Je moet maar durven. Op het moment dat van de week bekend werd dat het kabinet de afschaffing van de dividendbelasting door de Eerste Kamer wil moffelen door de zwaar omstreden maatregel onderdeel te maken van het Belastingplan zodat-ie niet apart kan worden weggestemd, verklapte staatssecretaris Menno Snel op een bijeenkomst van de Bond van Belastingbetalers het motto van de Miljoenennota: ‘Van ons allemaal, voor ons allemaal’.

Lees ookMeer Macht op vrijdag: Weg met de wurggreep van het regeerakkoord14 september 2018

Dat moest ik even tot me laten doordringen. Na maanden van groeiend maatschappelijk protest tegen de afschaffing van de dividendbelasting, waarin langzamerhand bleek dat er geen enkel solide argument voor de miljardenverslindende maatregel te vinden is en alleen buitenlandse beleggers ervan zullen profiteren, probeert het kabinet de burger te doen geloven dat het gekonkelfoes in de achterkamers toch écht ‘voor ons allemaal’ bedoeld is.

Zo ondermijn je dus het vertrouwen in de politiek.

Het is een raadsel waarom Mark Rutte nog steeds zo krampachtig aan de afschaffing van de dividendbelasting vasthoudt, ondanks de massale publieke woede en het feit dat hij inmiddels helemaal alleen staat. Zelfs de Amerikaanse Chamber of Commerce, die het grote bedrijfsleven vertegenwoordigt, keerde zich vorige week tegen de maatregel vanwege het geringe effect en het afbrokkelende vertrouwen in multinationals.

Zeker is wel dat het omstreden kabinetsvoornemen nooit het licht had gezien als tijdens de afgelopen formatie geen dichtgetimmerd regeerakkoord was gesloten in de achterkamers van de macht: de maatregel stond in geen enkel verkiezingsprogramma en werd op het laatste moment het akkoord in gefietst om Rutte persoonlijk tegemoet te komen.

Lees ookNiet de VVD-vriendjeslobby, maar Rutte zélf wilde van de dividendbelasting af27 juni 2018

Coalitiegenoten D66, CDA en ChristenUnie maakten er geen geheim van dat ze de maatregel eigenlijk ook niet zagen zitten, maar hem toch maar als een ‘meloen’ hadden doorgeslikt omdat er zoveel ándere mooie afspraken tegenover stonden. Bovendien konden ze er niet onderuit, klonk het, hoe graag ze het ook zouden willen, want ‘afspraak is afspraak’.

Zeker is wel dat het omstreden kabinetsvoornemen nooit het licht had gezien als tijdens de afgelopen formatie geen dichtgetimmerd regeerakkoord was gesloten in de achterkamers van de macht.

Eind augustus schreef ChristenUnie-leider Gert Jan Segers zelfs angstig aan zijn morrende achterban dat het kabinet best eens zou kunnen vallen als hij zijn steun aan de maatregel zou terugtrekken, omdat de coalitie wat betreft de dividendbelasting ‘voor dezelfde keus staat als vorig jaar: wel of geen kabinet.’

Naar de gallemiezen

Zo werken de wurgende afspraken in het regeerakkoord dus: zelfs als een maatregel in geen enkel verkiezingsprogramma heeft gestaan en de hele samenleving tegen is, voelen de coalitiepartijen zich toch genoodzaakt door te duwen. Met als voorlopig treurig dieptepunt het voornemen om de afschaffing van de dividendbelasting door de Eerste Kamer te moffelen, want stel je voor dat de senatoren hun grondwettelijke taak zouden verrichten en de maatregel zouden afschieten. Zo help je het vertrouwen in de democratie dus naar de gallemiezen.

Er is maar één remedie om zulke ondemocratische ellende in de toekomst te voorkomen: sluit geen dichtgetimmerde regeerakkoorden meer.

Er is maar één remedie om zulke ondemocratische ellende in de toekomst te voorkomen: sluit geen dichtgetimmerde regeerakkoorden meer, durf te regeren met wisselende meerderheden in de Kamer, accepteer dat maatregelen zonder maatschappelijk draagvlak belanden waar ze thuishoren: in de prullenbak.

Lees ookJeroen Dijsselbloem: ‘We zijn te veel als ingenieurs te werk gegaan’19 december 2017

Halverwege het vorige kabinet bleek dat heel goed te werken. Toen de coalitie van VVD en PvdA haar wankele meerderheid in de Tweede Kamer verloor door een aantal afsplitsingen, regende het commentaren dat het kabinet onvermijdelijk ten val zou komen. Maar toenmalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem ging nederig met de pet in de hand langs de Kamerfracties, en met hulp van de ‘constructieve oppositie’ van D66, GroenLinks en ChristenUnie werden er verschillende akkoorden gesloten en haalde de coalitie ook nog de eindstreep, tegen alle verwachtingen in. Het bleek de betrokken partijen prima te bevallen.

Maar na de verkiezingen schoten ze al spoedig weer in de oude reflex. Door de verkiezingsuitslag zou het politieke landschap ‘versplinterd’ zijn waardoor het land ‘onregeerbaar’ dreigde te worden, en wéér kwamen er slepende formatieonderhandelingen, wéér kwam er een liefdeloos meerderheidskabinet met een dichtgetimmerd regeerakkoord: gestold wantrouwen in een nieuw jasje. En nu zitten de coalitiepartijen met de afschaffing van de dividendbelasting die onmogelijk te verkopen is, en die best eens de nagel aan de doodskist van het laatste kabinet-Rutte zou kunnen worden.

Hopelijk wordt het een wake up call voor de politieke partijen om bij de volgende formatie wél de juiste lessen te trekken, en te durven regeren zonder wurgend regeerakkoord dat eigenlijk niemand heeft gewild.