‘Elke dag polijst de mens aan zijn persoonlijkheid en vaardigheden tot hij het punt heeft bereikt dat zijn deugden en talenten tot in de perfectie zijn geslepen. Sommigen bereiken die perfectie nooit, altijd ontbreekt het hun aan iets, anderen doen er lang over.’ Dit schrijft Baltasar Gracián in het jaar 1647 in zijn Handorakel en de kunst van de voorzichtigheid, een verzameling van 299 scherpzinnige en licht cynische adviezen en suggesties voor een zelfbewuste, onsentimentele manier van leven.

Het ontwikkelen van een ‘persoonlijkheid’ klinkt misschien hopeloos ouderwets en ‘polijsten’ is misschien ook niet iets dat in deze ruwe tijden voor de hand ligt, maar in hedendaagse termen gaat het Gracián om wat we nu ons ego noemen, ons ik of het zelf. Dat zou nooit af zijn, maar zich permanent in ontwikkeling bevinden. Er wordt aan gewerkt zodat het beter bestand zal zijn tegen de voetangels en obstakels in het leven. Zorgen voor een weerbaar ik, dat er een even luchtig als grimmig genoegen in gaat scheppen het leven te vlug af te zijn, daar komt het op neer.

Gracián was een intelligente Spaanse jezuïet die de spreekwoordelijke jezuïtische dubbelhartigheid en doortraptheid omsmolt tot een scherp inzicht in menselijke verhoudingen, verlangens en listen. Het polijsten van de persoonlijkheid stond in dienst van het verwerven van ‘een welomlijnde smaak’, een ‘rijp oordeel’ en een ‘heldere manier van redeneren.’ Dat komt je niet aanwaaien, dat is het resultaat van leren, lezen, nadenken, afwegen, twijfelen, moed vatten, zelfvertrouwen opdoen, oordelen en op het juiste moment relativeren. Het gaat bij dat ‘polijsten’ om het zelf verwerven van kennis en inzicht die dan onverwisselbaar van jou zijn. Een individu is geboren.

Een kolossaal drama

Er gaat zich een kolossaal drama met betrekking tot dat ‘polijsten’ voordoen wanneer de invloed van algoritmen zo groot wordt als nu wordt voorzien. Als een anonieme dataverwerker gaat het algoritme de menselijke autonomie, individualiteit en persoonlijke ontwikkeling vermoorden. Het algoritme is een veelkoppig monster. Op basis van gegevens (data) van internet, Google, Facebook, Twitter, Instagram en alle andere bedrijven die gegevens verwerken, worden analyses en ordeningen gemaakt. Dat levert een enorme hoeveelheid kennis op, meer dan de homo sapiens aankan.

Lees ookDe schrijver van 'Homo Deus' heeft niets met mensen18 april 2017

Vandaar dat Yuval Noah Harari in Homo Deus, zijn ‘kleine geschiedenis van de toekomst’, met een bijna satanisch genoegen zegt dat de homo sapiens een ‘verouderd algoritme’ is. Misschien moeten we de homo sapiens met pensioen sturen, zegt hij, zoals we ook gedaan hebben met de paardenkoets toen de auto werd uitgevonden. De homo sapiens is eenvoudig niet gebouwd op het bijhouden van eenentwintigste-eeuwse dataflows.

Het algoritme is je altijd een stap voor.

Dit zou betekenen dat de homo sapiens over niet al te veel tijd overbodig wordt. In Money, een boekje over geld van Harari dat blijkt te bestaan uit fragmenten gebloemleesd uit zijn boeken Sapiens en Homo Deus, schrijft Harari over ‘de belangrijkste economische vraag van deze eeuw’: wat te doen met de overbodige mensen. ‘Wat zullen bewuste mensen doen zodra we uiterst intelligente niet-bewuste algoritmen hebben die bijna alles beter kunnen?’ Dit is niet de belangrijkste economische vraag, het is de belangrijkste existentiële, menselijke vraag.

Geen greintje karaktervorming

Wanneer algoritmen bijna alles beter kunnen en jou beter kennen dan jij jezelf kent, waar blijft dan de ontwikkeling van de mens tot een persoonlijkheid zoals Baltasar Gracián die zich voorstelde? Die wordt hem uit handen genomen. De mens wordt een lege huls, louter aangestuurd door algoritmen van buiten. Zoals de telmachine het tellen met potlood en papier overbodig maakte, zo wordt het zelf denken overbodig.

Wil je weten welk boek je wilt gaan lezen? Dat vertelt je je literaire algoritme. De mens hoeft niets meer zelf te verwerven, niet meer zijn karakter op de proef te stellen, nooit meer aan zelfbeheersing te doen, met moeite zijn verlangens uit te stellen: het algoritme suggereert hem beter dan hij het zelf kan wat hij moet willen, vinden, denken en laten. Het algoritme is je altijd een stap voor.

Wanneer zich existentiële vragen voordoen – ben ik man, ben ik vrouw, wil ik me binden, ben ik homoseksueel, moet ik mijn leven veranderen? – dan is het niet jouw bewustzijn die de afwegingen maakt, maar het uit jouw levensfeiten en geschiedenis ontstane algoritme dat uitsluitsel geeft. De existentiële aard van de vraag verdwijnt: er gaat geen worsteling aan vooraf die uiteindelijk tot een conclusie leidt die zoveel mogelijk beantwoordt aan wat iemand het meeste of diepste wil. Er heeft geen greintje karaktervorming meer plaats, zou Gracián zeggen.

Alle avontuur verdwijnt

Wanneer algoritmen het bijna altijd beter kunnen, verdwijnt het avontuur uit het leven. Avontuur betekent voor verrassingen komen te staan, weerstanden moeten overwinnen, het ongewisse te lijf gaan. In een wereld waarin algoritmen domineren kun je met een druk op een knop het algoritme raadplegen dat je nodig hebt om een probleem op te lossen. Met die druk op de knop sijpelt het avontuur weg uit je leven.

Je hoeft zelf dus niet meer te piekeren, te twijfelen of voors en tegens af te wegen.

Het algoritme kent jou immers beter dan je jezelf kent. Het algoritme houdt je beter in de gaten dan jezelf, het houdt als het ware je archief bij. In het algoritmisch archief op het Internet is nooit iets zoek, er raakt nooit iets weg. Vergeten is niet meer mogelijk, alles blijft. Iets per se willen vergeten kan niet meer. Je kunt een algoritme vooralsnog niet vragen iets te wissen, daarvoor zijn al die data veel te veel met elkaar verknoopt geraakt.

‘We hoeven alleen onze ervaringen maar vast te leggen voor opname in de grote dataflow, dan zullen de algoritmen de zin ervan wel ontdekken en zeggen wat we moeten doen’, zegt Harari. Je hoeft zelf dus niet meer te piekeren, te twijfelen, voors en tegens af te wegen, op je nagels te bijten, wakker te liggen, nachtmerries te hebben.

Niks meer aan te doen

Yuval Noah Harari beschrijft in Homo Deus de toekomstige toestand alsof er niets meer aan te doen is: zo zal het gaan, alles zal in het teken staan van het dataïsme. De mensheid zit gevangen in een onvermijdelijke ontwikkeling waarin zij zichzelf overbodig maakt. De algoritmen zijn nu eenmaal beter. Harari is bereid daarin ver mee te gaan, overtuigd van het verdwijnen van het humanisme en gefascineerd door wat ervoor in de plaats komt: het dataïsme, ook al heeft dat creepy kanten.

Zoals het manipuleren van miljoenen Amerikaanse kiezers door Cambridge Analytica, dat in bezit was van hun gevoelige data. ‘Nu zeggen dat je naar je gevoel moet luisteren is echt een verkeerd advies. Want je hart kan nu best gekaapt zijn door Vladimir Poetin, die via allerlei algoritmen heel goed weet hoe hij bij jou op de angst- en haatknop moet drukken. Wanneer je dan naar je hart luistert, luister je in feite naar een vreemde macht’, zei Harari in een interview in NRC afgelopen week.

Baltasar Gracián zou gehuiverd hebben bij de gedachte dat alles wat hij deed door derden (Facebook, Twitter, Instagram, Google) werd gebruikt om geld mee te verdienen. En niet minder bij het idee dat hij ongevraagde suggesties op zijn computer zou krijgen voor wat hij zou moeten lezen, in de bioscoop of het theater zou moeten zien om zichzelf te blijven. Speciaal voor hem geselecteerd, helemaal toegesneden op zijn smaak door een machine: een onpersoonlijk algoritme.

Vroeger, vóór het dataïsme, deed een persoonlijke vriend zo’n suggestie.

Money door Yuval Noah Harari is uitgegeven door Vintage/Penguin.