Je hoeft niet te blowen om voorstander te zijn van softdrugsregulering. Lees vooral het boek De wietindustrie dat vandaag verschijnt.
Het gebeurde sluipenderwijs. Lang waren wiet en hasj onschuldige genotsmiddelen. Een beetje stout, maar we waren er toch stiekem trots op dat Nederland de guts had om softdrugs te gedogen. Tot Frankrijk ons in de jaren negentig een ‘narcostaat’ noemde en Den Haag ‘m begon te knijpen. Daarna kantelde het beeld. Er doken andere verhalen op. Over blowers met psychische klachten, over steeds hogere THC-waardes, over drugstoeristen die de weg kwijt waren.
Tabee romantiek, entree georganiseerde misdaad. De afgelopen jaren heette het dat er honderden miljoenen in de softdrugsbranche omgingen, dat de productie in handen was van criminele bendes die niet terugschrokken voor liquidaties, intimidaties en zelfs infiltratie. Met name Brabant, de ‘wietschuur van Nederland’, had te kampen met deze verregaande vorm van ‘ondermijning’. Burgemeesters werden bedreigd, van sommigen ging de auto in vlammen op.
In het vandaag gepresenteerde De wietindustrie: de slag om de achterdeur vertellen de auteurs Nicole Maalsté en Michiel Panhuysen beeldend over deze ontwikkelingen. Bijvoorbeeld aan de hand van Checkpoint, de coffeeshop in Terneuzen die in 2007 en 2008 werd aangepakt door het OM. Daarbij werden de eigenaar en zijn werknemers er van verdacht een ‘criminele organisatie’ te vormen – tot ontsteltenis van het lokale bestuur, dat goed samenwerkte met de uitbater.
Het is een kwestie van perspectief, stellen de schrijvers. Volgens hen heeft het OM flink haar best gedaan om de softdrugsmarkt te ‘criminaliseren’. Ze noemen de oprichting van Taskforce B5 als voorbeeld. Dat samenwerkingsverband tussen de Brabantse steden Tilburg, Helmond, Breda, Den Bosch en Eindhoven werd in december 2010 opgericht om de georganiseerde criminaliteit in Noord-Brabant aan te pakken. Al snel heette het de Taskforce Aanpak Georganiseerde Hennepteelt of simpelweg Taskforce Hennep. Om te zorgen dat wietteelt niet meer als onschuldig werd gezien, werd de branche stelselmatig in verband gebracht met ‘witwassen’ en de ‘verwevenheid van onder- en bovenwereld’.
Da’s andere koek dan de neohippiesfeer uit de jaren zeventig en tachtig. Dertig jaar lang (sinds 1976) liet de overheid de achterdeur ongemoeid en opeens schetst ze een crimineel monster dat moet worden bestreden. Wie wint? De crimefighters of de voorstanders van regulering? ‘Het actief bestrijden van de achterdeur van de coffeeshops betekent de facto het einde van de gedoogde coffeeshop’, schrijven Maalsté en Panhuyzen. ‘Als rechters de argumentatie van het Openbaar Ministerie volgen, wordt de achterdeur van coffeeshops vogelvrij. Coffeeshops zullen dat niet lang overleven.’
Een paradijs voor criminelen
Toch is de wedstrijd vooralsnog onbeslist. Het OM krijgt lang niet altijd gelijk. In meerdere zaken, zoals die tegen Checkpoint, werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. In andere vonnissen waren de straffen nihil. Maar de rechter kan het niet oplossen. Die keus ligt bij de politiek. Die was tot voor kort onvermurwbaar. Ivo Opstelten toonde zich een hardliner die er genoegen in schepte om zoveel mogelijk coffeeshops te sluiten en een omstreden – en inmiddels gesneefd – pasjesplan introduceerde. Het lijkt allemaal averechts te werken. Buitenlandse wiettoeristen blijven komen en de aanlevering verdwijnt deels ondergronds.
Het kan anders, betogen de auteurs. Ze gingen op bezoek in landen als Zwitserland, de Verenigde Staten en Spanje, die allen op hun eigen manier Nederland lijken voorbij te streven in regulering van wietteelt, waarbij de overheid meer controle houdt op de productie en levering.
Misschien dat Opsteltens opvolger Van der Steur de ballen heeft om die mogelijkheden te verkennen. Dat is lastig natuurlijk, omdat diezelfde overheid de branche heeft neergezet als een paradijs voor criminelen. Toch is er bij bestuurders een kentering zichtbaar. Meerdere burgemeesters negeerden Den Haag toen de wietpas werd ingevoerd. En hoewel gezagsdragers waarschuwen voor ondermijning door georganiseerde misdaad, lijkt ook daar het perspectief te verschuiven. Twaalf regioburgemeesters én de baas van het OM, procureur-generaal Herman Bolhaar, onderschreven een opiniestuk in de Volkskrant, waarin ze vragen om meer middelen om crimineel vermogen af te pakken. En wat valt op? In het rijtje verontrustende onderwereldpraktijken – xtc, wapen- en vrouwenhandel – ontbraken de woorden ‘sofdrugs’, ‘wiet’ en ‘coffeeshop’. Dat kan geen toeval zijn.
Meepraten over het Nederlandse drugsbeleid kan op zondag 20 september in De Balie in Amsterdam tijdens Drugsdeal #3: politiek en praktijk.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.