Wanneer de feiten veranderen, de titel van het boek waarin de essays van de historicus en politiek commentator Tony Judt (1948-2010) over de jaren 1995-2010 zijn verzameld, is ontleend aan een uitspraak die wordt toegeschreven aan de sociaal-liberale econoom John Maynard Keynes: ‘Wanneer de feiten veranderen, verander ik van mening. En u, mijnheer?’ Dat ‘En u, mijnheer?’ is een karakteristieke ironische subtiliteit van Keynes. Hij wist dat mensen niet zomaar van mening veranderen. Veranderen van mening behoorde tot de verlichte omgang met de werkelijkheid. Dat moest je jezelf leren, zeker iemand als Keynes die beschikte over een duidelijke visie op de sociaal-economische werkelijkheid. Voor het veranderen van mening is moed nodig.

Een sterk voorbeeld van het van mening veranderen is het essay ‘Israël: het alternatief’ dat Tony Judt in 2003 schreef nadat het vredesproces in het Midden-Oosten was vastgelopen en de Palestijnen en Israëliërs weer onverzoenlijk tegenover elkaar stonden. Een jaar eerder was Judt nog een warm pleitbezorger van de twee statenoplossing. Nu pleitte hij voor ‘het ondenkbare’: ‘een enkele, geïntegreerde, binationale staat van joden en arabieren, van Israëli’s en Palestijnen.’ De andere optie was ‘een etnisch gezuiverd Groot-Israël’, het ideaal van de haviken in het toenmalige kabinet Sharon. Het idee werd hem niet in dank afgenomen: ‘Kritiek op de joodse staat staat gelijk aan kritiek op de joden, en zelfs het nadenken over een andere constructie in het Midden-Oosten geldt als een moreel equivalent van genocide.’ Voor Judt was Israël een anachronisme geworden. Een land met voornamelijk joodse mensen loopt achter in een wereld waarin culturen zich steeds meer vermengen.

Zo staat er nog wel meer brisants in het boek, hoewel Judt helemaal niet de reputatie heeft een controversieel politiek-historicus te zijn. Maar hij hecht aan de feiten, vandaar het essay over de Engelse historicus Norman Davies die een dik boek schreef over de geschiedenis van Europa waarin op elke bladzijde met de feiten wordt gerommeld. ‘Het is echt een weerzinwekkend boek,’ laat Judt zich ontvallen. Aan zulke essays is goed te zien dat Judt een bepaalde intellectuele mentaliteit vertegenwoordigt die zijn bronnen heeft bij schrijvers en denkers als Albert Camus, George Orwell, Raymond Aron en Isaiah Berlin. Het zijn denkers die ervan uitgaan dat individuele verantwoordelijkheid de basis is voor alles en dat niets zomaar afgeschoven kan worden op de tijdgeest, de omstandigheden, de heersende ideologie. Ze hebben een scherp besef van het verschil tussen goed en kwaad, maar zijn zich bewust van de menselijke tekortkomingen. In Wanneer de feiten veranderen staan bewonderende stukken over aan Judt verwante geesten als de historicus van de Franse Revolutie als François Furet en de filosoof Leszek Kolakowski. Gemengde sympathie heeft Judt voor de altijd communist gebleven historicus Eric Hobsbawn, schrijver van het invloedrijke boek over de korte twintigste eeuw The Age of Extremes.

Judt gebruikte eens de uitdrukking ‘de banaliteit van het goede’ voor elementaire collectieve voorzieningen, zoals soepel functionerende treinen. Het essay ‘De zegeningen van het spoor’ is niet alleen een ode aan de trein als de uitvinding die de wereld, meer dan welke vinding ook, heeft geopend. De trein is voor Judt ook een voorbeeld van een utilitair hoogstandje, een organisatie die voor een alledaagse voorziening zorgt en tegelijk om een hoge graad van onalledaagse nauwkeurigheid en scherpte vraagt. Alledaags en tegelijk subliem, dat is een opgave. Vandaar Judts sympathie voor politici als William Beveridge die in 1942 een rapport schreef dat het fundament zou vormen voor de verzorgingsstaat. Daarin draaide het niet om de economie op zijn smalst, de winst-en verliesvraag, maar of het goed of slecht was voor een groot aantal mensen.

Tony Judt – Wanneer de feiten veranderen, beschouwingen 1995-2010. Uitgeverij Atlas Contact – ISBN 9789045027142.