In de tweede helft van de zeventiende eeuw was heel Europa nog in de ban van de filosofie van René Descartes. Iedereen was op zoek naar zekere kennis en Descartes bood een methode waarmee je die kon bereiken. Ook in Napels, de woonplaats van de Italiaanse filosoof Giambattista Vico, was hij de belangrijkste denker die alle andere systemen naar de achtergrond had gedrongen. Daar kon je de hoogste lof toegezwaaid krijgen wanneer je de Meditaties van Descartes begreep. Die waren zo duister dat menige filosoof er zijn hoofd niet bij kon houden.
Dit schrijft Vico in zijn Autobiografie (1728). Daar had hij een zeker eigenbelang bij aangezien hij al jaren bezig was aan te tonen dat Descartes hele gebieden van de menselijke ervaring in zijn filosofie verdonkeremaande omdat daar geen zekere kennis aan kon worden ontleend. In zijn Meditaties en in zijn Methode moest Descartes niets hebben van redenaars, historici en dichters. Anders dan fysici en wiskundigen, verkochten die alleen vage praatjes waar je geen huis op kon bouwen. Zelfs voor de studie van de talen haalde hij zijn neus op. Maar voor Vico voegde Descartes ‘helemaal niets toe aan de filosofie van de mens,’ beperkte zijn eruditie zich tot de wiskunde en wist hij zichzelf alleen maar in ‘barbaarse formules’ uit te drukken.

Dat Vico zich zo duidelijk afzette tegen Descartes had in zijn eigen tijd weinig effect. Vico was een bescheiden hoogleraar in de retorica, zo ongeveer de laagste post in de academische wereld die tien keer minder verdiende dan een hoogleraar in de rechten. Vico’s tijd kwam lang na zijn dood (1744) toen hij door de romantici werd erkend als de filosoof die rekening hield met de menselijke gevoelens. Hij legde met zijn Scienza nuova (die juist geen harde wetenschap was) de basis voor de humaniora: retorica, geschiedfilosofie, cultuurpsychologie, de sociologie en de sociale psychologie. Wetenschap was een menselijke constructie, geen verzameling formules.
Alles ging terug op de mens. Het was de menselijke verbeelding, die zich los wist te denken, die voor inventiviteit en vooruitgang zorgde. Die bedacht het kompas, de lens, het kruit, de boekdrukkunst, het papier. De rede was daarbij behulpzaam.
Alles ging terug op de mens. Het was de menselijke verbeelding, die zich lost wist te deken, die voor inventiviteit en vooruitgang zorgde.
Het orakel van Napels
Een kleine honderd jaar na zijn dood inspireerde Vico filosofen en historici als Michelet, Herder, Jacobi en Hamann tot een correctie op de Verlichting, een ‘tegenverlichting’ die het rationalisme van Helvétius, d’Alembert, Turgot en Condorcet van zijn eenzijdigheid ontdeed. Daarna waren het Marx, Hegel en Nietzsche die zich voor Vico gingen interesseren, en in onze tijd Isaiah Berlin, Edward Said, Umberto Eco, Peter Sloterdijk en Mark Lilla.
De laatste vijftig jaar is het nodige over Vico’s filosofie geschreven, maar een biografisch boek zat daar niet bij, en zeker geen ‘geromantiseerde biografie’ zoals die nu Mark Blaisse onder de titel Het orakel van Napels. De alternatieve waarheid van Giambattista Vico is geschreven. De belangstelling van Blaisse voor Vico is geen eendagsvlieg. Die gaat terug tot 1976 toen hij een scriptie schreef over Vico en de invloed die Hugo de Groot op hem had.
Een geromantiseerde biografie is een eigenaardig genre, en zeker wanneer hij over een filosoof als Vico gaat. Die schreef zelf in 1728 op verzoek een uitgesproken intellectuele autobiografie. Veel persoonlijks staat daar niet in, behalve aan het eind waar de Markies van Villarosa in 1818 het leven van Vico aanvult tot zijn dood in 1744. Daar leren we dat Vico geen gelukkig huwelijk sloot door met Caterina te trouwen, die niet kon lezen, niet kon schrijven, niets in het huishouden deed en zich nauwelijks om haar kinderen bekommerde. Volgens Blaisse deed ze niet veel anders dan hele dagen buiten op straat kletsen met buurvrouwen. Bij de dood van haar twee babydochters gaf ze een rondje omdat ze volgens haar gelukkiger in de hemel waren dan op aarde.
Dat zou Vico in zijn dagboek hebben geschreven.
Het vervelende is dat je je bij het lezen van een geromantiseerde biografie steeds afvraagt wat waar is en niet. Het is een onmogelijk genre. Blaisse citeert uit Vico’s dagboek, maar mij is niets bekend over het bestaan van een dagboek van Vico. Bovendien zijn die citaten niet van een hoog citeerbaar gehalte. Het verbaasde mij dus niet dat Blaisse aan het eind van het boek schrijft: ‘Goed dat hij zijn dagboeken in de haard had verbrand.’ Daar kon dus helemaal niet uit geciteerd worden: ze bestonden niet.
Het vervelende is dat je bij het lezen van een geromantiseerde biografie steeds afvraagt wat er waar is en niet. Het is een onmogelijk genre.
Vreemd is ook dat Blaisse soms zo romantiserend en gedetailleerd schrijft dat het is alsof hij met zijn neus op het leven van Vico heeft gezeten. Vico zou een driedaagse reis van Napels naar Vatolla ‘uitgebreid’ hebben beschreven. Moeilijk te controleren, indachtig de citaten uit het niet bestaande dagboek, speciaal wanneer Blaisse details geeft waarvan het wereldhistorisch belang gering is: dat hij ‘een goed bed had’ bij zijn gastheer Don Domenico Rocca en dat hij weinig at, ‘eerder aan wat vruchten en brood knabbelde dan echt tafelde.’
Zou Vico zo iets onnozels zelf opgeschreven hebben?
De geletterde tegenover de gecijferde wereld
Ondanks dit gehandicapte lezen is Het orakel van Napels nog boeiend genoeg. Blaisse is goed ingevoerd in Vico’s werk en doen en laten. Er is ook duidelijk sprake van sympathie voor de denkwereld van Vico. Die staat dan ook model voor een manier van denken die sinds Descartes heeft proberen te voorkomen dat het wereldbeeld compleet verzakelijkt en gemechaniseerd zou worden. Het was toen de gecijferde wereld tegenover de geletterde. De harde kennis tegenover de menselijke kennis. In de denkwereld die teruggaat tot Descartes heeft denken niets met gevoel, emotie, smaak of fascinatie te maken. Er wordt niet aan subtiliteit in redeneringen gedaan, een filosoof heeft geen diepte, er bestaat niet zo iets als poëtische zeggingskracht, is het geheugen geen schatkamer en kun je niet op tien verschillende manieren naar iets kijken.

Om zekere kennis te krijgen ging het bij Descartes alleen om logische en mathematische deductie. Vakken als geschiedenis, filologie en retorica deden er niet toe: die leverden alleen maar ‘waarschijnlijke’ kennis op. Er bestonden niet allerlei soorten waarheden, zoals er ook niet allerlei soorten feiten bestonden. Het was dus helemaal onmogelijk dat men waarde zou hechten aan de metafoor, de stijlfiguur tussen waarheid en leugen, of aan kennis die polyinterpretabel, paradoxaal, ambigue, ambivalent, raadselachtig, mysterieus of gewoon onzeker is.
Als bedenker van de pluralistische kenleer probeerde Vico op verschillende manieren naar de werkelijkheid en de wereld te kijken. Verschillende filosofen leverde hem daarvoor de praktische inzichten: Plato voor hoe de mens zou moeten zijn, Tacitus voor hoe de mens is, Francis Bacon als generalist, Grotius voor de rechtvaardigheid. Lucretius hield hem met beide benen op de grond.
Blaisse probeert op een ongedwongen manier Vico’s ideeën door zijn leven te vlechten. Hij weeft ook het leven en de politiek in en rond Napels door Vico’s verhaal. Het was een tragisch leven, maar wel doorschoten met perioden en gebeurtenissen die alles weer dragelijk maakten. Hij had een zoon die op een groteske manier niet wilde deugen. Hij had ook een zoon die in alle opzichten wel deugde en hem zelfs als hoogleraar opvolgde. Hij had dochters die goed terecht kwamen. Hij had de nodige geletterde mecenassen die zijn salaris aanvulden. Hij werd hofhistoricus en was degene op wie een beroep werd gedaan als er gedichten geschreven moesten worden wanneer een belangrijk persoon dood ging.
Ook had hij een geheime, niet ingeloste liefde in Giulia Rocca. Die bracht hem in een lastig parket toen ze wilde dat hij haar hielp bij de vergiftiging van haar brute echtgenoot – een verhaal waarvan het de vraag is of het waar is in deze geromantiseerde context. Er komt ook nog een handlezer bij kijken die precies voorspelt wat Vico echt overkomt.
Was Giambattista Vico wel zo’n ‘orakel’ zoals de titel suggereert? Was hij daar niet te bescheiden voor? Voor een ‘orakel’ trad hij te weinig op de voorgrond, waren zijn ideeën niet pretentieus genoeg en kregen ze in zijn tijd ook te weinig weerklank. Mark Blaisse heeft in de geest van Vico zijn verbeelding ingezet en slaagt er in zijn leven, ondanks dat twijfelachtige romantiseren, veelkantig en met eruditie te beschrijven.
Het orakel van Napels. De alternatieve waarheid van Giambattista Vico is geschreven door Mark Blaisse en uitgegeven door Balans.
ISBN: 9789460038228. Pagina’s: 256. Prijs: €19,99.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.