Jammer dat er vanochtend niet meteen recensies van de opvoering van Onegin door Het Nationale Ballet verschenen. Van de technische uitvoering van de dans heb ik namelijk geen verstand. Ik weet wel dat ik iets magisch meemaakte en ik zal uitleggen waarom.

Als je naar het ballet Onegin gaat, zie je een reductie van de roman van Poesjkin. Wat overblijft is: de romantisch geïnspireerde Tatiana ontmoet Onegin, een arrogante eikel, of player, zoals mijn elfjarige chaperone hem desavoueerde. De rotzak verscheurt Tatiana’s liefdesbrief en misdraagt zich zo dat zijn beste vriend hem wel moet uitdagen voor een duel. Onegins straf is tweeledig: in het duel vermoordt hij zijn beste vriend en als hij jaren later Tatiana terugziet wanneer ze een dame van de wereld is, komt hij tot inkeer maar wijst zij hem af. Dit keer wordt zíjn liefdesbrief verscheurd. Boontje komt om zijn loontje, of zoals mijn chaperone hardop fluisterde: ‘Kárma!’

Een verhaal van alle tijden werd mooi opgevoerd in een klassieke setting met klassiek ballet. Waarom keek ik hiernaar? Verschilde deze opvoering van een opvoering tien, twintig, dertig jaar geleden? Zat ik hier alleen om mijn chaperone de klassiekers te tonen? ‘Grote kunst is tijdloos,’ schreef Pieter Waterdrinker naar aanleiding van deze opvoering. Hij verontschuldigde zich voor het gebruik van dit cliché, maar deed het om eraan toe te voegen: ‘en de tijd, dat ongrijpbare fenomeen, weet grote literatuur steeds weer te vinden.’

Toen wist ik waarom Onegin gisteren opnieuw uniek was: in de meeste scènes was het geschreven woord aanwezig. In handen van de lezende Tatiana, in de liefdesbrieven, maar de woorden voldeden niet. Het boek werd minachtend ingekeken en weer weggedaan door Onegin, de brieven verscheurd. Hier was iets dat niet kon worden vastgelegd.

Het kon wel gedanst.

In de mooiste scènes werden de klassieke patronen verlaten en werd vertwijfeling  weergegeven. In de scènes tussen Onegin en Tatiana vecht de verliefdheid vertwijfeld  met het gevaar van de verkeerde keuze en kronkelen de dansers in, om en langs elkaar heen. In de dans voor het duel met zijn vriend Onegin vecht dichter Lenski tegen zijn eigen wil en lichaam.

Het was de vertwijfeling, het moment waarin menselijke intuïties en gevoelens de vaste gegevens aanvallen, die maakte dat dit des te meer ging over ons, nu. Zo raakte Onegin ook deze tijd en maakte dat mijn elfjarige chaperone zei: schrijf over dat het mooi was.