Wanneer Friedrich Nietzsche als jongen met zijn moeder en zuster Elisabeth in Naumburg ging wandelen liep hij vijf passen voor hen uit. Dat was om hen te waarschuwen en te behoeden voor ‘gevaren’ als modder en regenplassen. Ook behoedde hij hen voor ‘monsters’ als paarden en honden.

Ongetwijfeld zal deze beschermende ijver ontstaan zijn ter vervanging van zijn vader, de dominee, die op vijfendertigjarige leeftijd overleed toen Nietzsche vijf was. Hij wilde al vroeg in de voetsporen van zijn vader treden, was goed in theologie en kreeg op twaalfjarige leeftijd een visioen van God dat hem deed besluiten de rest van zijn leven aan hem te wijden.

In zekere zin heeft Nietzsche woord gehouden. Het ging in zijn filosofie tot op het laatst van zijn gezonde leven over God, maar dan als iemand wiens invloed na zijn dood nog groot was. Het was Nietzsche die hem in De vrolijke wetenschap dood had verklaard.

‘Eens zal de herinnering aan iets ontzaglijks met mijn naam verbonden...