Het overlijden van de historicus H.G. Wesseling bracht necrologieën voort die – voorspelbaar – zijn rol als scriptiebegeleider van de student W. A. van Oranje weer eens afstoften. De voorbestemde troonopvolger rondde zijn scriptie – ter bekroning van een studie in de Algemene Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden – af op 11 juni 1993.
Tot op de dag van vandaag weten we slechts dat die scriptie in een archiefkast ligt op de studeerkamer van Wesseling in Oegstgeest, en hoogstwaarschijnlijk ook een paar kilometer verderop op een plank in het landgoed De Horsten te Wassenaar, maar het werkstuk is niet openbaar. ‘Niet door mijn toedoen’, riposteerde de hoogleraar op verwijten van geheimzinnigheid, ‘het is aan de prins zelf om te besluiten of die scriptie openbaar wordt’.
Wij weten na vijfentwintig jaar nog altijd niet meer dan de titel, een tekening op de kaft, de naam en het telefoonnummer van Willem-Alexander die aan het Rapenburg woonde, en dat het resultaat ruim voldoende was. Wesseling noemde de prins een intelligente jongen, maar geen intellectueel.

Die titel van de scriptie luidde: ‘De Nederlandse reactie op de beslissing van generaal De Gaulle om uit de organisatie van de N.A.V.O. te treden. 1965-1966’.
Die zuinige informatie zou mij tot drie vragen aanleiding geven. Ten eerste: wat doet die punt tussen de eerste zin en 1965-1966? Stilistisch niet erg fraai, ik zou een dubbele punt of komma de voorkeur hebben gegeven, maar herken wel enigszins het staccato dat onze huidige koning ook sprekend typeert: hij laat korte pauzes vallen tussen zinnen die een ander meer vloeiend aan elkaar zou plakken. Futiliteit, maar toch.
Wesseling noemde de prins een intelligente jongen, maar geen intellectueel.
Overigens ook wel weer een aanwijzing dat de scriptie door Willem-Alexander zelf geschreven is, en niet door de begaafde leermeester. Een verdachtmaking die destijds wel hier en daar geuit is. Ten tweede: geachte kandidaat, waarom staat er 1965-1966, terwijl u toch bekend moet zijn met het feit dat zowel de Franse beslissing als de Nederlandse reactie niet in 1965, maar in 1966 vielen? Ook geen halszaak, maar toch onzorgvuldig en zeker in de titel van een academisch werkstuk mag zoiets niet misgaan.
Maar dan ten derde. De aanstaande doctorandus schrijft toch duidelijk dat Frankrijk uit de Navo trad. Dat is niet juist. Frankrijk trok zich terug uit de militaire commandostructuur van het bondgenootschap, maar bleef lid van de club. Om de website van het bondgenootschap – sectie geschiedenis – zelf te citeren: ‘What France did was withdraw from NATO’s integrated military command structure – thus French personnel were no longer assigned to the staffs of headquarters in the NATO command structure and French units were not placed under NATO command, but France remained an active member of the Alliance itself and French personnel continued to serve at NATO’s political headquarters in Brussels as well as in liaison offices at the other military headquarters.’
Het hoofdkwartier van de Navo in Fontainebleau verhuisde naar Brussel, de Franse kernbommen werden gereserveerd voor nationale belangen, de Amerikaanse troepen werd gesommeerd om Frans grondgebied binnen een jaar te verlaten, maar veel Franse soldaten en materieel en, laten we zeggen, leidingen en bedrading bleven voor de Navo beschikbaar.
Direct daarop sloot Frankrijk echter een paar geheime overeenkomsten die, in geval van oorlog, ervoor zouden zorgen dat de Fransen gewoon zij-aan-zij zouden vechten met de Navo. In een geruchtmakende artikelenreeks toonde de wetenschapper David Yost aan dat de Franse atoombommen eigenlijk niets zonder Amerikaanse hulp konden uithalen. In de jaren negentig deden Franse soldaten gewoon mee aan Navo-operaties in Balkan, in 2004 meldden de commandanten zich weer op de Navo-hoofdkwartieren en in 2009 sloot Frankrijk zich op de zestigste verjaardag van het bondgenootschap weer volledig militair aan. Maar van uittreden was nooit sprake.
Na de onzekerheid die Trump steeds zaait over de bereidheid van de VS om als beschermheer te fungeren van allerlei bondgenoten die in zijn ogen ‘very bad’ profiteurs zijn, is de discussie zelfs opgelaaid of er niet een soort plan B voor verdediging van Europa zou moeten klaarliggen. Zover is het nog niet, maar de rol van Frankrijk zou niet minder worden.
Een onderzoek in Duitsland heeft vorig jaar geconcludeerd dat het Duitsland, dat op grond van zijn oorlogsverleden niet aan eigen kernwapens mag beginnen, wel aan een Franse paraplu zou mogen meebetalen. Daarmee is een oude doos van Pandora weer open, en zou het leerzaam zijn om kennis te nemen van oude, maar relevante Franse sentimenten. Die staan wellicht foutloos geanalyseerd achter de wat minder gelukkige kaft.
Dus Majesteit, hoogste man van de Raad van State van het Koninkrijk der Nederlanden, precies vijfentwintig jaar na uw afstuderen, lijkt het me een uitgelezen moment om u nederig om vrijgave van uw eindscriptie te verzoeken.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.