Tegelijk met het Boekenweekessay De zonde van de vrouw over het drama van vier artistieke vrouwen verzamelde Connie Palmen al haar essays in Het drama van de afhankelijkheid. Dat zorgt voor spanning.
Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag in september 2007 werd Harry Mulisch tijdens een feestelijke bijeenkomst toegesproken door Connie Palmen. Omdat Palmen weet wat bewonderen is kon Mulisch zich warmen aan woorden die er niet omheen draaiden: ‘Ik ken geen man die in de omgang zo eerlijk, open, onopgesmukt, transparant, ik zou bijna zeggen zo simpel en eenvoudig, is als jij en toch ben je volstrekt ongrijpbaar, haast onaards.’ Palmen beperkte zich niet tot louter lof (‘het leven met jou is al ruim tien jaar een onafgebroken feest’), ze kwam ook te spreken over karakterologische zaken, zoals Mulisch’ ‘soevereine’ instelling, het gemak waarmee hij boven alles kon staan, hoe hem niets leek te deren, hoe hij nooit in een slachtofferrol verzeilde. Ze had het over zijn autonome schrijverschap: ‘Vanuit die autonomie bepaal jij dagelijks zelf wat goed en fout is.’
Afhankelijkheid als verslaving
Dat Palmen het soevereine en autonome schrijverschap van Mulisch eruit lichtte had, zoals alles bij haar, een achtergrond die met haar eigen schrijverschap te maken had. Autonomie, soevereiniteit, onafhankelijkheid zijn thema’s die vanaf haar debuut De wetten haar romans en essays beheersen. De ‘wetten’, dat zijn de wetten waardoor mensen onbewust gestuurd worden, zodat ze geen echt onafhankelijke wezens kunnen zijn. Marie Deniet probeert de wetten te ontdekken waarmee anderen van haar maken wat ze willen. Ze dreigt afhankelijk van hun voorstelling van haar te worden. In haar tweede roman De vriendschap wordt de afhankelijkheid van Kit Buts ten opzichte van haar vriendin Ara Callenbach zelfs een ‘verslaving’ genoemd. Toen ze haar voor het eerst op het schoolplein zag keek ze naar iemand ‘met een soevereine nonchalance: uitdagend, trots en onverschillig.’ Alles wat ze zelf niet was projecteerde ze op Ara, terwijl haar moeder nog zo gezegd had zich niet aan iets of iemand te hechten. Was ze vergeten dat ze koppig op de achterbank was gaan liggen toen hun oude Morris vernieuwd moest worden? Dat ze in slaap was gevallen en niemand haar kon vinden? Aan het eind van de roman neemt Kit afscheid van de afhankelijkheid en Ara.
Ze schrijft: ‘Afhankelijkheid beschouw ik als het ondergeschoven kindje van de vorige eeuw.’
Afhankelijkheid houdt Palmen niet alleen bezig op dit persoonlijke, psychologische niveau, maar ook ‘structureler’ in de samenleving. In een essay uit 2005 in haar verzamelde essays met de ondubbelzinnige titel Het drama van de afhankelijkheid schrijft ze: ‘Afhankelijkheid beschouw ik als het ondergeschoven kindje van de vorige eeuw. Het is een van de meest omfloerste en zelfs ontkende menselijke condities in een eeuw waarin de westerse cultuur vrijheid en individualisme als het hoogste goed ging prediken.’ Hier wordt afhankelijkheid als een algemene onvermijdelijke menselijke conditie gezien, niet als een hinderpaal voor autonomie. Een gezin, schrijft Palmen, is ondenkbaar zonder afhankelijkheid, voor kinderen zorgen kan niet zonder. ‘Liefde, zorg, bewondering, mededogen en schuld kunnen alleen door verbintenissen opgeroepen worden. Het zijn de ingrediënten van het geluk dat zonder afhankelijkheid niet bestaat.’
Moeilijk en mooi
Maar als afhankelijkheid een voorwaarde tot geluk is waarom noemt Palmen het dan een ‘drama’? Omdat er nog iets anders in haar hoofd zit. Omdat Palmens lievelingswoord ‘nee’ is en ze zich niet kan neerleggen bij de onvermijdelijke menselijke conditie van afhankelijkheid, hoeveel geluk er ook mee verbonden is. In een andere toespraak, dit keer voor de filosoof René Gude, zegt ze in 2013: ‘de ontbinding, de breuk, de vernietiging, de scheiding, het loslaten, het weggaan – is een noodzakelijke voorwaarde voor een andere verbintenis, voor de soevereiniteit van de keuze voor het exclusieve, en uiteindelijk voor elke creatie. Over haar ‘nee’, waarmee Palmen zich losmaakt van de afhankelijkheden en voor een breuk zorgt, zegt ze dat het ‘ons leven moeilijk en mooi’ maakt.
We zien bij Palmen legendarische filosofische tegenstellingen in een nieuwe gedaante opduiken: determinisme versus vrije wil en afhankelijkheid versus soevereiniteit. Die worden voor Palmen gepersonifieerd in de filosofie van Michel Foucault versus die van Jean-Paul Sartre. Michel Foucault is voor Palmen de filosoof die overal, structureel, ‘macht’ aan het werk zag: bij de staat, de magistraten, de multinationals, de consumptiemaatschappij, tot en met psychiatrische klinieken. ‘Als een chirurg’, schrijft Palmen, ‘zal hij de geschiedenis fileren om aan te tonen welke dwang er uitgeoefend wordt op ons dagelijks gedrag, door welke machten ons weten en onze handelingen bepaald worden. Hij zal dit allemaal doen met het verlangen van de opstandige zoon: zodra je weet hoe en welke macht er over je uitgeoefend wordt, kun je aan die macht ontsnappen.’
Het ‘drama’ is dat haar personages zich van alles afhankelijk weten, maar de condities daarvan onderzoeken en ‘vervolgens proberen te redden wat er te redden valt’.
Sartre staat ten opzichte van Foucaults alomtegenwoordige structuren van dwang voor de vrijheid. Hij vertegenwoordigt Palmens lievelingswoord ‘nee’ dat bereid is te kiezen voor de breuk, de ontbinding, het loslaten, de scheiding. Niet dat Palmen dat in haar romans luchtig opvat, juist niet. Het ‘drama’ is dat haar personages, van Marie Deniet tot en met Sylvia Plath in Jij zegt het, zich van alles afhankelijk weten, maar de condities daarvan onderzoeken en, schrijft Palmen, ‘vervolgens proberen te redden wat er te redden valt.’ Dat onderzoeken is essentieel, daardoor ‘kunnen we meer of minder afhankelijk zijn.’
Het artistieke temperament
Dat het losmaken van afhankelijkheden door middel van het ‘nee’ het leven ‘moeilijk en mooi’ maakt is een eufemisme als het gaat om de vier vrouwen waar Connie Palmen het over heeft in haar boekenweekessay De zonde van de vrouw. Moeilijk én mooi, zo wil Palmen het leven van deze ‘destructieve’ vrouwen uitdrukkelijk zien. Deze vier in zekere zin onafhankelijke vrouwen, Marilyn Monroe en de schrijfsters Marguerite Duras, Jane Bowles en Patricia Highsmith, waren juist met kettingen afhankelijk van wat ze aan het begin van hun leven hebben meegemaakt: ze waren afhankelijk van hun mentale verwondingen in hun jeugd. Monroe als dochter van een alleenstaande onevenwichtige moeder die haar uitbesteedde. Duras als dochter van een gestoorde moeder en met een oudere broer die haar terroriseerde. Bowles die jong haar vader verloor en had te maken met een overbezorgde maar egocentrische moeder die haar overliet aan gouvernantes en dienstmeisjes. Patricia Highsmith die zich als schrijfster van psychologische thrillers identificeerde met haar moordende hoofdpersoon Tom Ripley. Zij krijgt van haar moeder te horen dat ze geprobeerd heeft haar te aborteren door het drinken van terpentine. ‘Het is grappig hoe dol je bent op de geur van terpentine’, zegt ze haar. Alle vier nemen ze een andere naam aan om opnieuw geboren te worden en hun verleden achter zich te laten, ook al lukt dat niet. Ze gaan aan drank, drugs of zelfmoord ten onder.
Moeilijk én mooi, zo wil Palmen het leven van deze ‘destructieve’ vrouwen in De zonde van de vrouw uitdrukkelijk zien.
Wat wil Palmen met deze compact vertelde levens? Worden ze ons ten voorbeeld gesteld? In zekere zin. Ik denk dat Palmen ze opvoert als vertegenwoordigers van het artistieke temperament. Waar dat temperament ook toe leidt (grote kunst, alcoholisme, zelfmoord), het staat voor het ‘nee’ dat zich onttrekt aan afhankelijk zijn. Deze vrouwen ‘overschrijden’, schrijft Palmen, ‘de grenzen van de wellevendheid, van hun sekse, van een heersende moraal. Ze doen dit om vrij, soeverein en autonoom te zijn, om zichzelf de wet te kunnen stellen.’ Palmen breekt dus een lans voor het onafhankelijke, soevereine artistieke temperament.
Ze wendt zich daarmee af van het drama van de afhankelijkheid zoals ze dat beschreef toen ze het had over ‘de meest omfloerste en zelfs ontkende menselijke conditie in een eeuw waarin de westerse cultuur vrijheid en individualisme als het hoogste goed ging prediken.’ Het onafhankelijke artistieke temperament moet zich aan het drama van de algemene menselijke conditie onttrekken want die bestaat uit afhankelijkheid, zoals Palmen schrijft: in de liefde, de zorg, de bewondering, het mededogen en het schuldgevoel.
De spanning tussen soevereiniteit en afhankelijkheid
Dat Palmen het met De zonde van de vrouw opneemt voor het grillige, onafhankelijke artistieke temperament is heel goed te verdedigen, maar het betekent wel dat er een dramatische spanning ontstaat tussen dat soevereine, zichzelf de wet stellende temperament en de reële afhankelijkheid waaruit de menselijke conditie bestaat. Palmen krijgt te maken met een paradox, ze hinkt tussen soevereiniteit en afhankelijkheid. Als schrijfster zoekt zij de originaliteit, de afwijking, de uitzondering, de buitenstaander. Als burger onderkent ze dat afhankelijkheid onvermijdelijk is wil je samenleven, een gezin stichten, zorg verlenen, mededogen hebben. Hier staat onderscheidingsdrift tegenover aanpassing.
In haar altijd onderzoekende en iets belangwekkends omspittende essays denkt Palmen van tijd tot tijd terug aan haar jeugd. Dat is de tijd vóór het ‘nee’ en de breuk die noodzakelijk was om de soevereine schrijfster Connie Palmen te worden. Je zou kunnen zeggen dat haar inzicht dat afhankelijkheid in de samenleving onvermijdelijk is, behoort tot het domein van haar jeugd. Na de breuk om schrijfster te kunnen worden kiest ze voor de onafhankelijkheid, de uitzondering, het buitenstaanderschap, de soevereiniteit, voor Monroe, Bowles, Duras en Highsmith, hoeveel ellende ze daarmee op de koop toe moet nemen. Want uiteindelijk gaat het maar om één ding: originaliteit, dat er een roman ontstaat die er niet eerder was.
Het drama van de afhankelijkheid. Verzameld essays van Connie Palmen is uitgegeven door Prometheus.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.