De Engelse schrijver Tim Parks schrijft een veelgelezen blog voor The New York Review of Books waarin hij ook steeds zijn eigen schrijverschap onder de loep neemt. Er verscheen een selectie uit die stukken.
Als er iemand op de hoogte is van de hedendaagse wereldliteratuur dan is het Tim Parks. Deze al bijna vijfendertig jaar in Italië wonende Engelse romanschrijver, historicus, Italiëkenner, reisschrijver, vertaler, docent, criticus, essayist en blogger voor The New York Review of Books is een kosmopoliet. Het was Parks die een paar jaar geleden in de New York Review een lang artikel over de Nederlandse literatuur schreef en nog steeds is het niets bijzonders om de namen van Hugo Claus of Gerbrand Bakker in zijn stukken te zien opduiken. Hoe geïnteresseerd Parks ook is in wat er in Japan, Zwitserland, Denemarken, Duitsland en Nederland nu geschreven wordt, hij schrijft er niet als een geglobaliseerde geest over, iemand die los is geraakt van zijn directe dagelijkse omgeving. Parks heeft een goed gevoel voor de verhouding tussen het lokale en internationale.

Dat is te zien in de vrije beschouwingen die hij als blog-essays een paar keer per maand in de New York Review schrijft. Daarvan is nu een selectie is vertaald onder de titel Waarom ik lees. Een deel van de stukken gaat over ‘de veranderende wereld van het boek’ en over vertalen, maar echt interessant wordt het wanneer hij de vraag van de titel van het boek probeert te beantwoorden in stukken als ‘Waarom hebben we verhalen nodig?’, ‘Waarom lezers het niet eens zijn’ en ‘Gevangen in de roman’.
Parks denkt dat als iedereen zijn autobiografie als lezer schrijft we er achter kunnen komen waarom en wat iemand leest. Hij is dus voor een genealogische verklaring van iemands lectuur. Omdat zijn vader evangelisch predikant was, stond zijn jeugd in het teken van goed en kwaad. Boeken las hij dan ook langs de as van goede of slechte personages. De boeken van Dostojewski kon de jonge Parks daarom goed begrijpen. Bij andere families werd alles gezien in het licht van angst en moed, zodat voor hen de boeken van Thomas Hardy dichtbij waren. Het werk van D.H. Lawrence, dat Parks nog wel eens noemt, is heel geschikt voor mensen die met afhankelijkheid en onafhankelijkheid worstelen. Bij Lawrence kun je onafhankelijkheid leren, uit zijn romans natuurlijk (Lady Chatterley’s Lover) maar ook uit zijn boek over Thomas Hardy, die hij verwijt te weinig moed te tonen in zijn romans. Wanneer Parks een boek van Dave Eggers leest herkent hij Eggers’ voortdurende verdeling van de wereld in goed en kwaad. Maar wanneer Eggers aan het eind van een boek begint te preken, moet Parks met gemengde gevoelens aan zijn vader denken.

Tim Parks ging wel boeken lezen die zijn ouders afkeurden, maar van echte rebellie was, anders dan bij zijn oudere broer, geen sprake. Gevolg was dat de kosmopoliet, de wereldburger, de alleslezer, de nieuwsgierige, over alle grenzen heen kijkende Parks in zijn eigen romans helemaal geen kosmopoliet was, maar een opvallend determinisme aan de dag legde: we zijn wie we zijn. En daar valt niet veel aan te veranderen, aangezien ons karakter, de familie waaruit we komen en onze manier van denken onze ‘lotsbestemming’ zijn. Hier zie je hoe iemand met een brede blik toch gebonden is aan zijn afkomst en psychologie. Voor Parks is het een vraag, en helemaal niet iets vanzelfsprekends, of mensen ‘hun leven kunnen veranderen’, en of schrijvers andere verhalen kunnen schrijven dan ze gewend zijn. Alleen al dat Parks deze vragen stelt geeft aan dat hij zich nog met huid en haar aan zijn ‘lotsbestemming’ gebonden voelt.
Lezers zijn ook wie ze zijn, maar wel te veranderen door wat ze lezen. Het zijn geen neutrale lezers. Ze hebben voortdurend ook hun eigen gevoeligheden, verlangens, weerstanden en moraal in hun hoofd, voor een flink deel nog afkomstig van hun familie en opvoeding. Met wat ze daar nog van in zich hebben, zijn ze de hele tijd in discussie met wat ze lezen. ‘Hoe ver de plot ook van je eigen ervaring af staat’, schrijft Parks, ‘toch doorkruist het verhaal je leven: het kan geruststellend zijn, zenuwslopend, saai, opwindend, uitdagend, ongelooflijk; het kan je ongeduldig maken, het kan je helpen of juist niet.’ Door die sensitiviteit staan lezers open voor andere inzichten. Ze kunnen van hun eigen ‘lotsbestemming’ af willen en er belang bij hebben om de dingen anders te gaan zien. Omdat hij als kosmopoliet ook steeds dicht bij zichzelf bleef, overkwam dit Parks zelf. In Leer ons stil te zitten en in zijn recente roman De dienares neemt hij afscheid van het denken in ‘lotsbestemmingen’. Hij had dat ‘ongelukkige gedoe niet meer nodig’.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.