Hoe idealistisch is microkrediet? Een praktijkgeval uit Nigeria, met steun van ASN Novib Fonds en Oxfam Novib.

In september 2009 benoemde secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon kroonprinses Máxima tot speciaal adviseur op het gebied van de microkredieten. Wereldwijd moet zij de toegang van armen tot geldleningen en spaarrekeningen bevorderen. Dat is bij gewone banken onmogelijk, maar kan wel bij niet op winst gerichte instellingen die microkredieten verschaffen, daarbij gesteund door het rijke Westen. Arme marktkooplieden, boeren of naaisters lenen er geld voor een extra kraam, koe of naaimachine. En met het verdiende geld betalen ze die lening af. Iedereen gelukkig!

Maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Op de voorpagina van The New York Times van 13 april van dit jaar stond een vernietigend stuk over microfinanciering. ‘Banken maken grote winsten met kleine leningen’ luidde de kop. Hoe kan het, was de vraag, dat arme mensen in ontwikkelingslanden zulke hoge rentes betalen voor hun leningen, soms wel meer dan honderd procent per jaar? En hoe kan het dat westerse banken die in microkredietinstellingen zijn gestapt, riante winsten maken over de ruggen van de arme bevolking? De krant kwam met voorbeelden uit Mexico, waar de organisatie Te Creemos 125 procent rente vraagt.

Met microfinanciering kan inderdaad veel geld worden verdiend. De Amerikaanse hulporganisatie Care richtte tien jaar geleden het Peruaanse Edifycar op en stak er 2,8 miljoen euro in. Afgelopen jaar kocht de Banco de Credito de microfinancieringsorganisatie voor 77 miljoen. Zestig miljoen was voor Care, die het weer in nieuwe projecten steekt.

Microkredieten zijn big business, en er is nooit duidelijk vastgesteld hoeveel winst een organisatie mag maken die zegt aan ‘sociale investeringen’ te doen. Wereldwijd ligt de gemiddelde rente voor een microkrediet rond de dertig procent per jaar. Dat is meer dan voor een lening in Nederland wordt betaald. Maar in ontwikkelingslanden zijn de kosten om heel veel kleine leningen te verstrekken, nu eenmaal hoog. Mohammed Yunus, de uitvinder van de microkredieten die in 2005 de Nobelprijs voor de vrede kreeg, vindt dat er niet meer dan tien procent mag worden berekend bovenop de kosten voor de bank. In The New York Times betoonde hij zich bezorgd over de hoge rentes die sommige organisaties rekenen. Microkredieten zijn uitgevonden om woekeraars te bevechten, niet om nieuwe in het leven te roepen, aldus Yunus.

The New York Times stuitte ook op de Lift Above Poverty Organization (LAPO), met 240.000 cliënten een van de grootste microfinancieringsinstellingen in Nigeria. Ook hier worden rentes gerekend die kunnen oplopen tot boven de honderd procent. De directie van de Amerikaanse organisatie Kiva, die onder de slogan ‘leningen die levens redden’ geld ophaalt bij particulieren, besloot naar aanleiding van de berichtgeving in de New York Times haar fondsenwerving voor LAPO stop te zetten.

– Westerse banken maken riante winsten over de ruggen van de arme bevolking

Ook Grameen America, de Amerikaanse tak van de organisatie van Nobelprijswinnaar Yunus, heeft leningen uitstaan bij LAPO. Grameen verklaarde dat in Nigeria andere instanties nog hogere rentes rekenen; en dat ze in samenwerking met LAPO juist proberen die rente omlaag te brengen.
De Nederlandse organisaties ASN Novib Fonds en Oxfam Novib onderhielden de afgelopen jaren ook nauwe banden met LAPO. Het ASN Novib Fonds verstrekte tot 2009 kredieten, Oxfam Novib deed verschillende donaties. In april 2009 presenteerde ASN Beleggingsfondsen de Nigeriaanse organisatie op haar jaarlijkse aandeelhoudersvergadering zelfs als een voorbeeld van succesvolle microfinanciering. Zonder de aandeelhouders te melden dat er achter de schermen op dat moment stevige discussies werden gevoerd over de bedrijfsvoering bij LAPO. ‘Het leidt geen twijfel dat door LAPO goed werk in de ontwikkelingslanden wordt verricht,’ aldus de dagvoorzitter volgens de notulen van de bijeenkomst. Het fonds nodigde de oprichter van LAPO, Godwin Ehigiamusoe, uit om de Nederlandse aandeelhouders toe te spreken. Uit het publiek kreeg hij één kritische vraag, die later ook in de New York Times zou worden gesteld: hoe kan het dat LAPO haar cliënten zulke hoge rentes rekent?

Ehigiamusoe gaf de hoge rentes toe, maar noemde die ‘onvermijdelijk’: om al die kleine leningen te verstrekken, worden hoge kosten gemaakt; rente en aflossing worden vaak per brommer bij bedrijfjes, winkels of mensen thuis opgehaald. Ook geeft LAPO veel geld uit aan sociale programma’s en onderwijsprojecten. Tot slot lijdt LAPO, zo zei Ehigiamusoe, valutaverliezen als het de Naira, de Nigeriaanse munt, terugwisselt naar harde valuta om leningen bij westerse geldschieters af te betalen.

Twee maanden later stond in het maandblad van de ASN Bank een interview met Mark van Doesburgh, directeur van het adviesbureau voor microkredieten Triple Jump. Dit bureau beheert onder meer het ASN Novib Fonds (waar particulieren in kunnen participeren). Op de vraag hoeveel rente kredietnemers over het algemeen betalen, antwoordt hij: ‘Die is vrij hoog, gemiddeld vijfentwintig tot dertig procent.’ Wat hij niet zei, was dat er zeer forse uitschieters zijn. Zoals bij LAPO.

‘LAPO is een moeilijk dossier,’ geeft Van Doesburgh in een gesprek met Vrij Nederland toe. ‘De rente is er inderdaad veel te hoog. Daarover zijn we al sinds 2007 met de directie in gesprek.’ Dus lang voor de ASN-aandeelhoudersvergadering van 2009.

Van Doesburgh benadrukt dat Triple Jump (opgericht door ASN Bank en Oxfam Novib) juist in organisaties stapt die nog niet optimaal functioneren. ‘Uit onderzoek blijkt dat de rente in nieuwe markten aanvankelijk hoog is, maar door concurrentie snel omlaag kan gaan. Door LAPO te helpen met professionaliseren van bijvoorbeeld het computersysteem, hopen we de kosten omlaag te krijgen.’

Afgezien van de inefficiënte organisatie en de hoge rentes constateerde Triple Jump meer problemen. LAPO groeide de afgelopen jaren zeer snel en de interne organisatie liep daarbij achter. De accountant van het bedrijf was een broer van een van de leden van de directie. Dat vonden ze bij Triple Jump een ontoelaatbare verstrengeling van belangen. Dat de broer van directeur Ehigiamusoe general manager operators was, zat ze ook niet lekker. Maar Ehigiamusoe stelde dat je niet zomaar van de ene naar de andere accountant kon overstappen; dat zou geen goede indruk achterlaten bij de toezichthouder, de Nigeriaanse nationale bank. In Nederland is het juist aanbevelenswaardig elke vijf jaar van accountant te wisselen om zo de nodige afstand te bewaren. Ook over het vertrek van zijn broer viel niet te praten – hij was vanaf het begin bij LAPO betrokken, en Ehigiamusoe beschouwde hem als onvervangbaar.

Bij Triple Jump begonnen ze zich steeds meer zorgen te maken. Ondanks alle goedbedoelde adviezen, aanmaningen en oproepen komt de directeur van LAPO maar langzaam in beweging, vinden ze.

De problemen bij LAPO blijven ook in de buitenwereld niet onopgemerkt. In de relatief jonge sector van de microfinancieringen zijn verschillende ratingbureaus actief die voor westerse financiers proberen lijn te brengen in de wirwar van organisaties die in Afrika, Azië en Latijns-Amerika geld lenen aan arme mensen. In augustus 2009 trok het ratingbedrijf MicroRating haar gematigd positieve beoordeling van LAPO (een B+) in wegens ‘gebrekkige informatievoorziening’. Triple Jump en anderen schreven een brief waarin ze eisten dat de rente omlaag zou gaan en de noodzakelijke veranderingen in de organisatie werden doorgevoerd. ‘We wilden maximale druk uitoefenen,’ zegt Theo Bouma van Oxfam Novib.

Drie maanden later, in december, ging de rente inderdaad omlaag. Wat Ehigiamusoe zijn westerse geldschieters niet vertelde, was dat hij zijn cliënten dwingend oplegde een hoger deel van hun geleende geld aan te houden als spaartegoed bij LAPO. Hierdoor betaalden zij per saldo een nóg hogere rente dan voorheen: 126 procent in plaats van 114. LAPO gaf als verklaring voor de spaarverplichting dat ze een liquiditeitsprobleem voorzagen vanwege opdrogende westerse fondsen, als gevolg van de economische crisis. ‘We zijn meteen in de telefoon geklommen,’ zegt Van Doesburgh. Resultaat: de rente werd teruggebracht naar 92 procent.

Het in Parijs gevestigde Planet Rating kwam intussen met een nieuwe beoordeling van LAPO, die weer lager uitviel: een C+, wat staat voor ‘onzeker’. In het rapport werd gewezen op de belangenverstrengeling, de lage productiviteit van het personeel, het gebrek aan transparantie en de ‘zeer hoge rentetarieven’.

Bij Triple Jump waren ze teleurgesteld over de negatieve beoordeling. Van Doesburgh: ‘We hebben veel werk in LAPO gestoken; we hadden gehoopt dat ze er beter uit zouden komen. Maar het gaat allemaal langzamer dan we wilden.’ Triple Jump en zijn opdrachtgevers, het Amerikaanse Calvert Fund en Oxfam Novib, hebben nieuwe leningen nu voorlopig opgeschort. Wel moet LAPO Oxfam Novib nog 189.000 euro terugbetalen van de laatste lening, uit 2007. ‘Tot nu toe hebben ze dat keurig gedaan,’ zegt Theo Bouma van Oxfam Novib.

Ehigiamusoe laat via e-mail weten dat ze bij LAPO ‘met ongeloof hebben gereageerd’ op de slechte beoordeling door Planet Rating. Veranderingen die al in gang waren gezet zijn volgens hem ‘buiten beschouwing gelaten’. Hij vindt dat er ‘een campagne’ wordt gevoerd tegen zijn organisatie. Inmiddels is de rente omlaag gebracht, zegt hij, en is het gedwongen spaarprogramma stopgezet. Verder is een financieel directeur aangesteld die afkomstig is uit India, heeft gestudeerd in Oxford en niet behoort tot de inner circle van de directeur. Ook is er een nieuwe accountant ingehuurd, zoals de westerse investeerders hebben geëist: Deloitte & Touche.

Godwin Ehigiamusoe is optimistisch. Afgezien van Kiva hebben westerse investeerders hun vertrouwen in LAPO behouden. ‘Zij weten de feiten van fictie te onderscheiden.’ Maar Mark van Doesburgh van Triple Jump is terughoudend. Hij wacht de bevindingen van Deloitte & Touche af, die in september worden verwacht.

Volgens experts spelen bij maximaal tien procent van de microfinancieringsorganisaties problemen als bij LAPO. Op de website van de ASN Bank worden investeerders gewaarschuwd: microfinanciering is geen ‘wondermiddel’. En de organisaties die zich met microfinanciering bezighouden, zijn geen heiligen. ‘Helaas spant bijna geen enkele microkredietinstelling zich in om haar klanten op een transparante manier duidelijk te maken hoe hoog de kosten echt zijn,’ aldus de site. Van Doesburgh: ‘Bij Triple Jump proberen we organisaties juist te helpen transparanter te worden.’ En als dat zo moeizaam gaat als in Nigeria? Van Doesburgh: ‘Het is de realiteit in veel ontwikkelingslanden. Er is wel vooruitgang geboekt bij LAPO, maar er moeten meer verbeteringen worden doorgevoerd. Als dat niet gebeurt, houdt het gewoon op.’