Het verbranden van boeken is door de geschiedenis heen het middel geweest om ideeën uit de roulatie te halen. Elke fanatieke beweging of religie ging er toe over, blijkt uit een geschiedenis van het ideologische vuurtje stoken.
Toen in 1989 in Bradford de roman The Satanic Verses van Salman Rushdie door moslims werd verbrand, was het niet de eerste keer dat een Westers boek door moslims als beledigend werd ervaren. In 1938 verscheen een Hindustaanse vertaling van H.G. Wells’ Short History of the World, een beknopte wereldgeschiedenis uit 1922 waarin Wells had geschreven dat Mohammed een man was ‘of considerable vanity, greed, cunning en self-deception.’ Wells betwijfelde ook de heiligheid van de Koran. De eerste reactie op die Hindustaanse vertaling kwam uit Calcutta en sloeg over naar een Londense moskee die opriep het boek ceremonieel te verbranden. Van de verbranding zelf bestaat geen foto, maar wel van de protestmars.
Aan visuele getuigen van boekverbrandingen is geen gebrek, gezien de vele illustraties in het boek On the Burning of Books van Kenneth Baker, in de jaren tachtig en negentig onder meer de Engelse minister van onderwijs en binnenlandse zaken voor de conservatieven. Heel erg conservatief kan Baker niet zijn als hij ongedwongen uit het boek van Wells citeert en strooit met de meest vergaande satirische tekeningen (Baker is ook de samensteller van twee boeken over de exentrieke/krankzinnige Engelse koningen George III en IV: A Life in Caricature).
Boekverbrandingen symboliseren de ultieme staat van geestelijk en ideologisch conflict.
Boekverbrandingen symboliseren de ultieme staat van geestelijk en ideologisch conflict. Het vuur functioneert als definitieve vernietiging, zuivering en opschoning. Het vuur veroorzaakt een verzengende hitte die als reinigend en louterend wordt ervaren. Baker heeft zijn boek ingedeeld naar het soort boekverbrandingen. Er is verbrand om politieke of religieuze redenen, of om een combinatie van de twee, zoals tijdens de oorlog in ex-Joegoslavië: Milosovics die in 1992 opdracht geeft de de Nationale Bibliotheek in Sarajevo in brand te steken. Baker heeft een aparte afdeling ‘Royal Burnings’ voor het verbranden van papieren die koninklijke geheimen bevatten. Een saillant voorbeeld daarvan zijn de brieven die koningin Victoria schreef aan haar persoonlijke secretaris Abdul Karim, een goed opgeleide moslim uit Agra (India), die haar onder meer vloeiend Hindustaans leerde spreken. Karim (‘a handsome, imposing man’ in tulband) stond op zo’n goede voet met de koningin (‘he was almost constantly at her side’) dat dit de jaloezie van de rest van de hofhouding opwekte. Bij de dood van Victoria in 1901 spoedde men zich naar het huis van Karim om haar brieven aan hem op te eisen en ze ter plekke in de tuin te verbranden.
On the Burning of Books is onvermijdelijk een schandaalkroniek, ongeveer te beginnen met de brand in de bibliotheek van Alexandrië. Daarvan weet men nog steeds niet zeker of hij opzettelijk in 49 v.Chr door Julius Ceasar is aangestoken of dat het door hem voorzaakte vuur in de Egyptische vloot in de haven is overgeslagen naar de bibliotheek. In ieder geval gingen er 40.000 boekrollen verloren. De Kruistochten ten behoeve van het heroveren van Jerusalem op de Turken, wisten ook wat branden was. Ze stonden in het teken van ‘plunder, pillage and looting’. Bij de inname van Constantinopel in 1202 ging een massa oude documenten verloren uit de Imperiale Bibliotheek, onder meer het werk van Callimachus, van wie niet meer dan zestig epigrammen gered konden worden.
De boekverbranding bereikte in 1498 een voorlopig hoogtepunt op de Piazza della Signoria in Florence, toen de verhalen van Boccaccio, de sonnetten van Petrarca, de gedichten van Dante en Griekse en Latijnse teksten, waaronder Ovidius’ Ars Amatoria, in opdracht van de godsdienstwaanzinnige Savonarola werden verbrand samen met andere ‘ijdelheden’ als spiegels, pruiken, speelkaarten, dobbelstenen, muziek-instrumenten, parfums, juwelen en verdere ontuchtige boeken. Een kinderkoor begeleidde de brandstapel met liederen die de decadentie aanklaagden.

Een kinderkoor begeleidde de brandstapel met liederen die de decadentie aanklaagden.
Het vernietigen en uitwissen van zogenaamd verderfelijke ideeën was zo mogelijk nog grootscheepser bedoeling van de boekverbranding op 10 mei 1933 in Berlijn en de daarop volgende 34 universiteitssteden in Duitsland. De niet-Germaanse geest moest verdwijnen, zoals Goebbels in zijn toespraak zei. Menige schrijver gaf lucht aan zijn verbijstering, maar sommige konden geen woord meer uitbrengen. Stefan Zweig verbaasde zich erover dat er geen protest te horen was. Zijn werk en dat van Franz Werfel, Jacob Wasserman, Erich Kästner, Arthur Schnitzler en Thomas en Heinrich Mann ging in vlammen op. Er werd een menselijke keten gevormd die de boeken doorgaf tot ze in het vuur belandden. Toen hetzelfde in 1938 in Zweigs woonplaats Salzburg gebeurde zei een student: ‘Im Feuer werf ich das Buch des Juden Stefan Zweig, dass es die Flammen fressen wie alles jüdische Geschreibe.’ Een van de getuigen in Berlijn was Erich Kästner, een schrijver die expliciet door Goebbels werd genoemd als bederver van de publieke moraal. Kästner maakte zich uit de voeten toen hij op een hatelijke manier (‘Da ist Kästner!’) werd herkend. Zijn kinderboek Emile en de detectives was het boek dat het meest in beslag werd genomen van kinderen wanneer ze in Belsen en Dachau aankwamen.

In het hoofdstuk over de huiselijke open haard als vernietiger van brieven en persoonlijke papieren gaat het over een aantal illustere schrijvers die de haard als beschermer van hun posthume reputatie hebben gebruikt. E.M. Forster vernietigde alle brieven van zijn moeder die geen hoge pet op had van zijn werk. Hij heeft nog even geaarzeld of hij de twintig delen van haar dagboek zou lezen. Na het toch gedaan te hebben verscheurde hij ze, tegelijk met zijn eigen brieven aan haar. Eenzelfde drama bij de dichter Philip Larkin die wel wilde dat zijn dagboek aan de vlammen werd gegeven, maar dat zelf niet deed. Ted Hughes, van wie Baker een lang gedicht tegen het verbranden van boeken opneemt, vernietigde een deel van Sylvia Plaths manuscripten en papieren. Dimitri Nabokov deed uiteindelijk niet wat zijn vader wilde: het vernietigen van zijn laatste onvoltooide roman Laura. T.S. Eliot, die als uitgever van Faber and Faber George Orwells Animal Farm niet wilde uitgegeven omdat het te ‘trotskistisch’ zou zijn, schreef aan een vriend dat hij graag alle brieven die hij geschreven had voor zijn dood nog wilde vernietigen. Dat moet hij heel erg vergeten zijn, want er zijn wel tien delen van zijn brieven uitgegeven. Michael Boelgakov, de Russische schrijver van De Meester en Margarita, zei dat zijn kachel lange tijd ‘zijn favoriete redacteur’ is geweest. Dat had te maken met de Russische censuur, die hij regelmatig thuis op bezoek kreeg. Die wilde hij altijd voor zijn. Baker geeft ook voorbeelden van wat hij ‘lucky escapes’ noemt, boeken of manuscripten die verbrand hadden moeten worden, maar waar de erfgenaam niet toe overging, zoals Max Brod die het nagelaten werk van Kafka redde, ook al had Kafka hem daar expliciet in een brief om gevraagd. Hij moest zelfs aan mensen van wie hij wist dat ze brieven van Kafka hadden vragen om ze te verbranden. Ook John Middleton Murry deed niet wat hij als man van Katherine Mansfield moest doen. ‘Tear up and burn as much as possible… Have a clean sweep, Bogey’, schreef ze hem voor haar vroege dood. Hij, bekend als ‘the best hated man of letters’, gaf al haar nagelaten werk en brieven uit.
Van Boelgakov is de uitspraak dat boeken en manuscripten niet branden. Daarmee bedoelde hij dat je kunt verbranden wat je wil, maar de geest en de pen zijn machtiger dan welk vuur of zwaard ook. Het valt niet te ontkennen.
On the Burning of Books. How flames fail to destroy the written word, door Kenneth Baker, is uitgegeven door Unicorn Press, Londen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.