Aan het woord ‘republiek’ zit een aangenaam vrijgevochten kant: zodra het woord valt denk je aan onafhankelijkheid, er niet helemaal bij horen, een eigen weg gaan. Wanneer het begrip ‘Republiek der Letteren’ opduikt kun je er daarom zeker van zijn dat die letteren een zekere afstand hebben ten aanzien van de rest van de wereld: hier wordt alles vanuit de republikeinse vrijheid bekeken met een mengsel van betrokkenheid en distantie. Het is het domein waar gedachten hun eigen gang kunnen gaan, niet gehinderd door belangen, afhankelijkheden of dienstbaarheden. ‘Nergens geniet men grotere vrijheid’ schreef iemand in het jaar 1700, terugkijkend op twee eeuwen Republiek der Letteren.
Literaire Kroniek 755: de Republiek der Letteren is van iedereen die denkt, leest en schrijft

Er woonden weinig religieuze fanatiekelingen in de ‘Republiek der Letteren’, en de dichters en schrijvers waren uit op de verzoening van tegenstellingen. Tot de vrijzinnigheid in 1610 ruw verstoord werd, zo leert het boek van Hans Bots.


