Sander Donkers moest op maandag al schrijven over het sentiment van vandaag. Wij zijn bij, hij loopt achter. Het referendum, ome Ard, en de Panama Papers: hij heeft nog geen idee. Arme Sander. Deadlines zijn bitches.

De deadline is een bitch. Zoals vandaag. Want terwijl u al álles weet over de Hele Belangrijke Zaken, zit ik op deze maandagochtend in het luchtledige te peinzen over het lot van de blanke rasta.

U weet of het Ja- en het Nee-kamp elkaar, ongeacht de uitslag, jubelend in de armen vielen omdat we Moedertje Democratie zo fraai in actie hadden gezien, of dat de pre-referendum-ophef naadloos overging in post-referendum-gezeur. U ziet de Nee-stemmende horden feestend door de straten trekken en overal matrozenpetjes door de lucht vliegen. Of u bent inmiddels op de hoogte van het feit dat die vermaledijde politieke elite toch heimelijk heeft ingegrepen, een beslissende stembus in Oldenzaal op het laatste moment gesloten en die in Zwijndrecht net even een paar honderd meter van dat bejaardentehuis verwijderd, waardoor – jammer, jammer – de opkomst bleef steken op 29,9 procent.

U weet al of Poetin, Porosjenko en Platini, geschrokken van de onthullingen van de #PanamaPapers, die weggesluisde miljarden meteen netjes terug hebben geboekt naar de spaarrekening van het volk, met de plechtige belofte nooit meer zoiets gemeens te doen. Of dat het net ietsje anders liep, het volk toch maar de pestpokken kon krijgen en het opeens heel druk is bij alle collega’s van juridisch advieskantoor Mossack Fonseca.

En als we toch bezig zijn: u weet hoe het is met Ard. Leeft-ie nog, politiek gezien? Heeft onze favoriete corpsbal zich onder alle blunders uit weten te kletsen, of kunnen we concluderen dat het winnen van het Nederlands Kampioenschap Debatteren in de echte wereld bar weinig nut heeft?

U bent bij, ik loop achter. Soms is het best prettig in de windstilte. En wie weet heeft het uiteindelijk zelfs nut, want met al dat wereldnieuws aan uw hoofd bent u hem vast allang weer vergeten: Corey Goldstein, de blanke rasta die er op een universiteit in San Francisco door een donker meisje op werd gewezen dat hij geen dreadlocks mocht hebben omdat die haarstijl eigenlijk tot háár cultuur behoort.

Klein bier? Nou, niet in Amerika, waar de verhitte stellingen (‘Hij reduceert cultureel verzet tot een coole trend’ versus ‘De Egyptenaren hadden ook dreadlocks’) meteen werden ingenomen. Voeg dit bij het bericht dat Justin Bieber afgelopen weekend op Instagram zijn nieuwe dreads in première liet gaan, en misschien ben ik wel gewoon over u heen gesprongen, naar het wereldnieuws van morgen – de volgende aflevering in een cultuuroorlog waar we het in Nederland met het debat over Zwarte Piet en white privilege ook al geruime tijd behoorlijk druk mee hebben.

Ternauwernood wist ik een vlaag van nostalgie te onderdrukken naar een tijd waarin de ganse natie zich uitdoste met Gullit-pruiken, en daarbij soms zelfs hun gezicht zwart schminkte, terwijl de geïmiteerde voetballer in kwestie het allemaal prima vond. In het heden is ‘black hair’ een cultureel en politiek mijnenveld waar ik me met m’n rossige vlaskop vol blinde vlekken beter niet in kan wagen.

Toch voel ik op voorhand erbarmen met de blanke rasta, een menstype waarmee ik backpackenderwijs toevallig flink wat ervaring heb. Ik heb de natuurlijke aantrekkingskracht gezien tussen hem en zijn djembé, die zo ontroerend omgekeerd evenredig is aan zijn ritmegevoel. Ik heb gezien hoe hij naar zijn didgeridoo gezogen wordt als een kitten naar een bolletje wol, en hoe hij, in zijn gehaakte Peruaanse vest van alpaca-wol, alles doet om in contact te komen met Moeder Aarde.

De blanke rasta grist vrijelijk uit de schappen van de supermarkt der vreemde culturen. Je kunt vele essays volpennen over de vraag of hij dat doet uit onwetendheid, bewondering of om te ontsnappen aan zijn eigen culturele achtergrond, maar hij doet er in elk geval niemand kwaad mee. Bovendien hebben we, wat raar haar betreft, met Donald Trump en Geert Wilders aan beide zijden van de oceaan onze handen voorlopig meer dan vol.

Memo aan de ophef van morgen: mag deze alsjeblieft even aan ons voorbij gaan?