Door de veiligheidsmaatregelen die genomen worden tegen een mogelijke terroristische aanval, ontstaat een permanente uitzonderingstoestand. Wat doet dat in ons binnenste, vraagt een psychiater zich af in het boek Het verlangen naar oorlog.
Men was indertijd zo sceptisch over Francis Fukuyama’s boek Het einde van de geschiedenis en de laatste mens omdat hij beweerde dat de westerse liberale democratie universeel zou worden. Dat was de best denkbare vorm van bestuur: ideologische conflicten en oorlogen zouden tot het verleden behoren. Dat dit niet is uitgekomen hadden Einstein en Freud hem kunnen voorspellen. Die kwamen in een briefwisseling in het begin van de jaren dertig allebei al tot de conclusie dat in mensen een behoefte leeft om te haten en te vernietigen, ook onder betrekkelijk vreedzame omstandigheden.
Dat werd nog eens geïllustreerd in een van de beste boeken van vorig jaar, Ewoud Kiefts Oorlogsenthousiasme. Europa 1900-1918. In het bijzonder schrijvers waren in 1914 enthousiast voor de oorlog: anders dan in de jaren dertig vond Thomas Mann toen nog dat God geloofd mocht worden voor de ineenstorting van een vreedzame wereld, ‘die hij zat was, zo door en door zat.’
Oorlog voldoet aan drie sterke behoeftes van de mens: aan contrast, aan feest en aan liefde.
Eenderde van zijn boek Het verlangen naar oorlog & andere zaken wijdt psychiater Antonie Ladan aan de vraag van Einstein waaróm er oorlog wordt gevoerd. Zijn originele antwoord is dat oorlog voldoet aan drie sterke behoeftes van de mens: aan contrast, aan feest en aan liefde. De behoefte aan contrast verklaart waarom vrede agressie kan oproepen: vrede kan te vredig zijn. Maar we zoeken ook contrast in het doen van ontdekkingen, in willen veroveren, in het uit zijn op rivaliteit, in geestdrift, creativiteit en geldingsdrang. Er wordt ook oorlog gevoerd omdat het een feest kan zijn om ongeremd een sluimerende agressie te kunnen uitleven, er eens flink op los te kunnen slaan en schieten. Volgens Ladan is dat een onderschat motief voor het vertrek van jihadisten naar Syrië om voor IS te vechten: ‘The cure for depression is jihad!’ wordt op websites gepropageerd. Een subsituut voor oorlog als ‘feest’ zijn de oorlogsgames die op de PlayStation kunnen worden gespeeld. Als derde motief voor het voeren van oorlog noemt Ladan ‘liefde’, dat wil zeggen liefde voor het eigen geloof, het eigen land, de eigen groep. Om voor innige verbondenheid met de eigen groep en het eigen geloof te zorgen is het nodig dat haat, rivaliteit en vijandigheid worden geprojecteerd op een vijand. Deze liefde voor de eigen groep kan tot oorlog leiden, maar dat hoeft niet: er zijn talloze vormen van ‘gezonde’ vijandschap, wedijver en strijd, zoals valt te lezen in het meesterlijke boek De kunst van het vreedzaam vechten van Hans Achterhuis en Nico Koning.

Ladan heeft het wel de hele tijd over oorlog, maar meestal bedoelt hij strijd. Iedereen, jong en oud, voert in zijn fantasie heel wat ‘oorlog’ ter compensatie van zijn machteloosheid in de werkelijkheid: pesters worden daarin gekneveld, rivalen worden zonder meer neergeknald, chefs gekielhaald, lastige ondergeschikten de duimschroeven aangedraaid. In almachtsfantasieën, gevoed door helden van het witte doek, wordt afgerekend met echte en vermeende vijanden. Maar er is nu een manier van oorlogvoeren die helemaal aan de fantasieën in ons hoofd beantwoordt: de drone. Dat is de vijand verslaan en zelf geen enkel risico lopen. Het is PlayStation, maar dan in het echt. Het verlangen naar almacht wordt door de drone volledig bevredigd: de ‘piloot’ zit ergens in de woestijn van Nevada. Zijn drone bevindt zich ergens, waar dan ook. Hij volgt troepenverplaatsingen, convooien, gezinnen, hoofdkwartieren, en drukt op de knop om de bom los te laten wanneer zijn commandant de opdracht geeft. ’s Avonds zit de piloot met vrouw en kinderen aan de eettafel, overdag heeft hij van grote afstand vele doden gemaakt. Is hier nog werk voor een psychiater? Komt de kater voor de piloot later? Of heeft hij ‘een oorlogsgeweten’ gekregen, dat alles wat hij doet legitimeert?
Ladan geeft het fantasie-leven waarin mensen compensatie zoeken voor dagelijkse krenkingen wel erg veel werk. Door de innerlijke ‘oorlogen’ op dezelfde psychologische manier te behandelen als de achtergrond van echte oorlog maakt Ladan het leven tot een hachelijke zaak. Zeker nu het leven zich óók nog door het terrorisme in een permanente uitzonderingstoestand bevindt.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.