Als één boek de niet aflatende alomtegenwoordigheid van Shakespeare laat zien dan is het Shakespeare Forever!, een inventaris van álles wat over Shakespeare, zijn toneelstukken en invloed bekend is.
In de jaren zestig publiceerde de Poolse essayist en toneelkenner Jan Kott een boek met een titel die er niet om heen draaide: Shakespeare tijdgenoot. Natuurlijk werd wel vaker gezegd dat Shakespeare (1564-1616) ons nog van alles te vertellen had, maar daar werd dan wel bij gezegd dat hij gemoderniseerd moest worden. Op zijn minst was zijn archaïsche taal aan vernieuwing toe en schrappen kon ook geen kwaad. Kott vond dat allemaal bijzaak, Shakespeare was wat hem betreft, afgezien van zijn vindingrijke taal en geestige stijl, inhoudelijk gewoon van onze tijd. In zijn toneelstukken gaat het over macht, afgunst, absurdisme, hoogmoed, achterbaksheid, verleiding, twijfel, waanzin, beïnvloeding, paranoia, list, parvenuschap, hartstocht, paradoxen, dromen – kortom over het bijna complete existentiële alfabet van verstand en gevoel, waaraan we nog dagelijks onderhevig zijn, vertolkt door Hamlet, Lear, Macbeth, Falstaff, Richard III, Prospero, Katharina, Hendrik V, Romeo en Julia, Othello, Titania en Shylock.

Jan Kott heeft veel invloed gehad op de modernisering van Shakespeare door hem te vergelijken met Eugène Ionesco en Samuel Beckett. Dat inspireerde Peter Brook tot zijn vernieuwende King Lear en Roman Polanski tot zijn Macbeth, allebei uit 1971. Shakespeare houdt er volgens Kott geen moraal op na, hij noteert slechts wat hij om zich heen waarneemt. Hij is een amoralist. Hij laat het aan de toeschouwer om zijn ethische gevoelens aan het werk te zetten bij wat hij op het toneel ziet. Krimpen we ineen wanneer de weduwe van de koning in Richard III trouwt met de moordenaar? Hebben we daar begrip voor? Heeft ze zich eenvoudig aangepast aan de nieuwe machtsverhoudingen? Was ze een opportuniste van het zuiverste water? Wat heeft ze daar voor motieven voor?
Shakespeare laat zijn personages het werk doen, hij laat zichzelf maar moeilijk kennen. Hij toont het leven in een extreme veelzijdigheid in zijn toneelstukken, maar zelf blijft hij onzichtbaar. Hij heeft geen mening, hij laat geen duidelijke voorkeur blijken voor een of meerdere personages. Die personages zijn verre van eenduidig en bieden mogelijkheden te over voor heel verschillende interpretaties.
Shakespeare Forever!
Dat is een van de verklaringen die Ton Hoenselaars geeft voor Shakespeares onverslijtbaarheid in zijn boek Shakespeare Forever! Leven en mythe, werk en erfenis. Shakespeare laat zoveel van de complexiteit van het leven zien dat er moeilijk een eenduidige moraal aan te ontlenen is: ‘Shakespeare is niet voor of tegen zijn personages, omdat hij te veel begrip voor ze heeft, of het nu gaat om een deugdzaam burger of bloeddorstige tiran, om een prinses of een prostituee.’ Vanwege die veelzijdigheid is Shakespeare voor Hoenselaars een ‘ultieme leerschool voor het leven.’ Het belangrijkste dat je van hem leert is dat ‘elke schijnbare werkelijkheid ook haar keerzijde heeft.’
Vanwege die veelzijdigheid is Shakespeare voor Hoenselaars een ‘ultieme leerschool voor het leven.’
Shakespeare forever! is een boek van iemand die zijn hele leven met Shakespeare bezig is geweest. Dat is een Shakespeare-aficionado. Het is geen biografie. Het is niet het werk van een kritiekloze adept, maar wel van een dwangmatige verzamelaar die alles wat met Shakespeare te maken heeft interessant vindt omdat hij het een plaats kan geven in wat hij al weet.
Hoenselaars heeft het over alles, van de diepzinnigste interpretaties tot de kleinste trivialiteit: over zijn leven, familie, over de tijd, de vrienden, de collega’s, de vertalingen (niet alleen over de Nederlandse, maar ook over de Duitse en de Franse). Over wat andere schrijvers van hem vonden (Proust, Stendhal, Dickens, Wittgenstein). Welke regisseurs zich aan hem hebben gewaagd (Peter Brook, Ariane Mnouchkine, Roman Polanski, Ivo van Hove). Welke acteurs in zijn stukken hebben gespeeld en geschitterd (Lawrence Olivier, Orson Welles). Wie de stukken met succes heeft bewerkt (Tom Lanoye natuurlijk, die de koningdrama’s ‘maatschappelijk relevant, bevlogen en vindingrijk’ bewerkte tot Ten oorlog). Welke opera’s van zijn stukken zijn gemaakt door Wagner en Verdi. Welke popartiesten hem hebben gebruikt (David Bowie, de Bee Gees, The Eagles, Led Zeppelin, Bob Dylan). Waar zich standbeelden bevinden. Welke tunnels door bergen naar hem zijn genoemd. Welk effect de toneelstukken hebben gehad op de politiek. Hoe Shakespeare in Amerika werd ontvangen (tijdens zijn bezoek aan Amerika kwam Alexis de Tocqueville overal Shakespeare tegen). Dat Shakespeare in de gevangenissen werd gelezen als een middel om te overleven. Welke festivals er over de hele wereld in zijn naam worden gehouden. De geschiedenis van de theaters waar zijn stukken in Londen en Stratford werden gespeeld (zoals het Globe Theatre). De talloze anekdotes over bepaalde opvoeringen (zoals in Westerbork in 1941 de Midzomernachtsdroom met muziek van de joodse componist Mendelssohn-Bartholdy).
Shakespeare werd in de gevangenissen gelezen als een middel om te overleven.
‘Retorisch opgeblazen veelschrijver’
Deze macht aan serieuze en triviale kennis staat in niet te lange hoofdstukken achter elkaar. Het is professioneel en verantwoord gedaan, maar tegelijk heeft het iets krankzinnigs. Je kunt het boek overal beginnen. Er wordt onomstotelijk mee aangetoond dat Shakespeare alomtegenwoordig is, over de hele wereld. Toch waren er ook schrijvers en filosofen die niets van hem moesten hebben. Tolstoi vond hem ‘een retorisch opgeblazen veelschrijver’. Wittgenstein vond dat Shakespeare geen ‘morele ruggengraat’ had. En dat zijn werk geen ‘bindend godsdienstig of esthetisch principe’, geen kern, bezat die het geheel coherentie had kunnen geven. Voltaire vond dat Hamlet geschreven was door ‘een dronken wildeman.’

Shakespeare is in de vierhonderd jaar dat zijn stukken gespeeld worden van alles beschuldigd: zijn werk zou van een ‘patriarchale ideologie’ getuigen, De koopman van Venetië zou antisemitisch zijn, Othello racistisch, De storm zou slavernij vergoelijken en De getemde feeks zou seksistisch zijn. In al deze aantijgingen zit wel iets, maar nooit voldoende omdat Shakespeare steeds voor een andere kant van een persoonlijkheid of een gebeurtenis zorgde.
Volgens Stephen Greenblatt in William en de wereld zijn veel personages van Shakespeare in hoge mate ongrijpbaar. Hij zou voor een ‘strategische duisterheid’ (strategic opacity) hebben gezorgd waardoor er eindeloos over het karakter, de motieven en het gedrag van de personages gediscussieerd kan worden. Hoe kunnen we ooit een definitief oordeel vellen over een complex personage als Falstaff, vraagt Hoenselaar zich af. Hij is een struikrover in de dienst van Hendrik V. Hij is een geboren leugenaar, geestig, een angsthaas, corrupt in een corrupte samenleving, een machiavellist tussen dito politici. Ook al wordt hij verbannen, met zijn levenslust is hij ‘de ongekroonde koning van de koningsdrama’s.’
Omdat Hoenselaars zo gul citeert uit de tragedies, de blijspelen en de sonnetten valt het op hoe vaak Shakespeare de opkomst en de ondergang van het menselijk leven in een paar regels samenvat. Omdat ze niet zo oud werden hadden mensen in de tijd van Shakespeare een sterk bewustzijn van de vergankelijkheid van het leven. Shakespeare zelf spande de kroon. In Naar het u bevalt: ‘De hele wereld is een schouwtoneel, /En mannen, vrouwen, allen zijn maar spelers;/Ze komen op en ze verdwijnen weer.’ In Macbeth: ‘Het leven is een zwervend schaduwbeeld,/Een arme speler, die op het toneel/Zijn uurtje praalt en raast, en dan verdwijnt.’ In De storm stelt Prospero zich voor hoe al de ‘weelderige paleizen, gewijde tempels’ ten onder gaan en ‘deze ijdele vertoning spoorloos zal verdwijnen.’
Dit apodictische inzicht speelt op de achtergrond van alles wat Shakespeare heeft geschreven. Maar ook al verdwijnen we, ondertussen moet er eerst gemiddeld zo’n tachtig jaar geleefd worden. De treurspelen van Shakespeare stellen ons volgens Hoenselaars in staat om, na de Griekse tragedies, inzicht te krijgen in de ingewikkeldheid van het innerlijk. En er van overtuigd te raken dat we anders zijn dan anderen. Dat besef zou met Shakespeare zijn intrede in de literatuur gedaan hebben.
Ton Hoenselaars, Shakespeare Forever! Leven en mythe, werk en erfenis, Wereldbibliotheek, €24,99, 432 p.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.