Je zou het bijna vergeten, maar er is ook nog het Rusland van de literatuur en de kunst. Zoals het Rusland van de schat aan kindergedichten waarvan Robbert-Jan Henkes nu een flink deel in het Nederlands heeft vertaald.

Dat de ouders van Poesjkin geen Russisch spraken, maar tot onder de dekens Frans, heeft niet verhinderd dat hij uitgroeide tot ‘het stralende licht der Russische letteren’. Hij leerde Russisch van zijn kindermeisje. Wel zorgde dat Frans ervoor dat hij makkelijk over de grens keek om inspiratie op te doen. Omdat zijn kindermeisje hem vertrouwd maakte met Russische folkore en Europese sprookjes schreef hij met Het sprookje van de dode tsarenprinses en van de zeven heldenridders een eigen versie van Sneeuwwitje, inclusief de jaloerse stiefmoeder. Vertaler Robbert-Jan Henkes laat haar in Poesjkins bedwelmende sprookjesrijm in de spiegel kijken:

Stiefmoeder zat ondertussen
Steels haar spiegelbeeld te kussen
En te flemen keer op keer,
en ze vraagt hem eindelijk weer:
‘Wie op aarde is ranker,
Is er blozender en blanker?’
En de spiegel antwoordt haar:
‘Prachtig ben jij, zeker waar.
Toch is de prinses het rankste,
En het blozendste en blankste.’
Stiefmoeder slaat met een kruk
Furieus de spiegel stuk.

Je hoeft maar wat te bladeren in Bij mij op de maan, de kloeke verzameling Russische kindergedichten die Henkes vertaalde, om met de neus in de boter te vallen. Wanneer geen sprake is van Stalinistisch sociaal-realisme, van ‘Sovjet hakwerk’ gericht tegen ‘bourgeois smeerpijperij’, hebben Russische kindergedichten steevast een lichtelijk dadaïstische inslag. Alles kan bij Daniil Charms, Kornej Tsjoekovski, Joeri Vladimirov of Vladimir Majakovski, zelfs bij Josef Brodski. Je belandt middenin in vernuftige onzin, waaraan je kunt zien dat ze, maar speciaal Tsjoekovski, beïnvloed zijn door de Engelse nursery rhymes en Engelse nonsens. Hoe aangenaam onzinnig ook, toch komt alles op zijn pootjes terecht omdat elke regel ‘ongenadig naar het rijmwoord toewerkt.’ Dat zorgt voor een soepele combinatie van anarchie en discipline:

Niets liever
Wou de beer
Niets liever en niets meer
Dan vliegen
Naar de maan.
De kleine beertjes sprongen achter hem aan:
‘Komaan! Komaan!
We gaan!
We gaan!
Naar de maan, maan, maan!’

Alexander Poesjkin

De fantasie is onbegrensd, er wordt gespeeld met klanken, herhalingen, korte regels, een minimum aan bijvoeglijk naamwoorden en er wordt gebruikgemaakt van de actie in de werkwoorden. Kinderachtig waren de Russische dichters voor kinderen niet. Ze lieten zich graag inspireren door het soort half griezelige gedichten dat Heinrich Hoffmann schreef voor Piet de Smeerpoets, de over heel Europa beroemde gedichten die kinderen hardhandig grappig deugd bij moesten brengen. Van Michaël Lermontov, na Poesjkin de tweede grote Russische dichter die, net als Poeskin, door een duel aan zijn eind kwam, is een ‘Kozaks wiegeliedje’ opgenomen. Het is goed dat de baby de tekst nog niet kan verstaan. Na ‘Slaap, mijn kleine hartediefje’/Prachtig kindje mijn./Haast onhoorbaar deint je wiegje/In de maneschijn’,
volgt al gauw de kozakse werkelijkheid:

Wacht, ook jij zult zegevieren
In het krijgsgeweld;
Een kozak in hart en nieren,
Om te zien een held;
Ik versier met zijden lintjes
Je gevechtstenue.
Bajoesjki-bajoe, mijn kindje,
Ga maar slapen nu.

Wat Poesjkin voor de negentiende eeuw was met lange verhalende gedichten die door volwassenen en kinderen gelezen konden worden, was Tsjoekovski voor de twintigste. Allebei krijgen flink wat ruimte van Henkes. Voor Tsjoekovski was elk kind tussen twee en vijf een linguïstisch genie. In Van twee tot vijf verzamelde hij uitspraken van kinderen, een boek dat steeds werd aangevuld en herdrukt. Net als Tsjoekovski verbleef Samoeïl Marsjak (1887-1964) een tijd in Engeland. Hij vertaalde bekende nursery rhymes als Humpty Dumpty, The House that Jack Built en Old Mother Hubbard in het Russisch. Daarmee introduceerde hij volgens Henkes een onschuld, een speelsheid en onzinnigheid die de realistische en utilitaire Russische kinderliteratuur niet kende. Ook hij is ruim bedeeld met bijna zeventig pagina’s, onder meer met het prachtige Sprookje van het domme muisje. Dat muisje wil wat afwisseling. In plaats van met zijn moeder wil hij met een oppas spelen. Daarnaar gaat moeder muis op zoek, maar wie ze ook vraagt, de eend, de kikker, de merrie, het varken, het kippetje, allemaal zijn ze beneden de maat omdat de een voor het muisje niet goed kwaakt, de ander niet goed knort, weer een ander niet goed hinnikt. Tot de moeder zelfs ten einde raad de poes vraagt – met fatale gevolgen voor het domme muisje.

Daniil Charms

Kornej Tsjoekovski’s tegenpool was Sergej Michalkov, een officiële dichter, geliefd schrijver van teksten op monumenten. Hij kreeg tijdens zijn leven vier Lenin-ordes omdat hij zo goed was in het dichterlijk herscheppen van ‘de steeds vernieuwde fraseologie van de machthebbers.’ Hij schiep daarvoor een ‘positieve held’ in Djadja Stjopa (Oompje Stefan), een boek dat honderd edities beleefde en een oplage van vijftien miljoen haalde. Hij introduceerde in 1936 de Disney-achtige Drie kleine biggetjes (Nif-Nif, Noef-Noef en Naf-Naf), maar die zijn bij hem niet speciaal slim. De oudste is ‘een voorbeeldige bouwvakker met hoogstaande technische kwaliteiten’, schrijft Henkes.

Het leven van Michalkov was heel anders dan dat van Daniil Charms. Dat eindigde in 1942 in de psychiatrische afdeling van een gevangenis in Leningrad. Tot die tijd had hij virtuoze gedichten geschreven (waarvan Henkes er veertig opneemt) waarin hij speciaal excelleerde in herhalingen van woorden, zinnen en klanken:

Op een avond kwam mijn papa
Kwam mijn pap met grote stappen
Kwam mijn pap met grote stappen
Stap voor stap naar huis toe stappen

Hij was een van de dichters die zich onder valse voorwendselen in de kinderliteratuur zouden hebben gewurmd ‘om er hun ondermijnende bohemien-bourgeois sabotagepraktijken voort te zetten.’ Terwijl hij toch alleen maar ‘de nimmerzatte kinderoren’ van poëzie wilde voorzien.

Bij mij op de maan. Russische kindergedichten, vertaald en toegelicht door Robbert-Jan Henkes, is uitgegeven door Van Oorschot.