De Vlaamse cutuurfilosoof Lieven De Cauter is bekend met alle maatschappijkritische theorieën en filosofieën en goochelt graag met obscure begrippen. Maar hij roept zichzelf steeds terug naar de aarde, zoals in zijn nieuwe boek ‘Metamoderniteit voor beginners’.
Bij het denken over de wereld ontstaat door de veelheid aan ideeën en observaties de behoefte om die gedachten kernachtig samen te vatten. Het liefst in één woord, één begrip dat alles in een notedop bevat, zoals Verlichting, modernisme of minimalisme. Een woord dat alles samenvat moet onmiddellijk aanspreken. Dat doet ‘metamoderniteit’ niet. De titel Metamoderniteit voor beginners. Filosofische memo’s voor het nieuwe millennium van de Vlaamse cultuurfilosoof Lieven de Cauter is pompeus, ook al zit er ironie in de combinatie metamoderniteit en beginners. ‘Metamoderniteit’ stoot af als woord dat moet samenvatten wat de moderniteit overstijgt. Daar moet veel te veel bij nagedacht worden.
Het woord ‘meta’ is berucht omdat het staat voor academisch navelstaren.
Het woord ‘meta’ is berucht omdat het staat voor academisch navelstaren. Wanneer er sprake is van ‘meta’ ligt het gevaar van doorschieten op de loer: dan gaat een naveldeskundige de plaats van zijn eigen navel bestuderen in narcistisch perspectief, en gaat Culturele Studies de plaats van de culturele studies in de hedendaagse culturele context bestuderen. De Cauter omschrijft metamoderniteit als ‘de moderniteit voorbij zichzelf’. Dat zou nog iets kunnen zijn als iedereen het er meteen over eens was wat men onder moderniteit verstaat. Dat moet steeds weer opnieuw eerst vastgesteld worden.
Stel dat men de vooruitgangsgedachte als typisch modern beschouwt (wat nog niet zo gek is): alles gericht op verbetering en uitbreiding. Deze moderne gedachte is verdwenen omdat gebleken is dat verbetering en uitbreiding niet louter vooruitgang veroorzaakt, maar tegelijk ellende: automatisering zorgt voor efficiency, maar ook voor verlies van banen. Vooruitgang is ook dat iedereen in een auto kan rijden. Maar dat betekent meer wegen, minder natuur en meer uitlaatgassen. Wat ik hier de vooruitgangsgedachte noem heet bij De Cauter ‘lineariteit’: dat er een rechte lijn naar de toekomst loopt. Die lineariteit is nu verdwenen, onder meer omdat de vooruitgang steeds samengaat met een soort achteruitgang. Daardoor wordt alles complexer, De Cauter heeft het zelfs over ‘chaotisch’. Er zou zelfs sprake zijn van ‘een ontregeling van de wereld’. Hij vindt het doorgronden van de hedendaagse wereld daarom ‘vrijwel onmogelijk’, ‘desoriënterend’, een ‘heksentoer’, een ‘herculeswerk’ en een ‘sisyfusarbeid’.
Toch is een poging tot doorgronden van het heden wat De Cauter in zijn boek doet. Ook al is ‘tegenwoordigheid van geest’ een noodzaak in deze tijd, ‘opgewassen zijn tegen het heden’, schrijft hij, ‘werkelijk tijdgenoot zijn, wordt almaar moeilijker door de explosie van het weten, door de complexiteit en interdependentie van de globalisering, de versnelling van het levensritme, de versplintering van de geschiedenis en de dualisering van de wereld.’ Er zou volgens De Cauter een Hegel voor nodig zijn om het allemaal te overzien en tot een synthese te brengen.
In deze, wat De Cauter noemt, ‘non-lineaire warwinkel’ gebeurt alles ook nog tegelijkertijd. In de kunst is alles mogelijk (abstract, figuratief, video, performance, installatie, conceptueel), in het dagelijks leven leeft high tech in en naast de sloppenwijk, het hedonisme naast extreme armoede, fundamentalisme naast het cosmopolitische andersglobalisme, oorlogsvluchtelingen naast arabische superrijkdom.
Voor de diagnose van deze toestand in de wereld denkt De Cauter het begrip ‘metamodern’ te kunnen munten. Dat zou alleen werken wanneer men bij ‘metamodern’ onmiddellijk door één woord weet waar ‘metamodern’ dan voor staat. Dat ene woord (om De Cauter een handreiking te doen) zou ‘complexiteit’ zijn. Dat vat samen wat De Cauter allemaal kenmerkend vindt aan het heden.
Karl Marx was fantastisch zolang hij kritiek had, maar zodra hij met alternatieven voor het kapitalisme kwam was het twijfelachtig.
Complexiteit is hier om nog een andere reden van toepassing. In het laatste stuk van Metamoderniteit voor beginners, dat de vorm heeft van een interview met De Cauter, blijkt hij iemand die heen en weer zwalkt tussen activisme en berusting, tussen anarchisme en liefde voor de middelmatige welvaartstaat, voor alles gemeenschappelijk willen maken (‘commoning’) en de redelijkheid van privébezit. De Cauter zegt zich ook angstvallig tot de ‘diagnose’ te willen beperken. Concrete alternatieven heeft hij niet en daar is hij ook huiverig voor. Karl Marx was fantastisch zolang hij kritiek had, maar zodra hij met alternatieven voor het kapitalisme kwam was het twijfelachtig. Maar De Cauter houdt zich niet helemaal aan het leveren van diagnoses: hij hunkert naar een ‘tegendiscours’ voor het kapitalisme en hij steunt op alle manieren alternatieve initiatieven: de revolutie op het Tahrirplein in Cairo, de betogingen op het Syntagmaplein in Athene, op de Puerta del Sol in Madrid, de Occupy-beweging op Liberty Plaza in New York, de andersglobalisten en de Groenen. Maar hij moet niet veel hebben van de alternatieven aangedragen door denkers als Slavoj Zizek (‘allesbehalve helder’), het duo Antonio Negri en Michael Hardt (idem) en Alain Badiou (‘neo-maoïst’). De Cauter betwijfelt of er een oplossing is voor de complexiteit van het hedendaagse bestaan, maar als hij iets moest noemen dan zou het de ‘ecologische wereldwelvaartstaat’ zijn. ‘Ja, zo simpel. Natuurlijk, ik kan het zeggen, maar hoe moet je het realiseren?’

Lieven De Cauters denken onderneemt grote en vaak boeiende vluchten in Metamoderniteit voor beginners, al gebruikt hij daarbij ook veel bombastische theorie, abstracties en onduidelijke begrippen. Maar hij dwingt zichzelf steeds weer met beide benen op de grond. Zoals wanneer hij het in negatieve bewoordingen over de positieve welvaartstaat heeft: ‘De welvaartstaat is natuurlijk de modder van het midden. Ik bedoel van de middelmaat, de welvaartstaat is geen aanlokkelijke utopie, hij is gewoon één groot compromis. Maar hij werkt.’ Wanneer hij daar op doorgaat en de welvaartsaat vergelijkt met het huwelijk blijkt dat ‘echt’ bij De Cauter inderdaad gelijkstaat aan complexiteit: ‘Het huwelijk is geen idylle, maar het is wel echt. De romance in een vreemde stad is misschien veel meer “romanesk”, maar ze is een beetje onecht. De welvaartstaat is echt. Het is een compromis en een realiteit, want we moeten toch iets maken dat werkt, in de realiteit, denk ik. Niet iets dat mooi klinkt op papier.’
Dezelfde De Cauter schrijft dat hij veel voor het anarchisme voelt en dat hij als denker vooral het negatieve in de wereld moet belichten. Wanneer hij dan tegelijk een peidooi voor de welvaartstaat houdt is het is dus goed dat De Cauter zich niet altijd aan zijn woord houdt.
Metamoderniteit voor beginners is uitgegeven door Van Tilt.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.