David Rijser, een van de actiefste classici in Nederland, beweert in zijn levenswerk Een telkens nieuwe Oudheid dat wij onze identiteit ontlenen aan de eeuwenlange confrontatie met de de klassieke Oudheid.

De ‘Klassieke Oudheid’ is een springlevende wereld wanneer je denkt aan de tragedieschrijvers, de satirici, de historici en een hele reeks filosofen, maar zodra de klassieke oudheid ‘classicistisch’ wordt is het met die levendigheid ineens gedaan. Wanneer de klassieke regels van de kunst als in beton gegoten worden beschouwd (het sonnet, de symmetrie, eenheid van plaats en tijd, beheersing, rechtlijnigheid) treedt al gauw de verveling in. Neoclassicistische bouwwerken representeren die verveling. Ze zijn groot en monumentaal (de kolos van de Madeleine in Parijs), dus niet snel weg. Ze hebben iets onverzettelijks en onvermijdelijks. Voordeel is dat je ze daardoor eigenlijk niet meer ziet.

‘Klassiek’ is een dubbelzinnig begrip: het staat voor iets dat zo sterk is...