Fotodocument Pierre et Gilles

Volgens Milan Kundera wekt kitsch vlak achter elkaar twee tranen van ontroering. ‘De eerste traan zegt: wat mooi, kinderen die over een grasveld rennen! De tweede traan zegt: wat mooi om samen met het hele mensdom ontroerd te zijn door kinderen die over een grasveld rennen! De tweede traan maakt kitsch pas tot kitsch.’

Wat wil een foto van Pierre et Gilles? De compositie is overdreven mooi, de aankleding extreem mooi, het model angstwekkend mooi. Werkelijk alles is geënsceneerd en onderworpen aan ongebreidelde versierdrift. Een foto van Pierre et Gilles wil overweldigen, verleiden. Kitsch wil ontroeren, tranen trekken binnen een veilig kader. Maar deze foto’s ontroeren niet. Zeker niet met een ‘tweede traan’. Ze epateren.

Geen kitsch, dus. Camp, dan? ‘In camp zit liefde. In kitsch niet,’ schreef Susan Sontag in haar beroemde essay ‘Notes on Camp’, waarin ze de ‘goede smaak van de slechte smaak’ verkende. Camp is de vleesgeworden overwinning van stijl op inhoud, van esthetica op moraal, van ironie op tragedie, noteerde ze. De essentie van camp is de liefde voor het onnatuurlijke, voor kunstmatigheid, overdrijving en extravagantie.

Appeltje-eitje: Pierre et Gilles zijn rijp voor de campcanon. Daarom is er nu ook zo’n lijvig, lekker koffietafelboek van ze verschenen. Maar is het ook een reden voor een chique overzichtstentoonstelling in het Jeu de Paume in Parijs? Het gevoel overheerst toch dat iets dat zo mooi wil zijn, geen kunst kan zijn. Ook al zegt moeder Sontag dat sommige goede kunst ook camp kan zijn – en camp ook kunst. Maar Sontag schreef haar essay in 1964, toen camp nog voorbehouden was aan een elite die leefde in een wereld waarin het adagium ‘less is more’ de smaak dicteerde, en waarin slechts af en toe weloverwogen tripjes over de grens van hoge naar lage cultuur werden gemaakt.

Inmiddels leven we in andere, postmoderne tijden. De subcultuur waarin de hang naar extravagantie een intelligent speeltje was, is nu een allesomvattende, totale cultuur. Het beschaafde, beperkte grensverkeer tussen hoge en lage cultuur werd filerijden op een Route du Soleil: Madonna is even belangrijk als Bach, Geer en Goor regeren de kijkcijfers, less is a bore. Camp is comfortabel geworden. Gezellig. En daarmee: kitsch.

Worden Pierre et Gilles door die gezelligheid vermorzeld? Of stijgen ze boven de kitsch uit tot het kunstkamp van de camp? Het pleit voor hen dat ze al dertig jaar koppig aan dezelfde stijl en werkwijze vasthouden. En wie goed kijkt, ziet dat er achter de modefoto, de relikitsch, de homoseksuele pin-up, toch inhoud schemert. De op het eerste gezicht clichématige beelden zijn in hun detaillering weldoordacht en inhoudelijk stevig verankerd in de cultuurgeschiedenis. Ze kunnen provocerend zijn, of ironisch. En dan toch: ontroerend. Het duo ontroert misschien zelf nog het meest, door hun niet-aflatende toewijding om dromen te realiseren, verlangen te verbeelden. Hoe zei Susan Sontag het ook al weer? ‘Als iets gewoon slecht is (in tegenstelling tot camp), komt dat vaak doordat het te middelmatig is in zijn ambitie.’

Ik zou zeggen: camp maken ze, maar goede camp. Kunst, welja.

‘Pierre et Gilles, double je; 1976-2007’, tentoonstelling in het Jeu de Paumes, Parijs, tot 24 september; catalogus uitgegeven door Taschen, met voorwoord van Jeff Koons en tekst van Paul Ardenne, 460 pagina’s, € 40,–