De dood van de Ameri­kaanse schrijver David Foster Wallace zal niet snel vergeten worden. Het is een dood (zelfmoord) die alles te maken heeft met de wereld van de laatste vijftig jaar, bijna de leeftijd (46) die hij zichzelf gegeven heeft.

Wallace is de Glenn Gould van de literatuur. Hij streed twintig jaar tegen depressies. Hij was gezegend met een lucide, lichtelijk geniaal brein, maar werd er ook door geplaagd. Hij zag zoveel kanten aan alles, dat altijd het gevaar van onderlinge botsing op de loer lag.

Het was een zelfvernietigende luciditeit. Hij bracht zichzelf in het nauw door een idee, inzicht of visie helemaal ten einde te denken, maar daarna ook nog het omgekeerde of tegengestelde. Hij maakte ze allebei even zinnig en plausibel. Het ging niet om ideetjes, maar om iets uit de loopgraven van het dagelijkse volwassen leven. Hij had een satirische inslag, maar emotie, gevoel en moraal doken steevast ongeharnast bij hem op, ook al wilde hij niet graag een moralist...