‘Alle jaargetijden op één dag,’ zo vat Awraham Soetendorp zijn stemming samen als hij op een voorjaarsochtend in Den Haag de deur opent. Hij is bezorgd over de gezondheid van zijn vrouw Sira bij wie een agressieve vorm van kanker is geconstateerd, terneergeslagen over de oorlog in Oekraïne, en tegelijk ook opgetogen bij het vooruitzicht dat in mei in Israël het eerste achterkleinkind wordt verwacht.

Op tafel ligt Alleen in Berlijn, een waargebeurd verhaal uit 1947 van de Duitse schrijver Hans Fallada. Sira en Awraham lezen het samen. ‘Het gaat over verzet, klein verzet,’ zegt Sira, die van een ‘uitzinnige vermoeidheid’ spreekt. ‘Het gaat over een ongeletterd echtpaar dat in de jaren dertig ansichtkaarten neerlegde met beledigende teksten over Hitler, in trappenhuizen waar veel mensen kwamen. Uiteindelijk werden ze ter dood veroordeeld, maar het kostte de SS’er die ermee belast was twee jaar om ze op te sporen, hij werd helemaal gek.’

Awraham tegen Sira:...