26-01-2008
Door Hidde van den Brink

Pensioenfonds PGGM haalt zijn geld weg uit het Chinese staatsoliebedrijf PetroChina omdat het de Soedanese regering steunt. Volgens Vluchtelingenwerk Nederland ‘in financiële termen onbelangrijk’, maar toch een succes.

Vermogensbeheerder PGGM heeft zijn investeringen in het Chinese staatsoliebedrijf PetroChina teruggetrokken, omdat die onderneming de Soedanese regering, en daarmee het geweld in Darfur, steunt. Het gaat om een investering van zevenendertig miljoen euro. PGGM belegt voor het pensioenfonds zorg en welzijn in totaal ruim achtentachtig miljard euro. Dat is het pensioengeld van meer dan twee miljoen Nederlanders.

PGGM had de oliereus al eerder, zonder succes, aangesproken op zijn gedrag. Het zou niet alleen gaan om financiële steun aan de regering in Khartoem, maar ook om geweld en mensenrechtenschendingen door veiligheidspersoneel van het oliebedrijf in Darfur.

De actie van PGGM leek volgens de woordvoerder weinig indruk te maken op de Chinezen: ‘We zijn een grote belegger, maar PetroChina is een erg groot bedrijf, met heel veel aandeelhouders.’ Met een geschatte waarde van ongeveer vijfhonderd miljard euro is PetroChina de duurste onderneming ter wereld.

Vrij Nederland berichtte eerder dat PGGM voor zo’n vijfentachtig miljoen euro aandelen had in twaalf bedrijven die op de zwarte lijst van de Sudan Divestment Task Force staan (zie www.vn.nl). Die Amerikaanse groep is ontstaan uit het studentenprotest tegen het geweld in Darfur. Pensioenfonds ABP, dat ruim driehonderdveertig miljoen euro in de controversiële bedrijven heeft zitten, heeft nog geen aandelenverkoop aangekondigd.

Het is voor het eerst dat PGGM een bedrijf vanwege mensenrechtenschendingen uitsluit. Eerder verkocht de vermogensbeheerder wel zijn aandelen in makers van omstreden wapentuig. Tegelijkertijd met het afstoten van de aandelen PetroChina, verkocht PGGM zijn belang in nog eens vier wapenfabrieken.

Volgens PGGM is het goed mogelijk dat meer bedrijven om mensenrechten­schendingen worden uitgesloten. De vermogensbeheerder is in gesprek met nog eens eenenzestig verdachte bedrijven. De woordvoerder bevestigt dat meer bedrijven vanwege Darfur op de zwarte lijst van eenenzestig staan. Andere bedrijven op de lijst zijn onder meer betrokken bij mensenrechtenschendingen in Birma. Als de ondernemingen zich doof houden voor de kritiek van PGGM, worden ze eveneens uit de aandelenportefeuille gehaald.

Stichting Vluchteling heeft Darfur samen met de Sudan Divestment Task Force onder de aandacht van de Ne­der­landse pensioenfondsen gebracht. De organisatie was in november nauw betrokken bij de actieweek ‘Tot Zover Darfur’. Yousef Rahman van Stichting Vluchteling noemt de stap van PGGM ‘in financiële termen onbelangrijk’, maar ziet hem toch als een succes: ‘Er had allang een VN-vredesmacht in Darfur moeten zitten, maar die wordt steeds vertraagd. Door dit soort acties blijft Darfur op de agenda van de Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Zij kunnen weer druk uitoefenen op het hoogste politieke niveau.’