Zoöloog Lucy Cooke is bekend van haar documentaires en natuurprogramma’s voor onder meer de BBC en National Geographic en bestsellers als Wilde verhalen, de ware aard van onbegrepen beesten (2018). Ze is een vat vol aanstekelijke anekdotes uit het onderzoeksveld en een wandelende encyclopedie die beschikt over een goed gevoel voor humor. Ook is ze zeer rap van de tongriem gesneden. Haar zinnen buitelen over elkaar heen tijdens het online gesprek, dat slechts één keer wordt onderbroken – als haar hond, die aan haar voeten ligt, aanslaat. Hij is wakker geschrokken van een geluid buiten. Ze maakt korte metten met het geblaf.
In Bitch laat Cooke zien dat de binaire opvattingen over sekse, gedrag en biologie achterhaald zijn. Cookes boodschap liegt er niet om. Ze schrijft: ‘Als vrouwelijkheid door één ding bepaald moet worden, is het wel haar dynamische, gevarieerde aard, en niet strenge, achterhaalde regels en verwachtingen. De bitches in Bitch tonen aan dat vrouwelijkheid draait om de strijd te overleven, en dan niet alleen als de passieve sidekick.’
U legt in uw boek uit dat biologen niet over ‘gender’ spreken, maar over ‘mannetjes’ en ‘vrouwtjes’ aan de hand van de biologische geslachtskenmerken van diersoorten.Tegelijkertijd laat u zien dat er ontzettend veel variëteit in sekse is in de dierenwereld. Schiet onze taal tekort?
‘We hebben lang gedacht dat sekse vaststaat en binair is. We beginnen nu pas te begrijpen hoe rekbaar sekse is en op hoeveel manieren die plasticiteit tot uitdrukking komt in de natuur. Als je bijvoorbeeld een zeepok bent, kun je een man of een vrouw zijn, afhankelijk van waar je belandt en in welke sociale situatie je je bevindt. Misschien ben je niet helemaal mannelijk, misschien ben je een soort vrouwtje met mannelijke kenmerken. Onderzoekers van zeepokken geven aan dat ze niet over de taal beschikken om een dergelijk spectrum van seksuele expressie te beschrijven. Maar ik verwacht dat de taal op dat gebied de komende jaren verrijkt zal worden.’
VRIJ NEDERLAND VERNIEUWT
Er gaat veel veranderen bij Vrij Nederland. Zo gaan we de redactie uitbreiden, de website en het blad opnieuw vormgeven en ons meer richten op onze oorspronkelijke missie. Benieuwd? Lees hier meer!
Waarom zijn het vooral vrouwelijke wetenschappers die revolutionaire ontdekkingen hebben gedaan op het gebied van sekse?
‘Wetenschap werd lang voornamelijk door mannen beoefend. Pas in de jaren tachtig konden vrouwen als Sarah Blaffer Hrdy en Jeanne Altmann hetzelfde doen als mannen: naar Harvard gaan, werken als primatoog, het veld ingaan om dieren ter plekke te bestuderen. Dat stelde hen in staat om vragen te stellen bij de stereotypen die zij tijdens hun studie hadden geleerd. De komst van vrouwelijke wetenschappers heeft een revolutie teweeggebracht als het gaat om ons begrip van het dierenrijk. Als onderzoeker stel je vragen vanuit je eigen standpunt, je eigen wereldbeeld. Een mannelijke bioloog zal geïnteresseerd zijn in wat de mannetjes doen. Een vrouwelijke bioloog die bavianen bestudeert, vraagt zich misschien af: hoe is het om moeder te zijn als je een baviaan bent?’
U laat zien dat vrouwelijke wetenschappers in hun carrière veelvuldig zijn genegeerd of belachelijk zijn gemaakt.
‘Dat heeft me soms erg kwaad gemaakt. We streven nog steeds naar gelijkheid en ik zie de strijd die deze wetenschappers hebben geleverd om hun ideeën geaccepteerd te krijgen. Ik zie nu hoe verraderlijk de patriarchale stereotypen zijn. Het is gewoon gekmakend dat vrouwen als Sarah Blaffer Hrdy, Jeanne Altmann en Patricia Gowaty hun ideeën al vanaf het begin van de jaren tachtig uitdragen en dat ze zo moeilijk wortelschieten. Ondanks de wetenschappelijke ondersteuning!’
Charles Darwin, grondlegger van de evolutietheorie, beschreef seksuele selectie als een combinatie van mannelijke competitie en vrouwelijke keuze.Waarom werd die vrouwelijke rol niet goed ontvangen?
‘Ik denk dat we Darwin lof moeten toezwaaien omdat hij vrouwelijke dieren wel degelijk seksuele zelfbeschikking gaf, al wilde hij dat ze tegelijkertijd passief waren, wat lastig viel uit te leggen. Maar hij was wel degene die het idee van vrouwelijke keuze opperde. En als vrouwtjes mannetjes kiezen betekent dat natuurlijk dat vrouwtjes in staat zijn om de evolutie van mannetjes vorm te geven. Dat idee was erg impopulair in Victoriaans Engeland, waar mensenvrouwen niet eens werden geacht kunst te kunnen waarderen. Dus het idee dat vrouwelijke vogels een soort esthetisch gevoel hadden, waardoor ze bepaalde mannetjes verkozen boven andere, werd aanstootgevend gevonden. Daarom werd Darwins theorie van seksuele selectie door veel mensen genegeerd. Hij probeerde vrouwen wel zeggenschap te geven, maar dat idee werd verworpen door de Victoriaanse samenleving. Aan de andere kant wilde hij mannetjes ook graag afschilderen als de dominante, drijvende kracht achter de evolutie, dus wat dat betreft was hij een beetje in de war. Zijn ideeën hebben een grote invloed gehad op hoe we denken over agressief, oftewel mannelijk, en passief, oftewel vrouwelijk gedrag.’
‘Een dolfijnenclitoris zit veel dichter bij de vaginale opening dan bij de mens. Er is dus geen twijfel mogelijk, dolfijnen beleven plezier aan seks.’
Welke invloed hebben die ideeën gehad op onderzoek naar vrouwelijke seksualiteit?
‘Omdat vrouwelijke seksualiteit altijd een beetje in de taboesfeer heeft gezeten, is daar heel weinig onderzoek naar gedaan. De Colombiaanse onderzoeker Patricia Brennan dacht: Ik heb zelf een vagina, dus natuurlijk zijn vagina’s interessant om te onder zoeken! Ze heeft ook de clitoris onder de loep genomen. Ik bezocht haar in het laboratorium en ze zei vrijwel meteen tegen me: ‘Wil je een dolfijnenclitoris zien?’ Vervolgens dook ze onder de tafel en opende een enorme plastic doos, waar ze zelf zo in zou passen. Die zat vol met ingemaakte genitaliën van allerlei diersoorten, mannetjes en vrouwtjes. Ze rommelde een beetje in de doos en toen haalde ze er een klomp vlees uit, die deed denken aan een hamburgerbroodje. Ze duwde het open en daar zat dat heel bekende clitoriskapje. Het leek precies op de clitoris van een mens, maar dan heel groot. Ze liet me de positie van de dolfijnenclitoris ten opzichte van de vagina zien: die zit veel dichter bij de vaginale opening dan bij mensen en zou dus zeker gestimuleerd worden tijdens seks. Er is dus geen twijfel over mogelijk dat dolfijnen plezier beleven aan seks.’
‘Het idee dat vrouwelijke dieren niet van seks houden, is erg Victoriaans. Bovendien is het niet logisch, want we vinden dat plezier wordt geassocieerd met essentiële handelingen om te overleven, dus eten is plezierig, en natuurlijk seks ook, want waarom zouden we niet worden aangemoedigd om de soort in stand te houden?’
Met biologieles heb ik ooit geleerd dat mannetjeseenden verkrachters zijn, wat tevens suggereert dat het vrouwtje wordt bevrucht door het mannetje dat zich toevallig aan haar vergrijpt. Maar Patricia Brennan laat zien dat het vrouwtje veel meer macht heeft dan we aanvankelijk dachten.
‘We hebben de neiging om onze menselijke visies op dieren te projecteren zoals zeggen dat vrouwelijke eenden ‘verkracht’ worden. Dat heb ik ook altijd gedacht. Maar we zouden zo’n woord niet moeten gebruiken, omdat het morele implicaties heeft en in de mensenwereld een ernstige misdaad is. Maar inderdaad, de vrouwelijke eend wordt door meerdere mannetjes gedwongen tot copulatie. Maar er zijn ook mannetjeseenden die een vrouwtje omstandig proberen te imponeren met hun baltsgedrag, waardoor ze soms ook instemt.
Brennan ontdekte dat het vrouwtje kan kiezen wie haar eieren bevrucht, want als die mannetjes zich aan haar opdringen, blijft haar labyrintische vagina dicht, zodat de lange, gekrulde penis van de mannetjeseend klem komt te zitten en het ei niet kan bereiken. Dat is de reden waarom deze gedwongen copulaties wijdverspreid zijn, maar toch in weinig bevruchtingen resulteren.’
‘Ik denk dat het ongelooflijk belangrijk is dat Brennan het verhaal van het vrouwtje als passief slachtoffer van mannelijke overheersing veranderde in het verhaal van het vrouwtje als de actieve partij die de evolutie van de man aanstuurt. Zíj wint de evolutionaire strijd: zij kiest wie haar eitjes bevrucht.’
Waarom staat deze informatie nog steeds niet in biologieboeken voor scholieren?
‘Het heeft me verbaasd hoe lang het duurt voordat er iets verandert. Ik denk dat het een cultureel probleem is: we blijven vasthouden aan de bekende stereotypen van mannetjes en vrouwtjes.’
‘Toen ik erachter kwam dat orka’s ook in de menopauze komen, vond ik het troostrijk om te zien dat ze nog steeds van grote betekenis zijn.’
Tegen welke vooroordelen bent u zelf aangelopen?
‘Ik mag dan wel een feminist zijn, maar ik heb dezelfde patriarchale stereotypen ingeprent gekregen als iedereen. Tijdens mijn onderzoek merkte ik dat ik er automatisch van uitging dat mannen altijd dominant en altijd groter waren. Ook realiseerde ik me dat ik een heteronormatief vooroordeel heb, in die zin dat ik ervan uitga dat seks een man en een vrouw betreft. Maar er staan veel voorbeelden in mijn boek van dieren die hermafrodiet zijn of dieren waarvan de seksualiteit volledig flexibel is, zoals de anemoonvis, die van geslacht kan veranderen als de omgeving verandert of dieren die seksuele relaties met hetzelfde geslacht kunnen hebben om nakomelingen groot te brengen: onder albatrossen op Laysan Island zijn bijvoorbeeld veel lesbische stellen.’
Net zoals de Franse filosoof Elisabeth Badinter, die aan de hand van de Franse cultuurgeschiedenis laat zien dat moederinstinct (De mythe van het moederschap, 1980) cultureel bepaald is, laat u zien dat dit instinct ook in de biologie geen natuurlijk gegeven is.
‘Ik denk dat die mythe heel krachtig is en schadelijk voor vrouwen. Zelf heb ik nooit kinderen gewild. Ik voelde me daardoor altijd een beetje een freak. Tot voor kort kon je dat eigenlijk niet hardop zeggen. Toch zie ik ook vriendinnen met kinderen die het moederschap echt een uitdaging vinden.’
‘Jeanne Altmann liet zien dat bij bavianen de eerste ervaring met het moederschap een heel steile leercurve is. Het eerste kind heeft 60 procent meer kans om te sterven dan de volgende broers en zussen, omdat de moeder nog niet goed weet wat de beste manieren zijn om voor haar kind te zorgen.’
‘Er is nu ook aangetoond dat makaken last hebben van post partum depressie. Ze hebben daar meer kans op als ze tot een lagere klasse behoren. Omdat ze voortdurend bedreigd worden door de hogergeplaatste vrouwtjes zijn ze voortdurend gestrest, wat slecht is voor hun immuunsysteem. Bovendien zijn ze veel restrictiever in een poging hun kleintjes te beschermen, wat ook hun kinderen minder weerbaar maakt. Moederschap is ingewikkeld en moederinstinct geen automatisch gegeven.’
Dat ondervond u ook toen u een nacht op een verweesd wild babynachtaapje moest passen bij een biologisch onderzoeksstation in de Peruaanse Amazone.
‘Muqui, zo hadden ze hem genoemd, was voortdurend aan het jammeren. Hij kalmeerde alleen als hij zich kon vastklampen aan een berg haar. Dus de veldonderzoekers hadden een rooster gemaakt, zodat we om beurten voor hem konden zorgen. Hij heeft een nacht op mijn hoofd doorgebracht. Om vier uur ’s nachts was hij op z’n actiefst. Ik had net zo’n haardos als new wavezanger Robert Smith van The Cure. Deze ervaring kwam voor mij het dichtst bij het moederschap. Verschrikkelijk.’ Lacht: ‘Ik kan je wel vertellen: als hij alleen aan mijn zorg was toevertrouwd, had hij het niet overleefd.’
Waarom vond u het zo troostrijk om te ontdekken dat walvissen net zoals mensen in de menopauze komen?
‘Ik ben een vijftiger en zit middenin de overgang. De samenleving geeft je echt het gevoel dat je nutteloos en uitgerangeerd bent en niet langer aantrekkelijk, omdat je niet meer vruchtbaar bent. Toen ik erachter kwam dat orka’s, die tot de oudste en intelligentste zoogdieren ter wereld behoren, ook in de menopauze komen, vond ik het troostrijk om te zien dat ze nog steeds van grote betekenis zijn binnen hun gemeenschap. Vrouwtjes stoppen halverwege hun leven met voortplanten, zodat ze niet met hun dochters hoeven te strijden om bestaansmiddelen. Ze worden de leiders van hun gemeenschap, omdat ze over een schat aan ecologische kennis en ervaring beschikken en bijvoor beeld weten waar ze voedsel kunnen vinden. Ze hebben een fotografisch geheugen dat tot vijfentwintig jaar teruggaat. Ze zijn bovendien heel invoelend en inclusief. Ik herinner me een verhaal over een orka met scoliose. Omdat hij niet zo snel kon zwemmen, bleef hij altijd erg achter bij de groep, maar zijn familieleden zwommen over enorme afstanden terug om hem eten te brengen.’
U refereert in uw boek meermaals aan een bucketlist van dieren die u in uw leven gezien moét hebben.Welk dier staat nu bovenaan?
‘Dat is de bonobo. Ik heb gorilla’s, chimpansees en orangoetans gezien. De bonobo is de enige grote apensoort die nog ontbreekt aan mijn lijst. Mijn volgende boek gaat over het mannetjesdier en masculiniteit. De titel is Cocks and bulls. Mannen zijn ook slachtoffer van vooroordelen over hoe zij zich zouden moeten gedragen. Bonobo’s zijn een prachtig voorbeeld voor mijn boek, want zij kennen een matriarchale cultuur.’
Lucy Cooke, Bitch, een revolutionair handboek over sekse, evolutie & het vrouwtjesdier, vertaald door Inge Pieters, De Geus, € 26,99, 445 blz.



Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.