Waarom empathie een armzalige gids is

Carel Peeters
In het algemeen dient empathie volgens Bloomom de grenzen tussen mensen te slechten: ‘It is a force against selfishness en indifference.’ Foto: VI-Images/HH

Er zijn vijftienhonderd boeken met ‘empathie’ in de titel. Paul Bloom gaat tegen de stroom in en pleit voor iets anders: sociale intelligentie. Want juist empathie zit eerlijke, morele beslissingen in de weg.

Een boek schrijven tegen ‘meevoelen’ met anderen is een delicate aangelegenheid. Dat gaat tegen de tijdgeest in. Gevoel en emotie, dat is waar het nu om gaat. Maar als je goed wilt zijn en goed wilt doen is empathie een armzalige gids, schrijft Paul Bloom in Against Empathy. Dat doet hij terwijl de bioloog Frans de Waal ervan overtuigd is dat we in een tijd leven waarin we steeds vaker proberen ons in de gevoelens en gedachtewereld van anderen te verplaatsen: we leven volgens De Waal in ‘the age of empathy’.

Deze socioloog stapte over de empathiemuur: ‘Trump-stemmers zijn niet gek’ Lees verder De Waal is in goed gezelschap. Vorig jaar zei president Obama in verschillende toespraken dat we aan een ‘empathietekort’ lijden. Het is goed je te verplaatsen in een kind dat honger heeft, in een werknemer die zijn baan kwijt is, of in een familie die alles verloren heeft bij een hevige storm. Het is goed om je actieradius van bezorgdheid te vergroten, of het nu om mensen dichtbij of ver af gaat. Na een gesprek met paus Franciscus zei Obama dat je door gebrek aan inlevingsvermogen zomaar in een oorlog terecht kunt komen. Door datzelfde gebrek kun je daklozen makkelijk aan hun lot over laten.

Ook al vindt Bloom empathie geen goed middel, hij ontkent niet dat De Waal, Obama en de paus gelijk hebben: in het algemeen dient empathie om de grenzen tussen mensen te slechten. It is a force against selfishness en indifference.’ Maar om dat ‘in het algemeen’ gaat het. In het algemeen heeft Bloom niets tegen empathie, maar zodra hij het over specifieke terreinen heeft wordt dat anders. In sociale politiek heb je niets aan empathie, schrijft hij, want je kunt je niet in ieder mens afzonderlijk verplaatsen. Je moet dan juist in abstracties denken. In sociale politiek gaat het om verstandelijke, redelijke afwegingen. Dan zit te veel empathie maar in de weg.

Als het om publieke beslissingen gaat is het eerlijker en moreel juister om empathie te negeren.

Bloom noemt empathie ook benauwd en beperkt: het verbindt ons met bepaalde mensen, maar is ongevoelig voor grote aantallen en statistische gegevens. Hij citeert Moeder Teresa: ‘If I look at the mass I will never act. If I look at the one, I will.’ Bloom beschouwt empathie als ‘vooringenomen’ en zegt zelfs dat we bij empathie meer voelen voor ‘attractive people’ en voor mensen die dichtbij ons staan en die op ons lijken. Met vreemden hebben we moeite. We komen dichterbij vreemden te staan door gebruik te maken van ons verstand dan met ons gevoel. Als het om publieke beslissingen gaat is het eerlijker en moreel juister om empathie te negeren.

Je kunt je afvragen of Bloom niet een te beperkt idee heeft van wat empathie is: bij hem is het iets tussen mens en mens en meer niet. Zodra het meer is beschouwt hij het niet meer als empathie, maar eerder als een soort sociale intelligentie. Hij maakt daarbij onderscheid tussen ‘cognitieve empathie’ en ‘emotionele empathie.’ Bij cognitieve empathie gaat het niet zozeer om het samenvallen van twee gevoelswerelden (elkaars echo zijn), maar om het verplaatsen in wat een ander denkt, wat zijn motieven zijn, wat voor verlangens hij koestert en wat hij gelooft. Dat is intensief werk en daar komt een mate van objectiviteit en afstand bij kijken die je niet meer specifiek empathisch kunt noemen.

Ondoorzichtige gevoelssoep

Wanneer Frans de Waal het heeft over ‘the age of empathy’, verruimt hij in feite vooral de emotionele empathie tot een algemeen gevoel dat om meer onderling begrip tussen alle mensen vraagt. Hij vraagt in zijn algemeenheid om meer menselijkheid, om minder onpersoonlijkheid, berekening, systemen, regels, data en rationalisatie.

Deze ruimere interpretatie van empathie is een reactie op een lange periode van industrialisering, rationalisering, automatisering en uiteindelijk mondialisering– allemaal stromingen waarin de mens niet veel meer dan de rol van een radertje kreeg te spelen. Een groot aantal typisch menselijke wensen en eigenschappen (geen nummer willen zijn, voldoende rust krijgen, niet in armoede leven, geen eentonig werk moeten doen) werden door deze diep ingrijpende ontwikkelingen niet serieus genomen en moesten met de grootste moeite veroverd of terug veroverd worden.


Met de klok mee: Paul Bloom (foto: YouTube/TEDx), Roman Krznaric (foto: YouTube), Jeremy Rifkin (foto: Stephan Röhl/Wikimedia), Rosita Steenbeek (foto: Jos van Zetten/Wikimedia)

Ook al is dat veroveren en terugveroveren van de menselijkheid in de samenleving een permanente zorg, ondertussen staan er mensen op die zich de empathie toe-eigenen en er een nieuwe religie van maken. In zijn enthousiasme om de wereld in de toekomst te verlossen van oorlogen, milieurampen en economische neergang pleitte Jeremy Rifkin in 2010 in The Emphatic Civilization voor een gemondialiseerde empathie. Dat is iets anders dan je zorgen maken over grote problemen van de wereld, zoals de klimaatverandering en het uitputten van de energiebronnen. Voor zijn ‘global empathy’ maakte Rifkin gebruik van het gevoel dat men bij het woord ‘empathie’ cadeau krijgt. Maar zo global kan empathie niet zijn zonder te verwateren tot een ondoorzichtige gevoelssoep. Dit soort empathie gaat dan lijken op de ongrijpbaar grote ‘liefde voor de mensheid’ van Mr Gradgrind in Charles Dickens’ roman Hard Times. De mensheid kun je niet knuffelen. Dat soort liefde heeft iets van het uitsmeren van je gevoel over de hele planeet. Het moet dan ook niet gaan om empathie, maar om het bewustzijn van problemen op wereldschaal. Bewustzijn is een combinatie van rationeel inzicht en besef van de ernst. Emotie speelt daarbij nauwelijks een rol.

Jij bent, dus ik ben

Naar een zelfbewuste empathische samenleving Lees verder Empathie verwordt tot een snotterindustrie wanneer er over gedacht wordt in de geest van de The School of Life, de levensschool van Alain de Botton en Roman Krznaric, de schrijver van Empathie. Daarin pleit hij (ik heb het wel eens eerder ter sprake gebracht) voor een ‘empathierevolutie’ omdat onze ‘individualistische bedrading’ drie eeuwen lang te veel zou zijn gestimuleerd. Nu is het tijd voor onze empathische eigenschappen. Volgens Krznaric bestaan er ‘hoogempathische mensen’ die introspectie hebben afgezworen als te individualistisch. Zij doen nu aan ‘uitrospectie’ en zijn helemaal op de wereld buiten zichzelf en op de Ander gericht. Ze zijn geen ‘homo zelfcentricus’, maar een ‘homo empathicus’.

Voor die empathische revolutie moeten we een ander frame in ons cognitief onderbewuste aanbrengen zodat we ons vanzelfsprekend op anderen gaan richten. Het adagium wordt dan niet meer ‘Ik denk, dus ik ben’, maar ‘jij bent, dus ik ben.’ Krznaric wil dat er uiteindelijk een empathiemuseum komt om ‘een mondiaal empathisch bewustzijn te bewerkstelligen.’ Het wordt geen stoffig museum, maar ‘een speelplaats waar mensen zich geestelijke kunnen versmelten met anderen.’ Het uit jezelf stappen en er helemaal voor anderen willen zijn, leidt tot een even onaangenaam wegcijfer-altruïsme als het egoïsme en narcisme waar het zich van af keert.

Tussen gunst en inbreuk

Met dit ‘geestelijk versmelten’ wordt empathie tot sociaal knuffelen. Dat is precies waar Leslie Jamison op stuit in haar boek Examens in empathie. Empathie kan opdringerig worden. ‘Empathie balanceert altijd hachelijk tussen gunst en inbreuk’, schrijft ze. Niet empathie, maar terughoudendheid beschouwt ze ‘als een soort medeleven.’ Echte empathie is een verstandelijke inspanning, is afstand houden en vragen stellen: ‘Empathie vereist zowel onderzoek als verbeelding. Empathie vereist dat je weet dat je niets weet. Empathie betekent erkennen dat er een horizon van context is die zich oneindig ver buiten je blikveld uitstrekt.’

Empathie is bij Jamison het omgekeerde van wat die bij Krznaric is: geen versmelting, maar intelligente compassie. We hebben een beperkt vermogen ons te verplaatsen in de pijn van anderen. Wanneer ons gevoel tekort schiet, moet ons verstand het overnemen. Empathie is geen kwestie van het in werking stellen van gut feelings, zoals Bloom de onderbuik noemt, maar eerder met overleg te werk gaan, laverend tussen het respecteren van iemands eigen wereld en behulpzaam zijn. Liever iemand geruststellen dan je met hem of haar vereenzelvigen.Wij maken hen zielig, wij hebben compassie.

Hoe verwarrend het kan zijn om met empathie en compassie om te gaan is te zien aan het boekje dat Rosita Steenbeek ter gelegenheid van de huidige Maand van spiritualiteit heeft geschreven onder de Bijbelse titel Heb uw vijanden lief. Ze wilde meer weten over het begrip ‘compassie’. Ze reisde daarvoor helemaal naar het Italiaanse eiland Lampedusa waar voortdurend vluchtelingen aankomen die uit wrakke boten zijn gered. Daar wilde ze praten met Pietro Bartolo, de dokter die daar al jaren vluchtelingen als eerste opvangt. Maar ze ontmoet ook een van zijn assistenten, Paola, de ex-advocaat uit Palermo die haar onderdak geeft. Paola houdt niet van het woord ‘compassie’, ze houdt meer van ‘empathie’. Ze vindt dat migranten met compassie te veel tot slachtoffer worden gemaakt. Het zijn stoere mensen die een enorme reis vol ontberingen hebben gemaakt. Ze hebben een groot uithoudings- en incasseringsvermogen: ‘Wij maken hen zielig, wij hebben compassie.’ Voor Paola is empathie geen gut feeling, zoals voor de allesvoeler Roman Krznaric, maar praktische hulp en afstandelijk inzicht in het lot van de migranten en vluchtelingen.

Snottersamenleving

Paul Bloom beschouwt een rationele benadering van mensen in de knel als veel menselijker dan een gevoelsmatige of empathische. Voor hem is het gebruik van de ratio  bij uitstek iets menselijks (voor anderen juist het gevoel). Hij zoekt de balans in wat hij rational compassion noemt. Ik noem dit sociale intelligentie: hierin werken gevoel en verstand, hoofd en hart samen.

Er zijn volgens Bloom momenteel vijftienhonderd boeken met ‘empathy’ in de titel of in de ondertitel. Dat zou kunnen wijzen op de ‘empathierevolutie’ die Jeremy Rifkin en Roman Krznaric zo graag zien komen. Maar hiermee zouden de emoties een veel te groot aandeel in de cultuur krijgen, ten koste van de sociale intelligentie. Het zou tot een snottersamenleving leiden die, in combinatie met de grote invloed die emoties nu al op de politiek hebben, de samenleving een drassige ondergrond zou geven – alsof we op een moeras leven.

Against Empathy. The Case for Rational Compassion door Paul Bloom is uitgegeven door HarperCollins.

Sluit je nu aan voor slechts €4,99 per maand

Sorry, je hebt op het moment geen toegang tot dit artikel.

Waarschijnlijk heb je een abonnement zonder digitale toegang. Wil je deze content graag lezen, sluit dan snel een abonnement af.

Heb je wél een abonnement met digitale toegang, neem dan contact op met onze klantenservice: 020 – 5518701.