Dit verhaal is ook te beluisteren.
Leven voor een prikkie in een tropisch paradijs met alle gemakken van een moderne westerse stad. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar via de startup Eco Beach City word je voor nog geen tienduizend euro eigenaar van een stukje grond op het Indonesische eiland Sumba. Medio 2025 opent het bedrijf hier ‘de grootste digitale nomadenstad ter wereld’, waar laptopwerkers en toeristen – volgens de advertentie – voor een schijntje kunnen wonen.
Take advantage of paradise, staat erboven.
Dat paradijs ligt op een uur vliegen van Bali, op het Indonesische eiland Sumba. Het eiland is ongeveer twee keer zo groot als Gelderland. Met 800.000 inwoners is het eiland dunbevolkt. Sumba ligt betrekkelijk geïsoleerd en is een van de armste eilanden van Indonesië. De bevolking leeft voornamelijk van landbouw en kampt nog altijd met ondervoeding, waterschaarste en ziektes als tuberculose en malaria.
En als het aan de Spaanse ondernemer Carlos de Ory (34) ligt, huisvest dit straatarme eiland straks ook de grootste digitale nomadenstad ter wereld.
Vooropgesteld, ondenkbaar is het niet. Bali is al uitgegroeid tot een bekende thuishaven voor digitale nomaden uit de hele wereld. De vele co–working spaces en koffietentjes doen niet onder voor de horeca in steden als Amsterdam en Parijs. Zuurdesembrood met avocado, American pancakes, een Franse croissant, je kunt het zo gek niet bedenken of het staat op het menu.
VRIJ NEDERLAND VERNIEUWT
Er gaat veel veranderen bij Vrij Nederland. Zo gaan we de redactie uitbreiden, de website en het blad opnieuw vormgeven en ons meer richten op onze oorspronkelijke missie. Benieuwd? Lees hier meer!
En nu willen de digitale nomaden hun imperium uitbouwen naar Sumba. We besloten er zelf poolshoogte te nemen en konden tot maar een conclusie komen; ze hebben nog een lange weg te gaan.

Trotse krijgers
Het vliegveld van Sumba, Tambolaka, heeft slechts één landingsbaan. Anders dan op Bali vind je hier geen hippe koffietentjes of westers eten op het menu. Je mag al van geluk spreken als je een kleine warung aantreft. Restaurants zijn er vrijwel niet, zeker niet buiten de steden. De prijzen voor taxi’s en overnachtingen liggen hoog. Er is simpelweg minder aanbod. Zo staat op Sumba het duurste hotel ter wereld: Nihi. De prijs voor een overnachting kan hier oplopen tot 2.500 euro per nacht.
Omdat de Sumbanese bevolking vrijwel geen Engels spreekt, regel ik een Engelssprekende gids, Yuliana Leda Tara. Een kordate dame van vijftig jaar. Haar neef chauffeert ons over het eiland terwijl ze honderduit vertelt. Over oude tradities en mooie bezienswaardigheden, maar ook de laatste eilandroddels, over wie is vreemdgegaan met wie, worden gedeeld.
Vanwege de slechte wegen duurt de rit van dertig kilometer naar het land van Eco Beach city ruim twee uur. Onderweg zwaaien schoolkinderen in rode of blauwe uniformen ons na. Een rode broek of rok betekent dat je een basisschoolleerling bent. Een blauw tenue staat voor de middelbare school. De kinderen leggen dagelijks kilometers te voet af van en naar school.
De Sumbanezen zijn van oudsher een trots krijgersvolk. Onder het Nederlandse koloniale bewind lukte het pas in 1906 om het eiland te onderwerpen. Grote delen van Sumba bleven echter onbegaanbaar voor het Nederlandse bestuur. Het tijdschrift Onze Eeuw uit 1915 vermeldt: ‘Op eilanden die wij sedert eeuwen geheel hadden verwaarloosd, zoals Soemba, is absolute anarchie regel, en de barbaarsche bevolking verzet zich tegen alles wat met dien regel in strijd is.’ De kustlijn werd geteisterd door piraterij, roof en moord.
Toch was wegblijven voor Nederland geen optie want Sumba, ook wel Sandelhouteiland genoemd, was rijkelijk begroeid met sandelhout. Tot de ontdekking van penicilline in de 20e eeuw was dit kostbare goedje het enige middel tegen geslachtsziekten. Tegenwoordig komt dit hout amper meer voor op het eiland.
De invloed van de Nederlandse aanwezigheid is terug te zien in de grote traditionele vierkante graftomben naast de huizen die we passeren. Hoe rijker de familie, hoe mooier de tombe, vaak onder een afdak, versierd met katholieke afbeeldingen van Jezus of Maria. De officiële godsdienst is het Christendom, verspreid door Nederlandse zendelingen. In de praktijk gelooft de bevolking echter in Marapu, een animistische religie, waarin voorouderverering centraal staat. Elementen van dit geloof zijn verweven met christelijke tradities. De tombes dienen als familiegraf. Je wordt begraven zoals je ook ter wereld bent gekomen: in de foetushouding.
Gids Yuliana reageert stellig wanneer ik haar vraag naar de komst van buitenlandse investeerders: ‘Ik noem het nieuw imperialisme. Het land behoort toe aan onze families. Van generatie op generatie. Het is triest wanneer je jouw land niet kan behouden voor de volgende generatie.’ Ze sluit haar betoog af met een lokaal gezegde: ‘Javanen verkopen gehaktballen om land te kopen. Sumbanezen verkopen land om gehaktballen te kopen.’
Yuliana overhandigt me salak, ook wel ‘snake fruit’ genoemd, vanwege de schil die lijkt op slangenhuid. Dan vraagt ze: ‘Wil jij geen huis op Sumba? Ik kan wel bemiddelen. Dan krijg je een goede prijs.’ ‘Daar heb ik geen geld voor,’ antwoord ik ietwat overrompeld door de vraag. Ze kijkt me bedenkelijk aan. ‘Denk er maar over na.’
‘Javanen verkopen gehaktballen om land te kopen. Sumbanezen verkopen land om gehaktballen te kopen’
Passief inkomen
In een buitenwijk van de Balinese kustplaats Canggu staat het kantoor van Carlos de Ory, oprichter van Eco Beach City. De 34-jarige Spanjaard verhuisde acht jaar geleden naar Bali als marketingspecialist. Hij vertelt enthousiast over zijn project: ‘Mijn visie is om de stad van de toekomst te bouwen. Een duurzame community in het paradijs, dat volledig draait op groene energie.’ Hij streeft ernaar dit concept wereldwijd uit te rollen. ‘Zo hoop ik bij te dragen aan het democratiseren van de huizenmarkt.’
De Ory doelt hiermee op de steeds grotere groep mensen van tussen de dertig en veertig jaar, die op de huizenmarkt in Europa weinig kans maken. Bij Eco Beach City ben je vanaf 13.500 euro eigenaar van een glamping, voor 80.000 euro van een studio en voor 240.000 euro bezit je een complete villa. In de Randstad koop je voor dit bedrag amper een eenkamerwoning. Inmiddels hebben al 1.250 investeerders uit onder meer Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Nederland een kavel gekocht.
Ruim de helft van deze kopers heeft het bedrijf binnengehaald via gerichte advertenties op Instagram en Facebook. Met de verhuur van een villa of glamping valt jaarlijks zes–tot zestigduizend euro aan passief inkomen te verdienen, rekent het bedrijf de kopers voor. Slechts 15 procent van de kopers zegt daadwerkelijk op Sumba te willen wonen. De overige investeerders zetten in op verhuur. Eco Beach City rekent 40 procent commissie op de verhuur van glampings en 20 procent op studio’s en villa’s.
De Spaanse ondernemer woont zelf op Bali. Waarom kiest hij met Eco Beach City voor Sumba?
‘Bij een stad van de toekomst denk ik aan een duurzame gemeenschap in de natuur. Waar je te voet of met een elektrische scooter overal binnen vijf minuten bent: op de sportschool, de beachclub of een co–working space. Ik werd acht jaar geleden verliefd op Bali, maar het eiland verandert snel. Er is overlast en vervuiling. Veel groen maakt plaats voor bouwprojecten. Sumba is nog ongerept en de grondprijzen liggen laag.’

Stijgende grondprijzen
De Indonesische overheid ziet graag dat het toerisme zich meer verspreidt over andere delen van de archipel. Bali is amper groter dan Gelderland, telt vier miljoen inwoners en ontvangt tot zes miljoen toeristen per jaar. De komst van het massatoerisme heeft het leven op het eiland totaal veranderd. Zeker, de welvaart is toegenomen. 70 tot 80 procent van de beroepsbevolking is direct of indirect afhankelijk van toerisme. Maar het eiland betaalt ook een prijs voor dit succes; enorme verkeersoverlast, grote hoeveelheden plastic zwerfvuil en een nijpend tekort aan schoon drinkwater.
Om te kunnen voldoen aan die grote vraag naar water is de watervoorziening op Bali nu deels omgeleid van vitale landbouwgebieden naar toeristische regio’s. Dit vormt een bedreiging voor de rijstterrassen en de traditionele cultuur van het eiland. Veel rijstvelden hebben al plaatsgemaakt voor hotels en appartementen. Hierdoor neemt de kans op overstromingen in het regenseizoen toe; de rijstvelden functioneren van oudsher niet alleen als bron van voedsel, maar ook als natuurlijke buffer voor regenwater.
Ook het gebrek aan respect voor de traditionele cultuur is veel Balinezen een doorn in het oog. De lokale autoriteiten proberen de overlast te reguleren door strengere maatregelen te nemen. Meerdere toeristen zijn het land uitgezet vanwege onfatsoenlijk gedrag, bijvoorbeeld omdat zij naakt of schaars gekleed selfies namen op heilige plekken. Zo verstoorde een Duitse toerist vorig jaar naakt een Balinese ceremonie. De vrouw werd gearresteerd en riskeert twee jaar celstraf. Ook mogen buitenlandse toeristen sinds 2023 niet langer zelf motorrijden op het eiland, vanwege de vele ongelukken die zij veroorzaken.
Bali is booming, de grondprijs stijgt snel. Overal waar je kijkt staan borden langs de weg met ‘land for sale’. De winst verdwijnt in de zakken van buitenlandse ondernemingen. En nu hebben projectontwikkelaars en investeerders ook de jacht geopend op ‘verborgen parels’, zoals Sumba. Of zoals De Ory zelf zegt: ‘Het nieuwe Bali.’
‘Mensen die vreedzaam samenleven, veranderen in elkaars vijand door de komst van investeerders’
Een groot deel van de stranden op Sumba is al in handen van buitenlandse investeerders uit Europa, Australië, China en Rusland. Maar gebouwd wordt er nog amper. Eco Beach heeft 220 hectare kustlijn in haar bezit. Het bedrijf spiegelt investeerders een rendement voor van 25 procent per jaar. Ik vraag of door de komst van buitenlandse investeerders Sumba niet hetzelfde lot wacht als Bali. De Spanjaard maakt zich geen zorgen: ‘Sumba is twee keer zo groot als Bali, terwijl er amper 800.000 mensen wonen. Er is genoeg ruimte voor iedereen. Ik zie het als een win–win situatie. Wij creëren werkgelegenheid, misschien wel duizend banen. Veel Sumbanese jongeren trekken nu nog naar Bali of andere eilanden om geld te verdienen. Met onze komst kunnen zij op hun geboorte–eiland blijven en voor hun familie zorgen.’
Hoe minder je hebt, hoe blijer je bent
De Ory is niet de enige Europese ondernemer die een graantje probeert mee te pikken van de vastgoedexplosie op Bali. De Nederlander Walter Matse stelt zich voor als ‘entrepreneur’ en was betrokken bij de verkoop van kavels voor Eco Beach City. Daarnaast bouwt hij met het bedrijf Bounty Properties 26 designer villa’s met infinity pool en uitzicht op zee op ‘zijn eigen’ bergwand in Oost-Bali. Ook is hij betrokken bij de verkoop van villa’s van CoCo Residential Living, gelegen op een steenworp van Canggu.
Wat opvalt is dat het bij deze projecten, net als bij Eco Beach City, om meer gaat dan alleen de aanschaf van een appartement of villa. Je investeert in een lifestyle. Wanneer je door de Instagrampagina’s van deze projecten scrolt, lijken de foto’s vrijwel inwisselbaar. Plaatjes van moderne witte villa’s met grote glazen schuifpuien, stijlvolle interieurs van natuurlijke materialen en chique meubels in beige tinten. Voor bewoners zijn er gezamenlijke sportvoorzieningen zoals een padel–of tennisbaan en fitnessruimtes beschikbaar. Het woord community staat centraal.
Matse heeft geen behoefte om te spreken over Eco Beach City. In plaats daarvan biedt hij een rondleiding aan op de bouwplaats van CoCo Residential in Seseh, net buiten Canggu. Na vijftien minuten rijden op de scooter verrijst het silhouet van tien luxueuze villa’s boven een aangrenzend rijstveld. Seseh is volgens Matse de nieuwe ‘place to be’. Drie van de villa’s zijn gekocht door Nederlanders, vertelt hij trots. De grondprijs ligt nog flink lager dan in het toeristische Canggu, hoewel ook hier de prijzen binnen een jaar zijn verdubbeld.
Rond zessen is het bouwterrein nog levendig. De schemer valt en de lucht kleurt roze. Binnen een uur zal het donker zijn. Op de bouwplaats zijn werklui aan het koken boven een vuurtje van bouwafval. Zij verblijven hier, vaak met vrouw en kinderen, in houten schuurtjes. ‘Apa kabar!’ roept Matse enthousiast. We worden vriendelijk terug gegroet.
‘Indonesiërs zijn de leukste, vriendelijkste mensen die er zijn.
Neem nou deze mensen. Ze vinden je geweldig. Ze zullen nooit van je stelen en ze werken hard. Ik loop hier natuurlijk niet als een koning rond. Ik wil ook iets teruggeven, want voor de mensen hier zijn wij ‘grote mensen.’ We zijn in hun ogen superrijk. Het personeel dat hier werkt komt vaak uit arme regio’s. Bij ons verdienen ze goed, soms wel drie miljoen rupiah (180 euro) per maand. Dat is het dubbele van wat ze bijvoorbeeld op Java of Sumba verdienen.’
Matse vervolgt: ‘Hoe minder je hebt, hoe blijer je vaak bent. Dat zie je hier ook op de bouwplaats. Ze zijn lekker met hun familie hier en ze hebben te eten. Ze kunnen ook ergens in de jungle zitten, dat bedoel ik niet lullig, maar zij zijn dit niet gewend. Dit is voor hen echt vet. Ik vergelijk het wel met op seizoenswerk gaan. Dat deed ik vroeger in Oostenrijk. Daar zat ook hotel en eten bij in. Enorm gezellig was dat. Mijn collega’s waren een soort familie. Samen deed je nieuwe ervaringen op. Dat is wat wij ook voor deze mensen creëren.’
Tijdens de wandeling over het terrein vertelt Matse dat het voor hem belangrijk is om alles netjes volgens de regels te doen. Want op Bali zou je bijna vergeten dat het bij wet niet is toegestaan voor buitenlanders om hier land te kopen. Dit mogen alleen mensen met een Indonesisch paspoort. Er zijn echter twee manieren om toch vastgoed aan te schaffen. Via een leasehold constructie is het mogelijk om een villa of land te pachten. Je bent dan voor een bepaalde tijd, vaak dertig jaar, eigenaar van het vastgoedobject. Deze overeenkomst is te verlengen tot een maximum van tachtig jaar. Een tweede optie is via een zogeheten freehold constructie, waarbij je een bedrijf registreert in Indonesië. Als bedrijf is de aanschaf van land of vastgoed wel toegestaan.
De Nederlandse ondernemer legt uit dat het bovendien ook heel belangrijk is om te controleren waar een stuk grond ligt. Green Zone betekent dat er niet gebouwd mag worden. In de praktijk gebeurt dit alsnog met regelmaat. ‘Kopers wordt wijsgemaakt dat er iets valt te regelen. Een stempeltje van de overheid. Maar als je een conflict krijgt met een local en het komt voor de rechter, dan heb je als buitenlander bijna automatisch verloren.’
In de tribale samenleving van Sumba is de aankoop van land nog ingewikkelder. Volgens de adat, de traditionele wetten en gebruiken, behoort land toe aan de gemeenschap. Er bestaat nog een rigide klassensysteem van maramba (meesters) en ata (dienaren). De elite bepaalt alles. Wie het land bewerkt, wat er wordt verbouwd. En ook of het land wordt verkocht. Land scams, waarbij hetzelfde stuk grond opzettelijk aan verschillende personen verkocht wordt, komt met regelmaat voor. Evenals geschillen over de rechtsgeldigheid van verkoop. Gids Yuliana vertelt dat de politie in 2018 het vuur opende op demonstranten aan de westkust van Sumba, na aanhoudende protesten over de bouw van een hotel op land dat volgens de lokale bevolking aan hen toebehoorde. Hierbij kwam een dorpsbewoner om het leven. ‘Mensen die vreedzaam samenleven, veranderen in elkaars vijand door de komst van investeerders.’
‘Als ik vertel dat de investeerders hopen om snel een park te bouwen met duizend glampings en villa’s, beginnen hun ogen te glinsteren’
Nieuw imperialisme
De stoffige zandpaden in noordwest Sumba leiden ons uiteindelijk naar de kampong van de Wawarongu stam. Het dorp bestaat uit een stuk of acht houten huizen, in traditionele stijl gebouwd. De vierkante huizen staan op palen, iets boven de grond. De rieten daken zijn lang en puntig. Hier leven de geesten van voorouders. Onder de huizen houden mensen varkens en kippen.
De kampong lijkt in verval en uitgestorven. Woont hier wel iemand? Langzaam verschijnen een paar nieuwsgierige mensen. Het dorpshoofd nodigt ons uit op zijn veranda en deelt betelnoottabak uit. De noot heeft een hongerstillend en licht verdovend effect. Na een tijdje kauwen kleuren je lippen en tanden vuurrood. De resten spuug je uit. De stamoudste vertelt dat er bijna honderd mensen in zijn dorp wonen. Elk huis bergt vaak wel drie families.
Gids Yuliana vraagt waarom de stam een groot deel van zijn land heeft verkocht. De stamoudste legt uit dat de grond te droog is voor landbouw. Het is onbruikbaar. Bovendien zien ze liever buitenlanders komen die daadwerkelijk gaan bouwen, dan Indonesiërs die het land opkopen voor speculatie. Wie het land precies heeft gekocht weet hij niet. Dit gaat via zogenaamde nominees, veelal Javaanse of Balinese zakenlieden die het land op hun naam zetten, omdat dit voor buitenlanders niet mogelijk is. Vaak strijken deze bemiddelaars een groot deel van de winst op.
Wanneer ik vertel dat de investeerders hopen om op korte termijn een park te bouwen met duizend glampings en villa’s, een tennisbaan en misschien zelfs een helikopterplatform, beginnen hun ogen te glinsteren. Er wordt druk heen en weer gepraat. Yuliana vertaalt. Ze zegt dat iedereen hoopt rijk te worden. Zelf is ze sceptisch. ‘Sumba is niet klaar voor massatoerisme. De mensen hebben geen opleiding. Ze spreken geen Engels. De betere banen in hotels gaan naar Europeanen of Balinezen. Wij mogen de vuile klusjes opknappen.’
Dr. Octavio Barrientos van het UNSW Centre for Social Impact in Sydney onderzocht de impact van massatoerisme op lokale gemeenschappen. Hij bevestigt dat in de praktijk lokale bevolking vaak de slechtbetaalde posities vervult. De winst vloeit grotendeels naar het buitenland.
Barrientos: ‘Toerisme kan zeker welvaart brengen voor de lokale bevolking. Om dit te realiseren, moeten dergelijke projecten samen ontwikkeld of, liever nog, in handen zijn van de gemeenschap. Houd rekening met lokale zorgen en behoeften, in plaats van het enkel vervullen van de Instagram–lifestyle pretenties van jonge en middelbare Europeanen. Niet alle locals zullen verliezen. Vooral degenen met een betere opleiding en meer middelen profiteren mee. Tegelijkertijd zullen niet alle buitenlanders winnen. In minder ontwikkelde landen krijgen zij te maken met een onzeker sociaal en politiek systeem, fraude, corruptie en soms zelfs geweld.
Ondertussen verschijnt er onder de paradijselijke posts over Eco Beach City op Instagram steeds vaker commentaar van mensen die het project afdoen als verzinsel. De Ory noemt het smaad en beschuldigt concurrenten van het verspreiden van valse informatie. Hij heeft het volste vertrouwen in zijn droom. Grote bouwprojecten kampen nu eenmaal met vertraging en in Indonesië gaan zaken soms langzamer dan verwacht. Hij deelt trots de aankoopdocumenten en juridische overeenkomsten getekend bij de notaris en vertelt dat de bouw van de eerste glampings is gestart.
Het is voor Vrij Nederland onmogelijk gebleken om vast te stellen of Sumba in 2025 daadwerkelijk een digitale nomadenstad rijker is, of dat de investeerders straks met lege handen staan. Zeker is dat de jacht op paradijselijke plekken op aarde doorgaat. Toerisme wordt gekenmerkt door een inherente machtsongelijkheid. Vakantiegangers, ontwikkelaars en investeerders beschikken vrijwel altijd over meer middelen en macht dan lokale gemeenschappen.
Al sinds de jaren tachtig verdienen multinationals in ontwikkelingslanden gouden bergen met de oprichting van hotelketens. Bali is hier het schoolvoorbeeld van. Op social media richt een nieuwe lichting vastgoedcowboys zich nu op een nieuwe generatie goedverdienende westerlingen die hopen slapend rijk te worden in de tropen. Deze lifestyle wordt verpakt in mooie termen als duurzaamheid en het creëren van communities van gelijkgestemden, maar biedt weinig ruimte voor de gemeenschappen die moeten wijken voor hun droom.
Dit verhaal is mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. De foto’s bij dit verhaal zijn afkomstig van het Sumba Photo Stories Project van de Indonesische stichting Kawan Baik Indonesia. In dit project leren kinderen in achtergebleven Indonesische gebieden om hun leefomgeving vast te leggen. Op de foto’s leggen kinderen onder meer de vervuiling van hun leefomgeving en drinkwatervoorziening vast.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.