Nu de naam Hannah Arendt niet weg te denken is uit de politieke filosofie schrijft Deborah Nelson over haar filosofie van de harteloosheid. En over anderen die niets van sentimentaliteit moesten hebben.
Een van de mooiste titels van de Amerikaanse schrijfster Mary McCarthy is die van haar verzameling essays On the Contrary. De beste vertaling is wellicht Integendeel of Helemaal niet!, al gaat daarbij veel verloren. In het ‘con’ van ‘contrary’ zit een dwarsheid die je niet terugziet in ‘integendeel.’ Het beste is om je bij On the Contrary een kleine dialoog voor te stellen waarin iemand met grote stelligheid iets staat te beweren, terwijl Mary McCarthy aandachtig, maar met een wantrouwend oor, luistert. Ineens zegt ze droog voor zich uit: ‘On the contrary, helemaal niet, integendeel, hoe kom je daar bij.’ Degene die de stelligheid poneerde schrikt ervan, niet gewend zo te worden tegengesproken.
Mary McCarthy, ook bekend van haar bundel verhalen onder de ook al niet bepaald softe titel Cast a Colder Eye, werd in de jaren vijftig legendarisch vanwege de ‘critical and satirical aggression’ in haar toneelkronieken, essays en recensies, gepubliceerd in The New Yorker, Partisan Review en Harper’s Magazine. Een aantal van die essays werd vermaard, zoals ‘My confession’ en ‘Tyranny of the Orgasm’. Openhartigheid was een specialiteit van McCarthy als schrijfster van Memories of a Catholic Childhood en How I Grew. Opvallend aan die herinneringen was dat ze geen genoegen nam met zich dingen te herinneren en die op te schrijven, maar dat het haar ging om memoires met zoveel mogelijk onomstotelijke feiten. Ze nam geen genoegen met wat in haar opkwam, maar checkte zo veel mogelijk. Archieven werden doorgespit, het geheugen van anderen uitgekleed, familie de duimschroeven aangezet om zich feiten te herinneren, geen vage praatjes. Ze was ongenadig tegenover zichzelf. Ze wilde graag geloven dat haar vroeggestorven vader een briljante man was met literaire gaven. Zo stond hij bekend. Maar op een dag kreeg ze zijn dagboek onder ogen en moest ze zelf toegeven dat daar helemaal geen sprake van kon zijn.

Alles wat McCarthy heeft geschreven aan romans en essays gaat over het ontmaskeren van zelfbedrog, psychologisch, politiek en moreel. McCarthy wilde altijd op feiten uitkomen. Dat zijn bij haar dan ook geen droge, naïeve, simpele, onbeweeglijke dingen. Een feit is bij haar een kruispunt waarop de discussie, de tegenspraak, de exploratie van een lastig onderwerp begint. Een feit was voor haar het beginpunt van het onder ogen zien van de werkelijkheid.
Het waren tough ladies met een absorberende betrokkenheid die ze graag wilden delen met anderen, maar niet face-to-face: liever van een afstandje.
Met dit in het achterhoofd is het niet vreemd dat Mary McCarthy in Tough Enough voorkomt, het fascinerende boek van Deborah Nelson waarin ze over zes vrouwen schrijft die met een koel oog naar de werkelijkheid hebben gekeken. Enig sentiment kwam daar niet bij te pas. De zes, Simone Weil, Diane Arbus, Mary McCarthy, Hannah Arendt, Joan Didion en Susan Sontag, hebben gemeen dat ze als filosofen, schrijfsters en als fotograaf de werkelijkheid niet mooier wilden voorstellen dan zij was. Ze bemoeiden zich met emotioneel beladen toestanden (menselijke lijden, holocaust, ziekte, armoede, politieke tegenstelingen), maar waren tough minded en pasten zich niet aan aan de naoorlogse gewoonte om spontaan met hun emoties voor de draad te komen. Het waren tough ladies met een absorberende betrokkenheid bij de wereld die ze graag wilden delen met anderen, maar liever niet face-to-face: liever van een afstandje.
Deze stoïcijns te noemen houding heeft in het geval van Hannah Arendt en Mary McCarthy tot zoiets als een filosofie en een esthetica geleid die voor de nodige weerstand heeft gezorgd. In Eichmann in Jerusalem verweet Hannah Arendt de aanklagers dat zij te veel emotie in het proces lieten blijken. Wanneer een getuige zo feitelijk mogelijk en met een minimum aan emotie zijn verhaal vertelde, zoals Zindel Grynszpan, kon dat meteen op Arendts instemming rekenen. Zijn getuigenis was een uiting van ’the aesthetic of the concrete’.
Je hart bedriegt je
Deze koele instelling van Arendt had niet speciaal met het Eichmann-proces te maken. Over die instelling en mentaliteit had ze al eerder geschreven in On revolution. Terwijl voor de meeste mensen ‘het hart’ het orgaan is dat zo veel mogelijk het woord moet doen, moet dat voor Arendt zo veel mogelijk in het verborgene blijven kloppen. Zodra emoties in de politiek een rol gaan spelen, gaat het voor haar mis. Dan wordt alles onzuiver. Dan is het emotie en geen door redelijkheid gedreven politiek meer. Door emoties te gebruiken zou een soort chantage ontstaan. In On Revolution schrijft ze: ‘Het menselijk hart is niet alleen duistere plek, waar geen menselijk oog met zekerheid kan doordringen; de eigenschappen van het hart hebben duisternis en bescherming tegen het licht van het publiek nodig om te groeien en te blijven wat zij moeten zijn, namelijk innerlijkste motieven die niet bestemd zijn voor publiek vertoon.’
Arendt zag het hart vooral als een bedrieger en een manipulator, niet als een bron waar de wereld minder hard van zou kunnen worden. Arendt associeerde het hart meteen met sentimentaliteit, wat vaak terecht is. ‘Harteloosheid’ was bij haar niet iets negatiefs, maar een constatering. Het was niet een ‘onvermogen om gevoel te tonen’, want dat deed ze genoeg tegenover vrienden zoals Mary McCarthy, zoals te zien aan hun briefwisseling Between Friends. Wat er aan hart in de politiek nodig is komt vanzelf bij het denken aan de orde als een onderdeel van wat Arendt het ‘vita contemplativa’ noemt.
Hannah Arendt en Mary McCarthy vonden elkaar in hun afkeer van sentimentaliteit. Hun toughness, hun hardheid waar Deborah Nelson het accent op legt, wordt in de loop van het boek enigszins genuanceerd. Wanneer McCarthy zo aan de feiten hecht betekent niet dat zij gelooft dat er een objectieve en stabiele realiteit bestaat. Integendeel, het confronteert haar juist met de instabiliteit van de werkelijkheid, met het ongrijpbare, het onzekere en het pijnlijke. De realiteit daarvan wil ze juist onder ogen zien. In het verhaal ‘The Portrait of the Intellectual as a Yale Man’ in The Company She Keeps wordt Jim Barnett, de ‘Doorsnee Denkende Man’ satirisch aangepakt omdat in zijn toughness geen beweging te krijgen is. Niets raakt hem. Hij doet alsof hij ‘hard’ is, maar hij is een aansteller die alleen met kleine ongemakken te maken heeft. Bij het eerste pijnlijke dilemma op zijn pad valt hij in slaap.
Het boek van Deborah Nelson verschijnt op een moment dat het woord empathie een van de meest gebruikte woorden is. Het is bepaald geen leeg woord wanneer aanslagen op onschuldige mensen aan de orde van de dag zijn. Aan het zien van die ellende valt niet ontkomen en dus ook niet er iets bij te voelen. Je kunt tough enough zijn, maar onberoerd laat het je niet.
Tough Enough. Arbus, Arendt, Didion, McCarthy, Sontag, Weil door Deborah Nelson is uitgegeven door Chicago University Press.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.