Carel Peeters las het nieuwe boek van Ranne Hovius, over tweehonderd jaar psychiatrie in romans en verhalen.

In mei 1936 ondertekenden tweehonderd schrijvers en kunstenaars, onder wie Thomas Mann, Virginia Woolf, Stefan Zweig, Menno ter Braak, Picasso, Robert Musil en James Joyce, een brief aan Sigmund Freud waarin ze hem feliciteerden met zijn tachtigste verjaardag.

Ze prezen hem omdat hij ‘een nieuw en diepgaander begrip van de mensheid’ mogelijk had gemaakt. Ze konden ‘zich de intellectuele wereld van vandaag niet voorstellen zonder zijn werk’.

In onze tijd hoor je alleen nog maar schampere geluiden over Freud. Dat hij alle psychische problemen terugvoerde op de kindertijd, dat iedereen een Oedipus-complex zou hebben, dat alles wat rechtop staat als een fallus opgevat moet worden, dat hij een geen enkel begrip van vrouwen had – het zou allemaal bewijzen dat hij passé is. Toch bedienen we ons nog dagelijks van begrippen als het onbewuste, sublimatie en...