Dat Lodewijk Asscher telkens genoemd wordt als gedroomde PvdA-leider noemt hij ‘rampzalig’, omdat het afleidt van de inhoud. Net als niet-functionele ontmoetingen. ‘Mijn doelstelling is niet de beste smalltalker van het Binnenhof te worden.’

Rond middernacht kruipt Lodewijk Asscher achter zijn laptop. ‘Piet’ tikt hij boven aan de lege pagina. En daaronder: ‘Waarom ik vind dat Piet moet veranderen en het toch niet wil opleggen.’ Hij denkt terug aan de hectiek van de afgelopen dagen. Het VN-comité tegen racisme en discriminatie bracht een vernietigend rapport uit over het Sinterklaasfeest. De Nederlandse regering moest het uiterlijk van Zwarte Piet drastisch aanpassen. Onzin, vond premier Rutte. Traditionele feesten waren geen zaak voor de politiek. Uiteraard moesten racisme en discriminatie worden bestreden. Maar: ‘Hoe het ventje eruitziet, staat daar volgens mij los van’. Het VN-rapport moet van het kabinet de prullenmand in, schreven de media. Asscher schrok van die conclusie. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, tevens belast met het integratiebeleid, was zelf tot het inzicht gekomen dat mensen met een donkere huidskleur zich wel degelijk gekwetst konden voelen door het hulpje van Sinterklaas. Dus slaat hij die vrijdagnacht driftig aan het typen.

Natuurlijk wil ook hij niet van het jaarlijkse kinderfeest af, schrijft Asscher, het hoort bij onze identiteit. Maar die traditie blijft ook overeind zonder de klassieke Zwarte Piet. De overheid moet zich er niet direct mee bemoeien, maar Asscher wil wel bijdragen aan een debat dat wordt gevoerd ‘zonder schelden of dreigen’.

Lees ookDe linkse leiders van de toekomst: Lodewijk Asscher op bezoek bij Trudeau19 oktober 2016Tegen enen slaat Asscher het bestand op en mailt het naar zijn vertrouwelingen: politiek adviseurs Julia Wouters en Wouter Kokx en woordvoerder Friso Fennema: kan hij zijn oproep Zwarte Piet te moderniseren wereldkundig maken of zou hij daarmee de premier tegen het zere been schoppen? Doen! is het advies, want dit komt recht uit je hart. De volgende ochtend, zaterdag 29 augustus, zit Lodewijk Asscher aan de rand van het zwembad in Amsterdam waar zijn zoon les krijgt. Hij pakt zijn telefoon, gaat naar Facebook en drukt om vier voor negen op de knop: ‘Plaatsen’. Meteen stromen de reacties binnen. Eerst nog instemmend maar al snel volgen de scheldkanonnades elkaar op. Een greep: ‘Lodewijk Asscher, wat ben je een laffe landverrader’, ‘Flikker toch op schijnheiltje, hielenlikker van de VN. Ze moeten jouw ook het land uitzetten’, ‘Blijf af van onze tradities, schaffen we alle feesten af, dan ook geen suikerfeesten/slagten van schapen’, ‘Lodewijk Asscher is Joods en viert helemaal geen sinterklaas thuis. Hij wil Zwarte Piet afschaffen omdat hij volkscultuur veracht’, ‘Ach, Lodewijk Asscher zijn opa was een Jodenverrader dus het zit in zijn DNA dat verraden.’

Asscher doet me denken aan een medicijnman die een regendans opvoert. De teller staat inmiddels op ruim elfhonderd reacties. Asscher laat ze allemaal staan: ‘Ik zou niet eens weten hoe je ze van Facebook af moet halen,’ zegt hij aan de ronde tafel in zijn werkkamer op het ministerie van Sociale Zaken: ‘Maar als het direct bedreigend wordt, doe ik wel eens aangifte.’ De scheldpartijen op internet raken hem niet persoonlijk, bezweert hij: ‘Ik lig echt niet wakker van een of ander anoniem iemand die vanaf zijn zolderkamer “vuile Jood” of “landverrader” tikt. Alleen het oordeel van mensen die ik kan zien en die ik respecteer trek ik me aan.’

Advertentie

Advertentie

De discussie over Zwarte Piet volgt hij al sinds hij in de Amsterdamse gemeenteraad zat. ‘Toen was mijn reactie: tjonge, alsof er geen ergere problemen in de wereld zijn. Dezelfde reactie die ik nu van veel kanten krijg. Dat is natuurlijk waar. Aan de andere kant kun je elk gesprek doodslaan met dat argument. Vergeleken met de onthoofdingen in Syrië valt alles mee. Als minister ben ik gaan praten met mensen uit de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap die heel teleurgesteld, boos en kritisch waren. Daardoor ben ik van mening veranderd en dat wilde ik naar buiten brengen.’

Concrete mensen

Bijna drie jaar zit Lodewijk Asscher (41) nu in het kabinet, als vicepremier en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Lang hield de Amsterdamse PvdA-leider en wethouder vol dat hij de Stopera niet voor een plaats in het Haagse machtsbolwerk wilde verruilen. Het kostte in 2012 moeite hem te vermurwen. Zijn eisen waren hoog. Hij bedankte beleefd voor de post Financiën die hem eerst werd aangeboden: ‘Ik wilde per se op Sociale Zaken want hier draait het niet alleen om macro-economie maar ook om de problemen van concrete mensen.’

Ook liet de sociaaldemocraat in het regeerakkoord opnemen dat er ruimte moest zijn om samen met werkgevers en vakbonden alternatieven voor de bezuinigingen te bedenken. Maar zijn belangrijkste voorwaarde was dat hij – net als in zijn wethouderstijd – de kinderen naar school moest kunnen brengen. Elke dag, welteverstaan. Tijdens een etentje vlak voor het aantreden van het kabinet zei Rutte daar volledig begrip voor te hebben. Sterker nog: als de nood aan de man komt, scheurt de minister-president in zijn dienstauto naar Amsterdam-Oost om ’s avonds laat nog met zijn vicepremier te overleggen. Asscher: ‘We spreken regelmatig af in het Lloyd Hotel waar ik vlakbij woon. Dan breng ik eerst de kinderen naar bed, stap ik op de fiets en doen we zaken. Mark past zijn agenda aan mij aan en daar heb ik grote waardering voor.’

‘Mark past zijn agenda aan mij aan.’ Foto: Alek
Geheime kracht

In Den Haag heeft Asscher een herculestaak op zich genomen. Elke minister van Sociale Zaken zou zijn handen vol hebben aan de hoge werkloosheid die maar blijft aanhouden, de flexibilisering van arbeid die om zich heen grijpt, de schijnconstructies waardoor vooral in de bouw en de transportwereld onderbetaling en illegale praktijken voortwoekeren. De bewindsman maakt het zich nog moeilijker door ook de combinatie van arbeid en zorg hoog op de agenda te zetten. De kwaliteit en betaalbaarheid van de crèches moeten omhoog, het vaderschapsverlof moet langer. Dan is er nog het integratiedossier, bij de kabinetsformatie overgeheveld van Binnenlandse Zaken naar Sociale Zaken. Daardoor moet Asscher zich ook nog bezighouden met heikele kwesties als jihadstrijders in de Schilderswijk, rondreizende haatpredikers en Turkse en Marokkaanse jongeren die radicaliseren. Ook binnen zijn eigen partij, die er hopeloos slecht voor staat in de peilingen, worden huizenhoge verwachtingen van hem gekoesterd. Al in de tijd dat Job Cohen wankelde als partijleider, werd Asscher als de ideale opvolger beschouwd. Nu Diederik Samsom onder vuur ligt, wordt hij opnieuw de kroonprins genoemd. Sinds het VN-interview vorige maand waarin partijprominent Felix Rottenberg Samsom de ‘bedrijfsleider van het kabinet’ noemde en Asscher prees als de bewindsman die het best het sociaaldemocratisch gedachtegoed in praktijk bracht, laaien de speculaties over een wisseling van de wacht aan de PvdA-top nog verder op.

Hoe is het om voortdurend als de golden wonderboy van de partij te worden afgeschilderd? Hoe opereert Asscher in het politieke mijnenveld? Wat is zijn geheime kracht? En waar laat hij steken vallen?

Knuppel in het hoenderhok

December 2012, Lodewijk Asscher is nog maar net minister. Het televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde stelt aan de kaak dat Oost-Europese werknemers worden uitgebuit in de Nederlandse champignonteelt. Een van de afnemers van de onder erbarmelijke omstandigheden geplukte paddenstoelen zou Albert Heijn zijn. Asscher reageert meteen furieus. Een dag na de uitzending brengt hij een persbericht uit waarin hij aankondigt een eind te maken aan de ‘middeleeuwse toestanden’ in de champignonsector. Hij roept op tot een boycotactie tegen Albert Heijn: ‘Koop alleen eerlijk geproduceerde champignons zou ik willen zeggen, ga voor champignons dus naar C1000, COOP of Jan Linders.’ Ook nodigt hij de directeur van AH Nederland uit om samen om de tafel te gaan. ‘Ik kan me niet voorstellen dat hij dan zegt: “Sorry dat is alleen uw probleem.” De affaire haalt zelfs The Financial Times. Van alle kanten komt kritiek: waar bemoeit de minister zich mee, heeft hij het wel goed uitgezocht? Albert Heijn reageert verontwaardigd: ze kopen wel in bij bonafide telers, maar vermelden dat alleen niet op de verpakking. Hoe dan ook, op zijn eerste werkdag in het nieuwe jaar pakt Asscher de telefoon en maakt een afspraak met Albert Heijn, Jumbo en brancheorganisatie CBL. Resultaat: de supermarkten zetten de champignontelers onder druk om de werkomstandigheden te verbeteren. Met stralende gezichten poseren AH-directeur Sander van der Laan en minister Asscher voor de foto.

Het is Asscher ten voeten uit. Als hij onrecht bespeurt en weinig opschiet met diplomatie achter de schermen, gooit hij de knuppel in het hoenderhok. Dan wacht hij tot de kippen opfladderen. Als het tumult groot genoeg is, slaat hij toe. Hij nodigt zijn tegenstanders uit voor een gesprek. Hij luistert empathisch, toont hoffelijkheid en begrip maar zet hen intussen ook moreel onder druk. Uiteindelijk maakt hij afspraken die verder gaan dan het wegwerken van die ene misstand waarmee de affaire begon. Zonder dat iemand nog kwaad op hem is.

‘Soms moet je de discussie op scherp stellen.’ Foto: Alek
Code Oranje

CDA-Kamerlid Pieter Heerma die de portefeuille Sociale Zaken beheert noemt Asscher ‘een knap politicus’ en ‘retorisch en inhoudelijk sterk’. ‘Maar hij heeft soms de neiging op een geraffineerde manier onderwerpen naar zich toe te trekken. Dan doet hij me denken aan een medicijnman die een regendans opvoert en denkt dat het dankzij hem is gaan regenen.’ Heerma noemt als voorbeeld ‘Code Oranje’. Asscher ergerde zich eraan dat er in Brussel niet gesproken werd over de negatieve gevolgen van het vrije verkeer van werknemers binnen Europa. Met ingang van januari 2014 konden Bulgaren en Roemenen hier komen werken zonder vergunning. Asscher was bang voor uitbuiting en onderbetaling maar kreeg van zijn collega-ministers van Sociale Zaken te horen dat hij zich niet zo anti-Europees moest opstellen. Dus bracht hij zwaar geschut in stelling. In een opiniestuk in de Volkskrant en de Britse Independent sloeg hij alarm: overstroming dreigde, de dijken stonden op doorbreken, ‘Code Oranje’ moest worden afgegeven. De Kamer stond op haar achterste benen, Brussel zat in de hoogste boom. Eurocommissaris Kroes noemde Asscher een Hansje Brinker die zijn vinger in de verkeerde dijk stopte. Haar Hongaarse collega van Sociale Zaken László Andor beschuldigde Nederland van ‘xenofobie’. Maar zijn stuk in de Volkskrant en The Independent gaf in Brussel wel de schokreactie waar Asscher op hoopte. Toen Jean-Claude Juncker aantrad als nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, kondigde hij aan dat hij de EU-regels om sociale dumping tegen te gaan wilde verscherpen. Spreken over uitbuiting en verdringing van de arbeidsmarkt was geen taboe meer.

Steven van Weyenberg, woordvoerder Sociale Zaken van D66, vindt nog steeds dat Asscher met zijn ‘Code Oranje’ populisme bedreef. ‘Deze minister heeft de gave van het woord. Hij kan beeldend formuleren. Maar door zo tegen de Bulgaren en Roemenen tekeer te gaan, voedde hij de onderbuikgevoelens die hier leven. Hij probeert wel vaker onderwerpen op de agenda te krijgen door in te spelen op gevoelens van angst en bedreiging. Angst voor zzp’ers en flexibilisering van de arbeidsmarkt, robotisering, afbraak van de verzorgingsstaat. En als je daar wat van zegt, reageert hij kribbig.’ Asscher zegt bewust de confrontatie aan te gaan. ‘Soms moet je de discussie op scherp stellen. Dan wordt iedereen eerst heel boos maar daarna komt er een goed gesprek op gang.’ Wel gaan de verwijten en aantijgingen aan zijn adres hem af en toe te ver. ‘Dat sommigen in Brussel me voor anti-Europees en xenofoob uitmaakten, vond ik niet te verteren.’

Eurocommissaris Andor zei dat. Heeft u hem erop aangesproken?
‘Ja. Maar hij ontkende dat hij dat gezegd had. Toen heb ik maar geantwoord: ik ben heel blij dat je me daar niet voor aanziet.’ Vileine grijns: ‘Volgens de journalist stond het trouwens wel op de band.’ Later nam hij de Hongaar mee naar het westelijk havengebied van Amsterdam. Ze bezochten daar onder meer een industriële stomerij. ‘Zodat hij met eigen ogen kon zien waar de open grenzen toe leiden.’

Klasje van Asscher

Er zit een patroon in het optreden van Asscher. Dat was al zo toen hij gemeenteraadslid en later wethouder was in Amsterdam. Met zijn drastische schoonveegactie van de Wallen haalde hij zich de woede op de hals van bordeelhouders die hem uitmaakten voor een fatsoensrakker en iemand die tegen seks was. De jeugdzorg waar hopeloos langs elkaar heen werd gewerkt, vergeleek hij met het monster van Frankenstein voordat hij met de instellingen in gesprek ging. De grootste botsing had hij met de besturen van in zijn ogen te zwak presterende scholen. ‘Eigenlijk gaat de wethouder alleen over de gebouwen maar Lodewijk zei: “Ik vind jullie niveau gewoon niet acceptabel,”’ vertelt Marjolein Moorman, op dit moment fractieleider van de PvdA in Amsterdam. ‘Hij opereert vanuit een groot moraliteitsbesef en is niet bang voor ruzie. Lodewijk heeft wel eens tegen schoolbestuurders gezegd: “Zou u uw eigen kinderen bij u op school laten gaan?” Toen viel er een ijzige stilte.’

Dat sommigen in Brussel me voor anti-Europees en xenofoob uitmaakten, vond ik niet te verteren Moorman beschouwt zichzelf als leerling van Asscher. ‘Hij weet precies wat hij wil, zoveel overtuigingskracht en lef heb ik bij weinig andere politici gezien. Hij vertoont geen spoortje twijfel, zonder dat het arrogant of zelfingenomen wordt.’ Moorman zat net in de gemeenteraad toen ze in 2011 werd uitgenodigd aan het ‘klasje van Asscher’ deel te nemen. Jonge talentvolle sociaaldemocraten kwamen eens in de zes weken bijeen voor ‘politieke effectiviteitstrainingen’. Met topsprekers als Wim Kok over zijn aanpak van de WAO-crisis, Wouter Bos over politiek leiderschap en Felix Rottenberg, over – ironisch genoeg – ‘hoe zorg je dat je in de politiek heel blijft’. Asscher kreeg zo ook meteen zicht op: wie zijn de gemeenteraadsleden en wethouders van de toekomst? Nog steeds vraagt Moorman haar oude leermeester regelmatig om raad. ‘We zien elkaar ’s ochtends op het schoolplein in Amsterdam-Oost en hebben met de kinderen de Avondvierdaagse gelopen. Lodewijk liep alle vier de dagen mee. Hij praat nog steeds met veel liefde over Amsterdam. Ik heb aan hem de meest luxueuze adviseur van Nederland.’

Drek genoeg

De werving van kandidaten door Asscher pakte niet altijd even gelukkig uit. Toen de Amsterdamse PvdA-leider naar het kabinet overstapte, schoof hij columnist en debatleider Pieter Hilhorst als zijn opvolger naar voren. De twee kenden elkaar al toen Asscher nog docent informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam was. Als wethouder schakelde hij de enthousiasmerende Hilhorst in voor adviesklussen. Dat Hilhorst geen bestuurlijke ervaring had, vond Asscher geen bezwaar. Hij kon best wethouder en lijsttrekker worden. Maar al snel liep het mis. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 leed de PvdA een historische nederlaag. Voor het eerst in honderd jaar werden de hoofdstedelijke sociaaldemocraten naar de oppositiebankjes verbannen. De dag na de verkiezingen trad Hilhorst af. ‘Ik heb onderschat hoe belangrijk het bestuurlijke handwerk is,’ vertelt Hilhorst in Caffe Milo bij het Amsterdamse Oosterpark. ‘Lodewijk beheerst dat wel.’

Ook Hilhorst steekt de loftrompet over de onconventionele aanpak van Asscher. ‘Hij legt zich niet neer bij misstanden waarvan de meeste bestuurders zeggen: dat is nou eenmaal zo. Lodewijk stelt vragen als: waarom zijn we gewoon gaan vinden wat niet normaal is? Dat hield hij in Amsterdam de directies van zwakke scholen voor. Nu zegt hij dat tegen werkgevers die flexcontracten als een natuurverschijnsel beschouwen.’ Hilhorst noemt Asscher een ‘stoïcijnse optimist’: ‘Zelfs als hij drek over zich heen krijgt, blijft hij rustig.’

En drek is er genoeg. Soms werkt Asschers confrontatiestrategie averechts. Dan slaat het als een boemerang op hem terug. Najaar 2014 deelde hij een pets uit aan vier Turks-Nederlandse religieuze organisaties. Hij vond ze niet transparant genoeg en wilde laten onderzoeken of ze de integratie niet tegenwerkten en of hun banden met Ankara niet te nauw waren. De minister wilde de organisaties vijf jaar lang laten monitoren. Een paar weken later stuurde hij een onderzoek van Motivaction naar de Kamer waaruit zou blijken dat 80 procent van de Turkse jongeren in Nederland geweld uit naam van de jihad verdedigbaar vond. Hoewel het onderzoek aan alle kanten rammelde, gaf Asscher meteen na de publicatie een interview aan NU.nl. De minister van Integratie toonde zich ‘zeer verontrust’ over de radicalisering van de jonge Turken: ‘We mogen niet accepteren dat deze jongeren zich op deze manier van de samenleving afkeren.’ Intussen had hij al afspraken in zijn agenda staan met de organisaties die door hem voor lange arm van Ankara waren uitgemaakt. Ook ging hij in gesprek met de nieuwe jongerenclub Turks Nederlands Tegengeluid. Voorjaar 2015 meldde hij de Kamer blijmoedig dat het goede gesprekken waren geweest en dat hij de Turkse organisaties inmiddels zag als bondgenoten in de strijd tegen de radicalisering.

Asscher zelf is niet erg rouwig over het vertrek van het duo Maar dit keer kwam Asscher er niet zonder kleerscheuren van af. SP-parlementariër Sadet Karabulut, zelf van Turks-Koerdische komaf, zegt dat ze najaar 2014 stond te applaudisseren voor Asschers strenge aanpak van islamitische stichtingen als Milli Görüş: ‘Maar een paar maanden later heeft hij die weer ingetrokken. Hij is honderdtachtig graden gedraaid.’ Ook Van Weyenberg van D66 constateert een ommezwaai in het integratiebeleid: ‘Asscher fluit nu een ander liedje dan vorig jaar. Eerst wilde hij de Turkse organisaties onder toezicht stellen, nu drinkt hij koffie met ze. Toen ik hem daarop aansprak, maakte hij me uit voor een muggenzifter.’ Karabulut: ‘Hij reageert dan supergeïrriteerd.’ Van Weyenberg: ‘Deze kwestie heeft zijn imago beschadigd.’

Geen zalvende taal

De kritiek kwam deze keer niet alleen van buiten, ook binnen zijn eigen PvdA ontstond ophef: in dezelfde week waarin het interview met Asscher op NU.nl verscheen, gooiden de Turks-Nederlandse Kamerleden Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk de kont tegen de krib. Op de Turkse website sonhaber.nl verweten ze Asscher ‘uitsluitingspolitiek’ te bedrijven. Ze werden op het matje geroepen bij Diederik Samsom die hun een verklaring wilde laten ondertekenen waarin ze vertrouwen uitspraken in Asscher. Dat weigerden ze. Na drie dagen crisisberaad dwong Samsom hen uiteindelijk uit de fractie te stappen. Kuzu en Öztürk zijn er nog steeds van overtuigd dat Asscher daarachter zat. ‘Hij kan van die mooie zalvende taal spreken, maar dat deed hij toen niet,’ zegt Kuzu in het werkvertrek van de nieuwe tweemansfractie. Aan de muur hangen drie ingelijste foto’s uit de ‘gedenkwaardige week’ dat ze met veel bombarie afscheid namen van de PvdA. Öztürk, die ook is aangeschoven: ‘Hij heeft geen millimeter bewogen en geen enkele poging gedaan om ons binnen te houden.’ Kuzu: ‘ We hebben in die dagen niets van hem gehoord. Öztürk: ‘Hij heeft Diederik het vuile werk laten opknappen.’

Asscher zelf is niet erg rouwig over het vertrek van het duo: ‘Mij gaat aan het hart hoe het met de Turks-Nederlandse jongeren gaat. Ik ben niet geïnteresseerd in twee mannen die met allerlei grote verhalen en complottheorieën over mij de dag doorbrengen.’

Ook de Turkse regering uitte felle kritiek en betichtte u van xenofobie, islamofobie en racisme. Wat doen zulke aantijgingen met u?
‘Kritiek hoort bij dit werk, maar als mijn integriteit ter discussie wordt gesteld, vind ik dat heel vervelend.’

Dat klinkt als een understatement.
Weer die grijns: ‘Ik praat graag in understatements.’

‘Islamofoob’ en ‘racist’

Asscher heeft inmiddels een indrukwekkende rij verwensingen naar zijn hoofd geslingerd gekregen: van ‘laffe landverrader’ en ‘schijnheiltje’ door fans van Zwarte Piet tot ‘xenofoob’ door de Hongaarse Eurocommissaris Andor en ‘islamofoob’ en ‘racist’ door de Turkse autoriteiten. Maar de verwijzingen naar zijn Joodse familiegeschiedenis komen het hardst aan. Vooral als hij voor ‘verrader’ wordt uitgemaakt omdat zijn overgrootvader Abraham Asscher tijdens de oorlog een van de twee voorzitters was van de Joodse Raad, het bestuursorgaan dat door de Duitsers bij de deportaties werd ingeschakeld. Bij de reacties op zijn post over Zwarte Piet werd hier meer dan eens naar verwezen.

‘Opener vertellen waar ik vandaan kom.’ Foto: Alek

‘Niemand kan begrijpen wat zo’n familiegeschiedenis met je doet,’ zegt Rob Oudkerk, wiens grootvader de andere voorzitter van de Joodse Raad was: ‘Het is onvoorstelbaar heftig.’

De Amsterdamse oud-PvdA-wethouder leerde Asscher in 2002 kennen als jong gemeenteraadslid. Ze hadden direct een hechte band, vertelt Oudkerk in Bar Mick in Amsterdam-West: ‘Elke week overlegden we op mijn kamer in het stadhuis. Over de fractie en Amsterdam waren we snel klaar. Daarna voerden we hele gesprekken over het leven, dat waren onvergetelijke momenten. We maakten grappen tegen elkaar als: onze voorouders zaten samen in de Joodse Raad, wij zitten samen in de gemeenteraad.’
Aan dat wekelijkse overleg kwam abrupt een eind. In 2004 dwong de PvdA-fractie Oudkerk tot aftreden vanwege zijn prostitueebezoek aan de tippelzone op de Theemsweg. ‘Hij heeft me toen laten vallen. Maar terwijl ik in de kreukels lag, kreeg ik een onvoorstelbaar mooie brief van hem. Met herinneringen aan de tijd dat we hadden samengewerkt.’ Toch kreeg hij nog een paar keer met de harde kant van Asscher van doen: ‘Ik wilde terugkomen in de gemeenteraad maar bij beide pogingen, in 2006 en 2010, heeft Lodewijk er een stokje voor gestoken. Hij zei: “Ik wil je niet in de fractie.” Ik denk dat hij me te geprofileerd vond en bang was voor twee kapiteins op één schip.’ Desondanks hebben Asscher en Oudkerk altijd contact gehouden. Dit voorjaar was Oudkerk te zien in een televisiedocumentaire over de Joodse Raad. Asscher stuurde hem een sms’je: ‘Gezellige docu. Hou je taai. Lo’.

Overmand door emoties

De minister is de afgelopen jaren opener geworden over zijn dramatische familieachtergrond. ‘Er zijn nog steeds mensen in leven die verdriet hebben om de rol van de Joodse Raad,’ zegt hij. ‘Daarom probeerde ik er in het openbaar niet te veel over te praten. Mijn ouders hebben me altijd voorgehouden: maak je eigen afweging, volg anderen niet blind, ga op je eigen morele oordeel af. Dat is de les die ik eruit heb getrokken.’

Maar door de toenemende polarisatie in de samenleving en de haatdragende taal die hem ook persoonlijk ten deel valt, voelt hij zich geroepen meer van zichzelf te laten zien: ‘Op mijn timeline herinneren mensen me nog steeds aan mijn overgrootvader, voor het geval ik het zelf zou vergeten. Anderen maken me weer uit voor een ‘zionist’ en ‘de Joodse minister van Integratie’. Op een gegeven moment dacht ik: oké, dan zal ik meer vertellen over waar ik vandaan kom en wie ik ben. Ik ben Joodser geworden van het schelden.’

Er zijn nog steeds mensen in leven die verdriet hebben om de rol van de Joodse Raad Asscher was geschokt door de demonstratie in de Haagse Schilderswijk waar radicale moslims ‘dood aan de Joden’ riepen, het bloedbad op de redactie van Charlie Hebdo en de overval op een Joodse supermarkt in Parijs. ‘Na de gebeurtenissen in de Schilderswijk kreeg ik een mail van een oude vriend van mijn vader die overwoog uit Nederland te emigreren. Dat heeft me diep geraakt.’ Kort na de aanslagen in Parijs bezocht hij een herdenkingsdienst in de Jacob Obrecht Synagoge. Ook was hij bij een verzoeningsbijeenkomst van islamitische en Joodse jongeren in de Amsterdamse Hallen. De voorbereide toespraak legde hij weg, in plaats daarvan stak hij een geïmproviseerd verhaal af, waarin hij jongeren opriep zelf te leren nadenken. Asscher: ‘Op dat moment werd ik overmand door emoties.’

Afzegbriefjes

Er is behalve zijn Joodse achtergrond nog een onderwerp waar hij steeds vrijer over spreekt. Lodewijk Asscher in zijn speech bij de Nacht van de Rechtsstaat: ‘Zodra het met mijn zoontjes over de verdeling van zakgeld, speelgoed of snoepgoed gaat, strijden ze voor gelijke behandeling.’ Asscher bij de Willem Drees-lezing: ‘Dames en heren, dit is een tekening van een kopvoeter. Zonder romp. Met de armen en benen direct aan het hoofd. Van mijn jongste. Kijk, er staat onder: voor mama.’ De minister bij zijn optreden op de Werktop over jeugdwerkloosheid in Den Haag: ‘Mijn zoontje van zes krijgt zijn eerste programmeerlessen. Hij wil mijn laptops uit elkaar halen. Hopelijk alleen de oude.’

Hield Asscher vroeger zijn gezin angstvallig buiten de media, tegenwoordig gaat er geen spreekbeurt voorbij zonder een paar liefkozende woorden aan het adres van zijn drie zoons. Hij wil er geen misverstand over laten bestaan: de combinatie van arbeid en zorg heeft zijn volle aandacht. Het is politieke strategie: de noodlijdende PvdA moet het niet alleen hebben van de lager betaalden maar ook van de hardwerkende jonge gezinnen. Maar Asschers rol van zorgzame vader is niet gespeeld: ‘Mijn drie jongens zijn 4, 6 en 8. Dat is een leeftijd waarop je behoefte hebt aan een vast ritme. Ze vinden knuffelen fijn en het is belangrijk dat ik er ’s ochtends voor ze ben.’ Op zijn ministerie moesten ze er even aan wennen. ‘Nu weten ze dat ik pas vanaf half negen bereikbaar ben. Dan stap ik op het schoolplein in de auto en dan kunnen ze me mailen. Soms is het moeilijk vol te houden, zoals bij de crisisbesprekingen over bed, bad en brood en de vrije artsenkeuze. Maar ook al kom ik pas om half vijf ’s nachts thuis, toch sta ik dan vroeg in de morgen de broodjes te smeren.’ Ook voor zijn gezin vindt hij het zwaar dat hij als minister een Bekende Nederlander is en dus op straat wordt aangeklampt. ‘Mensen herkennen me maar weten vaak niet waarvan. Toen ik laatst met mijn oudste zoon in het park was, zei iemand: “Jij bent toch die huisarts uit Amersfoort?” Mijn zoon antwoordde: nee, dat klopt niet, je kent hem van de tv. Voor zo’n jochie is dat irritant, die wil gewoon met me voetballen.’

BN’er zijn: zwaar voor zijn gezin. Foto: Alek

Zelf is hij ook niet dol op niet-functionele ontmoetingen en onbestemde gesprekken. Na een spreekbeurt of een lezing is hij meestal meteen weer weg. De keren dat hij op vrijdagmiddag de wekelijkse persconferentie van het kabinet geeft, blijft hij – anders dan Rutte – niet hangen: ‘Als de ministerraad op tijd klaar is, haal ik nog net de tennisles van een van mijn zoons. Daarna gaan we nog een ijsje eten.’ Ook Haagse recepties en diners laat hij zo veel mogelijk aan zich voorbij gaan: ‘Ik schrijf veel afzegbriefjes. Ik moet woekeren met mijn tijd en die steek ik liever in mijn werk en mijn gezin.’

Is dat de enige reden of bent u ook gewoon verlegen?
‘Vaak blijkt dat ik op recepties alleen heb gesproken met de juffrouw die de jassen aanneemt en de man die de drankjes rondbrengt. Dat doe ik niet bewust maar daar draait het wel vaak op uit. Dat is in zekere zin een antwoord op jullie vraag.’

U heeft een hekel aan smalltalk?
‘Dat klinkt een beetje heavy.’ Stilte. ‘Ik heb er niets tegen maar ik ben er niet goed in. Dat hele borrelcircuit en wie met wie praat, probeer ik te vermijden. Ik wil in mijn leven zoveel mogelijk bereiken. Mijn doelstelling is niet de beste smalltalker van het Binnenhof te worden’.

Al jarenlang wordt u de kroonprins van de PvdA genoemd. Hoe voelt dat?
‘Een beetje Groundhog Day-achtig. Dat is een van mijn lievelingsfilms. Bill Murray speelt daarin een weerman die elke ochtend wakker wordt op dezelfde dag en steeds opnieuw hetzelfde beleeft. Hij probeert van alles om eraan te ontsnappen maar niets helpt. Om de zoveel tijd overkomt mij dat ook. Dan ontstaat er weer een mediahype over de vraag of ik partijleider moet worden en moet ik daar weer op reageren. Het geeft me het gevoel dat ik steeds wakker word op dezelfde dag.’

U kunt het ook als een compliment opvatten.
‘Ik vind het rampzalig. Het leidt ontzettend af van het werk dat ik nu doe. En het is ook geen écht compliment. Mensen zeggen het alleen maar omdat ze ontevreden zijn over anderen.’

Asscher Solutions

In veel gesprekken over de minister duikt de term Asscher Solutions op. Met een eigen adviesbureau zou hij in een toekomstig leven zonder taboes en andere beperkingen maatschappelijke problemen moeten gaan aankaarten, analyseren en oplossen. Rob Oudkerk: ‘Hij is op zijn best als hij zijn creativiteit de vrije loop kan laten, als hij out of the box denkt en niet gebonden is aan de stroperige besluitvorming binnen het kabinet en de PvdA. Lodewijk laat op dit moment nog maar 40 procent van zijn talent zien.’ Mocht Asscher Solutions worden opgericht, dan is Oudkerk graag van de partij. Net als oud-lijsttrekker in de hoofdstad Pieter Hilhorst. ‘Toen Lodewijk wethouder van Amsterdam was, hebben we wel eens tegen elkaar gezegd: dat gaan we samen doen.’ Huidig fractieleider in Amsterdam Marjolein Moorman heeft al een betere naam voor de firma in gedachten: ‘Asscher & Moorman’.

‘Asscher Solutions?’ reageert de minister met gespeeld verbaasde blik op zijn kamer bij Sociale Zaken en Werkgelegenheid: ‘Dat is een grap, maar wel een die ik vaak heb gemaakt.’

Anderen vatten dat plan hoogst serieus op.
Met een glimlach: ‘Dat heb ik wel vaker met grappen die ik maak. In de politiek kom je veel vage consultants tegen die verstand van dit en van dat hebben. Ze komen snel binnenlopen, luisteren een uurtje naar je en zeggen dat ze de oplossing hebben. Zonder verdere uitleg. Daarom heb ik in mijn Amsterdamse tijd wel eens tegen mensen gezegd: als alles mislukt, kunnen we nog altijd Asscher Solutions beginnen.’