Mijn vriendin probeert zwanger te worden. Van een van mijn beste vrienden. Het klinkt als een waargebeurde nachtmerrie, maar voor ons is het de bijzondere laatste stap in een lang proces.

Anna en ik willen een kindje samen, al heel lang. Twee zelfs, als het even kan. Anna wil de eerste dragen; haar klok tikt sneller dan de mijne. Een onbekende donor lijkt ons niets. We willen weten wie de vader van ons kind is. En we willen dat het kind zijn vader leert kennen.

Johan is al jaren een hele goede vriend. We zaten bij elkaar op de crèche en op de middelbare school kruisten onze paden opnieuw. We beleefden avonturen in Chili, waar we in een koude woestijnnacht de deur van onze auto niet meer open kregen. We crosten baldadig door Nijmegen op een onverzekerde scooter, en later over het Amsterdamse Haarlemmerplein. Dwars door de fonteinen heen.

‘Zeg, waar we het laatst voor de grap over hadden, onze kinderwens zeg maar. Zou je daar eens serieus over na willen denken?’

Toch klopte...