Het heeft eeuwen geduurd voordat men erkende dat de mensĀ veel van een dier heeft. Inmiddels is dat wel doorgedrongen, maar een geschiedenis van de filosofie in het licht van het beestachtige in de mens was er nog niet.

Er is heel wat tijd overheen gegaan voordat de mens wilde toegeven dat hij verwant is aan de dieren. Zo vreemd is dat niet. Omdat het dier een vanzelfsprekend lagere status had heeft men dieren eeuwenlang alleen maar gebruikt en niet bestudeerd. Het dier was een middel, geen doel in zichzelf: het was werktuig, gezelschap, symbool of voedsel. In de middeleeuwen gaf de scala naturae, de ladder der natuur, aan hoe de verhoudingen in de wereld lagen: bovenaan stond God, hiƫrarchisch afdalend gevolgd door de engelen, de man, de vrouw, de dieren, de planten, de stenen en de mineralen. Van enige onderlinge verwantschap kon geen sprake zijn, elke soort moest zich richten naar de hogere soort: de man moest opkijken tegen God, de vrouw tegen de man, de planten tegen de...