Wie onvoorbereid voor het schilderij Amnon en Tamar van Jan Steen komt te staan zal op slag vergeten dat hij vooral de schilder was van slordige huishoudens. Hier gaat het om volwassen gedragingen. Een luxueus geklede minnares neemt met een gekweld gezicht afscheid van haar nog in bed liggende minnaar. Een bediende leidt haar weg en lacht naar de toeschouwer. Het schilderij stond lang bekend als Het afscheid van geliefden, tot men zich realiseerde dat hier een wel heel akelig verhaal uit het Bijbelboek Samuel werd verbeeld.

Amnon was hevig verliefd op zijn halfzuster Tamar, de dochter van David. Hij deed alsof hij ziek was, ging in bed liggen en vroeg Tamar of ze hem iets versterkends kon komen brengen. Toen Tamar daarmee in zijn kamer verscheen, stuurde Amnon zijn personeel weg en verkrachtte haar. Direct daarna sloeg zijn liefde om in haat en gaf hij zijn bediende opdracht haar weg te sturen. De titel Het afscheid van geliefden moest misschien de werkelijkheid van dit schrijnende verhaal verhullen.

Jan Steen, Amnon en Tamar, c.1668-1670 Paneel, 67 x 83 cm Wallraf-Richartz-Museum & Fondation Corboud, Keulen

Het verhaal van Amnon en Tamar is in de geschiedenis van de man-vrouw verhouding omineus: het staat voor alle mannen die niet van vrouwen af kunnen blijven, ze gebruiken en daarna afdanken. Dit verhaal loopt van de Bijbel, via de klassieke oudheid, de middeleeuwen, de zeventiende eeuw, tot en met de negentiende-eeuwse melodramatische stuiverromannetjes en de kasteelromans van de twintigste eeuw naar de MeToo-beweging in onze tijd. De manier waarop Amnon nog in bed ligt terwijl hij Tamar wegstuurt is bijna aanstootgevend wanneer je ziet dat hij haar ook nog met zijn voet wegduwt. Jan Steen was niet kinderachtig. Die voet was lang niet zichtbaar: hij was overgeschilderd.

Het verhaal van de gewetenloze Amnon en de onschuldige Tamar heeft volgens Yvonne Bleyerveld in de catalogus van de tentoonstelling Jan Steen en de historieschilderkunst vanouds een (afschrikwekkende) voorbeeldfunctie gehad, voor beide seksen. Toch is het na Steen niet meer geschilderd. Het is als literair motief terecht gekomen in toneelstukken, gedichten, romans en romannetjes over geile mannen en naieve meisjes en vrouwen. In het Bijbelverhaal ontloopt Amnon de wraak niet: hij zal uiteindelijk worden vermoord door Tamars broer Absalom.

Ongegeneerd scabreus

Blijft de vraag waarom de bediende bij deze tragische gebeurtenis staat te lachen richting de toeschouwer. Dat heeft alles te maken met de manier waarop Steen zijn schilderschap opvatte. Ook al was hij opgegroeid in een gecultiveerd burgerlijk milieu, en combineerde hij het schilderen met het brouwen van bier, hij had zijn hele leven financiële problemen. Hij moet al vroeg gedacht hebben dat het lucratief was om het menselijk handelen met een ironische en komische blik te bekijken. Hij was een deugniet én een moralist, een briljante schilder van chaotische huishoudens én van verheven bijbelse en mythologische taferelen. Maar ook als serieus historieschilder was hij een komiek die het niet kon laten om verhalen van lachwekkende, relativerende details te voorzien.

Jan Steen, De aanbidding van het gouden kalf, c.1674-1677 Doek, 178,4 x 155,6 cm North Carolina Museum of Art, Raleigh. Met dank aan het Mauritshuis

Zoals op De aanbidding van het gouden kalf. Daarop is het natuurlijk een ongepast vrolijke boel, maar Steen dikt het nog wat aan door op de voorgrond een jong paar te zetten. Dat kijkt elkaar diep in de ogen terwijl de man een stokje door een triangel steekt, een duidelijke verwijzing naar wat hem erotisch met haar voor ogen zweeft. De Sabijnse maagdenroof is bij Steen geen gewelddadige kneveling en overmeestering van weerloze jonge vrouwen, maar eerder een uitgelaten dansvoorstelling in een arcadisch landschap. De manier waarop de meisjes aan hun belagers proberen te ontkomen heeft alles van een ballet van Anne Teresa De Keersmaeker.

Bij het zien van Steens schilderijen met een historisch tafereel gaan je ogen soms vanzelf op steeltjes staan, vanwege het ongegeneerde scabreuse gehalte. Wie de kuise Bathseba van Rembrandt voor ogen heeft die naakt en vertwijfeld met een brief van David in haar hand bij het water zit, krijgt bij Steen iets heel anders te zien. Hij heeft Het toilet van Bathseba wel zes keer geschilderd. Bij Steen is zij niet kuis en timide, maar uitdagend. Op een schilderij uit 1675 kijkt ze de toeschouwer zelfs recht aan en geeft hem of haar, samen met het hondje, een blik tussen haar benen. ‘Hilarisch’ wordt De bespotting van Simson in de catalogus genoemd omdat Delila daarop als een gewetenloze prostituee wordt voorgesteld. Terwijl Simson, door Delila ontdaan van de mooie lokken waarin zijn kracht zat, met touwen in bedwang wordt gehouden, maakt Delila een obsceen gebaar met haar vingers richting Simson. Bijna burlesk is Lot en zijn dochters. Steen maakt van de vrouwen pure verleidsters met blote borsten en naakte schouders. Ze wilden alleen maar met hun vader slapen omdat ze vreesden dat hun mannen of verloofdes bij de vernietiging van Sodom waren gedood. Ze wilden niet kinderloos blijven. Maar Steen maakt er een wellustig incestueus triootje van.

We hebben hier wel te doen met de meest kunstzinnige, verleidelijke en tot navolging uitnodigende ‘waarschuwing’ die je kunt bedenken.

Het is lang niet altijd duidelijk wat Steen met een schilderij voorheeft. Hij speelt met de toeschouwer. Op Soo gewonne, soo verteert wijst alles er op dat hier een soort verloren zoon zichzelf in een bordeel aan het vergooien is met het drinken van wijn, het eten van hele schalen oesters en het ingaan op de avances van een vrouw. De titel van het schilderij, die op een leitje op de schoorsteen staat, is een waarschuwing niet zo diep te vallen. We hebben hier dan wel te doen met de meest kunstzinnige, verleidelijke en tot navolging uitnodigende ‘waarschuwing’ die je kunt bedenken.

Jan Steen, Het toilet van Bathseba, c.1670-1675 Paneel, 57,5 x 44,5 cm The J. Paul Getty Museum, Los Angeles. Met dank aan het Mauritshuis.
Een plekje voor zichzelf op het doek

Die ironische en oneerbiedige blik waarmee Steen al het menselijk handelen bekeek is niet van iemand die zichzelf bescheiden op de achtergrond hield. Integendeel. Op veel van zijn plusminus 450 schilderijen heeft Steen zichzelf een plaats gegeven. De bolle toet van zijn Zelfportret als luitspeler duikt op de onverwachtste momenten op, meestal met een rode hoed met splitten op zijn kop. Die wordt op zijn schilderijen altijd door lachende, dwaze of komische figuren gedragen.

Niet iedereen is het eens over het louter komische gehalte van Steen. Van zijn biograaf Arnold Houbraken (1718) is de beroemde zin dat Steen leefde zoals hij schilderde, met een neiging ‘tot klucht en boertery’. Maar Jacob Campo Weyerman (1929) vond dat hij, hoe los Steen ook in zijn gedrag was, allerminst gespeend was van ‘beschouwelijke kennis.’ Hij wist hele verhandelingen te houden over de eigenschappen van zijn kunst. Het was ‘een lust zijn vertoogen by te woonen.’ Het was zelfs zo ‘dat hy somtijds zeer ongemeene en verheevene gedachten had, om zyne Historien uyt te drukken op een wonderlyke wijze met eene inspanning van alle zyne zielskrachten.’ Volgens Mariët Westermann in de catalogus moet hij een picturale erudiet geweest zijn: hij speelde met de inventies van voorgangers en collega’s  als Veronese, Rembrandt, Rafaël en Bruegel de Oude.  ‘Hij imiteerde ze, gebruikte ze in nieuwe combinaties en stak ze doelbewust naar de kroon.’ Zo kun je op Steens overbevolkte Bruiloft te Kana uit 1670 details vinden die hij ontleende aan Paolo Veroneses Bruiloft te Kana uit 1563Die moet hij hebben gekend van een prent, gemaakt in 1637. Ook zijn op de Bruiloft elementen te vinden van Rafaëls De school van Athene.

Jan Steen, De bruiloft te Kana, 1665-1670, National Gallery of Ireland. Met dank aan het Mauritshuis.

De tentoonstelling in het Mauritshuis toont Steen ook als schilder van groepen, gezelschappen en menigten. Daarin is hij ongeëvenaard. Het zijn bij hem geen echte menigten, want van iedere figuur maakt hij een apart karakter, in kleding, houding en gezichtsuitdrukking. Steen moet goed naar toneel en de gespeelde emoties van acteurs hebben gekeken. Op de verschillende versies van De bruiloft te Kana is de water in wijn veranderende Jezus niet meer dan één van de vele personages die in alle denkbare houdingen zijn geschilderd. De schilderijen stralen daardoor een bedachtzame levendigheid uit, zonder druk te zijn. Steens individualisering van alle figuren heeft een specifieke bron waarmee hij wellicht vertrouwd was: Vondels spreuk boven de ingang van de Amsterdamse Schouwburg: ‘De wereld is een speeltoneel/Elck speelt zijn rol en krygt zyn deel.’ Hoe pijnlijk ook, daaraan herinnert de bediende die lachend naast de droevige Tamar staat. Geschilderd door een deugniet.

De tentoonstelling Jan Steen en de historieschilderkunst, samengesteld door Ariane van Suchtelen, is tot 13 mei in het Mauritshuis, Den Haag.