Profiel: Hoogleraar Corine de Ruiter

Ze is veelgevraagd als expert, maar Corine de Ruiter stuit ook op weerstand. De hoogleraar forensische psychologie werd geweigerd door het nieuwe register van gerechtelijk deskundigen. ‘Ik zie die afwijzing als een geuzentitel.’

De oude boevenwagen rijdt door bossen en uitgestrekte weilanden van Assen naar Veen­huizen. In dat voormalige gevangenisdorp dragen woonhuizen opschriften als ‘Werk en Bid’, ‘Zorg en Vlijt’ en ‘Kennis is Macht’. ‘Die teksten herinneren aan de tijd dat we nog geloofden dat mensen in de gevangenis hun leven konden beteren,’ zegt professor Corine de Ruiter, die op weg is naar een symposium over gedetineerden. Het dorp Veenhuizen – tot 1981 was het alleen toegankelijk voor gevangenen en hun bewaarders – leeft al sinds de negentiende eeuw van de detentie-industrie. Het telt drie penitentiaire inrichtingen, waarvan eentje zeer zwaar beveiligd, een jeugdgevangenis en een gevangenismuseum. Van de twaalfhonderdvijftig inwoners zitten er, kortom, zo’n duizend achter slot en grendel. Als hoogleraar forensische psychologie voelt De Ruiter zich hier dan ook prima op haar gemak. Ze onderzoekt het verband tussen criminaliteit en psychische stoornissen en is gemiddeld een keer in de twee weken in een gevangenis te vinden voor wetenschappelijk onderzoek of om voor justitie te rapporteren over verdachten. Vandaag zal ze aan gevangenismedewerkers en hulpverleners van (ex-) gedetineerden vertellen dat de recente roep om langere straffen, ter vergelding en gerechtigheid, een stap is op een heilloos pad.

James Bond-blondine

Meteen als ze het woord neemt, is duidelijk waarom Corine de Ruiter zo populair is bij de media: hier spreekt iemand die kennis koppelt aan overtuigingskracht. ‘Onder het uiterlijk van een onderkoelde James Bond-blondine smeult een heilig vuur,’ schreef De Telegraaf over haar. ‘Wee de deskundige of bestuurder die een steek laat vallen.’ Ze krijgt het publiek meteen mee. De Ruiter wisselt quizvragen (‘Wie zei: wraak nemen is pijnlijker dan vergiffenis schenken?’) af met beschuldigingen (‘veel rechters weigeren een gevangenis van binnen te bekijken’), sweeping statements (‘vergeet die vrije wil maar’) en harde onderzoeksresultaten (’71 procent van de gedetineerden in de Scheveningse gevangenis heeft een psychische stoornis’). Populariseren van wetenschappelijk onderzoek lijkt haar tweede natuur.

‘Toch breng ik geen gemakkelijke boodschap,’ zegt De Ruiter als ze zich in de pauze heeft bevrijd van alle oudere mannen die haar willen complimenteren met de ‘frisse vorm’ van haar optreden. ‘De gevangenis is nu al het afvoerputje van de maatschappij en dat wordt alleen maar erger. De teneur is: doe de deur op slot en gooi de sleutel weg. Maar ik geloof niet in gevangenisstraf als vergelding, ik zie ook niets in de morele component van straf. Straffen moet volgens mij vooral zinvol zijn.’ Ze is het eens met Nelson Mandela (ja, van hem was dat citaat) dat wrok een slechte raadgever is: ‘Wraak is nooit genoeg, wraakzucht nooit bevredigd.’ Ze pleit er dan ook voor om misdadigers niet af te schrijven, maar om ze te blijven zien als medemensen die vaker dan anderen in geestelijke nood verkeren. ‘Er is veel te weinig oog voor de psychische problematiek in de gevangenissen. Ik vind dat we moeten investeren in behandeling en dat we zorg moeten integreren in het gevangeniswezen.’

Advertentie

Advertentie

Dat is nog voordeliger ook, zegt De Ruiter. ‘Een kosten-batenanalyse laat zien dat de rechtse mantra van strenger straffen niet te betalen is. Nog afgezien van de perverse gevolgen van langere detentie: de kans op een succesvolle terugkeer, zonder nieuwe strafbare feiten, in de maatschappij is zonder behandeling en scholing veel kleiner.’

Angststoornissen

Corine de Ruiter (Varsseveld, 1960) is, behalve moeder van een zoon van achttien, hoogleraar, klinisch psychologe, getuige-deskundige bij rechtszaken en schrijver van boeken en blogs. ‘En dan krijg ik nog veel e-mails van mensen die in nood verkeren. Ze vragen me om advies en ik geef ze allemaal antwoord.’ De redactieprinter van Vrij Nederland liep zowat vast op haar cv van vele tientallen pagina’s. Om het heel kort te houden: ze promoveerde op angststoornissen, was lang hoofd Onder­zoek van de Van der Hoeven Kliniek, een tbs-inrichting, werd hoogleraar in Amsterdam en later in Maastricht en is, onder veel meer, voorzitter van de Inter­national Association of Forensic Mental Health Services (IAFMHS).

Volgens professor Harald Merckelbach, hoogleraar psychologie en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, koppelt De Ruiter een onuitputtelijke energie aan strijdlust en een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. ‘Corine is een vrouw met een missie, idealistisch, maar altijd professioneel. Op een willekeurige dag geeft ze ’s ochtends college, schrijft dan een wetenschappelijk artikel, vervolgens een blog en dan op naar de rechtszaal. ’s Avonds in een taxi naar Hilversum of een ander openbaar optreden. Mails die ’s nachts verstuurd worden zijn geen zeldzaamheid. Ik kan me voorstellen dat ze heel strikte prioriteiten moet aanleggen om aan een privéleven toe te komen.’ De Ruiter zelf vindt het niet erg bijzonder dat ze zich zo met hart en ziel inzet. ‘Voor een buitenstaander is het misschien belachelijk veel wat ik doe, maar het heeft allemaal te maken met dezelfde passie, het onderzoeken van de relatie tussen criminaliteit en psychische stoornissen.’ Haar gedrevenheid komt niet zozeer voort uit persoonlijke ambitie, zegt ze. ‘Het is meer dat ik het moreel niet tegenover mezelf kan verantwoorden om op mijn luie reet te blijven zitten terwijl er kinderen misbruikt worden, mensen wegkwijnen in detentie of lijden onder partners met een stoornis.’

Ze moet toegeven: het was een zware tijd, de afgelopen vijf jaar, waarin ze haar werk moest combineren met de opvoeding van haar zoon Julian, wiens vader overleed toen hij dertien was. ‘Je kind is zo ongeveer je leven, het was een heel moeilijke periode voor hem en dus ook voor mij.’ De analytische wetenschapper vond op moeilijke momenten steun bij de levenslessen van haar overleden leermeester Alexander Smit, alias Sri Parabrah­madatta Maharaj. ‘Ik leerde hem kennen toen ik als student op zoek was naar spiritualiteit en hij introduceerde me in het hindoeïsme.’

Haar zoon – ‘toen ik naar zijn idee wel erg vaak op de televisie verscheen, doopte hij me “professor calamiteit”‘ – heeft inmiddels eindexamen gedaan en is vast van plan om in de Verenigde Staten te gaan studeren, vertelt De Ruiter. ‘Zijn vader was Amerikaan dus hij heeft twee paspoorten, en die kunnen ze hem niet meer afnemen.’ Zijzelf vertrok na haar eindexamen met een beurs naar een college in Wilson, North Carolina. ‘Mijn ouders vonden dat een prima idee. Het was vooral mijn moeder die me leerde om iets te maken van mijn leven, om ambitie te tonen. Mijn vader was de eerste vijf jaar veel afwezig, hij was zeeman en voer op de Holland-Amerika-lijn.’ Toen hij zich eenmaal met de opvoeding ging bemoeien, maakte hij geen onderscheid tussen Corine en haar broer, vertelt ze. ‘Hij leerde me zeilen en paardrijden en het sprak voor hem vanzelf dat ik ging studeren. Maar we hebben ook hevig gebotst tijdens mijn puberteit omdat ik het politiek helemaal niet met hem eens was. Hij was na zijn tijd op zee ondernemer geworden en stemde VVD. Ik was linkser.’

Op college in de Verenigde Staten leerde ze het vak psychologie kennen. ‘Als achttienjarige had ik geen idee wat dat inhield, je had toen nog geen Dr. Phil en ook geen internet. Ik kreeg les over sociale beïnvloeding, het beroemde Milgram-experi­ment waarbij mensen bereid blijken elkaar zware elektrische schokken toe te dienen, en ik las over mensen die stemmen hoorden in hun hoofd. Ik was meteen verkocht en ik ging psychologie studeren in Utrecht.’ Een van haar docenten daar was Leo Cohen, aan Harvard opgeleid als psycholoog. ‘Ik doceerde psychodiagnostiek, zij volgde een werkgroep bij mij. We raakten verliefd, kregen een verhouding en in 1985 zijn we getrouwd.’ Gezamenlijk deden Cohen en De Ruiter onderzoek, onder andere naar fundamenten en toepassingen van de Ror­schach­test. Het huwelijk duurde drie jaar maar ze bleven vrienden. ‘Corine stelt hoge eisen aan zichzelf en aan collega’s, ze voert de discussie graag op hoog niveau. Ze is gecharmeerd van het vitale, spitse wetenschappelijke debat zoals dat gevoerd wordt in de Verenigde Staten.’ De Ruiter wil altijd bewijzen zien, benadrukt Cohen. ‘Ze houdt er niet van wanneer meningen die niet door onderzoek gestaafd worden, bepalend zijn voor beslissingen over de levens van anderen.’ Door haar uitgesproken mening roept ze volgens Cohen ‘ongetwijfeld weerstand op’.

Foto: Maarten Kools
Foto: Maarten Kools
Vrouwtje bezemsteel

Als we elkaar spreken is net pornoacteur Luka ‘Rocco’ Magnotta aangehouden die een moord pleegde en het lijk in stukken op de post deed naar politici. Een Canadese psychiater bestempelde hem in een radio-uitzending ongezien tot narcist. Het geven van dat soort ‘diagnoses op afstand’ is een van de redenen waardoor De Ruiter soms onder vuur ligt. Politieke moorden, kinderverkrachting, familiedrama’s, seriemoorden; nu eens werd De Ruiter ingeschakeld door Nieuwsuur of Knevel & Van den Brink voor een snel commentaar, dan weer door een rechter-commissaris, advocaat of officier van justitie als onafhankelijk gedragsdeskundige. Dat ze Geert Wilders ‘verbale bedreiging’ verweet en hem vergeleek met een tbs-patiënt die intensieve behandeling nodig had, kwam haar te staan op scheldpartijen. Op websites werd ze ‘een labiel gestoord wijf’, ‘vrouwtje bezemsteel’ dan wel ‘een publiciteitsgeile linkstrut’ genoemd. Maar nadat ze de moordenaars Tristan van der Vlis, Volkert van der Graaf en Joran van der Sloot aan een openbare analyse onderwierp, fronsten ook mensen met verstand van zaken de wenkbrauwen. De Nijmeegse hoogleraar Rutger Jan van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereni­ging voor Psychiatrie, kent en waardeert De Ruiter. ‘Ze is natuurlijk geen doorsneepsycholoog, maar ze heeft het hart absoluut op de goede plaats.’ Toch heeft hij de hoogleraar, met wie hij samen een promovendus begeleidt, wel eens aangesproken over haar diagnoses op afstand. ‘Als psychiater ben je arts, dat betekent dat je bij de uitreiking van je bul een eed hebt gezworen dat je je maatschappelijke verantwoordelijkheid kent en dat je geheim zal houden wat je toevertrouwd is. En ook dat je geen diagnostiek gaat bedrijven als je de patiënt niet kunt zien of kent. De psychologen kennen niet zo’n plechtig moment maar hanteren als het goed is dezelfde normen als wij.’ Toen psychiater Bram Bakker voor de EO op basis van filmbeelden in de psyche was gedoken van de gevallen bankdirecteur Dirk Scheringa, belde Van der Gaag hem om zijn afkeuring te laten blijken. ‘Diagnostiek bedrijven aan de hand van videobeelden, dat kan écht niet.’

Volkert van der Graaf stapte zelf naar de tuchtrechter toen psychiater Menno Ooster­hoff had beweerd dat het Pieter Baan Centrum mogelijk de diagnose ‘syndroom van Asperger’ bij hem had gemist. Corine de Ruiter ondersteunde Oosterhoff destijds: door de psychoanalytische benadering van het PBC kon het best dat ze daar neurobiologische oorzaken over het hoofd hadden gezien. Van der Graaf diende tegen haar geen klacht in, net zomin als later Joran van der Sloot. Toch was haar oordeel over Van der Sloot na de uitzending van Peter R. de Vries in 2008 omstreden. ‘Een behoorlijk antisociale jongen met trekken van psychopathie’, noemde ze hem aan de hand van de televisiebeelden. En: ‘Narcistisch’. Nadat hij twee jaar later was opgepakt voor de moord op Stephany Flores herhaalde ze nog eens dat Van der Sloot ‘kenmerken vertoont die behoren bij een prototypische psychopaat’.

Psychiater Van der Gaag vond dat ze daarmee over de schreef ging. ‘Over het algemeen zegt De Ruiter verstandige dingen en haar intentie om mensen iets te leren is oprecht, maar soms is het ijzer té heet, dan moet je even wachten tot het afgekoeld is.’ De Ruiter is het daar niet helemaal mee eens, zegt ze. ‘Ik weet dat het een taboe is om te oordelen zonder iemand te onderzoeken en ik maak dus een serieuze afweging. Daarbij laat ik meetellen dat er door alle beelden en teksten meer over iemand als Joran van der Sloot bekend is dan je ooit te weten komt van iemand over wie je een rapport schrijft voor de rechter-commissaris. Voor de verborgen camera van Peter R. de Vries zag je hoe dan ook een steekproef van zijn gedrag.’

Ze voelde het als haar plicht om het publiek te wijzen op het afwijkende karakter van Van der Sloot. ‘Journalisten zeiden: dat is best normaal gedrag, er zijn toch wel meer jongeren die stoer doen en die zo onverschillig over meisjes praten? Als deskundige zag ik: nee, dat is helemaal niet normaal, integendeel. En ik dacht: ik kan me nu lafhartig onthouden van commentaar, of ik kan proberen uit te leggen waarom ik denk dat deze jongen echt heel ziek is.’

De harde kritiek heeft haar opstelling niet veranderd, zegt De Ruiter. ‘Ik maak nog steeds elke keer een afweging met als bottomline: heb ik iets te melden waar anderen iets aan hebben? Toen ik werd gevraagd om een profiel van “de snelwegschutter” zei ik meteen nee. Ik wist niets en dan zeg ik niets. Er belde een programma naar aanleiding van het proces tegen Robert M.: of er bepaalde profielen waren van dat soort plegers. Nou, misschien wel, maar ik ken ze niet. En dan heb ik ook niets te zeggen.’

Ik kan het moreel niet verantwoorden op mijn luie reet te blijven zitten

Een groter doel

Rutger Jan van der Gaag heeft het idee dat zijn opmerkingen hebben geholpen. ‘Ze is iets terughoudender geworden en dat is goed, want mediadiagnoses zijn per definitie on­ethisch.’ Als hijzelf gebeld wordt door programma’s als Pauw & Witteman meldt hij steevast dat hij ‘over dit specifieke geval’ niets te vertellen heeft, zegt de voorzitter van de psychiaters. ‘En het lijkt me niet nuttig om in zijn algemeenheid uit te leggen waarom iemand mogelijk een geweer pakt en allerlei mensen doodschiet, of waarom jongeren die intensief behandeld zijn toch op een gegeven moment een roofoverval plegen waarbij een dode valt.’

Dat laatste is precies wat Corine de Ruiter niet alleen nuttig vindt maar zelfs ziet als een van haar taken, vertelt ze in de trein van Assen naar Maastricht, waar ze de oratie van een collega-hoogleraar zal bijwonen. Ze is niet immuun voor kritiek, zeker niet als die van een gewaardeerde geleerde komt, maar ze is ook overtuigd van haar gelijk. ‘Ik zit zelf echt niet te wachten op mediaoptredens – alleen al de tijd die je eraan kwijt bent – maar ik heb wel de sterke overtuiging dat kennis mensen kan bevrijden.’ Media-aandacht kan zo een groter doel dienen, zegt De Ruiter. ‘Ik word uit overheidsgeld betaald om onderzoek te doen naar zaken als psychopathie, maar de media hebben maar zelden behoefte aan een verhaal over wetenschappelijk onderzoek. Jour­na­listen worden alleen wakker door incidenten, en die casuïstiek biedt mij een gelegenheid om mijn kennis met meer mensen te delen.’ Die kennis ontbrak nog geheel toen De Ruiter in 1995 als veelbelovende wetenschapper een baan kreeg aangeboden als hoofd van de onderzoeksafdeling in de Van der Hoeven Kliniek, een van de dertien tbs-klinieken in Nederland. Ze was niet thuis op het terrein van de forensische psychologie, ze had vooral onderzoek gedaan naar angststoornissen en pleinvrees. Harald Merckelbach vond haar overstap dapper: ‘Ze verliet een tak van onderzoek waar veel belangstelling voor was, en de forensische psychologie was hier niet erg ontwikkeld. Ze heeft dat zelf moeten doen: ze belegde conferenties, liet Ameri­kaanse experts invliegen en nodigde collega’s uit voor workshops.’ Corine de Ruiter: ‘Ik was me er heel erg van bewust dat ik een totale nitwit was op dit gebied. Ik las alles wat er over het vak bekend was, volgde workshops als “How to serve as an expert witness in the court” en verbaasde me over de belabberde stand van het vak in Nederland. Ik kwam uit een stroming in de psychologie die evidence based werkt.’

In haar nieuwe vakgebied werd tot haar verbazing nooit getoetst of een behandeling aansloeg of een diagnose klopte. ‘Er werden geen gegevens verzameld over die patiënten, hun ontwikkeling werd niet gevolgd, er werd niet aan risicotaxatie gedaan.’ Het voordeel was dat ze het onderzoek van de grond af kon opbouwen, vertelt De Ruiter. ‘Ik kon echt mijn vleugels uitslaan, jonge onderzoekers aantrekken.’Dr. Vivienne de Vogel, die bij De Ruiter promoveerde en haar opvolgde als hoofd onderzoek in de kliniek: ‘Ik heb veel geleerd van haar moed en doorzettingsvermogen. Corine laat zich niet opzijzetten en zegt wat ze vindt. Dat wordt in Nederland niet altijd gewaardeerd, ze heeft zeker vijanden gemaakt.’

Er was aanvankelijk weerstand in de kliniek, beaamt De Ruiter. ‘Hier in Nederland is de basishouding: hakken in het zand. Amerikanen stellen vragen en vinden het leuk om iets nieuws te horen. Van nature hoort die mentaliteit veel meer bij mij. Ik ben heel nieuwsgierig, ik ruil mijn methode in voor de jouwe als die beter is. Mijn theorie is houdbaar tot aan het volgende experiment.’

Corine de Ruiter bij Pauw & Witteman
Corine de Ruiter bij Pauw & Witteman
Gerechtelijke dwaling

Na vijf jaar als bijzonder hoogleraar forensische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, werd ze gevraagd als hoogleraar in Maastricht. De rechtspsychologie en de forensische psychologie bloeiden er, dankzij autoriteiten als Hans Crombag, Peter van Koppen en Harald Merckelbach. ‘We waren net als De Ruiter kritisch ten opzichte van het Openbaar Ministerie en het Pieter Baan Centrum,’ zegt Merckelbach. ‘Dus dat was een goeie match.’ In Maastricht stond De Ruiter aan de wieg van een tweejarige masteropleiding forensische psychologie. ‘Dat was heel belangrijk,’ vertelt Merckelbach. ‘Tot voor kort waren al die forensische psychologen en psychiaters hobbyisten, autodidacten op forensisch gebied.’ Dat leidde tot miskleunen van ‘deskundigen’ in rechtszaken met grote gevolgen. De meest opzienbarende was de gerechtelijke dwaling in het Schiedammer Parkmoord-proces. Ruud Bullens was in die zaak een voorbeeld van een blunderende deskundige. Mede op basis van zijn rapportages werd een onschuldige veroordeeld. Bullens verloor als getuige-deskundige de regels voor het verhoren van kinderen uit het oog, ging zelf rechercheren en zette justitie op een verkeerd spoor door onterecht twijfel te zaaien over de getuigenverklaring van het slachtoffer Maikel. Een commissie onder leiding van advocaat-generaal Frits Posthumus verweet de deskundige ‘ontoelaatbaar’ gedrag.

‘Corine de Ruiter heeft toen gezegd: als we iets willen doen aan de kwaliteit van getuige-deskundigen in de rechtszaal, moeten we het tot studieprogramma verheffen, een internationaal georiënteerde master-opleiding,’ vertelt Harald Merckelbach. ‘En dat is haar gelukt: ze is de founding mother geworden van een geweldig succesvolle studierichting.’ De eerste 22 studenten studeren in september af, zegt De Ruiter trots. ‘Er wordt op ze gejaagd, ze hebben al een baan of gaan promoveren. Het treurige is alleen dat het ministerie van OCW, destijds onder Plasterk, heeft besloten maar één jaar van de studie te bekostigen. We zijn nog steeds bezig met een rechtszaak tegen het ministerie.’

Onverkwikkelijk

Behalve De Ruiters masteropleiding in Maas­tricht was er nóg een reactie op het ge­brek aan deskundigheid in de rechtszaal: de oprichting van het Nederlands Register Ge­rechte­lijk Des­kun­digen (NRGD). ‘De behoefte aan een register bestond al langer,’ zegt John Coster van Voorhout, voorzitter van het College gerechtelijk deskundigen van het NRGD. ‘Maar het echte startschot kwam van minister Ernst Hirsch Ballin, naar aanleiding van de gerechtelijke dwaling in de zaak van de Schiedammer Parkmoord en de kwalijke rol van sommige deskundigen in dat proces.’ Een rechter, officier van justitie of advocaat die op zoek is naar deskundigheid op het gebied van handschriften, DNA, toxicologie of forensische psychiatrie en psychologie kan terecht op nrgd.nl. Het Register is nog niet volledig: na anderhalf jaar zijn 347 van naar schatting 560 psychiaters en psychologen getoetst. Coster van Voorhout is optimistisch: ‘We hopen eind 2012 een grote slag te hebben geslagen.’ Hoe vaak er daadwerkelijk een beroep wordt gedaan op deskundigen via het Register weet hij niet. ‘We hebben een beperkte toezichthoudende functie, we dragen er in ieder geval zorg voor dat kaf en koren van elkaar worden gescheiden.’

De selectiecommissie kwam niet zonder slag of stoot tot stand. ‘Er heeft zich een tamelijk onverkwikkelijke af­faire voorgedaan,’ vertelt Harald Merckel­bach. ‘Aanvankelijk werd Corine de Ruiter uitgenodigd als lid van de selectiecommissie van gedragsdeskundigen. Een dag voor de eerste bijeenkomst werd ze gebeld door voorzitter Coster van Voorhout die zei dat ze niet hoefde te komen: ze was te kritisch. Dat laat wel zien hoe klungelig het er daar aan toe gaat.’ En dat is verontrustend, vindt hij. Want het gevolg zou kunnen zijn dat er deskundigen in het Register worden opgenomen die in het verleden verantwoordelijk waren voor missers in de rechtszaal.

Uiteindelijk gaat die bekrompen oude garde een keer met pensioen of dood

Excommunicatie

Over ‘personen’ wil hij het absoluut niet hebben, zegt John Coster van Voorhout. Maar in zijn algemeenheid kan hij zeggen dat gerechtelijk deskundigen heel kritisch worden bekeken door het NRGD: ‘Niet voor niets haalt achttien procent van de psychiaters en psychologen die worden getoetst het Register niet, onder wie deskundigen die eerder wel voor Justitie werkten.’ Dat maakt nieuwsgierig: zou Ruud Bullens, die door de commissie-Posthumus ‘ontoelaatbaar gedrag’ werd verweten en die een officiële waarschuwing kreeg van zijn eigen beroepsorganisatie door de strenge toetsingscommissie van het Register zijn gekomen? Opmerkelijk genoeg blijkt dat inderdaad het geval: de orthopedagoog is in te schakelen als deskundige ‘Straf­recht volwassenen-psychologie’. Voor het onder­zoeken van jeugdige daders en slachtoffers moet de rechter kennelijk wel elders te rade gaan. ‘Dat is maar goed ook,’ reageert Corine de Ruiter. ‘Onlangs mocht Bullens nog in de Volkskrant beweren dat een baby van tien maanden geen verschil merkt tussen een thermometer of een penis die in de anus wordt ingebracht. En dat hij dus ook geen nadelige gevolgen van het misbruik verwachtte. Terwijl er juist bewijs is dat ook zeer jonge kinderen een “angstige gehechtheid” ontwikkelen door dit soort ervaringen.’

En de hoogleraar in de forensische psychologie zelf? Heeft zij het Deskundigenregister gehaald? ‘Ik zag mijn excommunicatie al aankomen toen ik werd geweigerd als toetser,’ zegt De Ruiter. ‘Ik begreep van Coster van Voorhout dat het NIFP (Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie waaronder het Pieter Baan Centrum valt, red.) had gedreigd zich uit het Register terug te trekken als ik er een rol in zou spelen. Kennelijk is hij voor die druk bezweken.’ Want inderdaad ontving de specialiste vorige week, anderhalf jaar na het indienen van haar aanvraag, een afwijzende brief. ‘Het is absurd. Die volstrekt onwetenschappelijke types bekijken een paar van je rapporten en zeggen als je niet alles uit de jeugd van de dader verklaart maar bijvoorbeeld wijst op zijn overdadig medicijngebruik kort voor de moord: dat is niet uw terrein, we zijn het bovendien niet met u eens, dus u deugt niet. Ik ga er zeker niet tegen in beroep, ik zie dit als een geuzentitel. De volgende keer dat ik op een congres kom, doe ik een button op met de tekst “Geweigerd door het NRGD!”‘

Haar collega Harald Merckelbach noemt de gang van zaken ‘ronduit schandalig’. ‘Destijds heeft de Konink­lijke Akademie van Weten­schappen gewaarschuwd dat het Register niet zou mogen verworden tot een belangenclubje zonder enige binding met de universiteiten. Die vrees lijkt nu bewaarheid.’

Corine de Ruiter heeft al een paar keer een aanbod van een Amerikaanse universiteit afgeslagen, zegt ze. ‘Ik ben bijvoorbeeld gevraagd om in Florida met een masteropleiding forensische psychologie te beginnen.’ Soms is ze de weerstand en het gebrek aan respect bij haar collega’s moe, dan lijkt het verleidelijk om haar zoon straks te volgen naar de Verenigde Staten. Want de wetenschap neemt in Neder­land maar een armzalige positie in, vindt de professor. ‘In de Verenigde Staten is het ook crisis, maar daar houden ze tenminste een open blik naar de rest van de wereld. Hier niet, en dat is treurig.’ Voorlopig laat ze haar Maastrichtse studenten niet in de steek: ‘Ik ben behalve wetenschapper ook een beetje een dromer, met mijn kleine Amerika aan de Maas. Mijn doel is het om daar jonge mensen op te leiden en te inspireren. En uiteindelijk gaat die bekrompen oude garde een keer met pensioen of dood. Alleen wel jammer dat dat zo lang duurt.’

Diagnoses op afstand

Schiet een scholier zijn medeleerlingen dood? Heeft een politieman een meisje begraven in zijn achtertuin? Is een vrouw verkracht door een ontsnapte tbs’er? Een aanslag op de koningin mislukt? Een moord gepleegd op baby’s en een crècheleidster? Redacties van de actualiteitenprogramma’s en opiniepagina’s weten Corine de Ruiter in zo’n geval feilloos te vinden. Hoewel de hoogleraar soms weigert om op te draven, simpelweg omdat ze niets kan bijdragen aan een beter begrip van een misdaad, is ze zelden te beroerd om naar Hilversum af te reizen.

Tussen 2003, toen ze de toerekeningsvatbaarheid van Volkert van der Graaf besprak, en mei 2012, toen het ging over de moordenaars van de Haagse juwelier Stratmann, verscheen Corine de Ruiter 54 maal op televisie. Niet veel misschien vergeleken met Felix Rottenberg en René van der Gijp. Maar terwijl je straffeloos van alles kunt beweren over politiek en voetbal, ligt dat anders als het gaat over psychische stoornissen en de behandeling daarvan. De analyses van De Ruiter werden regelmatig bekritiseerd door vakgenoten. Zijzelf heeft de ambitie om voorlichting te geven aan het grote publiek en eraan bij te dragen dat de psychische zorg in Nederland verbetert.

Volkert van der Graaf schreef ze een autistische stoornis toe. Ze bekritiseerde daarmee impliciet het Pieter Baan Centrum, dat Van der Graaf had geobserveerd en die stoornis kennelijk niet had opgemerkt. Ze merkte op dat zijn vaderschap, enkele maanden voor de moord op Pim Fortuyn, voor een verandering in zijn omgeving kon hebben gezorgd waardoor zijn ‘derailleren’ te verklaren was: ‘Iemand met een autistische stoornis wordt door het vaderschap geconfronteerd met zijn handicap. Bij een baby heb je niets aan woorden, daar kun je alleen non-verbaal mee omgaan. Een Asperger kan dat niet.’

Naar aanleiding van de beelden die Peter R. de Vries uitzond over Joran van der Sloot zei De Ruiter in NRC Handelsblad dat Van der Sloot mogelijk ‘een vrij ernstige psychische stoornis’ had. ‘Dat hij zo’n kille indruk maakt, baart mij wel zorgen. Omdat hij daarbij zo narcistisch is, is hij ook behoorlijk krenkbaar.’ Ze noemde zijn berekenende instelling ‘een risicofactor voor geweld’. Twee jaar later vermoordde Joran van der Sloot Stephany Flores.

Tristan van der Vlis werd door De Ruiter beschreven als ‘een man met serieuze psychische klachten, waarschijnlijk schizofrenie’. Ze waarschuwde dat er wel vaker schietvergunningen worden verleend aan psychisch gestoorden. ‘In mijn praktijk als forensisch psycholoog heb ik regelmatig verdachten van levensdelicten onderzocht die ernstig depressief waren en die toch lid waren van een schietclub en over wapens konden beschikken.’

Haar meest recente televisieoptreden ging over de negentienjarigen Sandro G. en Ziya B., verdacht van de moord op juwelier Stratmann, die tot hun achttiende onder toezicht van Bureau Jeugdzorg stonden. Ze pleitte voor onafhankelijk onderzoek naar het functioneren van de jeugdzorg, voor het bestrijden van de versnippering en het verhogen van het opleidingsniveau. De bitse reactie van Bureau Jeugdzorg was in eerste instantie dat haar kritiek vijf jaar te laat kwam. Inmiddels is De Ruiter naar eigen zeggen door meerdere directeuren uit de jeugdzorg benaderd voor overleg.