‘Jericho, Jericho’ schrijft Doeschka Meijsing in haar dagboek op 30 juni 1976, ‘Alle muren storten ineen. Alles vervalt tot puin.’ Het zijn niet de muren van haar nog maar twee maanden geleden betrokken huis in Langbroek die aan het instorten zijn. Integendeel: dat huis staat er stralend bij, omgeven door bloeiende bomen, veel stilte en groen.
De brieven die Doeschka Meijsing en broer Geerten elkaar schreven zijn één lied van klacht en lijden

De een noemde hun relatie ‘liefdevolle rivaliteit’, de ander noemde het ‘onverbiddelijke concurrentie.’ De brieven tussen de schrijvers Doeschka en Geerten Meijsing laten zien dat ze niet alleen in ambitie, maar ook in gekweldheid aan elkaar gewaagd waren.


