De schrijfdocent heeft bouwstenen voor een roman op het bord geschreven. Ik heb ze in mijn schrift genoteerd en lees ze na.
Openingsscène: moet goed zijn.
Conflict: wat is mijn conflict?
Personages: geef mijn personages autoriteit of een ‘ding’ mee. Perspectief: ik, derde persoon, alleswetende verteller?
Omgeving: denk aan de omgeving waarin je schrijft.
Spanningsboog: hang de lezer een vette … voor
.

Ik zit weer in het klasje met mijn schrijvende vrienden. Wat mij het meest is opgevallen de afgelopen maanden is dat wanneer ik buitenstaanders heb verteld dat ik een schrijfcursus doe zij plots in mij een echte schrijver detecteren. En erger, door mij doodnormaal geschreven zinnen, ineens bestempelen als literatuur. Tijdens een wijncursus met collega’s omschreef ik de wijnsmaak als: zeik van een dode in Tsjernobyl geboren bever. Een beroerde zin. Ik dacht dat ze zouden vragen hoe dat smaakte, maar er werd er gelachen: ‘Je merkt dat jij een schijfcursus doet.’

Zadel niemand anders op met jouw verlangen een boek te willen schrijven, maar schrijf gewoon en houd je muil erover.

Ik keek ze ongelovig aan en besefte dat buitenstaanders nu iets in mij zien waarvan ikzelf nog niet weet of ik het ooit zal zijn – ja, ik weet het wel, maar zal dit nooit uiten. Vertel daarom nooit – een tip – aan derden dat je een schrijfcursus doet; zadel niemand anders op met jouw verlangen een boek te willen schrijven, maar schrijf gewoon en houd je muil erover.

Terug naar het schrijvende klasje met mijn schrijvende vrienden van de Querido Meesterproef waar nog steeds op het bord staat: De bouwstenen voor een goede roman. Ik heb ze genoteerd en vraag aan de docent hoe je de lezer een dikke, vette … voorhoudt. Ze fronst.
‘Je moet in je roman bepaalde zaken niet te snel verklappen. Je laat de lezer als het ware langzaam een pakje uitpakken.’
‘Hoe doe je dat dan?’ vraag ik.
‘Je werkt naar een climax toe, langzaam, je stelt het zo lang mogelijk uit.’
‘Net als tantraseks?’
Ze knippert met haar ogen.
‘Zo, ongeveer ja. Maar we gaan nu eerst elkaars werk bespreken.’

‘Maar, ik zou toch wel graag willen weten, wat ik de lezer voor moet houden,’ riposteer ik, maar het is te laat.

Voor de tweewekelijkse bijeenkomst heeft iedere cursist weer gewerkt aan zijn/haar roman, die we samen behandelen. Het verhaal van de verdwaalde Belg is altijd een feestje omdat hij de schrijverij in z’n vingers heeft. Van de overige cursisten is de kopij van wisselende kwaliteit met als dieptepunt een iemand van wie ik me na vier bijeenkomsten nog steeds afvraag hoe hij door de selectieprocedure is gekomen. Hopelijk doet hij zijn betaalde werk beter. Hiermee wil ik niet de illusie wekken dat mijn werk een pluim verdient.

Veel van de commentaren die over deze tafel vloeien zijn vergelijkbaar met hoe kinderen wijs wordt gemaakt dat Sinterklaas bestaat.

Wat mij tijdens de bespreekronde het meest opvalt, is hoe de waarheid onder een wollen dekentje wordt verdoezeld. Iedereen die een beetje verstand heeft van schrijven weet of hij of zij het kan, gevoel heeft voor woorden, maar vooral: wanneer iemand het niet beheerst. In dat geval, wees eerlijk. Schrijven kost veel tijd en diegene zou zijn tijd beter kunnen besteden. Het leven is al zo kort. Werkelijk veel van de commentaren die over deze tafel vloeien zijn vergelijkbaar met hoe kinderen wijs wordt gemaakt dat Sinterklaas bestaat.

Na de cursus gaan we voor het eerst met z’n alles iets drinken. Na het bestellen van mijn Merlot uit 2016 vertel ik net iets te enthousiast dat ik een wijncursus doe. Had ik niet moeten doen. Ineens zijn alle ogen op mij gericht en sta ik uit te leggen dat een Cabernet Sauvignon over het algemeen meer tannines bevat dan een Merlot en dat laatstgenoemde soepeler van smaak is, een weelderig mondgevoel heeft met een tamelijk lange afdronk. Ik zie ze interessant meeknikken en besluit me maar om te draaien. Verschrikt kijk ik in de ogen van de schrijfdocent.

‘Een worst,’ roep ik.
Ze kijk verbaasd, ik ga door.
‘Hang de lezer een vette, dikke, worst voor, dán blijft-ie geboeid.’
Ze knipoogt en zegt: ‘Ja, inderdaad. Lekker hé, een worst.’
Verdomme, denk ik, schrijven is net wijn savoureren. Beide werelden opgeblazen met gebakken lucht, maar wat is het heerlijk om er vol in mee te gaan.