Alles moet anders op de universiteit, betoogt Willem Otterspeer in zijn pamflet Weg met de wetenschap. De biograaf van Willem Frederik Hermans verdedigt een soort niet-kwantificeerbare kennis waar de doorsnee academicus als de dood voor is: geen tellen, maar inzicht.
De Engelse literair criticus F.R. Leavis noemde de romanschrijver en voormalig chemicus C.P. Snow in 1962 een ‘intellectuele nul’, omdat hij in zijn lezing The Two Cultures een kloof had geconstateerd tussen de literaire en de wetenschappelijke cultuur. De ‘literary intellectuals’ waren totaal onwetend zei Snow, ze wisten niets van de glorieuze ontwikkelingen in de wetenschappen. Het waren ‘luddities’, nazaten van de sekte die zich in het begin van de negentiende eeuw verzette tegen de industrialisering van Engeland. Leavis verweet Snow op zijn beurt er een armzalig mensbeeld op na te houden, louter gericht op materiële zaken en gespeend van enige cultuur en finesse.
Geschiedenis, taal- en letterkunde, kunst- en cultuurgeschiedenis en filosofie worden stiefmoederlijk behandeld.
De kloof mag – getuige de vaste wetenschapskaternen in kranten en de boeken die over elk denkbaar wetenschapsgebied verschijnen – na vijftig jaar enigszins gedicht zijn, aan universiteiten zijn de verhoudingen volledig scheefgegroeid: ‘Wie op de begroting van de universiteit het budget van de humaniora wil vinden, moet een vergrootglas gebruiken’, schrijft Willem Otterspeer in zijn pamflet Weg met de wetenschap. De geesteswetenschappen zijn verdrongen door de natuurkunde, de informatica, de biologie, wiskunde, scheikunde, techniek, medicijnen en neurowetenschappen. Geschiedenis, taal- en letterkunde, kunst- en cultuurgeschiedenis en filosofie worden stiefmoederlijk behandeld.
Het ‘virus van de natuurkunde’ heeft zich aan de universiteit verspreid zodat kwantificeren, tellen, meten, specialiseren, onderzoeken het eerste is waaraan men nu denkt bij een universiteit. De kennis versplintert, weg is het idee van de ‘studium generale’, van het gemeenschappelijke weten. Bij de universiteit denk je niet meer aan een brede algemene academische opleiding.
Er is natuurlijk geen sprake van dat Otterspeer (afgezien van de biograaf van Willem Frederik Hermans ook universiteitshistoricus in Leiden) de wetenschap echt weg zou willen hebben, maar wel wil hij een drastisch andere opzet van de universiteit: de bachelor-fase zou een periode van brede algemene academische vorming moeten zijn, niet meteen een opleiding in een specialisme. Die is voor daarna, voor de master-fase. Volgens Otterspeer ligt de kern van de universiteit niet in de wetenschap, maar in het onderwijs, niet in het onderzoek maar in de algemene ontwikkeling. De wetenschap moet weg uit de bachelor-fase.

Otterspeer aarzelt niet om zijn universiteit te vergelijken met de krant en de politieke partij. De krant omdat die de gebeurtenissen in de wereld vertaalt naar een algemeen publiek, waardoor er een soort gemeenschappelijke kennis ontstaat waaraan men ook kan refereren. Gesprekken met jongeren en studenten lopen vaak op niets uit omdat ze zo weinig weten. Ze kennen de geschiedenis niet, ze hebben geen tijdlijn in hun hoofd, ze weten niet dat Karel de Grote eerder leefde dan Karel V. De vergelijking met de politieke partij is adequaat omdat in een partij van eenheid en verscheidenheid sprake is: men komt bij elkaar onder één noemer, maar in de praktijk blijkt iedereen over alles een beetje anders te denken. In die praktijk wordt geleerd dat ‘de essentie van de politiek (als er zoiets bestaat) is niet je zin te krijgen.’
Weg met de wetenschap is een vernuftig en onorthodox pamflet dat zich vrijmoedig buiten de huidige consensus begeeft. Otterspeer is uit op een herwaardering van de humaniora. Hij wil dat weer gezien wordt waar deze voor staan, en wat daar de waarde van is. Dat is niet tellen, maar inzicht. Hij verdedigt een soort niet-kwantificeerbare kennis waar de doorsnee academicus als de dood voor is. Dat is kennis die afhankelijk is van verworven inzicht, van de kunst van de interpretatie, van de esprit de finesse, van kritiek en zelfkritiek, van ervaring, van originaliteit, van verbeelding, van voorgangers, van eruditie, van monomane vasthoudendheid, van Fingerspitzengefühl, van kennis die weet om te gaan met ‘imponderabilia’, met onzekere factoren en ambiguïteit.
De afwezigheid van dit soort kennis, daar ergerde F.R.Leavis zich indertijd aan bij C.P. Snow, de armoe die sprak uit zijn reductie van de wetenschap tot leverancier van een hogere levensstandaard in plaats van een interessantere levensstandaard.
Weg met de wetenschap is uitgegeven door De Bezige Bij. U kunt het boek hier bestellen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.