Skerrie: ‘Oké. “Waar, wanneer en hoe hebben jullie elkaar ontmoet?”’

Vuige Muis: ‘De eerste keer was in 2015, op Dunkende Dykes, een lesbisch basketbal-event in Amsterdam. Toen was ik erg gecharmeerd…’ Skerrie: ‘…van mijn billen.’ Vuige Muis: ‘Je billen.’ Skerrie: ‘Wij kwamen niet basketballen, wij kwamen alleen maar…’ (zangerig) ‘kíjken.’ Vuige Muis: ‘Naar elkaar.’

Skerrie: ‘Jij zocht later voor je afstudeerwerk een eindregisseur en omdat ik het jaar daarvoor was afgestudeerd, zei een gemeenschappelijke vriendin: “Je moet Skerrie checken.” Toen hebben we een maand intens samengewerkt. Aan het einde van die samenwerking kregen we verkering. Volgens mij hebben we sindsdien nooit meer een nacht apart geslapen, en dat is zes jaar geleden.’

Skerrie (leest op): ‘“Hoe zag jullie leven eruit toen jullie elkaar ontmoetten?”’

Vuige Muis: ‘Hectisch. Toen we elkaar leerden kennen, was ik bezig mijn draai te vinden in het leven, een spannende fase waarin je voelt dat je de veiligheid van school gaat verlaten en in een grote wereld terechtkomt. Ik wilde een kunstcollectief starten, maar had nog niet de mensen verzameld met wie ik dat voor me zag.’

Skerrie: ‘Ik voelde me juist heel chill omdat ik net van school af was. Ik deed de regieopleiding in Maastricht en vond die school superbeperkend en heel conservatief. Ik wilde een visueel album maken, ik wilde een korte film maken, ik wilde een installatie maken, muziek maken, dat mocht allemaal niet. Toen ik klaar was, voelde ik me liberated. Ik woonde op een goedkoop kamertje in Amsterdam, ik was 23, ik dacht: ik ben jong, ik hoef helemaal niks, ik ga gewoon dingen uitproberen. Ik ging in mijn eentje naar het museum, was lekker aan het rondfietsen. Wat ik wel lastig vond, was dat al mijn passion projects overal werden afgekeurd. Van jongs af aan wilde ik al heel veel dingen tegelijk doen: dansen, zingen, schrijven, regisseren, beelden maken, installaties maken, ik wil het allemaal. En ook al was het onsamenhangend, jij juichte het toe. Ik weet nog dat toen we verkering kregen, we zeiden: dan gaan we niet meer samenwerken.’

Vuige Muis: ‘Je slaat een vraag over.’ Skerrie: ‘Het moet gewoon een gesprek zijn, toch?’ Vuige Muis: ‘Waar zijn we nu überhaupt qua vragen?’ Skerrie leest voor: ‘“Hoe zag de weg eruit voor jullie elkaar ontmoetten? Wat is jullie achtergrond, school.” Dat is het leven vóórdat we elkaar kenden, daar had ik het nog niet over…’

Vuige Muis: ‘Wil je nog iets afmaken dan? Het voelde spannend voor jou…’

Skerrie: ‘Ik vond het niet spannend, ik vond het gewoon heel bevrijdend. Dat is echt het grote verschil tussen ons, ook in wat we nu doen. Als ik zeg: misschien maken we over drie jaar geen muziek, maar hebben we een tijdschrift of zijn we clipregisseurs of hebben we een label, een kledinglijn waarmee we de wereld over reizen, dan word ik enthousiast en jij wordt zenuwachtig. Jij wilt weten welk paadje we gaan aflopen, ik vind dat benauwend. Als dat paadje halverwege niet goed meer voelt, moeten we afslaan.’

Vuige Muis: ‘Ik vind een bepaald houvast fijn. Als we een zijweg inslaan, prima, maar jij wilt alles open houden. Ik herinner me dat het vanaf the get-go al zo was.’

AAN DE KEUKENTAFEL

In de reeks ‘Keukentafelgesprekken’ bevragen levenspartners uit wetenschap, politiek en kunsten elkaar aan de hand van een vaste lijst vragen over de invloed van hun relatie op hun ideeën en werk. In de vorige afleveringen waren dat econome Kate Raworth & filosoof Roman Krznaric, oud-politica Marianne Thieme & financieel geograaf Ewald Engelen, en wetenschapper Robbert Dijkgraaf & schrijfster Pia de Jong. Annemiek Leclaire werkt de opnamen uit.

Kippenhok

Vuige Muis: ‘Ik ben geboren in Suriname, ben op mijn vierde van Paramaribo naar Arnhem verhuisd en daar opgegroeid met mijn moeder en mijn tien jaar oudere broer. Mijn moeder heeft 25 jaar bij een verzekeringsmaatschappij gewerkt en runt nu haar eigen Surinaamse eethuis.’

Skerrie: ‘Ik ben opgegroeid in Gein, met een vader en vijf zusjes. Wel een kippenhok. Mijn vader is wetenschapper. Daarom ben ik zo getraind in woordgebruik, omdat ik van jongs af aan heb zitten discussiëren thuis. Ik leer veel van mijn vader. Ik discussieer superhard met hem, en soms komt het bij hem aan. Wel fijn, want het is een boomer en hij wil die boomer ook nog wel eens meenemen naar 2021. Jouw moeder heeft een superwit klinisch huis, van glas, leer, geboend, leeg, stil. Bij mijn vader staat altijd de tv aan, en dan draait hij ondertussen het soort jazz waardoor het lijkt alsof je drie verschillende platen tegelijk hoort. Hij is een hoarder, hij heeft al onze werkjes vanaf dat we kleine kinderen zijn nog steeds in huis staan.’

Vuige Muis: ‘Ik zou helemaal gek worden. Mijn leven was superstil, ik heb veel met mezelf moeten dealen, wat ik nooit als iets negatiefs heb ervaren, ik kan daarom heel goed stil zijn.’ Skerrie: ‘Ik word gek als het helemaal stil is! Pas als er ruis is, word ik rustig; als er stilte is, raak ik gestrest. Mijn gezin is super-Hollands, jouw gezin is in Suriname geboren. Jouw moeder is supergelovig, mijn vader superatheïstisch, dus er zijn echt wel verschillen. Voor mij is wetenschap het hoogste goed, ik zal niet snel mijn gedachten veranderen over atheïsme, en jij niet snel over religie. Ik denk dat we als we daarvan weggaan ook allebei een beetje onze ouder verraden. Maar alles wat we daaraan verbinden, is pretty much hetzelfde, we stemmen socialistisch, werken hard, helpen anderen.’

‘LIONSTORM is de tegenreactie op niet genoeg ruimte kunnen krijgen. Omdat we gewoon gek werden dat we ons overal benauwd voelden, dat we ons verstopten.’

Vuige Muis: ‘Ik heb altijd veel liefde van mijn moeder gevoeld.’ Skerrie: ‘Je hebt je niet echt kunnen afzetten als kind.’ Vuige Muis: ‘Nee ik was een heel rustig kind, heel braaf.’ Skerrie: ‘Ik denk dat we allebei niet gepuberd hebben omdat we ons zorgen maakten om onze ouders. Met mijn moeder heb ik een heel ingewikkelde band, géén band, daar heb ik me heel erg opgesloten gevoeld; daardoor ben ik heel spastisch in mijn grenzen aangeven, omdat ik zo vaak over mijn grenzen heen heb laten gaan.’

Vuige Muis: ‘Ik weet nog dat onze eerste gesprekken gingen over gebroken ouders, gebroken huizen.’ Skerrie: ‘Jij bent een moederskind, ik een vaderskind. We zijn de caretakers van onze ouders geworden, we hebben altijd en eeuwig de stress dat het niet goed gaat met onze ouder. Dat die te alleen is, dat wij die niet genoeg kunnen bieden.’

Vuige Muis: ‘Juist omdat we nooit die ruimte hebben opgeëist, proberen we het wel in ons werk te doen.’ Skerrie: ‘Dat is de hele drijfveer van wat we doen. LIONSTORM is de tegenreactie op niet genoeg ruimte kunnen krijgen. De track “No H8ro” gingen we maken omdat…’ Vuige Muis: ‘…het genoeg was.’ Skerrie: ‘Omdat we gewoon gek werden dat we ons overal benauwd voelden, dat we ons verstopten. Het gevoel dat de wereld er aldoor maar niet klaar voor is. Als tegenreactie zei ik op een gegeven moment: ik ga het gay zijn helemaal op de voorgrond plaatsen − ik ga het helemaal cultiveren en omarmen. We hadden ook een shirt laten maken met “Gay”. In die tijd gebruikte iedereen het woord “gay” als “slecht”, zo van: “Die artiesten zijn echt gay”, en dan bedoelen: dom, of slecht.

Skerrie: ‘Iets wat ik vet vind bij mannelijke artiesten is dat ze viezer en ruiger en harder en grover zijn. Daar zit een soort bevrijding in die ik herken. Maar ik voel als vrouw al mijn hele leven lang dat ik dat niet mag, en daarom probeerden we dat met de clip ‘Vies’ heel heftig op de voorgrond te plaatsen.’ Vuige Muis: ‘Zodanig dat we geblokkeerd werden op allerlei kanalen.’

Skerrie: ‘Maar als we dan een fotoshoot hebben in ondergoed zorg ik ervoor dat ik mijn benen goed geschoren heb, en ook de dag ervoor, zodat ik geen geïrriteerde huid heb, en heb ik me helemaal ingesmeerd met lotion. Dan voel ik me hypocriet.’

Vuige Muis: ‘Dat we dit beeld en de visie willen uitdragen betekent niet dat we het zelf ook altijd hoeven te zijn.’ Skerrie: ‘Ik ben er nog niet van bevrijd, dát is mijn punt.’

Vuige Muis: ‘Niet aan de mainstream voldoen is natuurlijk een heel lang proces.’

rappend kunstduo

LIONSTORM is een rappend kunstduo bestaande uit Vuige Muis (1989, Paramaribo) en Skerrie Sterrie (1991, Gein, Amsterdam), bekend van de tracks ‘No H8ro’, ‘Vies’, ‘WTJMDZ (Wacht Tot Je Mijn Dick Ziet)’ en ‘Triogamie’ met zangeres Merol. Vuige Muis rondde in 2016 de mimeopleiding af aan de Amsterdamse Academie voor Theater en Dans en werkte bij het Maastheater Rotterdam. Skerrie Sterrie studeerde in 2015 af aan de regieopleiding aan de Toneelacademie Maastricht. In 2017 begonnen ze samen LIONSTORM. Hun track ‘No H8ro’ werd door i-D Magazine uitgeroepen tot het queer anthem van 2019. Ze willen alleen met hun artiestennaam in dit artikel.

Kleven

Vuige Muis: ‘“Hoe hebben jullie gesprekken elkaars ideeën en carrière beïnvloed?”’

Skerrie: ‘Wat ik vanaf dag één in onze eerste samenwerking heb gezegd, en later ook tegen jouw coördinator op school: “Vuige Muis moet echt in haar eigen ideeën en in haar eigen kunde gaan geloven.” Jij hebt zo geleerd dat je niet goed bent met taal, dat je ideeën niet sterk zijn, dat je geen goede prater bent, al die dingen zijn zó niet waar.’

Vuige Muis: ‘Het zit deels in mijn karakter, maar het komt ook omdat op de toneelschool een bepaalde stijl werd gewaardeerd. Dan krijg je geen tekst aangereikt, zeggen ze: jij bent meer een beweger.’

Vuige Muis: ‘Jij wilt met iedereen een ideaal huwelijk.’ Skerrie: ‘En dat gaat niet.’

Skerrie: ‘Jij vindt in interviews dat ik het woord moet doen.’ Vuige Muis: ‘We hoeven in alles wat we doen toch niet precies vijftig procent op ons te nemen? Sommige dingen kan ik beter, sommige jij.’ Skerrie: ‘Ik ben best wel dominant. Als jij mij ruimte laat, kom ik in al die ruimte terecht, dat vind ik niet leuk, ik wil niet dat jij in mijn schaduw staat. Asjeblieft, doe die dingen ook. Ik wil dat we alles hetzelfde kunnen.’ Vuige Muis: ‘Jij hebt meer verstand van regie, ik van beweging. Maar je hebt gelijk, ik ben wel een persoon die aan een andere persoon kan kleven. Ik vind het wel fijn dat we nu op dit punt zijn: hoe ben ik ook alweer los van jou, wie zijn mijn vrienden los van jou?’

Wél homo

Skerrie: ‘“Kunnen jullie belangrijke momenten in het leven noemen die hebben bijgedragen aan jullie huidige visies en carrières?”’

Vuige Muis: ‘Ik ben een keer in mijn gezicht gespuugd. Ik was met mijn toenmalige vriendin in de trein, we waren niet eens aan het zoenen, misschien hadden we elkaars hand vast. Twee jongens liepen langs en zeiden: zoen dan, zoen dan, en wij zeiden nee, en toen ben ik in mijn gezicht gespuugd. Ik snapte het gewoon niet. LIONSTORM gaat over accepteren van jezelf, over niet meer angstig willen zijn, maar er gewoon zijn.’

Skerrie: ‘Ik weet nog dat ik een keer in de kroeg naar de wc ging, en een meisje zei: “Oh, jij hebt echt een heel mooi lichaam, no homo.” Ik schrok daarvan. Ik wist zelf toen al dat ik op vrouwen viel, maar ik vond het lastig dat zij het nodig vond te benadrukken dat zij géén homo was. En ik dacht: wél homo! Ik voelde veel schaamte toen, alsof het vies was om vrouwen aantrekkelijk te vinden, dat was juist de reden voor mij om het zo naar voren te duwen. Weet je nog dat jouw neefje toen hij 8 was, zei: tante, klopt het dat jij en Skerrie verliefd op elkaar zijn? En toen zei jij: ja, dat klopt. Hij zei: dat vind ik raar. Ik vroeg waarom. Hij zei: ik zie dat nooit. Dat was een superbewust moment voor ons: shit, we doen wel in Nederland alsof elk kind weet wat gay zijn is, we doen alsof we gay zijn helemaal geaccepteerd hebben, maar een kind van 8 zegt zelfs nog nooit gehoord te hebben van lesbische of gay mensen.’

Vuige Muis: ‘Hij zei: ik zie het ook nooit in films.’ Skerrie: ‘Elke kinderfilm gaat over een jongetje en meisje die verliefd op elkaar worden, of een jongetjesauto en een meisjesauto. Het moet zoveel zichtbaarder zijn in zoveel meer verhalen. En vanuit onszelf. Anarchistisch, jeugdig en speels. Lesbische vrouwen worden wel afgebeeld, maar altijd als fantasie voor mannen. In de clip die we net met Merol gemaakt hebben, ‘Triogamie’, hebben we ons eigen verhaal helemaal omarmd. We wilden de date tussen vrouwen laten zien zoals die echt is, op een hele zachtaardige manier, en niet de geseksualiseerde porno-manier. We kozen ervoor de vrouwenvriendschap te laten zien die langzaam omslaat naar romantiek en seks, het is heel verbonden, die clip is supersexy maar het is totaal niet porno. Dat vind ik belangrijk, dat ons narratief ergens afgebeeld wordt.’

Moshen en grunten

Vuige Muis: ‘Er was een moment waarop niet meer te ontkennen viel dat wijzelf het beste matchten om samen te werken. We hadden steeds meer ideeën waar we enthousiast over waren. Omdat we samenwoonden, bleef dat alleen maar groeien. We wilden ruige en vuige feestjes kunnen hebben op expliciete queer muziek en kleding kunnen dragen die erbij hoort en foto’s kunnen delen die erbij horen. En dat zijn we gaan doen. LIONSTORM begon met een T-shirt, toch?’

Skerrie: ‘Nee, met de foto’s. We zijn allebei met hiphop opgegroeid, houden heel erg van bepaalde soorten bubbling beats. Als tiener waren we ons er niet van bewust dat die muziek en die clips niet bestonden met ons eigen narratief, maar ouder wordend wel. Daar spraken we over: hoezo hebben al die artiesten waar ik naar luister nooit mijn seksualiteit met mij gemeen? Waarom hebben wij geen anthems? Er was wel wat queer muziek, heel serieuze singer-songwriters, maar dat luisterden wij helemaal niet.’

Skerrie: ‘Wij gingen moderne iconische beelden, zoals Kim Kardashian en Kanye West op de motor in de videoclip van Bound 2, opnieuw schieten met queerstellen. We hoorden dat mensen daarvan schrokken, dat ze het te pornografisch vonden. En dat was precies ons punt: we vinden het te pornografisch of te heftig als het een queerstel is, maar romantisch als het niet queer is. En tegelijkertijd waren we in de studio bezig met muziek en kleding. Daarom noemen we LIONSTORM een “queer urban movement”: je wilt niet alleen muziek hebben die meer over jou gaat, maar ook kleding, foto’s, feestjes.’ Vuige Muis: ‘Zonder dat je lastiggevallen wordt.’

Vuige Muis: ‘Jij wilt met iedereen een ideaal huwelijk.’ Skerrie: ‘En dat gaat niet.’

Skerrie: ‘Dat is ook de reden dat we een kunstenaarsduo zijn en geen rapduo, omdat we dit allemaal even belangrijk vinden. We vinden rebellie en uitgesproken seksualiteit in hiphop heel tof, daar herkennen we ons in, we misten alleen één puzzelstukje, dat wat wij zelf altijd het meest op de achtergrond hadden moeten plaatsen, en dat hebben we nu in onze hele brand op de voorgrond geplaatst. Dat gaat niet alleen over queer zijn, maar ook over een rauwe vrouw zijn die wil kunnen moshen en grunten; alles waarvan je het gevoel hebt: dat heb ik een beetje verstopt, dat hebben we naar voren willen halen en cultiveren.’ Vuige Muis: ‘Aan de comments merk je: oké, niet iedereen is er klaar voor. Het moet nog veel meer naar buiten komen, nog veel zichtbaarder worden.’

Skerrie: ‘Ons logo is twee homoseksuele leeuwen. We hoorden dat in een land waar homoseksualiteit verboden is, in een dierenpark steeds seksende mannetjesleeuwen waren gespot. Dat vonden we tof: je kunt het wel proberen te ontkennen, maar hier is het, in your face. Dus ons logo is een foto van twee mannetjesleeuwen die seks hebben. Wij zijn die lions die de wereld als bij storm nemen, waar je niet omheen kunt. Ik ben alleen bang voor de verkeerde samenwerkingen, omdat mensen je dan je vrijheid kunnen afnemen. Dat is mijn trauma, natuurlijk. Ik zeg wel eens: ik sta liever op de hoek van de straat kunst te maken dan dat ik heel veel opportunity heb om ergens kunst te maken waar ik beperkt word. Als ik niet het gevoel heb dat ik vol mezelf kan zijn, heb ik de neiging heel hard weg te rennen. Dat had ik ook al tien keer gedaan de afgelopen drie jaar als jij op die momenten niet had gezegd: “Laten we even realistisch zijn: muziek en clips maken, daar moet je voor samenwerken, we hebben mensen nodig die ons kunnen ondersteunen! Het gaat nooit helemaal klikken.”’

Vuige Muis: ‘Jij wilt met iedereen een ideaal huwelijk.’

Skerrie: ‘En dat gaat niet.’