Ziekhuizen vs. zorgverzekeraars; Verkiezingen 2012
Op de afdeling kindergeneeskunde van het Martini Ziekenhuis in Groningen volgt de driejarige Lev gedisciplineerd de vriendelijke orders van de arts op: kleren uittrekken, op de weegschaal staan, inademen, uitademen, stil blijven zitten. Vandaag komt hij samen met zijn moeder op controle op de speciale polikliniek voor kinderallergieën. Lev is allergisch voor pinda’s, hazel-, cashew- en walnoten. En óók voor kaas, yoghurt, boter en alle andere melkproducten. Zijn allergie is zo ernstig dat als je op een paar meter afstand van Lev een zakje met nootjes opent, hij binnen een paar minuten misselijk en benauwd wordt. Neemt hij een hap van een boterham die is besmeerd met een mes waar de pindakaasresten niet goed van zijn afgeveegd, dan raakt hij in een anafylactische shock: zijn slijmvliezen zwellen op, zijn bloedcirculatie hapert en zijn ademhaling stokt. Dat is levensbedreigend, iemand moet hem dan zo snel mogelijk een shot adrenaline toedienen in een bovenbeenspier. Kinderarts Gerbrich van der Meulen, één van de vier kinderallergologen in Nederland, is tevreden over de voortgang van Lev. Na twintig minuten mag het jongetje zijn kleren weer aantrekken en kan hij direct door naar de diëtiste, aan de overkant van de gang.
Van der Meulen geeft leiding aan het Martini Allergie Centrum voor Kinderen (MACK). Anderhalf jaar geleden kwam ze over van het andere grote ziekenhuis in Groningen, het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Samen met een kinderdiëtiste had ze een ambitieus businessplan geschreven voor een multidisciplinaire afdeling waar kinderen met ernstige allergieën terechtkunnen voor diagnose, onderzoek én behandeling. De directie van het Martini Ziekenhuis was enthousiast over deze ‘alles-in-één’ aanpak en investeerde flink in het plan. Nu werken er, naast Van der Meulen, een kinderarts, twee diëtisten, drie verpleegkundigen en vijf koks die speciaal eten bereiden voor de patiëntjes. De toestroom is enorm, vertelt Van der Meulen. Het aantal kinderen met ernstige allergieaandoeningen is de afgelopen jaren flink toegenomen en de afdeling bleek een schot in de roos. ‘Ik zie hier zelfs patiënten komen uit Maastricht en Japan. We hebben een enorm hoog polikliniekbezoek, we zitten bijna aan de grens van wat we aankunnen.’
Shoppen
Directeur Hans Feenstra, die ons deze middag door zijn ziekenhuis rondleidt, is trots op de afdeling. Behalve medische ziet hij meer pluspunten. ‘Ernstige allergieën komen gewoon buitengewoon veel voor bij kinderen,’ legt hij uit. ‘Als je bij een kind met allergie snel kunt vaststellen wat er scheelt én de juiste behandeling kunt bieden, levert dat ook kostenvoordelen op. Anders gaan mensen shoppen bij een huis- of KNO-arts.’ Op die manier, vertelt Feenstra, heeft hij MACK ook twee jaar geleden ‘verkocht’ aan de zorgverzekeraars. Dat ging goed, de onderhandelingen verliepen soepel. Maar, zegt Feenstra, de vraag is hoelang hij zich nog initiatieven als MACK kan permitteren, nu de zorgverzekeraars zich een nieuwe opstelling hebben aangemeten. Ieder jaar moeten ziekenhuizen en verzekeraars contracten sluiten over het te vergoeden zorgaanbod. De partijen onderhandelen over het type behandelingen (kwaliteit), de hoeveelheid (volume) en de bijbehorende prijs. Maar sinds dit jaar worden de ziekenhuizen door de verzekeraars in een wurggreep gehouden, vinden veel zorgbestuurders. Half juli luidden Hans Feenstra en vijf collega-ziekenhuisdirecteuren de noodklok in het opiniekatern van NRC Handelsblad. Zorgverzekeraars, zo stond in de brandbrief, eisen dat ziekenhuizen een deel van hun autonomie opgeven. Ze willen een contract kunnen ontbinden als de raad van bestuur van een ziekenhuis van samenstelling verandert. Ook eisen verzekeraars dat zij naar de Ondernemingskamer kunnen stappen om een ziekenhuisbestuur te laten schorsen of de raad van toezicht naar huis te sturen.
Sinds dit jaar, schreven Feenstra en zijn collega’s, bezondigt elke verzekeraar zich aan dit soort ‘onredelijke dwang’ en ‘misbruik van marktpositie’. Het dwangmiddel van de verzekeraars zou krachtig zijn: ze dreigen de ziekenhuizen die niet tekenen geen voorschotten meer te geven en rekeningen niet te betalen, terwijl ziekenhuizen wel salarissen blijven uitbetalen en patiënten blijven behandelen. ‘Elk ziekenhuis komt na zes maanden in liquiditeitsproblemen,’ waarschuwden de bestuurders, die in hun brief ook pleitten voor onderzoeken van de Nederlandse Zorg- én Mededingingsautoriteiten en dreigden met een gang naar de rechter.
De noodkreet van Feenstra en zijn collega’s in NRC stond niet op zichzelf. Op dezelfde dag publiceerde Trouw een artikel waarin drie andere ziekenhuisbestuurders hun beklag deden over zorgverzekeraars. Dat was overigens ‘geen georkestreerde aanval’, bezweert Feenstra, maar ‘puur toeval’. Een maand eerder publiceerde PricewaterhouseCoopers een alarmerende analyse van de ziekenhuissector, waarmee de ziekenhuisdirecteuren het alleen maar hartgrondig eens konden zijn. Strekking: door voorschotten inzet te maken van de onderhandelingen brengen zorgverzekeraars veel ziekenhuizen in acute financiële problemen.
Bestuurdersfeestje
‘Ík,’ zegt Hans Feenstra, als we zijn werkkamer op de bovenste verdieping van het Ziekenhuis hebben bereikt, ‘ben verantwoordelijk voor dit ziekenhuis. En ik word al gecontroleerd door mijn raad van toezicht en door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Ik zit niet te wachten op weer een nieuwe toezichthouder of bankier. Ik kan mij voorstellen dat je als verzekeraar meer invloed wilt hebben op de ziekenhuizen waar het echt niet goed mee gaat. Maar dat is niet de algemene situatie in Nederland.’
Dit jaar lukte het hem nog om de voorschotten en betalingen voor zijn ziekenhuis zeker te stellen, vertelt hij. Andere ziekenhuizen tekenden wél. ‘Ik heb gewoon de directeuren van de verzekeraars gebeld en gezegd: “Wij hebben hier een probleem, want ik ga die aanvullende voorwaarden niet tekenen.” Uiteindelijk zijn ze op het laatste moment en met veel stoom en kokend water over de brug gekomen.’
Volgens Feenstra merken artsen en patiënten in ziekenhuizen nu nog weinig van de opstelling van de zorgverzekeraars. ‘Voorlopig is het vooral een bestuurdersfeestje. Maar ik weet dat de situatie bij sommige ziekenhuizen nijpend is. De rente die zij aan de bank moeten betalen, kunnen ze niet aan zorg besteden.’ Uiteindelijk, voorspelt Feenstra, wordt de patiënt de dupe. Want wanneer een ziekenhuis geen contract heeft afgesloten met een verzekeraar, krijgen klanten die zich in dat ziekenhuis hebben laten behandelen zelf de rekening opgestuurd. ‘De meeste zorgverzekeraars vergoeden in dat geval maar tachtig procent. Twintig procent is voor eigen portemonnee.’
Een reëel perspectief, zo kwam afgelopen week naar voren uit een peiling van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) onder de helft van haar leden. Daaruit blijkt dat zeventig procent van de ziekenhuizen nog geen definitief contract heeft afgesloten met zorgverzekeraars voor de zorginkoop van dít jaar, terwijl de onderhandelingen al op 1 april afgerond hadden moeten zijn. Feitelijk betekent dit dat verzekerden niet altijd weten of hun verzekeraar bepaalde ziekenhuiszorg vergoedt. Begin juli waarschuwde de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA), die de belangen van zorgconsumenten behartigt, minister Schippers voor de gevolgen van deze vertraagde contractering.
Kleurenarchitect
We vervolgen de rondleiding. Door de grote ramen van de centrale hal wijst Feenstra trots op de weidse binnentuin van zijn ziekenhuis. Het daglicht valt het gebouw van alle kanten binnen. Oranje en mintgroene tinten sieren de muren en de vloer. De wanden zijn behangen met kleurrijke kunstwerken. De nieuwbouw van het Martini Ziekenhuis is vier jaar geleden voltooid. Een kleurenarchitect en een omgevingspsycholoog werden ingeschakeld om het gebouw niet te veel op een ziekenhuis te laten lijken, geheel volgens de zogeheten healing environment-filosofie, het idee dat een licht en ’transparant’ ziekenhuis met ‘harmoniërende kleuren’ het herstel van patiënten bespoedigt.
Natuurlijk, de verbouwing had ook een commercieel motief. Op deze manier zou het Martini Ziekenhuis mogelijk meer patiënten trekken. Zoals ook het opzetten van een polikliniek voor kinderallergieën niet louter medische beweegredenen had. ‘Wij dachten dat we ons met een dergelijk afdeling konden profileren,’ erkent Feenstra. De ziekenhuisdirecteur noemt zichzelf een voorstander van marktwerking in de zorg. Maar de invulling die de verzekeraars daaraan geven, gaat hem te ver. ‘Als er niet snel maatregelen genomen gaan worden, voorspel ik je dat een flink deel van de ziekenhuissector in grote problemen komt. Laat de politiek zich hier maar eens over uitspreken.’
Het is saillant dat uitgerekend Feenstra felle kritiek levert op de zorgverzekeraars. Tot aan zijn overstap naar het Martini Ziekenhuis in 2009 zat hij ruim tien jaar in de raad van bestuur van De Friesland Zorgverzekeraar, waarvan de laatste acht als voorzitter. In die hoedanigheid maakte hij de invoering van de Zorgverzekeringswet van 2006 mee, de grote stelselwijziging die de zorgsector concurrerender moest maken en burgers meer keuzemogelijkheden zou bieden. ‘Ik was daar toen echt enthousiast over. De bedoeling was dat zorgverzekeraars voor hun klanten de beste zorg tegen zo gunstig mogelijke prijs zouden inkopen. Maar de kwaliteit van de zorg speelt voor hen nauwelijks een rol, het gaat tijdens de onderhandelingen bijna alleen maar over geld. Zorgverzekeraars dagen ziekenhuizen helemaal niet uit om tot betere zorg te komen. Kijk, ik ben internist geweest, heb bij een zorgverzekeraar gezeten en nu bij een ziekenhuis. Ik weet waarom inkoop op kwaliteit zo belangrijk is. Als iemand op het juiste moment bij de juiste dokter komt en bij de eerste behandeling direct de beste behandeling krijgt, dan zijn er minder complicaties, minder terugkomsten op de poli en minder heroperaties. Dat is het beste voor de patiënt en tegelijkertijd is het ook nog eens het meest kostenbesparend.’
Eigen zwaard Op de borstkankerpolikliniek van de afdeling oncologie is het nu even rustig. Toch is de ‘mammapoli’ van het Martini Ziekenhuis – het klinkt wat wrang – een doorslaand succes. Het aantal patiënten is dit jaar ten opzichte van het vorige jaar met vijftien procent toegenomen. De afdeling past volgens Hans Feenstra perfect in de filosofie dat ’totaalzorg’ de beste zorg is, en die biedt het team van anesthesiologen, radiologen, gespecialiseerde verpleegkundigen en plastisch chirurgen. Van diagnose tot chemotherapie: patiëntes kunnen hier terecht voor het hele behandelingstraject.
De ‘organisatorisch manager’ van de afdeling Roland Schuyer vertelt dat er een steeds grotere druk op de afdeling komt te staan. Het ziekenhuis sluit elk jaar een contract met de verzekeraars over het maximaal aantal te behandelen patiënten. En dus moet de afdeling alles precies bijhouden en budgetteren. ‘Maar ja,’ zegt Schuyer, ‘wat doe je als je dat quotum overschrijdt? Patiënten niet meer behandelen? Dat is geen optie.’
Vorig jaar sloot minister Schippers van Volksgezondheid met verzekeraars en ziekenhuizen het zogenaamde hoofdlijnenakkoord. Om de groeiende zorgkosten (90 miljard euro, waarvan bijna 25 miljard voor ziekenhuiszorg) enigszins onder controle te houden werd gezamenlijk afgesproken dat het aantal behandelingen in ziekenhuizen met niet meer dan tweeënhalf procent mocht toenemen. ‘Deze afdeling is zo goed dat er patiënten uit andere regio’s komen,’ vertelt Feenstra terwijl hij door de gang van de mammapoli loopt. ‘Binnen dit systeem kom je dan de grenzen van je eigen groei tegen en loop je financieel gezien in je eigen zwaard. Het risico is dat je gestraft wordt omdat je kwaliteit levert.’
Niet dat hij tegen die grens van de tweeënhalf procent groei is. Maar ook hier heeft hij kritiek op de rol van de verzekeraars. Die stellen een maximaal groeiplafond vast door bij de zorgomvang van het vorige jaar tweeënhalf procent op te tellen. Dat is het bedrag waarvoor de ziekenhuizen het moeten doen. Feenstra: ‘Wij zitten voor dit jaar goed op schema. Maar november en december zijn voor ons traditioneel erg drukke maanden. Dus wat je dan kunt krijgen, is dat wij op de overschrijding van tweeënhalf procent gewoon verlies draaien. Het alternatief is dat we in november tegen mensen moeten zeggen: we verschuiven u naar januari 2013. Nu kan dat misschien nog met een heupoperatie, maar niet bij een oncologische aandoening.’
Normale eisen
Wat vinden de zorgverzekeraars eigenlijk van de kritiek van de ziekenhuizen? Roger van Boxtel, voorzitter van de raad van bestuur van Menzis, reageerde een paar dagen na de brandbrief van Feenstra en zijn collega’s in NRC Handelsblad. Zorgverzekeraars, schreef hij, doen niets anders dan uitvoeren wat hun bij wet is opgedragen. Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 hebben verzekeraars de plicht burgers te verzekeren en voor hen de best mogelijke zorg in te kopen bij zorgaanbieders als ziekenhuizen. ‘Dit is niet onredelijk,’ schreef van Boxtel over de eisen die zij aan ziekenhuizen stellen. ‘Wij gaan niet op de stoel van de ziekenhuisbestuurder zitten, maar onze klanten vertrouwen erop dat wij goede zorg hebben ingekocht. Wij willen zeker weten dat de kwaliteit goed is, dat het ziekenhuis continuïteit kan bieden en dat de werkverhoudingen goed zijn. Dit zijn normale eisen voor een inkopende partij.’ Het zal wel even wennen zijn voor ziekenhuizen, schreef Van Boxtel. ‘Onze rol in dit stelsel begint langzaam maar zeker steeds meer vorm te krijgen.’ Over de klacht van ziekenhuizen dat verzekeraars alleen gericht zijn op de kosten en beperking van de groei, reageerde de voormalig D66-leider met ‘dan vraag ik me af: in wat voor tijd en wereld leven we? Er is een economische crisis. Iederéén heeft het alleen maar over kosten. Bovendien zijn ze (de ziekenhuizen, red.) medeondertekenaar van het convenant waarin we de groeibeperking hebben afgesproken. Als zij deze verantwoordelijkheid onvoldoende nemen, blijven wij het, behalve uiteraard over de kwaliteit, inderdaad hebben over kosten.’
Een zwakke reactie, vindt Hans Feenstra. ‘Ik ken Roger goed, we spreken elkaar geregeld en kunnen het goed met elkaar vinden. Maar hier slaat hij de plank mis. Nergens staat dat verzekeraars met onredelijke voorwaarden de ziekenhuizen onder druk mogen zetten. En hoezo is dit normaal voor een inkopende partij? Albert Heijn zal met zijn leveranciers hard onderhandelen over de prijs en de kwaliteit, maar bemoeit zich echt niet met hun interne bedrijfsvoering.’
Toch krijgt Van Boxtel bijval van Marcel Canoy, hoogleraar zorgeconomie aan de Universiteit van Tilburg en chief economist van onderzoeks- en adviesbureau Ecorys, die de kritiek van ziekenhuizen op verzekeraars ‘krokodillentranen’ noemt: verzekeraars hebben binnen het nieuwe stelsel de opdracht gekregen zich meer met het zorgaanbod te bemoeien. Canoy: ‘Dat is de rol die zij door de politiek toegewezen hebben gekregen, wij willen dat dus graag met zijn allen. Pas vanaf dit jaar lijken ze dat waar te maken. Dat kan vervelend zijn voor ziekenhuizen, want die moeten een deel van hun macht inleveren.’ Onzin, zegt Feenstra. Het doel van het nieuwe stelsel was om burgers meer keuze te geven. Zo zouden ze met hun voeten kunnen stemmen bij welke verzekeraar ze zich voor welke zorg wilden verzekeren. ‘Daar is dus geen bal van terechtgekomen. Om burgers keuze te geven, moet je als verzekeraar aan het begin van het jaar je service en inkoop in orde hebben. Maar zo werkt het dus niet. Het is nu augustus en zeventig procent van de ziekenhuizen heeft nog geen formeel contract met de verzekeraars! Wat heeft de burger dan te kiezen?’
Feenstra voegt er fijntjes aan toe dat er van een andere belofte van de marktwerking, een gevarieerd en rijk aanbod van verschillende zorgverzekeraars, ook weinig terecht is gekomen. Er bestaan wel veel verschillende zorgverzekeringslabels, maar in feite hebben de vier grote verzekeraars Menzis, Achmea, VGZ en CZ negentig procent van de markt in handen. Zo is zestig procent van de patiënten van het Martini Ziekenhuis verzekerd bij Menzis. Dit jaar viel het Feenstra tijdens de onderhandelingen op dat opeens alle verzekeraars aanvullende eisen stellen aan de ziekenhuizen. ‘Ik zeg niet dat het afgesproken werk is, maar de NMA zou er best eens naar mogen kijken.’
Bloody shame
Duidelijk is dat de strijd tussen de verzekeraars en ziekenhuizen niet meer alleen aan de onderhandelingstafel wordt gevoerd. De verhoudingen staan op scherp. En de Nederlandse zorgsector wordt al zo gekenmerkt door wantrouwen, zegt Hans Feenstra. ‘We hebben hier een enorme verantwoordingsindustrie opgetuigd. Dat verlamt alles. Er is zo veel bureaucratie, alles moet maar gebenchmarkt worden en transparant gemaakt. We hebben de IGZ, het CVZ, de NZA, de NMA en nu is er sinds kort ook weer het Kwaliteitsinstituut. Weet je hoeveel dat allemaal kost?’ Feenstra pleit voor minder toezicht op goed draaiende ziekenhuizen. Maar zijn preek is niet alleen voor eigen parochie bedoeld, bezweert hij. ‘Wij voeren in dit land nota bene nu de discussie over de vergoeding van medicijnen voor de ziekten van Pompe en Fabry. Als je werkzame medicijnen gaat onthouden aan kleine groepen patiënten, sta je echt op een keerpunt. Dat is voor een beschaafd land als Nederland een bloody shame. Er zijn zoveel nutteloze processen en instanties opgetuigd, dat je als overheid eerst de dure plicht hebt om te kijken hoe je de eigen organisatie kunt aanpakken voordat je aan dat soort verworvenheden gaat rommelen.’
De verkiezingen komen eraan. De kosten nemen toe. De vraag naar zorg zal blijven groeien. Nu is het moment voor een grondige evaluatie van de zorgsector, vindt Feenstra. Van de uitwerking van de Zorgverzekeringswet en het hoofdlijnenakkoord. Van de opgetuigde bureaucratie en de verantwoordingsindustrie. Van de macht van de zorgverzekeraar en de baten voor de patiënt. ‘Er zijn modellen denkbaar waarbij niet de verzekeraar het centrum van het heelal is. Mochten we erachter komen dat dit systeem de burger niet meer baten dan kosten oplevert, en zorgverzekeraars niet meer waarde creëren dan dat ze kosten, dan moet je er gewoon mee stoppen. Je kunt de zorgpremies fiscaliseren. Je kunt de zorginkoop met patiëntenorganisaties regionaal organiseren. Een wereld zonder ziekenhuizen kan ik me niet voorstellen. Een wereld zonder zorgverzekeraars leg ik je in twee minuten uit.’
Voer voor debat (1)
Welke thema’s worden belangrijk in de verkiezingsdebatten, of zouden dat móéten worden? Tot aan de verkiezingen licht Vrij Nederland er drie uit. Deze week: marktwerking in de zorg. Beloofd was dat de zorg daar goedkoper en beter van zou worden. Maar de kritiek op de rol van de zorgverzekeraars zwelt aan. Wordt het niet tijd voor een andere oplossing?
De Wet en het akkoord
Zorgverzekeringswet – Vanaf 1 januari 2006 is er voor iedereen één verplichte basisverzekering en zijn zorgverzekeraars verplicht om iedereen als klant te accepteren. De Zorgverzekeringswet was onderdeel van het nieuwe zorgstelsel, dat de marktwerking in de zorg moest bevorderen. Dat zou leiden tot betere én goedkopere zorg. Het instrument hiervoor is de zogenaamde zorginkoop: zorgverzekeraars moeten bij de verschillende zorgaanbieders – waaronder ziekenhuizen – de beste zorg tegen zo gunstig mogelijke prijzen inkopen. Door dit inkopen op ‘kwaliteit’ en ‘prijs’ ontstaat er meer concurrentie tussen zorgaanbieders én zorgverzekeraars en is er voor de consument meer te kiezen. Maar goedkoper is de zorg sindsdien niet geworden, integendeel.
Hoofdlijnenakkoord – Vijf jaar na de invoering van de Zorgverzekeringswet, in juli 2011, sloot minister Schippers met zorgverzekeraars en ziekenhuizen het hoofdlijnenakkoord. Hierin werd afgesproken dat de snel stijgende kosten van de Nederlandse zorgsector moesten worden ingeperkt. Er werd gezamenlijk bepaald dat de ziekenhuissector met niet meer dan 2,5 procent per jaar mocht groeien. De twee partijen delen de verantwoordelijkheid om die tweeënhalf procent niet te overschrijden. Waarbij de zorgverzekeraars bij de zorginkoop nog strenger op prijs, kwaliteit en doelmatigheid dienen te letten.
Wat vindt depolitiek?
VVD – ‘Zorgverzekeraars hebben als taak goede zorg tegen een scherpe prijs voor hun verzekerden in te kopen. Het is dus hun rol op het geld letten,’ zegt VVD-Kamerlid Anne Mulder. ‘Tegelijkertijd hebben ook ziekenhuizen een machtspositie, want een zorgverzekeraar heeft een zorgplicht voor zijn verzekerden.’ Mulder noemt de exploderende uitgaven een bedreiging voor het zorgstelsel. Hij staat in principe achter de afspraken van het Hoofdlijnenakkoord. ‘Ziekenhuizen en verzekeraars hebben elkaar dus nodig. Laten ze elkaar daarom geen verwijten maken maar samen zorgen voor goede en betaalbare zorg voor iedereen.’
PvdA – ‘De marktwerking is mislukt,’ zegt de nummer twee van de PvdA-kandidatenlijst Jetta Klijnsma. ‘Zorg is de afgelopen jaren alleen maar ingewikkelder en onpersoonlijker geworden. In plaats van concurrentie is er sprake van regionale monopolies van verzekeraars. In plaats van concurrentie op kwaliteit is er concurrentie op kosten. En in plaats van goedkoper is de zorg alleen maar duurder geworden. De PvdA wil de macht van de zorgverzekeraars terugdringen door de marktwerking af te schaffen. De verzekeraars moeten zich niet langer bemoeien met hoe de zorg wordt ingericht, maar gaan gewoon doen waarvoor ze zijn opgericht: het verzekeren van mensen.’
CDA – Margreeth Smilde, CDA-woordvoerder Zorg in de Tweede Kamer, vindt dat er meer inzicht moet komen in de manier waarop zorgverzekeraars inkopen bij ziekenhuizen en welke rol de kwaliteit van zorg daarbij speelt. ‘De Nederlandse Zorgautoriteit zal hier onderzoek naar moeten doen,’ zegt Smilde. ‘Maar het is echt essentieel dat de zorgkosten binnen de perken blijven. De onderhandelingen over de contracten om binnen die 2,5 procent groei te blijven, onderstrepen hoe moeilijk dat is. Toch moet het.’
SP – De Zorgverzekeringswet hoeft niet te worden geëvalueerd, vindt Tweede Kamerlid voor de SP Henk van Gerven. ‘Die moet direct worden afgeschaft.’ Zorgverzekeraars falen, er is een ‘wanstaltige bureaucratie’ opgetuigd en veel geld verspild, meent Van Gerven. ‘Het is een grote fout geweest om in de ziekenhuiszorg de macht bij de verzekeraars neer te leggen. De vier verzekeraars beheersen negentig procent van de markt en leggen meer en meer hun wil op. De planning van ziekenhuizen moet weer onder democratische controle komen en de zorgverzekeraars moeten worden omgevormd tot publiekrechtelijke regionale verzekeraars. En de controle op kwaliteit moet door artsen en verpleegkundigen zelf worden gedaan, met toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.