Ze had de protserige paleisjes in het Roemeense Huedin al gezien. Daarnaast stonden geïmporteerde BMW’s en Mercedessen geparkeerd. Maar op het kerkhof van het Bulgaarse Liaskovetz verbaasde Dina Siegel zich het meest.
De Utrechtse criminologe van Moldavische afkomst bezocht er het familiegraf van een Roma-leider dat was versierd met glanzend zwart marmer. Daarin was een dure bolide gegraveerd. Onder een aanpalende gedenksteen rustte een vrouwelijk lid van de clan. Haar naam was omringd met afbeeldingen van favoriete luxeproducten. ‘Het zijn symbolen van rijkdom en prestige,’ zegt Siegel. ‘De familie zou kunnen zeggen dat ze het hebben verdiend met de verkoop van tomaten op de markt, maar dat acht ik zeer onwaarschijnlijk.’
Professor Siegel, verbonden aan het Utrechtse Willem Pompe Instituut voor Strafrechtwetenschappen, deed vorig jaar onderzoek naar rondtrekkende Oost- en Centraal-Europese bendes in Nederland. In opdracht van Politie & Wetenschap, een onderdeel van de Politieacademie, keken zij en haar team over de periode 2008-2012 naar de samenstelling van die bendes, naar de delicten, naar de modus operandi, naar de eindbestemming van de buit en naar de preventie- en repressiemaatregelen van de overheid. Ze interviewden 127 betrokkenen, onder wie politiemensen, daders, wetenschappers, gedetineerden, helers en marktkooplui. Dat gebeurde in Nederland en ook in Bulgarije, Roemenië, Polen en Litouwen – die vier landen zijn oververtegenwoordigd onder de groep mobiele daders. Daarnaast bezochten en observeerden de onderzoekers verschillende plekken zoals Roma-getto’s in Bulgarije en Roemenië, automarkten in Litouwen en de Bazaar in Beverwijk.
‘Het is niet mijn eigen mening, het is een constatering: zakkenrollers, bedelaars en winkeldieven zijn voor het grootste deel Roma.’
Siegels belangrijkste conclusie: mobiele daders zijn zeer professionele, goed georganiseerde en getrainde criminelen die stelen in opdracht. Ze weten van tevoren precies hoeveel en wat ze willen, welk merk en welk type. Het verdiende geld vloeit grotendeels terug naar hun thuisland, waar het wordt geïnvesteerd in vastgoed en auto’s. Siegel: ‘Het zijn geen criminele nomaden die voor zichzelf werken, niet een paar Roemenen die tijdens Gay Pride mobieltjes stelen. Deze mensen worden gestuurd om in Nederland driehonderd, vierhonderd toestellen te stelen voor de criminele markt.’
Buitenwettelijk gewin
Het gaat voornamelijk om zakkenrollers, auto- en winkeldieven, skimmers, oplichters, inbrekers en bedelaars. De beleidsmachinerie heeft ook al een term voor ze bedacht: criminele ‘MOE-landers’ heten ze in ambtelijk jargon: Midden- en Oost-Europeanen. Volgens belangenorganisatie Detailhandel Nederland berokkenen ze de Nederlandse middenstand jaarlijks voor zo’n 250 miljoen euro schade, waarvan 206 miljoen euro voor winkeldiefstal en tussen de 40 en 50 miljoen euro voor winkelinbraak. Uit gegevens van de politie blijkt dat 21 procent van de winkeldiefstallen wordt gepleegd door mobiele dadergroepen, waarbij de Roemenen bovenaan staan.

‘En dat zijn bijna allemaal Roma,’ zegt Siegel. ‘Als de politie zegt: bij de Gay Pride waren het Roemenen, ben ik ervan overtuigd dat daarvan 80 procent Roma is. Ik weet het, dat ligt gevoelig. Dat hebben we eerder al gemerkt. Toen we lieten weten onderzoek te doen naar Roma en criminaliteit, werden we verbaal aangevallen door mensenrechtenorganisaties. Er is een enorme lobby om het imago van de Roma te beschermen. Ik doorbreek het taboe. Het is niet mijn eigen mening, het is een constatering: zakkenrollers, bedelaars en winkeldieven zijn voor het grootste deel Roma. Het blijkt uit ons etnografisch onderzoek, uit de gesprekken met respondenten, uit observaties. Dus ja, het klopt. De zigeuner is terug.’
Daarmee duikt het cliché van de rondtrekkende zwerver weer op, de gauwdief vermomd als scharensliep of handelsreiziger. Het is een hardnekkig imago van een groep die tegelijkertijd al eeuwenlang slachtoffer is van uitbuiting, marginalisering en vervolging. Ook Siegel en haar collega’s refereren aan het beeld van zigeuners dat ontstond in de zeventiende en achttiende eeuw toen Roma-families Europa afstruinden op zoek naar buitenwettelijk gewin. Dat lijkt nu opnieuw aan de hand. De door de criminologen ondervraagde betrokkenen vertellen over bendes van gespecialiseerde criminelen, die vanaf jonge leeftijd zijn getraind om te stelen. Mannen, vrouwen en kinderen die zich hebben bekwaamd in zakkenrollen, bedelarij en winkeldiefstallen en worden aangestuurd door een leider, die – vanuit een ander land – zijn oekazes geeft.
Ondanks de gevoeligheid meent de Utrechtse criminologe dat het goed is om de groep als Roma te specificeren.
Wat de onderzoekers hebben ontdekt, is regelrechte mensenhandel. De leiders van grote clans rekruteren arme zigeuners uit de getto’s van Boekarest, Baia Mare en Plovdiv met de belofte dat ze snel geld kunnen verdienen. Eenmaal aan het werk wordt het geld hun afgenomen en ze worden regelmatig van land naar land verplaatst. ‘De groepen die naar het buitenland vertrekken, leggen contact met plaatselijke Roma-families of kennissen en gebruiken deze contacten om informatie te verwerven over plaatselijk zwakke plekken in regelgeving en controle,’ vertelt Siegel. ‘De families zijn goed georganiseerd en weten van tevoren naar welke steden ze moeten afreizen. Deze groepen maken veelvuldig gebruik van valse documenten. Sommige leden bezitten diverse paspoorten en kunnen wel vijf verschillende identiteiten aannemen. Alleen door foto’s te vergelijken wordt het mogelijk de werkelijke persoon te achterhalen.’
Ondanks de gevoeligheid meent de Utrechtse criminologe dat het goed is om de groep als Roma te specificeren. ‘Als je informatie hebt over de herkomst van de daders en hun sociaal-economische positie, kun je veel meer. Je kunt de dief pakken, hier of daar. Je kunt wellicht de goederen terugkrijgen of de geldstromen traceren. Maar vooral zul je dan ook niet de hele groep van “Oost-Europeanen”, of zelfs van “Roemenen” in Nederland stigmatiseren.’ Volgens Siegel is de Nederlandse politie onvoldoende in staat om mobiele bandieten te onderscheiden. ‘Ik ben al blij dat er tegenwoordig onderscheid wordt gemaakt tussen Polen en Litouwers. Vroegen waren het in de beleving allemáál Polen. Maar welke agent weet het verschil tussen een Roemeen, een Moldaviër en een Bulgaar? Laat staan of het een Roma is. In een paspoort van een Roma uit Roemenië staat slechts “Roemeen”. Dan kun je ook niet naar het land van herkomst stappen en zeggen: het zijn jullie criminelen, kunnen jullie ons helpen? Alleen als je je echt verdiept, als je mensen hebt die de familienamen kunnen herkennen, die weten hoe ze eruitzien, kun je daarop acteren.’

High Impact Crime
Siegel juicht het toe dat de Amsterdamse politie de hulp heeft ingeroepen van Roemeense collega’s. ‘Dan krijg je inside-information.’ Maar niet iedereen is even enthousiast. De Amsterdamse strafrechtadvocaat Tom Nieuwburg heeft veel Roma onder zijn cliënten. ‘Dat zijn vooral mensen die hier in Nederland wonen. Van Roemenen en Bulgaren die ik bijsta vanwege winkeldiefstallen of zakkenrollerij, weet ik het vaak niet of het Roma zijn. Het speelt ook geen rol en ik zie geen aanwijzingen dat ze behoren tot georganiseerde groepen criminelen.’ Als de politie te rade gaat bij haar Roemeense collega’s en de aandacht fixeert op deze specifieke groep, vreest Nieuwburg een selffulfilling prophecy. ‘Dan is het logisch dat je aan het einde van de dag vooral Roemenen hebt aangehouden.’
Frans Heeres, politiechef Oost-Brabant, is wel blij met de komst van de Roemeense agenten. ‘Informatie-uitwisseling is belangrijk bij de aanpak van dit soort misdaad. Als wij horen dat een groep daders mogelijk naar Nederland komt, kunnen we daarop acteren.’ Heeres is bij de Nationale Politie verantwoordelijk voor de bestrijding van zogenaamde High Impact Crime. Dan gaat het om misdrijven als overvallen, berovingen, inbraken. Die worden grotendeels gepleegd door Nederlanders of in Nederland woonachtige daders, maar 14 procent komt uit wat Heeres noemt ‘de rest van de wereld’. Aandacht voor Roemenen vindt hij uitstekend, maar de politiechef schuift de bevindingen van Siegel over Roma als een hete aardappel door. Heeres: ‘Etniciteit vind ik niet zo belangrijk. Het gaat mij om de individuen, om de daders. Ik wil graag weten hoe ze heten en uit welk land ze komen. Dat is voldoende.’
‘Andere landen hebben een maffia. In Bulgarije heeft de maffia een eigen land!’
Mannetje
In het Utrechtse onderzoek is overigens ook aandacht voor vormen van mobiel banditisme waarin de Roma niet of nauwelijks een rol spelen. Bijvoorbeeld voor inbrekersbendes uit Polen en autodieven uit Litouwen. De laatste groep is extreem goed georganiseerd en heeft voor elk onderdeel van het misdrijf een apart ‘mannetje’. Het gaat dan om opdrachtgevers, financiers, ‘spotters’, inbrekers, koeriers en brokers (zie kader). De Litouwers zouden de Polen, die in de jaren negentig sterke criminele organisaties hadden, deels van de markt hebben gedrukt.
Of het nu om Roma uit Bulgarije of om beroepsmisdadigers uit Polen en Litouwen gaat, armoede en uitzichtloosheid zijn de belangrijkste redenen voor – criminele – Oost-Europeanen om westwaarts te gaan. De oorzaak voor die situatie schetst Siegel als een tweetrapsraket. Eerst was er begin jaren negentig de val van de socialistische regimes, waarbij gedurende de ontmanteling een ‘driezijdige piramide’ van de oude nomenklatoera, gewiekste ondernemers en criminelen zichzelf puissant verrijkte. Het leidde in sommige landen tot groteske toestanden. ‘Andere landen hebben een maffia. In Bulgarije heeft de maffia een eigen land!’ citeert Siegel een Bulgaarse strafrechtadvocaat.
Het postcommunistische ultrakapitalisme resulteerde in een groeiende kloof tussen arm en rijk in de voormalige Oostbloklanden. Toen na toetreding tot de Europese Unie de grenzen verdwenen, kozen kanslozen en fortuinzoekers hun heil in de welvarende West-Europese landen. Daartoe behoorden ook leden van de criminele organisaties die in hun thuisland steeds harder werden aangepakt en nieuwe kansen zagen in de rijke lidstaten.

Alertheid
Uiteraard ook in Nederland. Het heeft even geduurd, maar de Nederlandse overheid lijkt inmiddels overtuigd van het probleem. De Nationale Politie is druk doende allerlei maatregelen te verzinnen om misdaad van rondtrekkende buitenlandse bendes te bestrijden.
‘We doen nu al veel, maar we willen meer,’ zegt verantwoordelijk politiechef Heeres. ‘We willen ze volgen via automatic numberplate recognition, we willen huisvesting bemoeilijken door huisjesmelkers aan te pakken die panden tijdelijk aan bendes verhuren, we willen meer aandacht voor heling van gestolen spullen en we gaan het publiek vaker alert maken op de aanwezigheid van zakkenrollers.’
Maar hoe krijgt hij dat voor elkaar in tijden van budgettaire beperkingen, die ook voor de politie gelden? ‘Ik heb niet per se meer middelen nodig,’ klinkt het politiek. ‘High Impact Crime is al een speerpunt. Mij gaat het om focus, alertheid bij onze mensen. Vandaag zijn de mobiele daders er, morgen zijn ze weer vertrokken.’
Alertheid. En dat terwijl minister Opstelten van Veiligheid en Justitie zich twee jaar geleden in een brief aan de Tweede Kamer nog afvroeg of er wel sprake was van mobiel banditisme in Nederland. Dina Siegel: ‘De brief van Opstelten was ontzettend naïef, dat wil ik met dit onderzoek ook duidelijk maken. Het is een enorm probleem, dat nog gaat groeien. Nu komen veel mobiele bendes naar het noorden. Frankrijk en Spanje zijn veel repressiever geworden, daar worden Roma domweg weggestuurd.’
Misdaadwinst
Van de herkomstlanden hoef je op dit moment politiek weinig te verwachten, concludeert Siegel. Daar ziet men mobiel banditisme als een West-Europees probleem. ‘Ze zijn nu blij dat ze hun criminelen naar ons hebben geëxporteerd,’ zegt de criminologe. Ze citeert een Roemeense politieman: ‘Hebben jullie problemen met criminele zigeuners? Wij zien in de afgelopen jaren niet zoveel zigeuners meer op straat omdat ze allemaal bij jullie zitten.’
Dat de daders het vervolgens met de verworven misdaadwinst breed laten hangen in het land van herkomst, is ook geen probleem. ‘Men ziet er geen kwaad in. Daar ligt een oplossing op politiek niveau. Als wij één Europa zijn, dan moeten wij duidelijk maken dat het ook hun probleem is.’

Ondertussen wordt er tussen de West-Europese en sommige Oost-Europese politiediensten wel steeds meer samengewerkt, zegt politiechef Frans Heeres. ‘Internationaal werken we bij Europol samen in de Mobile Organized Crime Group, waarin Nederland een prominente rol speelt. Ik ben voorstander van een 24/7 mogelijkheid om informatie direct te kunnen uitwisselen, ook met andere landen.’
Dat klinkt logisch en zal met de mond ook vast worden beleden door de politietop van de betrokken landen, maar op de werkvloer heerst argwaan, signaleert Siegel. West-Europese agenten vermoeden hardnekkige corruptie bij hun Oost-Europese collega’s. ‘Dat is deels terecht. Samenwerking is vaak ad hoc en individueel. Het is een vertrouwensband tussen twee individuen. Als één van hen wegvalt, sta je weer met lege handen.’
‘Ik heb niks te stelen in Boekarest’
Anderzijds hoorden de Utrechtse criminologen ook de nodige klachten over het Nederlandse opsporingsapparaat. Politiemensen uit zowel Oost- als West-Europese landen vinden de Nederlanders ‘moeilijk’ om mee te werken en hun aanpak niet efficiënt. Dat concludeerde Detailhandel Nederland ook al in 2009: veel rechtshulpverzoeken worden door Nederland uitermate traag behandeld. Siegel: ‘Buitenlandse agenten raken gefrustreerd als ze informatie sturen: “Kijk, daar zitten onze dieven, pak ze aan!” Ze krijgen dan van de Nederlandse politie te horen: “Ja, maar ik moet eerst toestemming dit, en toestemming dat.” Ze ervaren dat als een gebrek aan urgentie en efficiëntie. Dat vinden de Duitsers en de Belgen trouwens ook van de Nederlanders.’
Opvallend genoeg beaamt politiechef Heeres de kritiek meteen. ‘Ik krijg ook die signalen dat we te bureaucratisch zijn. En ik ben het daarmee eens. Bij een rechtshulpverzoek moet er eerst een gigantische hoeveelheid papierwerk worden verzet. Dat moet sneller. Het moet minder bureaucratisch. En schrijf maar op: dat gaan we ook doen.’
Op haar werkkamer in de Utrechtse binnenstad knikt professor Dina Siegel instemmend. Ook zij ziet het nut van de grotere nadruk op preventie en repressie, maar tegelijkertijd noemt ze het lapmiddelen. ‘Het is symptoombestrijding. Ik zie de ernst van de situatie op macroniveau. De armoede, de corruptie. We hebben in Europa een groot probleem. Dat moet worden opgelost, maar ik weet ook niet hoe.’ Ze vat het samen met een vraag die ze aan een van haar respondenten stelde. ‘Ik vroeg: “Waarom steel je niet in Boekarest?’ Hij zei: ‘Ik heb niks te stelen in Boekarest.”’
Kadertjes:
Het Roma-stigma
Criminologe Dina Siegel beschrijft de grote verschillen in rijkdom tussen de verschillende Roma-families. ‘In Bulgarije zag je aan de ene kant van de straat paleizen, aan de andere kant krotten,’ vertelt ze. Volgens haar kenmerken de clans zich door vrij ingewikkelde relaties, waarbij de minderbedeelden worden gedwongen geld te verdienen voor de hogergeplaatsten. De politiemensen ter plekke hielpen haar bij de duiding. Zo zou de Roemeense zigeunerclan van de Gloganii kinderen uit problematische of grote gezinnen al op jonge leeftijd dwingen om te gaan bedelen. En volgens de Bulgaarse politie zijn het bij de clan van de Karderashi – die bestaat uit 2500 families – vooral de vrouwen die zich bekwamen in zakkenrollen. Dochters zouden al op jonge leeftijd worden ‘verkocht’, waarbij de prijs afhankelijk zou zijn van hun handigheid. Daarnaast zijn er de ‘mythische’ verhalen, waarbij Roma de pinken van hun kinderen zouden afsnijden om het zakkenrollen te vergemakkelijken. Sommigen van de door Siegel geïnterviewden waarschuwen voor deze ‘sprookjes’ waarin de zigeuners worden gedemoniseerd.
Siegel: ‘In de landen zelf weet men ook wel dat er iets moet gebeuren. Maar wat? En wat kan het Westen doen aan de situatie? De Roma zelf zeiden tegen ons: stuur ons geen geld, dat komt in verkeerde, corrupte handen. Het moet op politiek niveau worden aangepakt. Het gaat om onderwijs, het gaat om kansen. Daar ligt de uitdaging.’
De naïeve Nederlander
Volgens criminologe Dina Siegel zien de daders Nederlanders als ‘goedgelovige’ mensen die ‘naïef’ in het leven staan. ‘Sommigen verbazen zich erover dat men hier niet veel alerter is, dat we ramen open hebben staan, onze tassen in een winkelwagentje zetten of de auto op een onveilige plek parkeren. Ze denken dat het komt doordat Nederland een multicultureel land is en Nederlanders gewend zijn aan vreemdelingen. We zijn in hun ogen niet argwanend genoeg.’ Ook sprak de onderzoekster met een Bulgaarse collega die stelde dat Nederlanders slachtoffers omarmen. ‘Volgens hem houden wij van zielige mensen om te laten zien hoe goed we zelf zijn. Dat is een heel lucratief uitgangspunt voor bedelaars.’
De Zwarte Markt
Ontluisterend is de beschrijving die criminologe Dina Siegel geeft van de Bazaar in Beverwijk. Daar is zowat alles te koop wat door de mobiele bendes uit Europese winkels wordt geroofd. Cosmetica, elektronische apparaten, tuingereedschap, fietsen en schoenen. De onderzoekers zagen de stickers van in cosmetica gespecialiseerde winkelketens vaak nog op de producten. Die waar wordt vooral aangeleverd door Polen, vertelden winkeliers en helers op de Zwarte Markt. Verder kwamen de criminologen erachter dat Beverwijk voornamelijk wordt beheerst door Afghanen. Die kopen hun spullen van Oost-Europese tussenpersonen, voornamelijk Polen en Litouwers. De laatste groep staat bekend als ‘leverancier’ van tuingereedschap.
Een kleurrijk gezelschap, daar in het Noord-Hollandse Beverwijk. Maar waarom treedt de politie niet harder op? Siegel: ‘Er lopen agenten. Maar ze zijn niet bevoegd, of er is geen prioriteit. Het gaat de politie meer om de veiligheid van de bezoekers.’
De Litouwse autoroute
Waaraan herken je de autodief? Die laat zijn motor draaien bij een pomp omdat hij geen sleutel heeft. De onderzoekers hebben veel tijd gestoken in de manier waarop Oost-Europese autodieven te werk gaan. Criminologe Dina Siegel vertelt over een politieman uit het Litouwse Kaunas die zegt dat mooie auto’s de objecten van een ‘massale Oost-Europese verslaving’ zijn. Andere respondenten vertelden haar dat veel Oost-Europeanen ‘slapen, eten en leven’ in hun auto.
Autodiefstal is georganiseerd via strakke lijnen. Het zijn leden van grote criminele organisaties, in Nederland veel Litouwers uit de Augurkas- en de Kamolinis-groep, die allemaal hun eigen taak hebben. Via spotters, krakers, koeriers en helers komen de voertuigen in Oost-Europa terecht. Veelal hybride auto’s omdat die categorie kan rekenen op subsidies en belastingvoordelen in Rusland. De dieven gebruiken uiterst geavanceerde technieken waarmee ze auto’s kunnen openmaken zonder schade te veroorzaken. Koeriers gaan op pad met voorgeprogrammeerde navigatieapparatuur die hen naar grote parkeerplaatsen leidt, net over de Poolse of Litouwse grens. Bij arrestatie weten ze van niets. Ook auto’s die zijn beveiligd met de nieuwste technieken zijn geen probleem voor de professionals. In Duitsland worden zelfs ‘seminars’ gegeven door ervaren autodieven.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.