Zijstap: wat er gebeurde na de verschijning van mijn eerste blog. Gezien mijn olijke toon over de Meesterproef en het ietwat macramé-achtige karakter van het blog belandden sommige medecursisten hoog op de kast. Vandaar werd mij stekelig gemaild dat ik alle fatsoensnormen had overschreden met mijn lage opmerkingen en karikaturale beschrijvingen. Mijn volgende blogs zouden niet mogen verschijnen en ik mocht sommigen zeker niet benoemen. Deed ik dit wel dan zouden juridische stappen niet vermeden worden.
Geen loze woorden op de maandagochtend na de verschijning van de eerste Republiek der Letteren-nieuwsbrief. En, al kreeg ik ook positieve reacties, de dreigementen deden iets met me. Ik vroeg me af of een jurist werkelijk zijn tijd zou besteden aan mijn schrijverij. Lang nadenken over wat ik moest doen, hoefde ik niet. Ik schrijf wat ik wil en daar is wat mij betreft de kous mee af.
Talige menschen
Bijeenkomst twee van de Meesterproef, een schrijfcursus van uitgeverij Querido. De afgelopen twee weken heb ik gewerkt aan mijn verhaal en las ik stukken van mijn medecursisten. Wat mij daar het meest aan opviel, was dat ze de maker belichamen. Het verhaalidee van de verdwaalde Belg bijvoorbeeld – dat via een droom tot hem was gekomen – over de relatie tussen een hond en zijn baasje is briljant met een toefje ongerijmdheid.
De haardosvrouw schrijft talig, haast poëtisch als geen ander, en laat dat nou net de opgave zijn van deze week.
Van het stuk van de promovenda las ik tussen de regels door haar degelijke voorbereidingen. Typetje slimste meisje van de klas met haar zaken klinisch op orde, en daarmee de natuurlijke antagonist van ondergetekende. De haardosvrouw schrijft talig, haast poëtisch als geen ander, en laat dat nou net de opgave zijn van deze week.
‘Ik wil het volgende met jullie doornemen,’ zegt de schrijfdocent wijzend op de flap-over: ‘Er zijn ruwweg drie schrijfmanieren.’ Ze tekent drie vierhoeken. In de linker schrijft ze taal, in de middelste taal + verhaal, in de laatste verhaal.
‘Een boek,’ vervolgt ze, ‘kan heel talig beschreven worden met mooie lange zinnen, bijna tegen het poëtische aan. Saskia de Coster schrijft bijvoorbeeld heel talig. Het tegenovergestelde daarvan is verhaal. Hierbij staat het verhaal centraal, denk aan Dan Brown. Als laatste heb je een combinatie van die twee. Hierbij vloeien taal en verhaal samen. Jullie moeten voor jezelf weten op welke manier je schrijft,’ ze drukt de dop op de stift en kijkt rond, ‘en dan gaan we nu jullie verhalen behandelen.’
Vreemd: wildvreemden mogen iets zeggen over mijn kopij, waarvan ik denk dat het geniaal is. Een veelvoorkomende aandoening bij aspirant-schrijvers.
Schrijfprobleem
Het is vreemd dat mijn tekst is gelezen door wildvreemden. Maar, vreemder nog, is misschien dat zij iets mogen zeggen over mijn kopij, waarvan ik denk dat het geniaal is; een veelvoorkomende aandoening bij aspirant-schrijvers. De tips die ik krijg zijn helder: vermijd clichés en gebruik flashbacks om personages uit te werken en meer diepgang mee te geven. Ik moet ook de lezer in nieuwe scènes laten wennen en geen dubbele dubbele dingen schrijven.
Maar alles omvattend is er één ding: ik moet gestructureerd werken. Hier ligt namelijk de kern van mijn (schrijf)probleem. Want, als het schrijven de belichaming is van de schrijver, dan wordt structuur aanbrengen een helse klus. Dit woord komt namelijk niet in mijn vocabulaire voor. Ik rommel vaak wat aan, begin met schrijven en weet vrijwel altijd wel iets te breien. Maar een roman is andere koek – zeker geen zoete. Ik moet de komende weken ‘homogeniteit vinden’ en ‘bouwen aan mijn schrijfsysteem’. Maar ik zal eerst mijn kamer opruimen, want ook die ruimte is net als een boek, de belichaming van de bewoner.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.