‘Hóór je dat!?’ Wouter van Dieren staat in de tuin van zijn huis in het Terschellingse dorp Formerum. Een rijzige man met veel wit haar, wapperend in de avondwind. Aan zijn voeten grote laarzen gevoerd met schapenbont. Met geheven vinger maant hij het bezoek tot stilte. ‘Hóór! Dat is het geluid van véértigduizend foeragerende rotganzen. Die komen hier elk jaar overwinteren in de polders bij het Wad, onderweg naar het Noorden. Fan-tástisch!’
Binnen klinken liederen van Händel, gezongen door Anne Sofie von Otter. Op de oude houten tafel een fles witte wijn en een plank met diverse lokale kazen. Onder tafel ligt een hond tevreden te kwispelen. De muren van de sfeervolle boerderij zijn bedekt met oude landkaarten van de Waddeneilanden en met zeegezichten die Van Dieren (73) zelf schilderde.
Het lijkt een genoeglijke avond, maar dat is schijn. Want Wouter van Dieren is het middelpunt van een rel over mogelijke gaswinning op het eiland, waarbij hij onder meer werd beticht van achterkamertjespolitiek en belangenverstrengeling. De gemoederen liepen de afgelopen twee maanden hoog op. Zo hoog dat hij anonieme bedreigingen ontving. ‘We gaan je huis in de fik steken,’ werd er gezegd. ‘We zullen je wel krijgen.’
De Club van Rome
Van Dieren, milieugoeroe en lid van de Club van Rome, was in zijn lange carrière wel vaker het onderwerp van hevige controverse. Toen hij in 2006 de gouden Rachel Carson-penning ontving, werd de duurzame ondernemer en wetenschapper door de jury van de Vereniging van Milieuprofessionals ‘een der grootsten uit het milieuvak’ genoemd, met als kanttekening dat zij de toevoeging ‘onbetwist’ met ‘een glimlach’ negeerde: ‘Het zou de persoon van Van Dieren onrecht doen te stellen dat hij onomstreden zou zijn.’

Zonder blikken of blozen zegt hij dat zoiets er nu eenmaal bij hoort. ‘Het heeft te maken met leiderschap, met je nek uitsteken.’ Waarmee je meteen begrijpt waarom Van Dieren bij velen ook nogal wat weerstand oproept. Hij zegt het te betreuren dat in de moderne tijd ‘het socratische ideaal, waarbij de meester zijn kennis overdraagt aan de leerling’, aan het verdwijnen is. En laat geen twijfel bestaan over de vraag wie er dan de meester is. Aan sociale media, waar een ieders mening evenveel gewicht krijgt, heeft hij een broertje dood.
Zelden bracht ophef rond zijn persoon hem echt uit zijn evenwicht. Maar ditmaal, zegt hij, is het anders. Persoonlijker. Dat hij door een blad als Quote wordt uitgemaakt voor ‘groene glibberaar’, daaraan is hij gewend. Maar dat hij op zijn eigen eiland wordt verketterd, raakt hem diep. De eerste weken na de bedreiging kwam hij er ‘maar even niet’. Nu is hij, schoorvoetend, weer een weekendje over. ‘Maar ik voel me niet veilig meer. Ik ben mijn home kwijt. Er zijn hier zieke dingen aan de gang. Ik weet echt niet of ik dit huis wel wil aanhouden. En dat nadat het ruim tachtig jaar in de familie is geweest.’
Op het randje van bedrog
Van Dierens familie is vervlochten met het eiland. Zijn grootvader, een Amsterdamse huisarts, trouwde met een Terschellinger kapiteinsdochter, waarna hij en zijn neven en nichten er wortelden. De Koffiemolen op Formerum, café de Walvis aan het Groene Strand, campings De Appelhof en De Kooij, het Wrakkenmuseum: allemaal worden ze uitgebaat door Van Dierens. In de voorkamer van de boerderij hangt naast een van de twee bedstedes een foto van ‘oom Wout’ van Dieren uit de jaren dertig, op het Terschellinger strand met in zijn handen een vogel. ‘Ik ben naar hem vernoemd,’ zegt Van Dieren trots. ‘Hij was bioloog, maar niet eentje die zijn dagen doorbracht in een laboratorium. Hij was een nonconformist, daarin is hij mijn grote voorbeeld. Hij trok eropuit, bracht het duinlandschap in kaart en heeft daar een gezaghebbend proefschrift over geschreven. Oom Wout was een van de eerste ecologen van Nederland.’
‘Iedereen is aan het twitteren en twoeteren, de kranten schrijven ongecheckte onzin.’
Van Dieren volgde in de voetsporen van zijn in 1935 overleden oom. Hij was in 1971 nauw betrokken bij de lancering van het rapport Grenzen aan de groei van de Club van Rome en in datzelfde jaar was hij een van de oprichters van Milieudefensie, waarvan hij enige tijd voorzitter was. Sinds 1985 is hij directeur van Imsa, een denktank op het gebied van duurzaamheid en milieu. Ook zijn bemoeienis met de Waddeneilanden was altijd groot. Sinds vijf jaar organiseert hij op Terschelling jaarlijks het Springtij-festival, waarbij kopstukken uit de wereld van energie, duurzaamheid en milieu naar het eiland trekken. Begin deze eeuw was Van Dieren initiatiefnemer van het plan om gas te boren in de Waddenzee in ruil voor het stoppen van de kokkelvisserij en het verduurzamen van de mosselvisserij. In aanzet was het een reactie op een rapport van Greenpeace, dat stelde dat gaswinning in de Waddenzee een waardeverlies van 50 miljard gulden zou betekenen. ‘Dat rapport zat op het randje van bedrog,’ stelt hij. ‘Maar Ad Melkert stond er wel mee te zwaaien in de Kamer. Het klassieke verhaal: Kamerleden die niet deskundig zijn, niet luisteren en op alles ad hoc reageren. Het kwam allemaal mede dankzij de kracht van de mantra “Handen af van de Waddenzee”. Dat schoot mij in het verkeerde keelgat. Gerespecteerde biologen zeiden al jaren dat juist de kokkelvisserij funest was voor het ecosysteem, terwijl gaswinning met de moderne technieken volgens alle berekeningen nauwelijks nadelige effecten zou hebben.’
Ter illustratie pakt hij pen en papier en begint te doceren, waarbij termen als ‘komberging’, ‘schuin boren’, ‘seismische metingen’ en ‘cascademodel’ over tafel vliegen. Zijn data, zegt hij stellig, waren ‘im-pec-ca-ble’, Waddenvereniging en Natuur+Milieu hadden ‘geen flauw idee’, gedroegen zich ‘als een kudde’, volgens hem verenigd onder het motto ‘How to stop Wouter’. Uiteindelijk overtuigde hij zowel de milieuorganisaties als de politiek. De gaswinning kwam er, de kokkelvissers werden uitgekocht en als deel van de deal werd in 2004 het Waddenfonds gesticht, waarmee ‘de ecologische en economische kwaliteit van de Wadden’ verstevigd moest worden. Alleen al voor Terschelling is er de afgelopen jaren 12 miljoen beschikbaar gekomen voor natuurontwikkeling en duurzaamheidsprojecten. ‘De hele milieubeweging, de politiek en de overheid hebben ingezien dat wij gelijk hadden,’ zegt Van Dieren. ‘Het beeld is 180 graden gedraaid. Met het geld van het Waddenfonds is ook de Waddenacademie opgericht, en daar werd ik onlangs op een symposium de “Peetvader van de Waddenzee” genoemd.’
Er zo veel mogelijk uitslepen
Bij de mogelijke gaswinning op Terschelling had Van Dieren een zelfde soort constructie in gedachten. Maar dit keer liep het anders. Twee jaar geleden werd hij benaderd door het Nederlandse bedrijf Tulip Oil, opgezet door oud-directeuren van Shell en de NAM. Zij wilden een klein gasveld aan de noordkust van Terschelling exploiteren, en daarop vooruitlopend werd Van Dieren gevraagd het draagvlak hiervoor te onderzoeken. Hij riep een ‘klankbordgroep’ in het leven, met daarin vijftien prominente Terschellingers. Zij spraken ook over mogelijke compensatie voor de eilanders, mocht het tot gaswinning komen. Een ‘bruidsschat’, noemt Van Dieren dat.

‘Ik ben geen voorstander van gaswinning,’ zegt hij. ‘Heb ik helemaal geen zin in. Maar uiteindelijk gaan we er op het eiland niet over. De minister van Economische Zaken beslist. En ik zeg: áls het dan toch gebeurt, laten we dan zorgen dat we er zo veel mogelijk uitslepen. Op Terschelling is veel achterstallig onderhoud, we hebben in de klankbordgroep berekend dat we 40 miljoen euro tekortkomen. Extra geld zou welkom zijn. De haven is toe aan een grote onderhoudsbeurt, er zijn tekorten in de zorg en we willen investeren in cultuur- en natuurprojecten.’ Volgens hem zal gaswinning op Terschelling weinig overlast met zich meebrengen, en is de kans op bodemverzakkingen en aardbevingen zoals in Groningen zeer gering bij zo’n klein gasveld. ‘Er kan milieutechnisch niets misgaan,’ zegt hij – al loopt hij daarmee wel vooruit op de nog te presenteren Milieu Effect Rapportage (MER). De gebeurtenissen in Groningen zijn volgens hem ‘cruciaal’ geweest in de escalatie van het debat op Terschelling. ‘Alle echo’s daarvan waren op het eiland te horen. De eilanders zagen elke avond Henk Kamp blunderen, en Jan Mulder, die geweldig tegen gaswinning zat te ageren. Wat overigens zeer terecht was. Kwam nog bij dat René Leegte van de VVD, die niets van energie en klimaat begrijpt, de geloofwaardigheid van de overheid te grabbel gooide door in een trein op denigrerende toon over de Groningers te praten. Waarmee hij feitelijk zei: we zijn ook niet te vertrouwen. Dat heeft de eilanders tot de overtuiging gebracht: aardgas is ellende, en op de regering kan je niet bouwen.’
Dat sentiment begrijpt hij maar al te goed. Maar volgens hem zijn daardoor de feiten uit het zicht geraakt. Nu is heel Terschelling fel tegen de plannen. Achter vrijwel elk raam hangt een poster van de onlangs opgerichte actiegroep Gas(t)vrij Terschelling: een vrouwtje in traditionele rood-zwarte klederdracht dat nijdig tegen een boortoren aantrapt, geïnspireerd op Oplands beroemde antikernwapencartoon. De groep, sinds twee weken een vereniging, verzamelde via z’n Facebookpagina 15.000 handtekeningen tegen de voorgenomen plannen, en dat terwijl Terschelling nog geen 5.000 inwoners telt.
Volgens Van Dieren is die ophef niet alleen heel prematuur omdat er nog geen enkel besluit is genomen, hij is ook nog gebaseerd op ‘groot kennisgebrek’. ‘Iedereen is aan het twitteren en twoeteren geslagen, de kranten schrijven met droge ogen ongecheckte onzin. Volgens de Volkskrant zou er hier een boortoren komen die hoger is dan de Brandaris. Lariekoek! Trouw weigert mijn ingezonden brief te plaatsen, waarin ik hun flauwekulverhalen wil rechtzetten. En dat terwijl ik jarenlang in de jury van hun Duurzame Top 100 heb gezeten en ze me vaak belden om te vragen hoe milieuzaken nu precies in elkaar zaten.’
Afgefakkeld
De klankbordgroep kwam in mei 2014 voor de eerste keer bijeen. In de groep zaten mensen als zanger/kroegbaas Hessel van der Kooij, CDA-wethouder Hendrik Klaas van der Wielen en gepensioneerd ingenieur Hilmar Schurink. De laatste is tevens voorzitter van Ons Schellingerland, een stichting die een halve eeuw geleden werd opgericht door, onder meer, Wouter van Dierens vader en zijn oom Guus.
De stichting geeft de Miedbringer uit, een op het eiland veelgelezen blaadje waarin al in augustus 2013 was aangekondigd dat er een exploratievergunning voor Tulip Oil in de maak was. ‘Daar kwam toen geen enkele reactie op,’ herinnert Schurink zich. ‘Ik bracht het ook niet theatraal, dat is mijn stijl. Je kan pas gaan blazen als je weet wat de effecten zijn. En daar heb je pas zicht op als en een Milieu Effect Rapportage is gemaakt. En die is er ook nu nog niet.’ Ook de Waddenvereniging publiceerde in haar Waddenmagazine meermalen over de boorplannen, zonder dat daar ophef over ontstond.
In juni 2014 stuurde Tulip Oil een zogeheten startnotitie naar het Terschellinger college van B&W, dat er een zomer overheen liet gaan voordat ze de gemeenteraad informeerde. In september was er op het stadhuis bijeenkomst voor raadsleden waarop Tulip Oil de plannen toelichtte. Er waren vijf mogelijke locaties: drie op het eiland, twee op zee. Vooral over de eerste drie opties bevatte het document voor de eilanders nogal alarmerende passages. De werkzaamheden zouden ‘dag en nacht doorgaan’, er zou worden ‘afgefakkeld’, er zou gebruik worden gemaakt van kunstlicht met mogelijk nadelige gevolgen voor de natuur, en er zou een toename van het vrachtverkeer zijn. Voorafgaand aan de eerstvolgende raadsvergadering, in oktober, werd de notitie online gezet. Het stuk werd door de raad ter kennisgeving aangenomen, er volgde geen debat.
Dealtjes
Annet van Essen, woordvoerster van Gas(t)vrij Terschelling, hoorde voor het eerst van de plannen toen ze in december een vergadering van de plaatselijke VVD bijwoonde omdat ze actie voert tegen de uitbreiding van een hotel. ‘Tot onze verbazing kwam er een rapport ter tafel met tekeningen met mogelijke boorlocaties. Zo van: hier gaan ze gas winnen. Niemand leek er van op te kijken. Maar wij dachten: wát?’
‘De Waddenvereniging is nogal een bleke club. Ze hebben zaken nodig om tegen te ageren.’
Samen met een aantal anderen beet Van Essen zich vast in de zaak, en hoe dieper ze groeven, hoe argwanender ze werden. Zo ontdekten ze bijvoorbeeld dat Tulip Oil een donatie had gegeven aan het door Wouter van Dieren georganiseerde Springtij-festival (overigens samen met tien andere energiebedrijven). En dan was er het project ‘De Reis van Brandaan’, ook een geesteskind van Van Dieren. Het is een permanente multimediale tentoonstelling over duurzaamheid, milieu en energie, die zou moeten verrijzen in de leegstaande ‘Tonnenloods’ op West-Terschelling. Een miljoenenproject dat veel toeristen zou moeten gaan trekken.
‘Brandaan’ bleek door de klankbordgroep te zijn genoemd als een van de projecten die in aanmerking zouden kunnen komen voor compensatiegelden uit de ‘bruidsschat’, zo die er ooit mocht komen. Raar, vond Van Essen. ‘Ik wil Wouter van Dieren niet zwartmaken,’ benadrukt ze, ‘maar ik vind dat hij daarmee twee petten op heeft. Het is natuurlijk een beetje gek dat je onderzoek doet naar een pot met geld waar je mogelijk later zelf uit zal gaan putten.’
Begin februari kreeg de actiegroep er lucht van dat oud-minister Sybilla Dekker naar het eiland zou komen om kennis te maken met het gemeentebestuur. Dekker is voorzitter van de raad van commissarissen van Royal Haskoning, het bedrijf dat in opdracht van Tulip Oil de Milieu Effect Rapportage maakt. Diezelfde Dekker was door Van Dieren gevraagd zitting te nemen in het nog op te richten bestuur voor Brandaan. Van Essen kreeg het gevoel dat er achter de ruggen van de Terschellingers om dealtjes werden gesloten. ‘Wij vonden het een beetje te toevallig dat iemand van Royal Haskoning op het feestje van de Tonnenloods komt. Er kwam veel te veel bij elkaar, het was een te klein cirkeltje mensen.’
Unaniem tegen de boringen
Op vrijdag 13 februari leidde de onvrede tot de eerste demonstratie ooit op Terschelling. In de haven stonden zeventig demonstranten met borden en spandoeken Dekker op te wachten. De oud-minister werd tevoren door Van Dieren ingeseind en kwam nooit op het eiland aan. ‘Ik dacht: nu zijn ze echt gek geworden. Door haar op te wachten maakten ze het persoonlijk, speelden ze op de man. Het gaat hier niet om illegale wietkwekers of zo, het zijn normale mensen die gewoon hun werk komen doen. Vrijwillig! Voor een project dat Terschelling veel geld zal opleveren. En omdat je gastvrij wilt zijn, ontvang je die mensen met een hapje eten.’
Van Essen ziet geen kwaad in de actie: ‘We waren niks van plan of zo. We wilden alleen maar laten zien dat gaswinning hier niet welkom is. Dat er een tegengeluid is. En dat je niet zomaar met spiegeltjes en kraaltjes kan komen aanzetten om dat toch voor elkaar te krijgen. Maar door ons protest is het allemaal nogal geëxplodeerd. De volgende dag stond de NOS op de stoep. En sindsdien hebben we ongeveer elke omroep en elke krant gesproken.’ Lachend vervolgt ze: ‘Tulip Oil heeft de pech dat deze discussie is losgebarsten in de stille wintermaanden, als de mensen hier tijd hebben. In het hoogseizoen is iedereen druk met alle toeristen. Dan was er nooit zoveel commotie ontstaan.’

Op de middag van de demonstratie werd Van Dieren telefonisch bedreigd, waarna hij zijn werkzaamheden voor Tulip Oil per direct beëindigde. Ook de klankbordgroep hief zich diezelfde dag op. ‘De discussie is vertroebeld. We zijn het mikpunt geworden van spot en onware verhalen,’ aldus een van de leden in Het Financieele Dagblad.
In de weken erna sloten de gelederen op Terschelling zich. De gemeenteraad sprak zich unaniem uit tegen de boringen, en zelfs Rederij Doeksen van de veerboten verklaarde zich tegen. In de Tweede Kamer toonden leden zich bezorgd en vrijwel alle partijen stelden vragen aan minister Kamp van Economische Zaken. Tulip Oil zet de aanvraag wel door. Naar verwachting zal Kamp nog deze zomer beslissen.
Escalatie van babbeldingen
Na gesprekken met tegenstanders en voormalige leden van de klankbordgroep keren we de volgende dag terug naar de boerderij in Formerum. ‘Ik vind het persoonlijk allemaal heel vervelend natuurlijk,’ zegt Van Dieren als we met een pot thee aan tafel zitten. ‘Maar wat echt interessant is, is hoe dit soort beeldvorming tot stand komt. Die escalatie van babbeldingen. En je krijgt het niet meer rechtgezet.’
Zullen we dan een poging doen? U wordt verweten dat in een verslag van uw bedrijf IMSA de suggestie werd gewekt dat er al verschillende convenantpartners waren voor een deal met Tulip Oil, terwijl dat niet zo was. Zoals de Waddenvereniging. Hun directeur Arjan Berkhuysen stuurde hierover eind januari een boze tweet, waardoor veel mensen werden geattendeerd op de zaak.
‘Maar het zíjn potentiële convenantpartners.’
Dan had er toch moeten staan: ‘mogelijke’ partners’?
‘Arjan wist dat het een stuk was voor convenantpartners in spe. Maar hij besloot als een dominee naar die tekst te kijken, en toen heeft hij zich ervan gedistantieerd omdat hem dat goed van pas kwam. Hij had me ook even kunnen mailen, dan had ik een en ander verduidelijkt. Maar hij wilde een statement maken. De Waddenvereniging is nogal een bleke club. Ze hebben zaken nodig om tegen te ageren om de organisatie wat profiel te geven. Door zijn actie belandde de hele zaak in de social media en begon het getwitter en getwoeter. Mede daardoor liep het zo uit de hand.’
Gas(t)vrij Terschelling vindt dat de eilanders veel eerder geïnformeerd hadden moeten worden.
‘Welke informatie hebben we dan achtergehouden? Alles was publiek. Maar vooral: er was nog niet zo heel veel te vertellen. Pas na de MER zouden er publieksbijeenkomsten worden georganiseerd. Pas dan kan je in beroep gaan – en dat moeten ze ook vooral doen. Die actievoerders doen nu alsof er een soort overval op het eiland plaatsvindt. Dat is hysterie, en niet zo’n beetje ook. Want het is niet waar. Er komen geen vreselijke ingrepen.’
Maar in de startnotitie van de MER-commissie staat dat er afgefakkeld gaat worden. Hessel zei dat het dan nooit meer donker zal worden in de omgeving van de boorlocatie. En dat er een hoekhuis in Hoorn zal moeten worden afgebroken zodat trucks de bocht kunnen nemen.
‘Dat is nieuw voor mij.’
In hetzelfde rapport stond ook dat het wegennet versterkt zal moeten worden omdat de vrachtwagens te zwaar en te groot zijn om over de bestaande wegen te rijden.
‘In december is in de klankbordgroep door Tulip Oil voor het eerst naar voren gebracht dat er ook zwaarder materieel nodig zou zijn als er op land geboord zou gaan worden. Toen is iedereen zich achter de oren gaan krabben en hebben we gezegd: de onshore variant is ons te risicovol. Materieel aanvoeren door het dorp, daar moet je niet aan beginnen. Dus áls er iets komt, dan zijn wij voor offshore. We hebben tegen Tulip Oil gezegd: áls de minister toestemming geeft, ga dan maar gas winnen op zee. Op een kilometer of zes uit de kust. Daar zie je vanaf het eiland helemaal niets meer van. Dus we hebben een lekkere rel, maar het is allemaal niet aan de orde. Er worden geen huizen afgebroken, geen wegen versterkt. Is ook helemaal niet te betalen.’
‘Die actievoerders doen nu alsof er een soort overval op het eiland plaatsvindt. Dat is hysterie.’
Joop Mulder, directeur van het Oerol-festival, zei ons dat er een pijpleiding dwars door de Waddenzee moest komen om dat gas af te voeren.
‘Joop is een schat. Maar hij heeft geen idee!’
Dat gaat niet gebeuren?
‘Welneeeeeee! Hou toch op.’ Van Dieren spreidt zijn armen en laat zich achterover in zijn stoel vallen. Dan: ‘Ach, ik snap het. Jullie houden me een spiegel voor. Ik kijk er in en moet lachen! Maar goed: op dertig, veertig kilometer ten noorden van Terschelling ligt de Northern Gas Transport Pipeline, een onvoorstelbaar grote pijplijn die gasvelden met elkaar verbindt. Dus vanaf een gasbehandelingsstation op het eiland zou het dan daarnaartoe gaan.’
Onder de grond?
‘Wat dacht je dan? Dat helikopters dat ding permanent in de lucht zouden gaan houden? Er is een filmpje van hoe ze dat op Ameland hebben aangelegd. Ze graven zo’n pijp in op het strand en een week later zie je niks meer. Dan komen er allemaal morfologische processen overheen. Dat ding was op vier meter ingegraven en ligt nu negen meter diep.’
Jenö Obendorfer, oud Shell-man en eilandbewoner, gaf de afgelopen maanden uit eigen beweging verschillende voorlichtingsbijeenkomsten waarin hij ook wijst op de mogelijke nadelen van gaswinning, zoals een mogelijke ‘blow out’. Wij hebben de indruk dat mensen daardoor pas écht bezorgd zijn geraakt.
‘Klopt. Hij woont hier in het dorp. Hij heeft sterke verhalen verteld over enorme torens, transporten van mammoetbedrijven en honderdduizenden kilo’s afval. Dat heeft de boel aangezwengeld. Het grappige is dat hij zelf jarenlang geprobeerd heeft om hier geothermie te ontwikkelen. Aardwarmte opwekken dus. Hij vroeg mij daaraan mee te werken, maar ik vond het een onhaalbaar plan. En dan nog iets: voor geothermie heb je… bóórtorens nodig. In december heeft hij ook in de klankbordgroep zijn gasverhaal verteld. Hij zat niet in die groep, en daar was hij boos over, want híj is de beste deskundige van het eiland. En hij heeft ook veel kennis, maar daar ging het niet om. Het ging erom dat de groep de bruidsschat zou definiëren.’
Volgens Gas(t)vrij Terschelling vertroebelt de discussie als je al bij voorbaat over compensatie gaat praten. Daarbij zaai je tweedracht in een gemeenschap. Ze vinden dat je eerst moet discussiëren over de vraag of je überhaupt wel moet gaan boren.
‘Die redenering kan ik volgen, maar je kan het ook anders bekijken. Je kan lijdzaam wachten op de dingen die komen, of in gesprek gaan met een bedrijf als Tulip Oil en ze wijzen op hun verantwoordelijkheid om maatschappelijk verantwoord te ondernemen, mocht er een vergunning worden verleend. Hessel heeft op de eerste bijeenkomst gezegd: “Jullie zijn piraten. En als jullie iets komen halen, dan moet je ook iets meebrengen.” Dat is vanaf het begin het uitgangspunt geweest. Juist door vroegtijdig in gesprek te gaan, voorkom je dat je later voor een fait accompli komt te staan. Dit is essentieel. Dit is modern management.’
‘Heel Nederland wordt betaald door aardgas.’
Hilmar Schurink van Ons Schellingerland noemde het ‘manipulatie’ dat door u steeds werd benadrukt dat de bruidsschat zo belangrijk was voor het eiland. Hij zei: ‘Er werd zodanig gemasseerd dat ik dat als intimiderend heb ervaren.’ Het was een van zijn redenen om uit de klankbordgroep te stappen.
‘Er is nooit sprake van massage geweest. Hilmar heeft zélf meegepraat over de vraag wat we er uit zouden kunnen slepen. Hij was een van de twee auteurs van de compensatienota, die ging over de vraag hoeveel geld het eiland tekort kwam – tenminste 34 miljoen – en waar dat het beste aan zou kunnen worden besteed. En hoezo ben ik niet onafhankelijk? Hilmar was erbij toen een man van de MER-commissie begon te lobbyen vóór gaswinning. “Dat gaan we hier niet doen,” heb ik toen gezegd. “Jij bent hier niet om de winning te verdedigen, jij moet objectief zijn.” Die man heb ik uit de vergadering gezet en die is nooit meer teruggekomen.’
Ook wethouder Hendrik Klaas van der Wielen had twijfels over uw onafhankelijkheid. Hij zei: ‘Wouter is ingehuurd door Tulip Oil, vul het dan verder zelf maar in.’
‘Hendrik Klaas en ik zijn goed bevriend, maar het woord “inhuren” accepteer ik niet. Hij heeft tot hij wethouder werd overal bijgezeten, meegepraat en meegedacht in de klankgroep. Dat heeft hij heel creatief gedaan. Zijn invalshoek was dezelfde als alle anderen: er moet een grote buit binnengesleept worden. Ik heb mij nóóit laten inhuren, nooit voor enige kar laten spannen. Overal in Europa zijn onderhandelingen gaande tussen de milieubeweging, industrie en overheid, en ik ben er bij heel wat betrokken. Ik heb een reputatie op te houden als dé makelaar van al die belangen rond energie en duurzaamheid. Veel mensen vinden dat bij voorbaat verdacht, en het is makkelijker om vanaf de zijlijn te roepen dat je overal lekker tégen bent. Maar ondertussen is onderhandelen al veertig jaar de kern van milieuwinst.’
Waar ook veel achterdocht over bestaat, is uw gelijktijdige betrokkenheid bij het Brandaan-project en de klankbordgroep. Veel mensen zien dat als belangenverstrengeling.
‘Onzin, ze moeten blij zijn dat ik ontzettend veel geld naar het eiland heb gebracht. De 800 miljoen van het Waddenfonds. En wat dacht je van Oerol? Dat was in 1996 bijna failliet. Met een paar mensen hebben we toen een reddingsplan gemaakt, en ik heb grote sponsoren binnengebracht. Het hele voortraject van Brandaan heb ik zelf gefinancierd. En als het doorgaat, wil ik daar graag de founding father van worden, de chief scientist.’
Dus dan gaat u er wel geld mee verdienen.
Op honende toon: ‘Mag dat dan niet? Is dat erg? Als werk wetenschap en kunst combineren?’
Komt dat geld dan van Tulip Oil?
‘Nee, nooit van zijn leven. Dat geld komt van een stuk of twintig fondsen en sponsoren. Allemaal van de wal. Het kost Terschelling geen cent.’
Maar één van die fondsen is het Waddenfonds, en dat in aardgas?
‘Als je heel kort door de bocht gaat, houdt alles verband met elkaar. Heel Nederland wordt betaald door aardgas.’
Zanger en kroegbaas Hessel vindt Brandaan een utopisch plan dat totaal niet bij Terschelling past.
‘Ik vind het juist noodzakelijk dat we zoiets creëren. De klankbordgroep, waar Hessel in zat, was het daar mee eens. En Hessel heeft zeer creatief meegedacht over Brandaan. Al jaren wordt er gezegd dat het eiland een kwaliteitsimpuls nodig heeft, omdat er meer moet zijn dan campings en bier. In het kader daarvan leek het mij zeer gerechtvaardigd om, als het dan toch tot gaswinning komt, het eiland op deze manier te kunnen helpen.’
Voelt u zich onbegrepen?
‘Helemaal niet. Als mensen niet bereid zijn om mee te denken in een strategisch concept, nou, dat is dan jammer.’
Hoe denkt u dat het verder zal gaan met de plannen voor gaswinning op het eiland?
‘Zolang de olieprijs laagt blijft, gaat het nog heel lang duren. Ik schat de kans op tachtig procent dat het voorlopig niet doorgaat, want de komende jaren leveren deze investeringen te weinig op. Ik vraag me ook af of Tulip Oil het vol zal houden. Bezwaarprocedures, de gang naar de Raad van State, het kost allemaal geld. Wie weet dat die concessie over een paar jaar naar een bedrijf uit, zeg, Kazachstan zal gaan. Zulke dingen zie je in heel Europa gebeuren, en dan komt er geen fonds, hoor. Tenzij er tegen die tijd een nieuwe mijnbouwwet is, waarin een bruidsschat waarschijnlijk verplicht wordt gesteld. Het verschil is: nu hadden we nog een vrije onderhandelingspositie, dan komt er een wettelijk plafond. Ik verwacht dat dat nooit zal uitkomen op de tientallen miljoenen waar we met de klankbordgroep mee rekenden. Terschelling mist grote kansen. Er stagneert hier van alles. In 2020 staat er een productielocatie op vijf kilometer afstand in zee. Dat is dan alles wat er overblijft.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.