In de zes romans die de Franse schrijver Michel Houellebecq heeft geschreven speelt de economie een verborgen rol: in zijn kapitalistisch gedaante verwringt ze alle waarden, tot en met de kunst. Bernard Maris, de bij de aanslag op Charlie Hebdo vermoorde econoom en columnist van het blad, schreef er vorig jaar een boekje over.

‘Zijn boeken vallen onder gezondheidszorg’ zegt de Franse econoom Bernard Maris over de romans van Michel Houellebecq. De voor hoofdpijn zorgende neoliberale mantra dat de handel een heilzaam effect heeft op de zeden, en dat de botsing van eigenbelangen zelfs leidt tot harmonie, wordt door Houellebecq opgelost omdat hij schrijft hoe het werkelijk zit: dat de wereld van de economie er juist een is ‘van haat en geniepige, achterbakse, keiharde klappen, van langzame en heimelijke, vaak onzichtbare, soms dodelijke, altijd verminkende folteringen.’ Dat is Houellebecqs misantropische waarheid volgens Maris, en die lucht op. De economie wakkert eeuwig het verlangen aan, en veroorzaakt bijgevolg onvoldaanheid en ongeluk.

Bernard Maris is een bijzonder iemand. Hij leeft niet meer omdat hij een van de twaalf mensen is die begin januari door islamitische fundamentalisten werd vermoord op de redactie van Charlie Hebdo. Voor het blad schreef hij onder de naam Oncle Bernard satirische columns over economie. Daarnaast was hij hoogleraar. Het tijdschrift Le Nouvel Economiste verklaarde hem in 1995 tot econoom van het jaar. In de geest van zijn held John Maynard Keynes schreef hij, onder veel meer, een Open brief aan de goeroes van de economie die ons voor imbeciel houden (1999). En in 2000 De beurs of het leven (La Bourse ou la Vie). Maris had 11% van de aandelen in Charlie Hebdo.

Maris gebruikt Houellebecq met sympathie en een knipoog in Houellebecq économiste (vreemd genoeg in het Nederlands vertaald als Economie is geen wetenschap) om het hedendaagse almachtige geloof in de economie te ondergraven: ‘Vóór Houellebecq heeft geen enkele romanschrijver zo goed de essentie weten te vangen van het kapitalisme, dat is gebouwd op onzekerheid en angst.’ Houellebecq kan geen anti-kapitalist genoemd worden, maar hij geeft wel vanaf zijn eerste roman De wereld als markt en strijd een beeld van de manier waarop het kapitalisme het leven aan het verwringen is. Alles is een handeltje geworden. Alles wordt er door vergiftigd, tot en met de kunst. Economie is gerationaliseerde religie. Met de schaduwzijde van de economie wordt nooit rekening gehouden: de irrationele mens. De economie wakkert eeuwig het verlangen aan, en veroorzaakt bijgevolg onvoldaanheid en ongeluk. Maar ondertussen gelooft men in het door Houellebecq gehate ‘kwantificeerbare geluk.’ De hedendaagse economie ‘is er voor de generatie van de eeuwige kids’.

Formuleert Houellebecq al dodelijk, dan doet Maris er nog een schepje bovenop: ‘De markt heeft je handje in een ijzeren greep’; ‘Managers zijn slakken in stopflessen die steeds weer op elkaar proberen te klauteren’; ‘Reclame is de prikstok die de runderen of schapen tot beweging dwingt’; ‘Economen worden gerespecteerd omdat niemand hen begrijpt’; ‘De mensen worden bestookt met reclame om hun kwakkelende begeerte nieuw leven in te blazen.’ De rijken worden slapend rijker ‘om de rijkste man van het kerkhof te worden.’

In de denkwereld van Houellebecq staan nut en nutteloosheid centraal. Vandaar dat reclamemakers, communicatie specialisten, pr-mensen, managers en consultants zijn werk beter niet kunnen lezen om niet geconfronteerd te worden met staaltjes van hun nutteloosheid: het zijn parasitaire beroepen. Als nuttig beschouwt Houellebecq ingenieurs, handwerklieden, ambachtslieden en technici, allemaal mensen die iets tastbaars doen. Bij die mensen kan je nog common decency aantreffen. Het zijn mensen die afkeer hebben van half werk, of van werk dat met goed fatsoen geen werk genoemd kan worden. William Morris, de kunstenaar van de Arts and Craft-beweging, daar wil Houellebecq wel een lans voor breken.

Maris wint zich komisch op over de heilige koe van de ‘innovatie’, door hem ‘creatieve vernietiging’ genoemd omdat het is meestal alleen maar om gaat het bestaande af te danken om het afdanken en om weer iets nieuws op ‘de markt’ te kunnen brengen. Ook heeft hij het over de nieuwe lijfeigenen, die geheel afhankelijk zijn van bazen die gek zijn op risico’s als het over de ruggen van liefst flexwerkers kan.

De kunstenaar Jed Martin, de hoofdpersoon van De kaart en het gebied, maakt zich geen illusies over zijn succes. Hij weet dat het voor een flink deel het resultaat is van de reclame die voor hem is gemaakt. Kunst vertegenwoordigt in de roman alles van waarde. Houellebecq laat schrijnend zien hoe de handelsgeest en de media zich er meester van maken en de waarde daardoor vertroebelen. Vandaar dat de personages van Houellebecq opgescheept zitten met een stille angst voor wat Maris ‘de kapitalistische gehaktmolen’ noemt.

 

Economie is geen wetenschap. Het bijgeloof van onze tijd ontmaskerd, is uitgegeven door De Geus.