Op het oprichtingscongres van D66 in december 1966 in de RAI sprak Hans van Mierlo met bronzen stem over het ‘groeiend onbehagen ten aanzien van het vastgeroeste partijbestel,’ over ‘de volstrekte ontoereikendheid van onze staatsrechtelijke regels’ en over ‘de frustrerende dictatuur van het politieke establishment’. Er klonk groot applaus, want dat was wat de oprichters en de eerste sympathisanten bewoog: niets minder dan het ‘opblazen van het stelsel,’ zoals Van Mierlo het zelf uitdrukte.

Meer Macht op vrijdag: Een leider zonder visie (hoi Mark), daar had Ruud Lubbers een hekel aan Lees verder

Niet lang daarna wandelde de jonge vernieuwer als een Nederlandse Alain Delon in regenjas langs de gracht voor zijn beroemde campagnespot en haalde de partij vanuit het niets zeven zetels, tot grote verontrusting van genoemd...