Vrij Nederland-redacteuren Jaco Alberts en Harry Lensink bloggen over het geruchtmakende jihadproces. Vandaag is het het woord aan Rudolph H.: roodharig, bekeerd, internetsavvy en goedgebekt.

Twintig jaar lang was hij ‘Ruud’ voor familie en vrienden. Maar vanaf 2009 begon de roodharige zoon van een Rotterdamse rechter zich Abu Said te noemen. Hij bekeerde zich samen met zijn vrouw Vera tot de islam. Zijn vader had gehoopt dat het weer zou overgaan, zei hij tegen de recherche: ‘Zoals de puberteit.’ Zijn schoonmoeder mocht hem graag. ‘We hadden geen moeite met Ruud als persoon, maar met het moslimzijn. Ze zijn salafist, niet gewoon moslim. Heel extreem.’ Nu kent Nederland hem als Rudolph H. (1989), het maatje van hoofdverdachte Azzedine C., alias Abu Moussa. Ze staan in het Haagse jihadi-onderzoek samen voor de rechter op verdenking van opruiing en deelname aan een terroristische organisatie.

Hij was de ‘websiteman’ van de groep, de beheerder van de Dewarereligie.nl en Radioghurabaa.nl. De laatste site zond volgens de recherche ‘onophoudelijk jihadistische liederen uit waarin de gewelddadige jihad en de martelaarsdood centraal stonden’. In de zomer van 2014 is Dick Schoof het zat. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding besluit om beide sites een brief te sturen en de beheerders er op te wijzen ‘een terroristische organisatie als de ISIL te verheerlijken, te steunen en grove misdaden te vergoelijken’. Schoof schrijft dat hij het ‘aanwakkeren van anti-Westerse sentimenten’ en het geven van een podium aan predikers die oproepen tot geweld ‘onacceptabel’ vindt.

In een afgeluisterd telefoongesprek van 3 juli 2014 bespreken Rudolph H. en Abu Moussa de brief van Schoof. Rudolph: ‘Ja, ik zat wel te denken wat we kunnen doen. Ik ga eerst een column schrijven over die aangifte en over het onderzoek en dan daarna kom ik nog eens met die NCTV, ga ik het gewoon uitmelken.’

Abu Moussa: ‘Ja, ja, ja.’

Rudolph: ‘Want ook vandaag hebben we weer, vandaag hebben we ruim, tot nu toe hè, de dag is nog lang niet afgelopen, 7500 views.’

Dus komt Dewarereligie.nl met een puntige reactie op de NCTV: ‘Stik maar lekker in jullie woede, het interesseert ons geen ene moer!’ De beheerders maken zich niet druk. Dat blijkt uit het telefoongesprek, als Abu Moussa zegt dat ‘ze gewoon niet weten wie erachter de website zit’.

Dat blijkt wensdenken van de verdachte. De telefoontaps en officiële registraties wijzen onomstotelijk naar het tweetal. In het onderzoek noteert de verbalisant dan ook droog dat na de aanhoudingen van Rudolph H en Abu Moussa op 27 augustus 2014 ‘er geen berichten meer geplaatst op de internetpagina Dewarereligie. Hierdoor lijkt het erop dat zij beiden de enige beheerders waren van deze website.’ Of het een slip-of-the-tong was of niet, afgelopen week in de rechtzaal sprak Rudolph in een tussenzinnetje zelfs over ‘mijn website’.

Als een moderne jihadi liet Rudolph zich evenmin onbetuigd op social media. Onder het Twitter-account @Abusuhayb_DWR uitte hij de wens: ‘Moge Allah dat zionistenvolk met wortel en al van de kaart vegen.’ En op een ander moment: ‘Dringend gezocht: moslims die bereidt zijn hun leven te geven voor Allah Azza wa Jal en te strijden fisabilillah. Twee garanties: overwinning of Shahada. Allah staat aan onze kant.’

De auteur zelf lijkt zich van geen kwaad bewust. Als de recherche hem na zijn arrestatie verhoort en vraagt of hij de inhoud van Dewarereligie opruiend vindt, zegt Rudoph resoluut: ‘Nee. lk zie het als een prikkelend ander geluid. Het is niet het standaard nieuws. Het is vergelijkbaar met Geenstijl.nl. Zij zijn de stoute jongen van de klas. Ze hebben een duidelijke satirische view. De ware religie brengt ook een opinie, prikkelend en minder conventioneel.’ Dat hij op Twitter het ‘zionistenvolk van de kaart wil vegen’ kan de verdachte zich niet herinneren. ‘En dan nog, het is een oproep aan Allah, dus ik kan me niet voorstellen, dat het haatdragend is.’

In een tweede verhoor lijkt Rudolph H. in te binden. Hij heeft het dossier bestudeerd en meent dat de politie er naast zit. ‘Ik wil op deze plaats dan ook afstand nemen van jihadisme, terrorisme, en alle gruwelijkheden die daarbij horen.’ Of hij dat vandaag opnieuw zal doen, is de vraag. Wat in ieder geval opviel aan de eerste week in de ‘bunker’ is dat Rudolph zich uiterst secuur heeft voorbereid op zijn proces. De getuige-deskundigen werden door hem onderworpen aan een spervuur van vragen.