Achteraf was het stilte voor de storm, de rust in Beiroet begin november. Op maandag de negende liep topdiplomaat Sigrid Kaag op haar fluorescerend groene schoenen, gehuld in een wit T-shirt met nummer 36276 de marathon van Beiroet. ‘Voor mij was het trouwens een marathon à la Libanaise,’ zegt Kaag, ‘ik liep niet meer dan vijftien kilometer.’ Ook de dagen erna was het nog business as usual. Ze sprak met parlementslid Michel Aoun, voormalig generaal van de christelijke falange, en met een andere christelijke leider, Samir Geagea. Op twitter verschenen foto’s van Kaag in geanimeerd gesprek met deze twee veteranen uit de Libanese politiek. Toen ze na die afspraak met Geagea naar haar kantoor reed, hoorde ze dat er twee zelfmoordenaars hadden toegeslagen in Beiroet. In het drukke winkelgebied van de wijk Burj al-Barajneh in het zuiden van Beiroet was een ravage aangericht. Hier bliezen, een dag voor de aanslagen in Parijs, twee zelfmoordcommando’s van Islamitische Staat zichzelf op. Drieënveertig mensen kwamen om het leven, meer dan tweehonderd raakten gewond.

Kaag schakelde meteen naar de hoogste versnelling en zette de veiligheidsprocedures voor dit soort noodsituaties in gang. ‘We gingen na of alle VN-medewerkers veilig waren, onze staf in de getroffen wijk werd geëvacueerd, ik had telefonisch contact met premier Tammam Salam. De Libanese autoriteiten hebben een oproep gedaan om de kalmte te bewaren. Dat was verstandig en nodig.’ Ze gaf een verklaring uit waarin ze haar ontzetting uitsprak over de ‘gruwelijke aanslag’ en zei dat de ‘eenheid, stabiliteit en veiligheid van Libanon’ te allen tijde gesteund en beschermd moeten worden. ‘Die avond had ik de Amerikaanse ambassadeur thuis te eten, maar van een echt gesprek kwam het niet, ik zat de hele tijd aan de telefoon.’

Explosieve situatie

Sigrid Kaag (54) is via Italië uit Beiroet naar Amsterdam gevlogen en heeft maar weinig geslapen. ‘Ik functioneer goed met heel weinig slaap, maar dat wordt toch minder met het ouder worden.’ Haar conditie houdt ze op peil met hardlopen. ‘In Syrië kon ik de deur niet uit, daar zat ik de hele dag in een bunker van het hotel met zware beveiliging. Maar in Beiroet ren ik onder begeleiding van een paar lijfwachten.’

In januari trad Kaag in Libanon aan als vertegenwoordiger van secretaris-generaal Ban Ki-moon. Ze is een van de belangrijkste Nederlandse diplomaten bij de Verenigde Naties en kreeg internationale bekendheid toen ze vorig jaar leiding gaf aan de ontmanteling van het arsenaal aan chemische wapens van de Syrische strijdkrachten.

Dat we over een tragische volksverhuizing praten bij een kopje thee in de lobby van het chique hotel de l’Europe heeft iets onwerkelijks.

In de eerste week na haar aankomst in Libanon kreeg ze meteen haar vuurdoop. Bij de Israëlisch-Libanese grens, waar de situatie altijd al gespannen is, kwam het tot een vuurgevecht waarbij twee Israëlische grenswachters sneuvelden. De aanval van Hezbollah was een vergelding voor het Israëlische bombardement een week eerder in Syrië, waarbij zes Hezbollahstrijders en een Iraanse generaal om het leven kwamen. De situatie dreigde snel te escaleren, zowel Hezbollahleiders als de Israëlische premier Benjamin Netanyahu sloegen oorlogszuchtige taal uit en een herhaling van de oorlog tussen de twee aartsvijanden uit 2006 dreigde. ‘Ik was net begonnen en toen ik die ochtend mijn kantoor binnenkwam, vroeg ik aan mijn staf: “Hoe pakken jullie dit soort zaken gewoonlijk aan?”’

Het is de taak van een VN-diplomaat om explosieve situaties tot bedaren te brengen en dus greep Kaag haar telefoon en belde alle hoofdrolspelers in het conflict. ‘Ik kende ze allemaal al door mijn vorige klus in Syrië, ik heb goede contacten zowel binnen Hezbollah als in Israël en Iran, de belangrijkste bondgenoot van Hezbollah. Het waren meteen twee bijzonder spannende dagen, een extreme situatie waarin ik mijn uiterste best moest doen het hoofd koel te houden.’

VN-diplomaat Sigrid Kaag. Foto: Jeroen Robert Kramer
Syrische bedelaars

Kaag is op tijdelijke basis in Libanon en hoe lang ze er blijft, heeft ze maar gedeeltelijk zelf in de hand. ‘Ik geloof niet in het fly-by-night principe, ik ben er voorstander van dat je echt tijd investeert in een post en iets concreets achterlaat. Ik heb in de veiligheidsraad mijn visie geschetst op de toekomst van Libanon. Als ambassadeur of special envoy moet je contacten maken, vertrouwen winnen, iets met je team opbouwen. Dat heeft tijd nodig. Ons beleid hier moet verschillende pilaren hebben: vrede en veiligheid, stabiliteit en stabilisering. En de vluchtelingencrisis is daarbij een van de grootste problemen.’

De vluchtelingenstroom mag zich dan deels naar Europa hebben verplaatst, in Libanon is het al jaren de dagelijkse realiteit: al meer dan 1,1 miljoen mensen hebben hier hun toevlucht gezocht voor het geweld van Assad, IS en de talloze andere grotere en kleinere strijdgroepen die elkaar naar het leven staan. De Syrische vluchtelingen wonen in gehuurde appartementen en in onofficiële tentenkampen op het platteland, maar leven vaak ook gewoon op straat. Goede kans dus dat Kaag Syrische bedelaars aantreft als ze uit haar kantoor in de binnenstad van Beiroet naar buiten loopt. Ook haar kinderen, die met haar zijn meeverhuisd naar Beiroet, worden regelmatig geconfronteerd met mensen die alles in Syrië hebben achtergelaten en een nieuw leven proberen op te bouwen.

Haar zoons Makram, Adam en Inas zitten op de internationale school van Beiroet. ‘De oudste wilde absoluut niet weg uit Oost-Jeruzalem, die wilde niet naar Beiroet, die was heel boos op mij. Maar wij vinden de scholen beter in Beiroet en ik maakte me ook zorgen over de situatie in Oost-Jeruzalem. Hij is zestien en ik vond het daar niet veilig voor een tiener, ik ben heel blij dat hij hier bij mij is.’ Haar zoons organiseerden al een voetbaltoernooi voor vluchtelingen en cursussen zelfverdediging. En haar dochter Janna, die nu in Londen studeert, deed in Beiroet vrijwilligerswerk voor een organisatie die opkomt voor Syrische vrouwen en kinderen die het slachtoffer werden van seksuele uitbuiting.

Dat we over een tragische volksverhuizing praten bij een kopje thee in de lobby van het chique hotel de l’Europe heeft iets onwerkelijks. Maar als topdiplomate is Kaag wel gewend aan wisselende omstandigheden. De afgelopen tijd reisde ze heen en weer tussen internationale vergadertafels van New York tot Amman en het platteland van Libanon. Ze sprak ooit met presidentsvrouw Asma Assad (‘een leuke vrouw, hoe raar dat nu ook klinkt’), maar ook met Libanese ministers en met kinderen in vluchtelingenkampen.

Iedereen neemt haar zeer serieus. Een tough cookie met veel charme.

‘Op dit moment is de grens officieel gesloten, maar de afgelopen jaren is Libanon volgestroomd met Syriërs,’ zegt Kaag. ‘Eén op de vier inwoners van Libanon is nu vluchteling en de Libanese bevolking is de afgelopen jaren heel genereus geweest. Ze kennen de verschrikkingen van een burgeroorlog uit eigen ervaring, ze weten hoe funest zoiets is voor een samenleving. Maar inmiddels klagen vooral armere Libanezen dat hun banen worden afgepakt en dat er te veel geld gaat naar het onderwijs aan Syrische kinderen. Ook is er de vrees dat het toch al wankele evenwicht tussen de verschillende religieuze en etnische groepen in het land wordt verstoord nu er vanuit Syrië zoveel soennieten het land binnenkomen.’

Geconfisqueerde familiewoning

‘Sigrid heeft een geweldige kennis en ervaring en daarnaast beschikt ze over een bijzonder charismatische uitstraling,’ zegt oud-diplomate en D66-senator Petra Stienen. Ze kent Kaag sinds ze allebei op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag werkten. ‘Sigrid spreekt vloeiend Arabisch en is al tientallen jaren actief in de regio. Dat is op een moeilijke post zoals in Libanon een waanzinnig goede combinatie. Of ze nu met leiders van politieke partijen, Hezbollah of activisten aan tafel zit, iedereen neemt haar zeer serieus. Dat ze een vrouw is helpt daarbij ongetwijfeld, ze is letterlijk en figuurlijk ontwapenend. Een tough cookie met veel charme.’

Dat Sigrid Kaag is vergroeid met de regio, wordt nog versterkt door haar huwelijk met de Palestijn Anis al-Qaq, een voormalige tandarts die bij de PLO tal van sleutelfuncties vervulde, nauw betrokken was bij de totstandkoming van de Oslo-akkoorden maar ook het nationale Palestijnse theater heeft opgezet. Terwijl zijn gezin in Beiroet is, woont al-Qaq nog steeds in hun huis in Oost-Jeruzalem, dat door zijn vader werd gebouwd tegen een helling van de oude stad. ‘Ons huis kijkt aan de ene kant uit op de vallei en aan de andere kant op de al-Aqsamoskee,’ vertelt Sigrid Kaag.

Pal naast hun huis staat de oorspronkelijke familiewoning die in 1967 werd geconfisqueerd door Israëlische kolonisten. Maar ze kan persoonlijke kwesties goed scheiden van haar diplomatieke werk, zegt Kaag. ‘Ik heb uitstekende contacten met Israëlische diplomaten en ook privé ken ik daar een aantal mensen. Het is ook in Libanon belangrijk om goede contacten te onderhouden met de Israëli’s, het grensconflict in januari was daarvan een goed voorbeeld.’

Op de vraag of het uitmaakt dat ze als vrouw een belangrijke positie bekleedt in een vooral door mannen gedomineerde regio, moet Kaag grinniken. Ze noemt het een ‘typisch Nederlandse vraag’. Hoezo? ‘Het gaat om de statuur van je functie. En in het Midden-Oosten hebben je gesprekspartners er dan vaak een stuk minder last van of je man of vrouw bent dan in veel West-Europese landen. Het gaat om macht, status, invloed, of je mensen kent, of je de geschiedenis van de regio kent.’

Sigrid Kaag in haar bureau na de aanslagen in Beiroet twee weken geleden. Foto: Jeroen Robert Kramer
Man van mijn leven

Dat ze diplomaat zou worden, lag niet voor de hand, zegt Kaag. Ze groeide op in Zeist, haar vader was musicus, haar moeder een reislustige vrouw. Ze heeft thuis, zegt ze, wel alle kansen had op zelfontplooiing en studie. ‘Daar hechtten mijn ouders aan.’
Aanvankelijk studeerde ze Arabische taal- en letterkunde in Leiden, maar ze stapte al snel over naar de Amerikaanse universiteit in Caïro. ‘In Nederland waren ze te veel gericht op taal- en letterkunde,’ zegt Kaag. ‘Ik interesseerde me ook voor de politiek en voor de geschiedenis van het Midden-Oosten.’

En daar bovenop komen dan nog die 1,1 miljoen Syrische vluchtelingen.

Na haar studie keerde Kaag voor korte tijd terug naar Nederland, waar ze bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in ‘het klasje’ terechtkwam. Eind jaren tachtig vertrok ze voor een missie naar Israël, de Palestijnse gebieden en Jordanië, waar ze in het team van de voormalige Nederlandse ambassadeur Rob van Schaik in opdracht van toenmalig secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali moest uitzoeken hoe effectief de VN-programma’s in de regio waren. ‘Het was een korte missie, maar ik heb toen wel de man van mijn leven ontmoet,’ lacht ze.

Toen de liefde zich bestendigde, besloot Kaag de Nederlandse diplomatie te verlaten en een carrière bij de Verenigde Naties op te bouwen. Ze kreeg een baan in Genève, haar man volgde haar twee jaar later en werd Palestijns diplomatiek vertegenwoordiger in Zwitserland.

Vals wondertje

Libanon is een fragiel land, benadrukt Kaag herhaaldelijk. In Europa en ook in Nederland wordt door politici enthousiast gepleit voor opvang van vluchtelingen ‘in de regio’, een diplomatieke variant op het aloude ‘not in my backyard’. Kaag hoort die pleidooien verbaasd aan, de regio is tenslotte al overvol met mensen die huis en haard hebben achtergelaten en Libanon heeft daarnaast genoeg eigen problemen. Al meer dan een jaar proberen Libanese politici een nieuwe president te kiezen, na meer dan dertig stemrondes in bijna anderhalf jaar zijn ze daar nog steeds niet in geslaagd. Het vuil ligt steeds hoger opgetast in Beiroet sinds de grootste vuilnisbelt van de stad werd gesloten omdat die overvol was. Hoe zwak en verdeeld de huidige regering is, bewijst het feit dat het maar niet lukt om dat nijpende probleem op te lossen. Het huisafval wordt al sinds juli niet meer opgehaald en na hevige regenval stroomt het soms letterlijk naar beneden door de steile straten van de stad.

En daar bovenop komen dan nog die 1,1 miljoen Syrische vluchtelingen. De angst voor een verstoring van het demografische evenwicht in Libanon is groot. In het land wonen sjiieten, soennieten, en christenen naast elkaar in een broze balans vanwege een recent verleden vol geweld tijdens een burgeroorlog die duurde van 1975 tot 1990. De komst van de overwegend soennitische Syrische vluchtelingen kan die balans verstoren. ‘In de westerse media wordt al snel gezegd: in Libanon gaat het prima, omdat er gewoonlijk weinig nieuws komt uit dat land,’ zegt Kaag. ‘Maar je ziet aan de recente zelfmoordaanslagen dat dat helemaal niet vanzelfsprekend is. Het is eerder een vals wondertje omdat de Libanezen uit eigen ervaring weten dat oorlog nergens toe leidt.’
Toch moeten we er vooral niet te hard op rekenen dat het zo blijft, zegt Kaag. Irak en Syrië zijn geïmplodeerd, waarom zou dat niet ook met Jordanië of Libanon gebeuren? Als het in Libanon ontploft, kan de bevolking nergens heen: niet naar Israël in het zuiden en nu ook niet meer naar Syrië, dat het land aan de oost- en noordkant omsluit. ‘Ze kunnen alleen nog maar over de zee naar Cyprus. Het is mijn taak om dat te helpen voorkomen en om ervoor te zorgen dat de buitenwereld de situatie in Libanon niet voor lief neemt.’

Hoe gemakkelijk het Syrische conflict naar Libanon kan overslaan, bleek niet alleen bij de recente aanslagen in Beiroet maar ook al in augustus vorig jaar. Strijders van het jihadistische al-Nusra en van IS bestormden toen Libanese grensposten en het politiebureau van het grensdorp Arsal, nadat een commandant van al-Nusra was opgepakt. Zestien politiemannen en twee soldaten werden gegijzeld, het Libanese leger omsingelde het dorp en bij de gevechten die volgden, kwamen de dagen erna negentien militairen, tweeënveertig burgers en zestig jihadisten om het leven. De situatie is er nog steeds bijzonder instabiel.

Kaag bezocht Arsal in juni met de minister van Defensie en de opperbevelhebber van het Libanese leger. ‘Ook daar, tegen de Syrische grens, zijn informele vluchtelingenkampen. Volgens de lokale bevolking is het er een komen en gaan van extremisten die in Syrië vechten. Het is een onveilig gebied waar schietpartijen en ontvoeringen aan de orde van de dag zijn. Het leger heeft een cordon sanitaire om Arsal gelegd, het ging tenslotte om de territoriale integriteit van Libanon. Het kon de ene of de andere kant op gaan.’

Kaag benadrukt dat rust in het grensgebied tussen Syrië en Libanon essentieel is. ‘Europa moet zich realiseren dat de problemen alleen maar groter worden als het mis gaat in Libanon. Al is het uit welbegrepen eigenbelang. We moeten ook investeren in het versterken van het Libanese leger, die doen een geweldige klus. Ze hebben het grensgebied een stuk veiliger kunnen maken. Want vergeet niet, van daaruit ben je in 45 minuten in Damascus. De Libanezen zeggen: onze veiligheid, echte stabiliteit, vergroot ook jullie veiligheid.’

De problemen in het grensgebied lopen op. Foto: Bilal Hussein/AP/HH
Niet meer dan overleven

Dat de Libanese regering vindt dat de hele wereld moet meebetalen aan de opvang van vluchtelingen is helemaal terecht, zegt Sigrid Kaag. Want hoe reëel de angst voor een gewapend conflict in Libanon ook is, waar ze zich op dit moment vooral zorgen over maakt, is wat zij de Verelendung van de vluchtelingengemeenschap noemt. ‘Het aantal vluchtelingen is nog nooit zo hoog geweest als nu, de crisis wordt alleen maar erger. En hoe langer een conflict duurt, hoe meer vluchtelingen in financiële nood komen. De mensen hebben hun laatste spaarcentjes inmiddels opgebruikt.’

In Libanon bestaat geen gereguleerde opvang voor vluchtelingen. Syriërs worden er wel gedoogd maar moeten voor een belangrijk deel zelf in hun levensonderhoud voorzien. Er zijn ook geen kampen of centra zoals in Nederland, mensen moeten onderdak zoeken bij Libanezen en dus zijn de rijkere Syriërs neergestreken in huurappartementen in de steden. Syriërs die al vaak seizoensarbeid deden in Libanon hebben hun toevlucht gezocht op het platteland. Bij de akkers zijn overal kleine tentenkampen verrezen. ‘Je komt daar aan met je hachje,’ vat Kaag het samen. ‘En als je wat geld hebt, mag je een stuk land huren van een lokaal baasje.’

Grote opvangcentra zoals in Europa zijn er niet in Libanon vanwege het Libanese Palestijnen-trauma. De Palestijnen die sinds 1948 bij de verschillende conflicten in Israël uitweken naar Libanon, werden in de loop der jaren opgevangen in twaalf grote kampen. ‘Ze zouden maar even blijven en zijn er zesenzestig jaar later nog steeds.’ De tentenkampen zijn inmiddels getransformeerd tot min of meer reguliere woonwijken. Het is niet de bedoeling dat de Syrische vluchtelingen eveneens decennialang in het gastland blijven.

Libanon heeft er net als Jordanië en Turkije voor gekozen vluchtelingen niet te laten werken en per vluchteling van vijftien jaar en ouder een relatief hoge vergoeding te vragen voor een verblijfsvergunning. Het beleid in Libanon is indammen en beperkt houden, een vierde van de bevolking is de grens van wat het land aan kan, zegt Sigrid Kaag. De in Brussel en ook in Den Haag zo geroemde ‘opvang in de regio’ als dé oplossing voor alle problemen is dat in werkelijkheid volgens haar dan ook helemaal niet. ‘Vluchtelingen leiden een uitzichtloos bestaan, we hebben het dan echt over niet meer dan overleven. De werkloosheid is hoog en onder vluchtelingen nog hoger. En dan de infrastructuur, die was al niet zo best en is nu totaal overbelast waardoor water en elektriciteit om de haverklap uitvallen. De situatie in Libanon is op termijn onhoudbaar.’

‘Ik ben er voorstander van dat je echt tijd investeert in een post en iets concreets achterlaat.’ Foto: Jeroen Robert Kramer
Lost generation

Nu het geld opraakt en de financiële toestand van de vluchtelingen nijpender wordt, zien ze bij de Verenigde Naties steeds vaker dat Syrische families hun tienerdochters aan Libanezen uithuwelijken in ruil voor een langer verblijf. ‘Dat komt neer op een uitruil van seks tegen verlenging van onderdak. We hebben nog geen zicht op de exacte schaal van dat probleem, we proberen er onderzoek naar te doen, maar het onderwerp ligt uiteraard heel erg gevoelig.’ Steeds vaker worden kinderen bij boeren op het land aan het werk gezet. ‘Het onderwijs is weliswaar gratis maar als het geld opraakt, halen ouders hun zonen en dochters toch van school,’ zegt Kaag. ‘Alleen zo lukt het ze om de huur te betalen en eten te kopen. Kinderen op school krijgen is een hele opgave, maar ze daar ook houden wordt steeds lastiger.’

‘In Brussel hopen ze dat de situatie in fragiele landen als Libanon stabiel blijft. Maar is dat verstandig?’

Dat versterkt het probleem van wat voormalig Brits premier Gordon Brown, nu onderwijsgezant van de Verenigde Naties, de ‘lost generation’ noemt. Voor de burgeroorlog uitbrak, gingen alle kinderen in Syrië naar school. Het land had dan ook een goed opgeleide bevolking. Maar nadat overheidsstructuren waren ingestort en miljoenen op de vlucht waren geslagen, ontstond een grote groep die inmiddels al jarenlang geen onderwijs meer heeft genoten. In Libanon heeft Brown samen met Unicef en de minister van Onderwijs – de voormalige rector van de American University in Dubai – een campagne gevoerd om zoveel mogelijk van die kinderen toch naar school te krijgen. ‘Honderdduizend kinderen krijgen nu onderwijs,’ zegt Sigrid Kaag. ‘Maar driehonderdduizend anderen zitten thuis en leren niets. Zo ontstaat er een verloren generatie van jongeren zonder opleiding en zonder kansen.’ Dat ze niet naar school gaan, is overigens vooral te wijten aan het gebrek aan fondsen. Volgens de vluchtelingenorganisatie UNHCR is nog eens vijfentwintig miljoen dollar nodig om op korte termijn de meest kwetsbare groep van veertigduizend kinderen naar school te krijgen.

Kortetermijndenken

Kaag volgt de Europese discussie over de opvang van vluchtelingen met opgetrokken wenkbrauwen. Natuurlijk, ze moet boven de partijen staan en verwacht van de topdiplomaat dan ook geen politieke uitspraken. Maar wel is ze het volmondig eens met de harde woorden van de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties, António Guterres, die onlangs de staf brak over de besluiteloosheid van Europa en de neiging om problemen voortdurend af te schuiven op de toch al overbelaste buurlanden van Syrië. Hij waarschuwde voor een ongecontroleerde toestroom van vluchtelingen als Europa zijn grenzen zou sluiten. Daarnaast riep Guterres op de belofte aan de Verenigde Naties over het vrijmaken van gelden voor de opvang van vluchtelingen in de regio na te komen en daarnaast ook meer vluchtelingen op te nemen volgens het principe van wat binnen de Verenigde Naties ‘burden sharing’ wordt genoemd, het eerlijk verdelen van de lasten.

‘Als er in Libanon of Jordanië nog meer vluchtelingen bij komen, kan dat net de straw zijn that breaks the camel’s back,’ zegt Kaag.

Onlangs was ze in Brussel, waar ze samen met Guterres gesprekken voerde. ‘Ik heb bij onze Europese gesprekspartners aangedrongen op een reality check. Ze maken nu mooie plannen voor Europa, hoewel van de uitvoering daarvan niet veel terecht lijkt te komen. Maar het is wél een Europa dat naar binnen gericht is. In Brussel hopen ze dat de situatie in fragiele landen als Libanon stabiel blijft. Maar is dat verstandig? De Libanese premier heeft niet voor niets een noodoproep gedaan tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. We zeggen dan ook tegen Nederland en andere Europese landen: kijk wat je meer kunt doen, want jullie draagvlak en jullie vermogen om mensen een toekomst te geven is veel groter dan in de regio.’

Hét grote probleem, vindt Kaag, is dat politici alleen maar uit zijn op successen op de zeer korte termijn. Humanitaire hulp geven? Dat is vaak geen probleem, dat is acuut, levert direct resultaat op. Maar hulp op lange termijn, een land er door jarenlange steun weer bovenop helpen? Dat valt buiten de vierjarige cyclus van een gemiddelde minister of parlementslid, dan zijn de resultaten niet echt zichtbaar en dus ook niet politiek te verkopen. Overigens ook niet door politici in Libanon of Jordanië. ‘Bij mijn vorige baan, toen ik toezag op de verwijdering van chemische wapens in Syrië, was geld geen probleem, dat project moest slagen. Maar onderwijs voor kinderen? Dat is veel moeilijker.’

Spandoeken met ‘Eigen volk eerst’? Ik moet concluderen dat Nederland in mijn afwezigheid is veranderd.
Laatste noodkreet

Kaag wordt niet vrolijk van de volksprotesten tegen de komst van asielzoekerscentra in plaatsen als Purmerend, Woerden, Enschede, Steenbergen, Montfoort en Amstelveen. ‘Ik begrijp dat die mensen zich overweldigd voelen, dat ze het allemaal niet kunnen plaatsen. Maar ze zullen zich toch over hun islamofobie en hun angst voor het onbekende heen moeten zetten. Ook al wordt die angst begrijpelijkerwijze weer versterkt door de verschrikkelijke aanslagen in Parijs en de geruchten dat daar mogelijk een dader bij betrokken is die via Griekenland Europa is binnen gekomen.’
Ze herhaalt dat ze zich op geen enkele manier wil uitspreken over de Nederlandse partijpolitiek. Maar toch kan Kaag het niet laten te reageren op een recente uitspraak van VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Die zei dat vluchtelingen in Nederland geen aanspraak kunnen maken op ‘ooglidcorrecties, borstvergroting en complete tandrenovaties’. ‘Als het daar om gaat, kunnen Syrische vluchtelingen beter naar Beiroet komen. Bij ons hebben ze uitstekende plastische chirurgen, en die zijn een stuk goedkoper dan hun Nederlandse collega’s. Maar even serieus: als je niet zelf in oorlogsgebied hebt geleefd, begrijp je niet dat mensen nu overal liever zijn dan in Homs of Aleppo. Zelfs het risico om midden op zee te zinken met een lekkende boot nemen ze dan voor lief. Dat is toch alleszeggend, het is een laatste noodkreet.’

In de Nederlandse kranten las ze over spandoeken met teksten als ‘Eigen volk eerst’. ‘Ik moest echt een paar keer kijken en mezelf in de arm knijpen; dat zo’n slogan weer opduikt, vind ik beklemmend. Dan moet je concluderen dat dit soort volksmennerij kennelijk aanslaat en dat Nederland gedurende mijn afwezigheid nogal is veranderd.’

Ondanks alles heeft Kaag wel begrip voor de angst van burgers voor wie het conflict in Syrië ver weg is – onbekend maakt nu eenmaal onbemind. ‘Burgers hebben het idee dat er alleen maar mannen met baarden naar hun dorp of wijk komen. Dat het Syrische conflict wordt verplaatst naar hun rustige achtertuin. Die angst moet je als burgemeester, minister of Kamerlid kunnen begrijpen, maar dan moet je vervolgens de burger ook de andere kant van het verhaal vertellen.’ Politici zouden moeten blijven benadrukken dat het in Europa nog steeds gaat om relatief geringe aantallen vluchtelingen, een heel klein percentage van de bevolking. ‘En dat moet Nederland makkelijk aankunnen.’

Kaag beziet de ontwikkelingen in Europa met nog meer zorg dan vóór de aanslagen in Parijs. ‘De roep om de grenzen te sluiten om terroristen buiten te houden is echt geen oplossing, het is niet meer dan symptoombestrijding. Ik kan me er ook niets bij voorstellen eerlijk gezegd, hoe kan je het continent Europa afsluiten van de rest van de wereld? De Hoge Commissaris voor de vluchtelingen heeft het terecht over de noodzaak van een gezamenlijk vluchtelingenbeleid. Ik hoop dat het daar snel van komt, want de strijd in Syrië wordt alleen nog maar heviger. En de winter komt eraan.’