Liever luisteren? Laat auteur Mischa Cohen je dit verhaal voorlezen.

‘Fascistische sympathieën hebben jullie allemaal, al merken wij er nooit veel van… er is veel verdord intellect in Nederland,’ schreef Erich Wichman in het najaar van 1928 aan de dichter Henny Marsman. Die had in een interview gezegd dat hij desnoods zelf dan maar de ontbrekende ‘goeie Nederlandse roman van iemand beneden de veertig’ wilde schrijven. ‘Tenminste, als ik niet aan een fascistisch front gesneuveld ben.’

Kunstenaar en polemist Wichman liet zijn vriend weten dat hij kon schrijven én sneuvelen – als hij medewerker werd van zijn fascistische tijdschrift De Bezem. ‘Er is werk voor je,’ schreef hij aan Marsman. ‘Niets minder dan een Augiasstal om uit te mesten. Of is dat niet netjes genoeg voor “de beste van onze jongere dichters”? Maar: ‘Op “net” fascisme zal je vergeefs wachten. En hoe wou je anders sneuvelen?’

Wichman wilde korte metten maken met de bekrompenheid...