Roel Coutinho
Roel Coutinho heeft verloren. Eind vorig jaar spande de directeur infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) samen met de staat een proces aan tegen huisarts Hans van der Linde. Die zou de reputatie van Coutinho en het RIVM ernstige schade hebben toegebracht door hen ervan te beschuldigen nauwe banden te hebben met de farmaceutische industrie. Maar de rechter heeft nu geoordeeld dat Van der Linde dat in het publieke debat mag zeggen. Het verlies is een gevoelige klap voor Coutinho en het RIVM, al denkt Coutinho daar enkele uren na de uitspraak heel anders over. ‘De rechtbank concludeert dat de uitspraken van Van der Linde over belangenverstrengeling onjuist zijn. Dat vind ik het allerbelangrijkste. Het is schadelijk voor mij geweest, omdat de indruk is gewekt dat ik niet integer zou zijn. De rechter vindt wel dat je dat in een publiek debat allemaal mag zeggen. Dat is een afweging. Daar leg ik me verder bij neer.’
Het is Roel Coutinho ten voeten uit. Waar de meeste krantenkoppen melding maken van een verloren rechtszaak, ziet hij winst. Hij is een meester in de argumentatie. Een man die vaak gelijk heeft en het altijd wil krijgen. Iemand die andersdenkenden met stevige taal op hun plaats kan wijzen. Die reputatie heeft hij al sinds de jaren tachtig, toen hij eerst als aidsonderzoeker en later als directeur van de GGD de grote roerganger was van het Nederlandse aidsonderzoek, dat tot de absolute wereldtop behoorde. Toen hij bijna zestig was, koos hij niet voor een baan waarin hij op zijn lauweren kon rusten: in 2005 werd Coutinho de eerste directeur van het nieuwe Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM. In die functie werd hij de belangrijkste adviseur van het ministerie van VWS op het gebied van infectieziekten en verantwoordelijk voor de landelijke bestrijdingsprogramma’s.
Makkelijk werd het niet. In 2009 zorgde het vaccinatieprogramma van pubermeisjes tegen baarmoederhalskanker voor grote maatschappelijke beroering. De storm was nog niet gaan luwen of de Mexicaanse griep deed zijn intrede. Grote paniek brak uit, en toen het allemaal mee bleek te vallen oordeelden velen dat de autoriteiten die te veel hadden aangewakkerd. Nauwelijks bekomen van die affaire moest de baas van het CIb een strategie bedenken voor een ongekende uitbraak van de Q-koorts. In het najaar van 2011 keerde de publieke opinie zich tegen hem vanwege de rechtszaak tegen Hans van der Linde. Coutinho is misschien wel de machtigste man van de Nederlandse gezondheidszorg. De vraag is: weet hij die macht goed te gebruiken?
Indianenverhalen
Wilde verhalen deden de ronde toen in het voorjaar van 2009 alle meisjes van twaalf in Nederland werden opgeroepen zich te laten vaccineren tegen baarmoederhalskanker. Er zou levensgevaarlijk kwik in het HPV-vaccin zitten en in het buitenland zouden er al meisjes aan zijn overleden. Niet alleen op internet werd die angst gevoed, ook serieuze wetenschappers vonden dat het vaccin te snel, zonder grondig onderzoek naar de veiligheid en effectiviteit, werd ingevoerd. In die moeilijke omstandigheden hield Coutinho rechte koers. Op televisie en in de krant hamerde hij erop dat het vaccin veilig en effectief was. Geruchten over bijwerkingen deed hij af als indianenverhalen. En hij haalde fel uit naar alle tegenstanders die hij op zijn pad vond. Zij tastten in zijn ogen de vaccinatiebereidheid aan, wat grote schade voor de volksgezondheid kon hebben. ‘Dat neem ik die wetenschappers kwalijk die zich nu uitspreken tegen het vaccin,’ zei hij tegen NRC Handelsblad. ‘Het is misschien ongebruikelijk dat ik mij tegen hen richt, want het is legitiem voor onderzoekers om hun twijfels te hebben als het gaat om dit type vraagstukken. Daar moet je wetenschappelijk over discussiëren. Bijvoorbeeld in de relevante tijdschriften. Maar als je dat hebt verloren omdat je geen sterke argumenten had, is het niet in orde om die twijfels opnieuw te ventileren. Zeker niet nadat de inentingscampagne is begonnen, zoals nu het geval is. Ik vraag mij af of deze tegenstanders die nu brieven sturen aan kranten beseffen wat ze aanrichten. Die wetenschappers legitimeren het optreden van de antiprikbeweging. Wetenschappers legitimeren een groep die irrationeel is en die aan misleiding doet.’
Het is de strategie waar Coutinho vaker voor kiest: zeggen dat de tegenstanders de discussie verloren hebben bij gebrek aan goede argumenten. Maar zó zwak waren hun troeven in dit geval niet. Ook het advies van de Gezondheidsraad uit 2008 op basis waarvan minister Klink besloot het vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma op te nemen, liet genoeg ruimte over voor twijfel. ‘Er is geen onderzoek gedaan naar het effect van vaccinatie van meisjes in de beoogde doelgroep op persistentie van het virus en het optreden van voorstadia van baarmoederhalskanker,’ erkende de Gezondheidsraad. Nog een zwaarwegend tegenargument: de prijs van het vaccin was zo hoog dat de verhouding tussen de kosten en de opbrengsten boven de afgesproken grens viel. Toch pleitte de Raad voor invoering, met als belangrijkste argument dat het voorkomen van sterfgevallen de hoogste prioriteit had. Onlogisch, oordeelden de critici. Ze vonden dat de snelle invoering in schril contrast stond met de zorgvuldige introductie van andere landelijke preventieprogramma’s. Ook wezen ze erop dat de door de inzet van het vaccin te halen gezondheidswinst met veel goedkopere middelen ook was te boeken.
Broedplaats van het kwaad
Een van de kritische wetenschappers was Huub Schellekens. ‘Bij bijeenkomsten heeft Coutinho mij twee keer letterlijk een gevaar voor de volksgezondheid genoemd,’ vertelt de Utrechtse hoogleraar medische biotechnologie. ‘Maar ík ben geen bodemprocedure gestart,’ zegt hij lachend, ‘want in het heetst van de strijd roep ik ook wel eens dingen die niet slim zijn.’ Volgens Schellekens keert Coutinho’s totale onbegrip voor de argumenten van zijn tegenstander zich tegen hem. Juist door in de media zo schamper te doen over én kritische vakbroeders én de mensen uit de antiprikbeweging heeft hij zijn eigen gezag ondergraven. ‘Ik erger me soms ook mateloos aan wat ze roepen, maar vaak stellen ze wel de juiste vragen. Het zijn mensen die gedreven worden door de wens het goed te doen. Je moet ze niet wegzetten als zelotige halfidioten.’
Dat heeft Coutinho zelf ook erkend. In zijn Machiavelli-lezing, begin 2010, stak hij de hand in eigen boezem. Hij verklaarde de lage opkomst bij de HPV-prik mede door de houding van het CIb tegenover de kritische geluiden. ‘We noemden ze denigrerend indianenverhalen, fabels. We gingen ervan uit dat onze rationele argumenten overtuigend waren.’ De deuk in het vertrouwen in de wetenschap kon alleen hersteld worden, zei Coutinho, door op een andere manier te communiceren en actief gebruik te maken van internet – volgens Coutinho de broedplaats van het kwaad. Maar al zei hij de discussie met zijn tegenstanders met open vizier aan te willen gaan, het doel was nog steeds om hen uit te leggen waarom ze ongelijk hadden, en niet om hun kritiek serieus te nemen. ‘We hadden punt voor punt moeten weerleggen waarom al die tegenargumenten onjuist waren.’
Twee jaar later zit Roel Coutinho op Twitter en heeft het CIb een Facebook-account. Maar Coutinho ziet dat meer als instrumenten om de waarheid te verkondigen, dan als middelen om de dialoog aan te gaan. En eigenlijk kan hij nog steeds niet goed begrijpen waarom er zo weinig twaalfjarige meisjes kwamen opdagen bij de HPV-vaccinatie. ‘Het is zo’n goed vaccin, je kunt met zulke eenvoudige middelen zo’n nare ziekte voorkomen. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat mensen daar zo aan twijfelen?’ zegt hij in zijn ruime kantoor op het RIVM-terrein in Bilthoven. Ja, hij erkent dat hij niet heel handig heeft gereageerd op de critici. En ja, het was een inschattingsfout om te denken dat in deze tijd mensen blindelings zouden afgaan op het advies van de autoriteiten. Maar: ‘Het was gewoon een uitstekende beslissing om dit in te voeren. Dat is volstrekt onaanvechtbaar.’
Nuchter verhaal
De ophef over de HPV-vaccinatie was nog niet verstomd, of de volgende enorme uitdaging diende zich aan. Eind april 2009 kwamen de eerste meldingen van de Mexicaanse griep. De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwde voor een wereldwijde epidemie. Viroloog Ab Osterhaus vreesde dat die wel eens zo erg zou kunnen worden als de Spaanse griep van 1918, met zijn vijftig miljoen doden. Maar het grote onheil bleef uit. Al snel kwamen de gezondheidsautoriteiten tot de conclusie dat de Mexicaanse griep niet gevaarlijker was dan een gewone seizoensgriep. En al snel kwamen de vragen. Was het gevaar niet opgeklopt? Was het wel nodig geweest om die vaccins aan te schaffen? Of had de industrie de angst listig weten aan te wakkeren om haar spulletjes te verkopen?
Roel Coutinho trachtte de gemoederen in die eerste, bange dagen tot bedaren te brengen. Op 27 april 2009 hield hij bij Pauw & Witteman een nuchter verhaal waarin hij vaak zei dat nog veel onbekend was en hij zich niet liet verleiden tot alarmerende voorspellingen. Gevraagd naar wat de eerste aandacht verdiende, zei hij: ‘Als dit zich echt gaat verspreiden, is een vaccin het allerbelangrijkste.’ Enkele dagen later nam minister Klink een optie op 34 miljoen doses van het vaccin dat nog gemaakt moet worden, voor iedere burger twee. In juni plaatste hij de order bij de fabrikanten. Coutinho verdedigde die beslissing als het publieke gezicht van de griepbestrijding. Achteraf bleek het een miljoenenstrop te zijn. Roel Coutinho en Ab Osterhaus kregen veel kritiek: zij waren de doemprofeten die verantwoordelijk waren voor deze blunder.
Maar achteraf is het ook makkelijk praten. Op dat moment was er nog grote onzekerheid over de ernst en omvang van de epidemie. Velen vonden het verstandig het zekere voor het onzekere te nemen. ‘We hebben alle mensen die op dat terrein kennis hebben bij elkaar gehaald. Met zijn allen hebben we gezegd: dit is volgens ons de beste lijn,’ zei Coutinho later. ‘En eerlijk gezegd, als het weer zou gebeuren, zou het precies hetzelfde gaan.’
Het is ook een hondsmoeilijke job die Roel Coutinho heeft. Politiek, media én publiek kijken naar hem als er weer een nieuwe infectieziekte opduikt, en verwachten duidelijkheid. In een mist van onzekerheid moet hij knopen doorhakken met mogelijk grote gevolgen voor leven en dood, en er zijn ook nog eens grote financiële belangen mee gemoeid.
In de dagen dat de Mexicaanse griep rondwaarde, begon zich stilletjes een veel groter gezondheidsgevaar af te tekenen: de Q-koorts. De commissie-Van Dijk stelde in 2010 in een zeer kritische evaluatie dat de overheid niet voldoende urgentie had gevoeld en de communicatie tussen de verschillende betrokken ministeries en overheidsdiensten gebrekkig was verlopen. Vooral het ministerie van Landbouw kreeg de zwartepiet toegeschoven. Roel Coutinho speelde een bescheiden, maar positieve rol in het rapport. Hij schreef in de zomer van 2009 een brief aan de ministeries van Landbouw en Volksgezondheid waarin hij de urgentie van het probleem benadrukte. Ook besloot hij met een persoonlijke noot dat het wel eens noodzakelijk zou kunnen zijn om melkgeitenbedrijven die dicht bij woonkernen lagen te sluiten of verplaatsen. ‘Zulke ideeën vallen natuurlijk niet in goede aarde,’ zegt hij nu. ‘Ze hebben enorme consequenties. Ik weet niet of mijn brief daartoe heeft bijgedragen, maar uiteindelijk hebben de ruimingen alle problemen acuut opgelost.’ Die beslissing heeft de politiek genomen, niet hij. En zo hoort het ook, benadrukt hij. ‘Als deskundige moet ik niet op de stoel van de politicus gaan zitten.’
Een opmerkelijke uitspraak voor een man die in zijn tijd als jonge aidsonderzoeker zijn eigen koers voer en niet schroomde de politiek de wet voor te schrijven. Samen met een klein clubje onderzoekers – dat later de geschiedenis is ingegaan als het ‘politbureau’ – bepaalde hij in de jaren tachtig en begin jaren negentig goeddeels de richting van het aidsonderzoek en de aidsbestrijding. De jonge honden duldden geen tegenspraak en wérden ook niet tegengesproken. ‘De politiek wilde de vingers niet branden aan zo’n gevoelig onderwerp als aids en liet het aan ons over. Toen dacht ik daar gewoon niet over na en was ik me er niet van bewust dat het niet goed was. Het gaat over ingrijpende beslissingen die niet door een klein groepje mensen binnenskamers genomen moeten worden. Nu begrijp ik de scheiding tussen politiek en inhoud beter.’
Zonde van de tijd
In oktober 2011 werd Coutinho opnieuw zwaar op de proef gesteld, toen het Geneesmiddelenbulletin een steen in de vijver gooide. In de week dat de jaarlijkse vaccinatiecampagne van start ging, schreef het blad dat er geen overtuigend bewijs is dat de jaarlijkse griepprik bij ouderen en risicogroepen werkt. De discussie laaide op of het meer dan vijftig miljoen kostende vaccinatieprogramma gericht op die groepen niet moest worden stopgezet. Coutinho wilde er niets van weten. Weer was zijn retorische strategie een combinatie van het zich beroepen op autoriteit en het wegzetten van zijn tegenstander. Opnieuw wees hij erop dat de experts van de Gezondheidsraad het oordeel hebben uitgesproken dat het wél zin heeft. Mensen die daar anders over dachten, noemde hij ‘orthodox’. ‘En dan denk ik: dan kun je heel orthodox redeneren, en er in academische kring keurig over praten, maar uit volksgezondheidsredenen zijn er voldoende redenen om het te geven en is het onverantwoord om daar nu mee te stoppen,’ zei hij op NOS radio.
Toch lijkt bijna een jaar later ook de Gezondheidsraad met die mogelijkheid rekening te houden. In juni dit jaar organiseerde de Raad een discussiemiddag over de griepprik. Iedereen was het er die dag eigenlijk wel over eens dat het bewijs voor de werkzaamheid niet overdonderend is. Jos van der Meer, hoogleraar te Nijmegen en lid van de Gezondheidsraad, zei dat als hij er nú over moest beslissen, hij niet voor invoering van de vaccinatie zou zijn. Maar er nu mee stoppen was een ander verhaal. ‘Je zit met die erfenis van het verleden,’ legt Coutinho uit. ‘Nu stellen we aan interventies de eis dat ze goed onderbouwd zijn, maar oudere interventies zoals de griepprik zijn dat helemaal niet. Dan is dat maar gewoon zo. Moet je dan zeggen: we stoppen er maar mee? Je onthoudt mensen iets dat waarschijnlijk wel werkt. Die hele discussie vind ik zonde van de tijd. Laten we de energie nou maar richten op een nieuw vaccin.’
Het lijkt een omkering van zaken. Een medische interventie doe je toch pas als je goede redenen hebt om te denken dat die werkt? Dat is zo, erkent ook Coutinho’s promotor Jan van der Noordaa, emeritus hoogleraar virologie. Hij deed bij de discussiemiddag het voorstel om een nieuwe commissie zich nog eens te laten buigen over al het bewijsmateriaal. En als dan zou blijken dat het géén zin heeft, was dat reden om te stoppen met de vaccinatie. ‘Als je het beleid niet kan onderbouwen met de wetenschap van nu, moet je het programma veranderen of er in het uiterste geval mee stoppen. Je moet niet zeggen: eens gegeven blijft gegeven.’
Coutinho vindt het best dat een nieuwe commissie zich er nog een keer over gaat buigen, maar verwacht niet dat deze echt tot andere inzichten zal komen. ‘Op een gegeven moment kennen de leden van zo’n commissie elkaar door en door. En je hebt allemaal natuurlijk je vooropgezette ideeën. Dat heeft niet te maken met belangenverstrengeling hoor, mensen denken dat. Maar ik denk niet dat zo’n nieuwe commissie andere beslissingen gaat nemen.’
Gesponsord
Belangenverstrengeling, dat is juist waar huisarts Hans van der Linde, notoire strijder tegen de farmaceutische industrie, Coutinho wél van beschuldigde in de dagen na het verschijnen van het stuk in het Geneesmiddelenbulletin. In de afgelopen dertig jaar zou Coutinho warme contacten met de farmaceutische industrie hebben onderhouden. Dat verklaarde volgens Van der Linde waarom Coutinho zo’n warm pleitbezorger is van de vaccins tegen de Mexicaanse griep en baarmoederhalskanker. Veel van zijn onderzoek uit de aidstijd, maar ook van recentere datum, betoogde de huisarts, is gesponsord door farmaceutische bedrijven. Nauwe banden met de industrie heeft Coutinho volgens hem ook als bijzonder hoogleraar bij Utrecht Life Sciences, een samenwerkingsverband tussen de universiteit van Utrecht en onder meer TNO, Danone en farmaceutisch bedrijf GlaxoSmithKline. Ook stelde Van der Linde dat het RIVM belang heeft bij de inkomsten uit de verkoop van vaccins om de exploitatiebegroting rond te krijgen.
Van der Linde vloog hier en daar uit de bocht. Zo claimde hij in het televisieprogramma Moraalridders onterecht dat ál het aidsonderzoek van Coutinho door de industrie was gefinancierd, en in een interview met Trouw zei hij dat veel van Coutinho’s onderzoek in opdracht van dezelfde industrie was verricht. Deze woorden nam hij later tijdens de rechtszaak terug. Maar dat er wel degelijk sprake is van belangenverstrengeling hield Van der Linde vol, reden voor Coutinho en het RIVM om de strijdbijl niet te begraven. Want het is allemaal onzin, volgens de directeur van het CIb. ‘Ik of het RIVM hebben totaal geen banden met de industrie,’ zegt hij stellig tegen Vrij Nederland.
De rechter oordeelde dat Van der Linde zijn beschuldigingen niet hard heeft kunnen maken.
Gewoon kolder
Waar baseerde de kritische huisarts zich op? In zijn verdediging verwees de huisarts naar twee recente wetenschappelijke publicaties uit 2011 waar Coutinho’s naam boven staat en die mede gefinancierd zijn door Roche, Schering-Plough en Merck. Van der Linde wees er fijntjes op dat dit precies de producenten zijn van griepvirusremmer Tamiflu en de HPV- en griepvaccins. Bij een van die artikelen is de rol van de bedrijven erg bescheiden, bij de ander is Schering-Plough medefinancier van het onderzoek.
In dit licht kan Coutinho toch moeilijk volhouden dat hij in het geheel geen banden heeft met de industrie. Maar als het gewraakte artikel ter sprake komt, gaan zijn ogen glinsteren van plezier. ‘Dat is echt een geweldig voorbeeld!’ zegt hij. Hij legt uit dat hij en zijn medeonderzoekers wilden aantonen dat ook drugsgebruikers met chronische hepatitis C met intensieve begeleiding voor hun ziekte behandeld kunnen worden. De producent van hepatitismedicijnen betaalde mee aan de hoge kosten van het onderzoek zonder zich ermee te bemoeien. ‘Is dat nou belangenverstrengeling? Verbind je je dan aan de industrie? Nee, natuurlijk niet. Zij maken die medicijnen en daar ging het onderzoek nou juist over. Dan kun je niet om ze heen. Wij wilden ervoor zorgen dat die groep behandeld wordt. En weet je waar dit toe geleid heeft? Tot een polikliniek waar die patiënten behandeld worden, gewoon op kosten van de ziektekostenverzekeraar. Dat vind ik nogal wat.’
Van der Linde stelde verder dat het RIVM zelf zakelijke belangen heeft bij vaccinatie. Het RIVM erkent dat het een vergoeding van 0,50 euro ontvangt per ingekocht vaccin voor het beheer ervan. Volgens de organisatie maakt het in geen geval winst op de inkoop van vaccins. Maar als ze hier geld aan overhouden, kan dat wel bij het eigen vermogen worden opgeteld. Dat maakte het RIVM volgens Van der Linde geen zuivere en onafhankelijke organisatie.
‘Zal ik dit in één zin voor jullie classificeren?’ reageert Coutinho op deze beschuldiging. ‘Dat is gewoon kolder. Wij doen hier dingen in het belang van de publieke gezondheidszorg. De ene keer hebben we een tekort, de andere keer houden we wat over. Daar zijn allemaal regels voor. Iedereen kan zien wat wij doen, wij leggen verantwoording af aan een ministerie, wij vállen onder een ministerie, de Kamer controleert ons, de Rekenkamer controleert ons, accountants. Hallo zeg, dat is echt gewoon onzin.’
Een ander punt van Van der Linde was de samenwerking van het RIVM met farmaceut MSD in het zogenaamde Castellum-project. Dit heeft als doel vaccins te ontwikkelen tegen ziekten die zich van dier op mens kunnen verspreiden, zoals Q-koorts en vogelgriep. ‘We leven in een wereld waarin de industrie geneesmiddelen produceert,’ zegt Coutinho. ‘Dan is het in mijn werk dus onmogelijk om geen contact te hebben met de industrie. Ik als directeur infectiebestrijding kan toch niet zeggen dat ik nooit meer met de industrie ga praten? Dat zou onzinnig zijn, dat kan helemaal niet want zij hebben gewoon een rol. Is er dan sprake van belangenverstrengeling? Absoluut niet!’
Een rechtdoorzeeman
Geen mens twijfelt aan de persoonlijke integriteit van Roel Coutinho. Zelfs Hans van der Linde niet: ‘Ik heb nooit beweerd dat hij er persoonlijk beter van wordt.’ Hoogleraar geneeskunde aan het AMC en oud-partner van Coutinho in het aidsonderzoek Joep Lange: ‘Roel is een idealist die doet wat hij belangrijk vindt voor de volksgezondheid.’ Zijn promotor Jan van der Noordaa: ‘Roel is ook een beetje voortgekomen uit het rechtzinnige circuit waar ik in zat. Als we een fles wijn van de industrie kregen, stuurden we die terug.’ Huub Schellekens, die vaak lijnrecht tegenover Coutinho staat: ‘Ik heb geen seconde twijfel over de integriteit van Coutinho. Het is een rechtdoorzee man.’
Maar hoe integer je ook bent, als bestuurder op zo’n belangrijke positie is het essentieel ook de schijn van belangenverstrengeling te vermijden. Misschien wel het sterkste punt dat Van der Linde in zijn beschuldiging van belangenverstrengeling aanvoert, is Coutinho’s bijzonder hoogleraarschap bij Utrecht Life Sciences, een samenwerking tussen de universiteit van Utrecht en onder andere farmaceut GlaxoSmithKline (GSK). Voor de hoogste ambtenaar op het gebied van de bestrijding van infectieziekten geldt dat zijn onafhankelijkheid boven elke twijfel verheven moet zijn. Maar wie op de website van Utrecht Life Sciences kijkt, ziet direct dat GSK een partner is van het ‘innovatienetwerk’. ‘Als je de uitvoerder van het beleid bent in Nederland, moet je voorzichtig zijn met wat je aanneemt aan schnabbels,’ zegt ook Huub Schellekens. ‘Zo’n hoogleraarstitel is goed voor je ego, maar ik weet niet of het verstandig is voor iemand in zijn positie om in een universitaire wereld te gaan werken die voor de financiering van onderzoek voor negentig procent afhankelijk is van de farmaceutische industrie.’
Dat dit serieuze vragen oproept over zijn onafhankelijkheid, moet Coutinho zelf als geen ander kunnen begrijpen. ‘Nee, ik ben niet van het vertrouwen,’ vertelde hij vorig jaar aan het Nederlands Dagblad. ‘Ik ben zelfs enorm wantrouwig. Ik denk altijd: wat zijn de overwegingen van mensen? Wat zijn hier de persoonlijke motieven en kloppen die wel? Dat heeft zeker te maken met het verleden. (…) Ik heb de oorlog zelf niet meegemaakt, maar de verhalen werden bij ons thuis wel allemaal verteld. Ook van mensen die in concentratiekampen hebben gezeten. Ze hebben ervoor gezorgd dat ik ben gaan denken: de mens is slecht en niet te vertrouwen. Naarmate je ouder wordt, wordt dat gevoel wel minder, merk ik.’
Dat beeld bevestigt ook Joep Lange, die in de jaren tachtig en negentig intensief met Coutinho samenwerkte. ‘Als we samen op een vliegveld zaten te wachten, voerden we wel eens een persoonlijk gesprek, maar dat waren uitzonderingen. Er is bij Roel altijd een zekere mate van afstandelijkheid. Zijn familiegeschiedenis zal daar absoluut een rol bij spelen. Achterdochtig is een groot woord, maar hij is op zijn hoede.’
Het kan iemand die altijd op zijn hoede is en de persoonlijke motieven van mensen met argwaan bekijkt, toch niet verbazen dat er door zijn verbintenis aan Utrecht Life Sciences twijfel bestaat over zijn onafhankelijkheid? ‘Eigenlijk snap ik dat wel,’ bekent hij in zijn werkvertrek. ‘Die schijn van belangenverstrengeling is ontzettend precair. De universiteit heeft mijn leerstoel in het kader van Utrecht Life Sciences geplaatst, dat is mij totaal ontgaan. Achteraf denk ik dat we dat niet zo hadden moeten doen. De vraag is ook nu weer: is er belangenverstrengeling? Het antwoord is nee. En is er schijn van belangenverstrengeling? Ja, nou, jezus, achteraf gezien… Binnenkort moet mijn hoogleraarschap verlengd worden en dan zal ik tegen de universiteit zeggen dat het anders moet. Dit is niet handig.’
Lak aan alle regels
Wie in alle rust met Roel Coutinho in zijn werkkamer praat, ontmoet een aimabel, geestig en genuanceerd man die niet schroomt het ruiterlijk te erkennen als hij onhandig heeft geopereerd. Maar in het publieke domein kan hij ongemeen fel uithalen naar mensen die hem tegenspreken. In zijn aidstijd bestempelde hij de bemoeienis van politici en ethici met de bestrijding van de nieuwe ziekte als prietpraat. Als directeur infectieziektebestrijding schilderde hij tegenstanders van de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker af als een gevaar voor de volksgezondheid. Het kost hem zichtbaar moeite enig geduld op te brengen voor mensen die twijfelen aan het nut van vaccinaties. ‘Ik vind het prima dat mensen ergens een mening over hebben,’ zegt hij, ‘maar ik vind het wel storend dat mensen zonder veel kennis toch het gevoel hebben dat ze er alles over weten. En dat anderen de dingen die zij poneren even zwaar wegen als wat ik zeg. Dat is haast beledigend.’
Zijn mislukte poging huisarts Hans van der Linde via de rechter het zwijgen op de leggen, is het ultieme voorbeeld van hoe lastig hij het vindt om te gaan met openbare kritiek. ‘Het is een vreselijk autoritaire man die geen tegenspraak duldt,’ oordeelt Van der Linde. ‘Zet Coutinho in een kamer en de hele kamer vult zich met Coutinho. ’
Oude vriend Joep Lange ziet het positiever: ‘Hij is graag de baas en heeft lak aan alle regels. Als hij ergens van overtuigd is, doet hij het gewoon. Dat bewonder ik aan hem. Maar de vraag is of mensen zoals hij nog passen in deze tijd waarin het idiote idee heerst dat elke mening even belangrijk is.’
Die tijd is inderdaad voorbij, denkt Huub Schellekens. ‘Hij komt uit de traditie van de sociale geneeskunde in Amsterdam. We hebben natuurlijk allemaal die neiging om de wereld te verbeteren en te zeggen dat wat wij willen goed is voor de rest. Maar dat werkt niet meer, zeker bij dit soort onderwerpen. Coutinho staat niet echt open voor andere geluiden, en dan kun je twitteren tot je een ons weegt, maar het gaat niet werken.’
Schande
Toen in het najaar van 2011 bekend werd dat Roel Coutinho en de staat een proces aanspanden tegen de huisarts, stak er een storm van protest op. Het was een schande, vonden critici, dat machtige overheidsorganen een burger monddood wilden maken. In Trouw riep een eminent gezelschap Coutinho op de bodemprocedure te staken. Het opiniestuk was onder meer ondertekend door Dick Swaab, Douwe Draaisma en Trudy Dehue, drie topwetenschappers met bestsellers op hun naam. ‘Wij achten de juridische weg een even grove als vruchteloze wijze om een discussie te smoren die in alle openheid gevoerd moet kunnen worden,’ schreven ze.
De commotie liet Coutinho niet onberoerd. Afgelopen zomer vroeg hij zich in een gesprek met Vrij Nederland openlijk af of het wel een goede stap was geweest de aanklacht in te dienen. ‘Ik wil helemaal niemand de mond snoeren. Het gaat om de beschuldiging dat er sprake is van belangenverstrengeling met de industrie. Terwijl dat totaal niet zo is. Door dit soort dingen te zeggen, versterk je het grote wantrouwen dat er toch al is. Maar achteraf kun je je afvragen of het wel verstandig is geweest. Misschien is al dat gedoe dat er omheen is ontstaan nog wel schadelijker voor mij en het RIVM.’
De rechter heeft de critici uit Trouw gelijk gegeven: Van der Linde heeft het recht het debat in het openbaar te voeren. Maar Coutinho zou Coutinho niet zijn als hij de feiten niet in zijn voordeel wist te buigen. ‘Eigenlijk zegt de rechter dus dat hij gewoon onzin uitkraamt en daarvan denk ik: dat weet dan nu dus ook iedereen. Al die mensen die Van der Linde steunden zullen nu waarschijnlijk zeggen dat hij heeft gewonnen. Nee, hij heeft gewoon gelogen. Ik hoop dat dit doordringt.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.