Hij vindt dat het marktdenken alles overheerst – ook de politiek. Dus maakte Marcel van Dam een film over de achterblijvers, de ‘onrendabelen’. En schreef hij een boek over het verloren ideaal van de sociaal-democratie. ‘Ik zoek soms contact, maar ik krijg geen antwoord.’
‘Schrijf het allemaal maar eens op,’ zei Joop den Uyl. ‘Het was in de nadagen van het kabinet-Van Agt/Den Uyl, in 1982. Den Uyl dacht dat we in een conjuncturele crisis zaten. Ik was ervan overtuigd dat we ook een ingrijpende culturele verandering doormaakten en dat de verzorgingsstaat daarop moest worden afgestemd. “Schrijf het maar op,” zei Joop. Het was zijn manier om te zeggen dat hij het eigenlijk allemaal onzin vond. En hij dacht waarschijnlijk: daar hoor ik nooit meer iets van. De tijd slijt ieder voornemen.’
Maar nu ligt hier ‘Niemands land – biografie van een ideaal’, een verhaal dat min of meer in die jaren begint. Het motto is: ‘Kon ik wat woede is maar in zijn deugd begrijpen en er natuur van maken als boom van wortel blad.’ Prachtige regels van de dichter Chris van Geel, maar over welke woede gaat het? ‘De woede over het feit dat alles waar ik een leven lang in heb geloofd wordt afgebroken; dat het fundament van de vooruitgang begint te rotten; dat de Nederlandse politiek vooral wordt gestuurd door economen en economische principes; dat men er kennelijk van uitgaat dat materiële welvaart de grootste bron van geluk is terwijl dat helemaal niet zo is. Onderzoek leert dat geld alleen arme mensen gelukkig maakt en dat je er, als je eenmaal op een bepaald niveau zit – laten we zeggen: modaal – niet veel gelukkiger meer van wordt. Maar ons hele systeem is, vanaf de jaren tachtig, gebouwd op méér economische groei en alles wat die groei in de weg kan staan – zoals sociale bescherming – moet worden gesloopt. Dat heeft me zo kwaad gemaakt dat ik…’
U heeft die woede toch ook in uw columns in de Volkskrant kunnen uiten? ‘Ja, maar dat zijn incidenten waarover ik me, als betrokken burger, kwaad maak. Dit omvat veel meer. En er is nog iets: ik ben over de zeventig. Ik heb me verzoend met de gedachte dat het niet zo vreselijk lang meer duurt voordat ik definitief zal afreizen. Te moeten sterven met de gedachte dat de trend die minstens honderdvijftig jaar heeft geduurd – op weg naar een humanere samenleving – naar beneden gaat, vind ik onverteerbaar.’
Laten we eerst teruggaan naar de tijd die, volgens u, aan de afbreuk voorafgaat. U schrijft: ‘Ik heb niet geforceerd willen onderdrukken dat ik de jaren zestig en zeventig heb beleefd als een feest, hoewel ik niet blind ben voor de negatieve kanten ervan – al zijn die later uitvergroot en misbruikt om de vooruitgang los te koppelen van de beschaving, ten koste van de menselijke waardigheid.’ Kunt u dat toelichten?
‘Kijk, in de jaren zestig en zeventig hebben we ons bevrijd van een heleboel knellende banden. Kort door de bocht: vóór die tijd moest je doen wat de autoriteiten zeiden. De baas, de kerk, de partij maakten uit wat de normen en waarden waren. Die band is losgemaakt, de mondigheid van de burger werd geboren, maar daarbij werd een conceptuele fout gemaakt. Die bestond er vooral uit dat niet is onderkend dat met de sloop van de zuilen ook de sociale controle is gesneuveld. Men heeft nagelaten het bestuurlijk systeem zo te reorganiseren dat die sociale controle weer een bedding kon vinden. Daardoor nam de mondigheid van de burger de gestalte aan van hindermacht tegen de overheid; de burger werd tegen de overheid opgezet. Wat men had moeten doen, is de conclusie trekken dat mondigheid en verantwoordelijkheid bij elkaar horen. Geef mensen in de buurt zeggenschap over wat er moet gebeuren. Waar moet die verkeersdrempel komen? Geef ouders een flink deel van de macht op school, geef bewoners van verpleegtehuizen – of hun familieleden – zeggenschap in een deel van de besluitvorming, geef – afijn, je begrijpt wat ik bedoel: geef het bestuur aan de mensen zelf, op het niveau waarop ze dat aankunnen.’
Nog even terug naar het feest van vroeger. Op een avond in 1968, in Amerika, maakte u kennis met een stel hippies. Het suikerklontje met lsd liet u aan uw neus voorbijgaan. ‘Ja, dát ging me te ver, maar ik maakte wel een persoonlijke bevrijding door, zeker. Ik ben vrij orthodox katholiek opgevoed. Niet op een dwingende manier – mijn ouders waren geen dwingelanden – maar wel met de normen en waarden die daarbij hoorden. Ik ervoer het als een bevrijding te ontdekken dat het leven niet een van God gegeven geheel was. Ik werd geestelijk en lichamelijk volwassen in een periode die uitermate geschikt was om dat op een optimale manier te doen. Je moet niet vergeten dat wij de eerste jongere generatie waren die serieus werd genomen, de eerste jongere generatie die macht kon ontplooien. Dat heeft alles met de doorbraak van het onderwijs te maken. In 1938, toen ik werd geboren, had tachtig procent van de bevolking alleen lager onderwijs gehad. Nu is dat tien procent. Ik was de eerste en de enige van de familie die ging studeren.’
Marcel van Dam (1938) 1969 ombudsman bij de VARA 1973 staatssecretaris van Volkshuisvesting 1982 minister van Volkshuisvesting 1985 voorzitter van de VARA 1991 columnist de Volkskrant 2003 bedankt als lid van de Partij van de Arbeid
De Onrendabelen Op initiatief van Marcel van Dam maakte de VARA, onder regie van Hans Heijnen, de film ‘De Onrendabelen’. Daarin wordt volgens Van Dam ‘een groeiende groep mensen die niet kan voldoen aan de steeds strengere eisen die in de prestatiemaatschappij worden gesteld’ in beeld gebracht. Mensen die in economische termen meer kosten dan ze opbrengen. Van Dam: ‘Ondanks de groei van de welvaart kwamen hier steeds meer mensen onder de armoedegrens terecht. In 1980 leefde 4% van de huishoudens onder die armoedegrens, nu 11%. Het sociale klimaat is harder, minder humaan, met een groeiend aantal verliezers. Wat door beleid is scheef gegroeid, kan met beleid ook weer worden recht getrokken. Als voldoende mensen dat willen. Maar ze moeten het eerst natuurlijk wel weten.
Kijk, we hebben in onze hersenen spiegelneuronen: als jij lacht, begin ik automatisch mee te lachen. Als jij huilt, huil ik met je mee. Je moet de dingen onder ogen krijgen om je in te kunnen leven. Ik heb niet de illusie – en wil zeker niet suggereren – dat mijn film dezelfde gevolgen zal hebben als een optreden zoals dat van Jezus Christus, maar toch: iedere beweging is altijd klein begonnen. De tijd is rijp voor een verandering als reactie op het neoliberalisme en een film als De Onrendabelen kan in dat klimaat misschien een beetje helpen.’
‘De Onrendabelen’ wordt op 20 november om 20.10 uur uitgezonden op Nederland 2
Wil je dit verhaal verder lezen?
Wil je dit verhaal verder lezen?
Sluit je aan bij Vrij Nederland. Ons journalistieke werk krijgt pas waarde als we jou erbij betrekken. Daarom is jouw lidmaatschap niet zomaar een transactie. Je maakt ons werk ermee mogelijk, en je steunt met jouw deelname onze missie.
Om onze journalistiek te beschermen kun je Vrij Nederland niet incognito lezen.
Om onze journalistiek te beschermen kun je Vrij Nederland niet incognito lezen.
Sluit je aan bij Vrij Nederland. Ons journalistieke werk krijgt pas waarde als we jou erbij betrekken. Daarom is jouw lidmaatschap niet zomaar een transactie. Je maakt ons werk ermee mogelijk, en je steunt met jouw deelname onze missie.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.