Sáái, zei Steven Scholte, jij bent héél saai, en hij leidde me zijn witte werkkamer binnen. De psycholoog zetelde in een van de grote universiteitsgebouwen op het Roeterseiland in het centrum van Amsterdam. Vanachter zijn brilletje keek hij me nog eens plagerig aan. Hij activeerde de grote Apple op zijn sta-bureau en toverde op het beeldscherm een afbeelding tevoorschijn. ‘Kijk, dit zijn je hersenen in actie.’

Twee dagen eerder had Scholte mijn hoofd in een hersenscanner gestopt en in MRI-scans gevangen hoe ik een politieke stemwijzer invulde. Nu voelde ik me gedwongen tot wat zelfspot en mompelde iets flauws als: aha, dus toch, activiteit. Op het scherm verscheen de omtrek van een schedel met daarin allerlei kleurtjes.
‘Dat geel is je activiteit, ik kan uitsplitsen naar rood voor positief en blauw voor negatieve associatieketens.’

Die activiteit, keek ik nu naar ik?

We waren benieuwd: zou Scholte wat kunnen doen met deze informatie? Ik had hem gevraagd of hij die...