek doet naar de tabaksindustrie en rookbeleid – zijn opgevraagd met een beroep op de wet openbaarheid van bestuur blijkt dat niet alles is opgegeven aan het transparantieregister.
Neem bijvoorbeeld de douane. In maart 2016, dus net na de invoering van het transparantieregister, schreef een douanemedewerker van de afdeling Handhaving Cluster Accijns een e-mail in verband met een informatiedag waar ook vertegenwoordigers van de tabaksindustrie aanwezig zouden zijn. Hij drukte zijn collega’s op het hart de nieuwe regels na te volgen en de contacten met de tabaksindustrie dus ‘te beperken tot het hoogstnodige’. Praten over ‘bestrijding tabakssmokkel’ was prima, maar ‘onderwerpen als accijnsverhoging, accijnstarieven en nieuwe accijnszegels’ moesten worden vermeden.
Er werden, tegen de voorschriften in, geen verslagen van bijeenkomsten openbaar gemaakt.
Ondanks deze interne waarschuwing gingen medewerkers van de douane – onderdeel van het ministerie van Financiën – sindsdien toch structureel de fout in, zo blijkt uit de interne correspondentie. Tijdens de informatiedag en alle zeven daaropvolgende contactmomenten kwamen wel degelijk de aan accijns gerelateerde onderwerpen aan de orde waar de tabaksindustrie graag invloed op uitoefent. Ook werden er, tegen de voorschriften in, geen verslagen van bijeenkomsten openbaar gemaakt.
Niks terug te vinden
En de situatie bij de douane staat niet op zichzelf. Na onderzoek van alle gespreksverslagen, e-mails en brieven kan worden vastgesteld dat twee jaar na de invoering van het transparantieregister ruim een derde van de contacten tussen de vier ministeries en de tabaksindustrie niet geopenbaard zijn. Van de 110 contactmomenten ontbreken er 35. Bij Economische Zaken is op de website helemaal niks terug te vinden als het gaat om contacten met de tabaksindustrie.
Analyse van het transparantieregister leert dat ministeries niet alleen contacten niet consequent registreren, maar dat ook de opzet van het register niet helder is. Omdat veel stukken pas na een half jaar of langer openbaar worden gemaakt, is de lijst verre van actueel. Verder staan meldingen door elkaar, zonder enige logica of chronologie.
Het register is niet alleen een rommeltje, maar blijkt ook vatbaar voor manipulatie. Dertien documenten hebben een publicatiedatum gekregen die ligt (ver) voordat de beschreven contacten überhaupt plaats zouden hebben gevonden. Het ministerie van Financiën was verantwoordelijk voor deze registraties en is gevraagd om een reactie, maar in haar antwoord gaat de woordvoerder niet in op deze kwestie.
Nooit geopenbaard
Juist wanneer het over gevoelige onderwerpen gaat, worden de gesprekken met de tabaksindustrie niet gemeld bij het transparantieregister, zo blijkt uit het onderzoek. Die gesprekken komen wel boven water via het WOB-verzoek. Ze gaan allemaal over onderwerpen waar de tabaksindustrie graag over meepraat, maar waar de overheid eigenlijk niet met ze over in gesprek mag gaan, omdat de beleidsvorming nog loopt. Zoals over het Track-Trace systeem van tabaksproducten (een volgsysteem dat smokkel moet tegengaan) of accijnsverhoging.
In januari 2017 spraken lobbyisten met de directeur Ondernemerschap van het ministerie van Economische Zaken over de displayban, het uitstalverbod op grond waarvan winkels en horeca tabakswaren uit het zicht van de klant moeten leggen. Deze displayban was de verenigde tabaksverkooppunten een doorn in het oog. ‘Op 12 januari 2017 heeft u over het voornemen van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gesproken om een wettelijke displayban voor te bereiden voor tabaksverkooppunten gesproken met [weggelakt] directeur Ondernemerschap bij het Ministerie van Economische Zaken. U heeft in dit gesprek toegelicht dat in de discussies over de displayban naar uw mening te weinig stil wordt gestaan bij de economische gevolgen hiervan voor de tabaksdetailhandel,’ schreef minister Henk Kamp van Economische Zaken op 7 juni in een brief.
In de brief schrijft hij ook dat op diezelfde 12e januari een gesprek plaatsvond tussen de brancheorganisaties en ambtenaren van VWS en dat er op 9 en 16 mei vervolggesprekken waren. Het moment van het contact met Economische Zaken en VWS is hier relevant: in januari en ook in mei 2017 was er nog géén besluit genomen over het al dan niet invoeren van het verbod. Dat weten we omdat er in juli 2017 nog consultaties zijn gehouden over dit onderwerp waarbij burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties hun standpunten kenbaar konden maken. Er was dus nog ruimte om het beleid te beïnvloeden.
Volksgezondheid heeft deze contacten nooit geopenbaard, ook niet na het WOB-verzoek.
Dat blijkt ook uit een brief die de Belangenvereniging Tankstations op 7 april 2017 aan minister Kamp van Economische Zaken stuurde en waarin melding werd gemaakt van de ontmoeting met de ambtenaren: ‘Tijdens dit gesprek hebben wij onze zienswijze kunnen geven en is vanuit VWS een uitleg gegeven omtrent het wetgevingsproces rondom het invoeren van een displayban.’ De brief is medeondertekend door de stichting Tabaks- en Zoetwarengroothandel Nederland en de brancheorganisatie voor de tabakshandel NSO.
Volksgezondheid heeft deze contacten in strijd met de afspraken nooit geopenbaard, niet in het transparantieregister, en ook niet na het WOB-verzoek. Waarom VWS de stukken niet heeft geopenbaard via de WOB blijft onduidelijk, maar desgevraagd belooft VWS de stukken in het register te plaatsen. Het ministerie ‘werkt momenteel een kleine achterstand weg’.
Zeventig contactmomenten
Maar ondanks het verzwijgen van deze contacten doet Volksgezondheid het – voor zover is na te gaan – een stuk minder slecht dan de collega’s van het ministerie van Financiën. In haar eigen protocol staat dat ‘transparantie en zakelijkheid’ centraal staan en dat ‘een ingetogen communicatiestijl met de tabaksindustrie’ daarvan onderdeel uitmaakt. Naar eigen zeggen overleggen ambtenaren van Financiën nog maar één keer per jaar met de tabaksindustrie, maar uit het transparantieregister en de interne correspondentie blijkt dat dat veel vaker gebeurt: het gaat om maar liefst zeventig contactmomenten in nog geen anderhalf jaar.
Deze verzwegen contacten zijn waarschijnlijk allemaal in strijd met de eigen richtlijnen.
Het ministerie heeft ruim een derde ervan niet openbaar gemaakt in het transparantieregister. Voor de 25 ontbrekende documenten verwijst de woordvoerder van Financiën naar de douane (onderdeel van Financiën), die ‘heeft een aantal documenten van na september 2015 nog actief openbaar te maken. Dit zal zo spoedig mogelijk gebeuren.’
Daarbij komt dat deze verzwegen contacten waarschijnlijk allemaal in strijd zijn met de eigen richtlijnen. Uit interne correspondentie blijkt dat er veelvuldig is gesproken over zaken gerelateerd aan accijns, die volgens de eerder aangehaalde douanemedewerker moesten ‘worden vermeden’. Bovendien blijkt uit de interne communicatie dat er in gesprekken met de douane geregeld een manager Corporate Affairs & Communications van Japan Tobacco International (JTI) aanwezig is.
Of de lobby effect heeft gehad is onduidelijk, de gesprekken zijn in de loop van 2017 gevoerd en de besluitvorming bij de ministeries loopt nog. Zeker lijkt wel dat de aanwezigheid van een lobbyist van JTI in strijd is met de afspraken.
Ondergronds
De afgelopen jaren is er veel gebeurd op het gebied van roken. Op sigarettenpakjes staan afschrikwekkende plaatjes, tabaksproducten verdwijnen steeds meer uit het zicht, de accijns wordt geleidelijk verhoogd. Misschien wel te geleidelijk. De Wereldgezondheidsorganisatie en het KWF Kankerfonds adviseren een jaarlijkse verhoging van tien procent, maar die blijft vooralsnog uit. De tabaksindustrie levert op dit moment strijd tegen zo’n verhoging.
Lobbyen door de tabaksindustrie is niet expliciet verboden, maar de overheid moet wel de deur dichthouden voor de tabakslobby. Dit strenge beleid is work-in-progress, zo blijkt uit de interne correspondentie. Voor de tabakslobby blijkt het een kwestie van aanpassen. Deze heeft andere routes gevonden: meer ondergronds, maar wel te traceren. Hier heeft Onderzoeksredactie Tabak veel aanwijzingen voor gevonden, die we zullen neerleggen in een vervolgartikel. Wordt vervolgd dus.
Met medewerking van Rosa Koenen, Jesse Kloosterhuis en Caroline Spilt.
Onderzoeksredactie Tabak
De Onderzoeksredactie Tabak is opgezet door onderzoeksjournalist Marcel Metze in samenwerking met de Vereniging Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. De Vereniging NTvG is de uitgever van een onafhankelijk wetenschappelijk en journalistiek weekblad over geneeskunde en gezondheidszorg en stelt de middelen en faciliteiten beschikbaar. Zij heeft geen invloed op het redactiebeleid. Voor meer informatie zie onderzoeksredactietabak.nl
Eerder onthulde Onderzoeksredactie Tabak dat ook Nederlandse gemeenten hun contacten met de tabaksindustrie verzwijgen.




Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.